• |
Regina Porter
V De Raeymaeker
fictie

Waardering boekreview

25 november 2019 De Reizigers
Een debuutroman van toneelschrijfster Regina Porter waarin zich zomaar eventjes 31 personages bewegen, die toch voornamelijk tot twee families behoren, een zwarte en een blanke familie. Het is een roman die zich afspeelt in de tijdspanne tussen het begin van de jaren '50 tot het eerste jaar van het presidentschap van Obama, in verschillende streken van de Verenigde Staten, Bretagne, Berlijn, Dublin en Vietnam.
De twee verhalen spelen zich niet chronologisch af maar werden in stukjes geknipt en dan als een grote legpuzzel weer samengevoegd, zonder erg veel rekening te houden met tijd, plaats, ruimte, verbanden, personages of verhaallijn.
Een roman schrijven met een dergelijk opzet is natuurlijk een bravourestukje, waar Regina Porter zich duidelijk met veel enthousiasme op gegooid heeft. Je kan niet anders dan bewonder hebben voor de hoeveelheid van verhaallijnen, de massa gebeurtenissen, kleinere of grotere voorvallen, de vele tekenende schetsjes, de kleine, rake - en soms ongewone - details, de weerkaatsende, energieke dialogen, de abrupte soms onverwachte wendingen, de verrassende overschakelingen, de rijke verbeelding. Kortom: hier is de intelligentie en kunde van een buitengewone schrijfster aan het werk.
Toch blijf je na de inspannende lectuur van een boek met al die kwaliteiten eerder leeg achter. En vraag je je dan natuurlijk af hoe dat nu mogelijk is…
Misschien kunnen we een eerste stukje uitleg vinden in wat Regina Porter zegt over het ontstaan van het boek. Na het idee om nu eens een roman te schrijven en het voornemen dat die zich zou afspelen in bovenvermelde periode, vooral in de Verenigde Staten (en dat erin dus zeker de tegenstelling wit-zwart moest voorkomen), is ze gewoon begonnen met schrijven. Zonder vooropgezet plan, zonder te weten welke de personages zouden zijn of wat deze zouden meemaken. Het verhaal zou zichzelf schrijven. Dit is natuurlijk een zeer creatieve manier van schrijven, waarbij het verhaal en wie erin optreedt, vanuit de diepste fantasie van de schrijver ontstaan en hem/haar voortdurend verrassen. Zeer dikwijls werkt dat uitstekend.
'De Reizigers’ ontstonden, evolueerden en leefden inderdaad een leven zoals zij het aan de schrijfster “dicteerden”. Behalve dit dan: ieder personage wordt met dezelfde aandacht behandeld. Geen enkel personage is minder belangrijk dan het vorige of volgende. Dat is zeer democratisch en humaan. Maar in een roman kàn dat niet, want een verhaal zonder ergens nadruk op te leggen, zonder uitvergrotingen, inkleuringen (of andere benaderingen), komt vlak en kleurloos over. Het eigen karakter ontbreekt en het wordt moeilijk om de verschillende personages te herkennen, laat staan je in hen in te leven. Een verhaal heeft kleur, contrast en structuur nodig. De lezer moet in de huid kunnen kruipen van een personage en er mee meeleven, zelfs al is hij of zij een schurk. Regina Porter schrijft uitstekende dialogen (wat te verwachten is van een toneelschrijfster) en het boek heeft een hoog dialoog-niveau. Maar die kwaliteit verdrinkt in een grote zee van gelijkmatigheid.
De chronologie van het gebeurde ànders dan chronologisch laten verlopen (of misschien opzettelijk versnipperen), kan natuurlijk bevruchtend werken omdat de spiegeling van ieder van de onderdelen de aandacht focust op wat de lezer anders misschien zou ontgaan; omdat het bepaalde gebeurtenissen uitvergroot of in een ander daglicht plaatst. Dit kan de spanning verhogen, want – indien goed gepland – stopt een bepaald onderdeel voor het “af” is, moet de lezer raden wat komen gaat en verder lezen naar de ontknoping toe. De schrijfster zegt daarover dat ze wou schrijven zoals de dingen in het werkelijke leven gebeuren: “Soms komen we in deze wereld mensen tegen, één of twee keer en we ontmoeten ze daarna nooit meer. Of we komen ze één keer tegen en ze zijn op een andere plek de tweede keer dat we ze ontmoeten”. Maar die toevalligheid en willekeur werken niet goed in het fictieve leven van een roman (of tenminste niet in deze roman). Je wordt hier geconfronteerd met kinderen in het ene verhaal, die plots opnieuw opduiken als geliefden in het volgend verhaal, waarna ze grootouders zijn in het volgend verhaal etc..
Enkele van die verhalen zouden ieder op zich de nodige centrale gebeurtenis kunnen zijn van waaruit de roman verder uitwaaiert. Maar daarvoor moet het wél eerst het centraal ijkpunt van het boek worden.

Twee voorbeelden.

1. Een zwart koppel, Agnes Miller en haar vriend Claude Johnson, worden op een donkere avond met hun wagen tegengehouden door twee blanke politiemannen, op Damascus Road ergens in landelijk Georgia. Na een eerder ongewone, al te nadrukkelijke inspectie, moet Agnes uit de auto stappen en meegaan - eerst met één van de politieagenten ”voor verder onderzoek”, daarna met de andere. De hele gebeurtenis wordt knap verteld, met knappe dialogen, knappe innuendo’s en stiltes. Als ze – na bedekte maar duidelijke verwittigingen – verder mogen rijden, volgt er enkel stilte en springt de roman over op een ander verhaal… Geen heftige gevoelens, geen dramatiek, geen duidelijk sporen in het verder verloop van de roman.

2. Of het verhaal van Eddie, de zwarte matroos die een boek (‘Rosenkranz and Guidenstern Are Dead’) steelt van een officier, gedurende de Vietnamoorlog. Hij draagt daarna dat boek overal met zich mee en declameert er stukken uit. Zijn dochter, Claudia, wordt een Shakespeare-geleerde. Ze trouwt met Rufus, de witte zoon van een ziekelijke flirt, die ontdekt, als hij volwassen is, dat hij een halfbroer heeft die Hank heet en die opgroeide in Buckner County. De Agnes uit het vorig verhaal kwam ook uit Buckner County, maar na haar traumatische ervaring met de twee politiemannen trouwt ze met matroos Eddie en gaan ze in New York wonen.

Als je weet dat dit maar een klein verhaal-onderdeel is in het hele boek dat Regina Porter vertelt, krijg je enig idee van de tsunami van gebeurtenissen die ze wil vertellen.
Ze vertelt “over”. Het is net alsof de schrijfster aan de rand van een weg naar het verhaal staat te kijken maar er niet zélf in mee stapt .Dit afstand nemen is gedeeltelijk te verklaren door het feit dat haar verhaal zich ook moet afspelen in de echte geschiedenis. Ook hier wil ze niet dat de geschiedenis de personages gaat overschaduwen, want de gewone burger, in het echte leven, weet immers ook niet hoe de geschiedenis nu feitelijk verloopt. Dat weet hij pas later, wanneer hij kan achteruitkijken. Komt daarbij dat de feiten juist moeten zijn: Hoeveel kostte een fles melk in 1966? Welke popgroep was toen populair?

De schrijfster moet ook ergens beseft hebben dat haar opzet misschien toch wel wat te ambitieus zou kunnen zijn, want ze voorziet hulp. De hoofdstukjes worden versierd met charmante foto’s die verwijzen naar de periode waarin dit bepaalde hoofdstuk zich afspeelt, met eronder één of meerdere jaartallen. (de roman zou inderdaad een fotoboek kunnen zijn met knappe plaatjes waartussen verdere samenhang ontbreekt).
Ze geeft de lezer ook een soort staalkaart mee van ieder van de personages, met een kort onderschrift zoals “vier jaar oud” of “bankier”, “kunstenaar”, “vroegere minnaar van…” die ze dan verbindt met pijltjes, stippellijntjes, krullijntjes en “bliksemlijntjes”. Dat helpt natuurlijk enigszins om je te helpen herinneren wie nu weer wie was, waar mensen zich situeren, met wie ze banden hebben, maar het smeedt al die kleine luikjes nog niet om tot een roman.
Vele van de “hoofdstukjes” zijn knappe kortverhalen, maar maken samen niét de grote roman die de schrijfster voor ogen moet hebben gehad. Jammer, want het is een boek dat overvloeit van verbeelding, van vondsten, personages, zeggingskracht, humor, knappe dialogen, typeringen, beschrijvingen en - vooral- van verhalen.

Een aanloop tot een volgende, volgroeide, volwaardige roman?
Regina Porter
V De Raeymaeker
fictie
-
_V De Raeymaeker -
Meer van V De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies