• |
Nafiss Nia
V De Raeymaeker
fictie

Waardering boekreview

11 april 2019 26 woorden voor schoonheid.
Als je op de achterflap van deze dichtbundel de korte biografie leest van Nafiss Nia, word je meteen naar je schoolverleden en de betovering van Oosterse legenden en verhalen gekatapulteerd.
Je leest daar dat zij geboren is in Isfahan. Dan kan het moeilijk anders dan dat je terugdenkt aan het alomtegenwoordige gedicht “De tuinman en de dood” van Pieter Nicolaas van Eyck (uit 1926, nvdr), waarin de betreffende tuinman de dood ontmoet en hals over kop wegvlucht naar het verre, veilige Isfahan. Daar is de dood erg verrast hem te ontmoeten, zo ver van waar hij die morgen nog was, terwijl hij hem diezelfde avond al moest meevoeren, in het verre Isfahan…

Inderdaad: “Ook ik stel mijn dood uit met verhalen vertellen”, zegt de schrijfster. “Verhalen” in de brede zin van het woord natuurlijk.
Nafiss Nia schrijft kleine schetsjes van mythen, sprookjes, ballades, maar ook gedichten met zeer gevarieerde, soms confronterende, harde thema’s.
Zoals: denken aan iemand; gemis of iemand helemaal niet missen; ogenblikken van geluk; het schrijven zélf; aanmaningen; observaties met een andere dimensie.
Ze schrijft tevens over de ontgoocheling van de vrijheid, een (kleine) vluchteling, en brengt gedichten die een verschrikkelijk deel van haar jeugd weergeven. “Goed dat je niet weet wat het is mensen levend te begraven, een geladen geweer op je gericht te zien, volwassen te moeten worden in een hel.” Viktor De Raeymaeker
Toch valt op dat de schrijfster zelfs pijnlijke gedichten ergens “sierlijk” inkleedt. “Ik kom uit een taal waar schoonheid zesentwintig synoniemen heeft” zegt ze - vandaar de titel van deze bundel. Ze noteert ook: “Pak je woorden mooi in”. Of: je moet “elk woord omhelzen dat kale, unieke nuances stellig trotseert”. Immers: “zelfs verraad versiert misschien nog…”.
Nafiss Nia kiest dus blijkbaar voor “charmant” taalgebruik, het scheppen van poëtische beelden, liever dan verschrikkelijke werkelijkheden bij de nek te pakken. Ze weet: “Een gekneusde rib maakt een leger werkwoorden werkloos.” Ze maakt daarbij opzettelijk onverwachte sprongetjes en blijft daar dan even verder op dansen.

Het resultaat zijn gedichten die je met veel genoegen leest, verrassend en “nieuw” van taal, knap, altijd elegant en met een laag Oosterse charme.
Toch bleef ik daarna ergens op mijn honger zitten. Wat bedekt Nafiss Nia, wat zit er onder deze (prachtig) poëtische kledij? Is het naakte, pijnlijke van haar verleden voorlopig nog taboe? Keert ze daarom misschien de volgorde van de seizoenen om, naar een lente in de verbeelding toe?

Misschien kom je als lezer tot eigen inzichten…
Nafiss Nia
V De Raeymaeker
fictie
-
_V De Raeymaeker -
Meer van V De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies