Miklós Radnóti
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 794 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

4 december 2021 Het schriftje uit Bor
“Het schriftje uit Bor” is een schriftje waarvoor de eigenaar bereid was zijn hemd in te ruilen. Hij was immers dichter en een dichter moet zijn gedichten ergens kunnen neerschrijven. Toch komen er in dit schriftje uiteindelijk maar tien gedichten terecht, afnemend in lengte tot er nog maar zeven lijntjes overschieten.
Schrijver was Miklós Radnóti, één van de belangrijkste en meest geliefde Hongaarse dichters. Maar hij was ook jood en als Duitsland in maart 1944 Hongarije bezet, is hij plots meer jood dan Hongaar en moet hij zich melden voor “Arbeitseinsatz”. Hij kan nog net zijn oeuvre in veiligheid brengen in de Hongaarse Nationale Bibliotheek waarna hij in een kamp terechtkomt en aan het werk gezet wordt bij het aanleggen van een spoorweg. Geen tijd om gedichten te schrijven, behalve ‘s nachts, in het donker, zonder te zien wat hij schrijft. “Zonder leestekens, zonder accenten”, heet het in een gedicht. Hij dicht natuurlijk wel gedurende de dag(en), maar dan in zijn hoofd, waar woorden tot zinnen groeien, waar gekerfd wordt, verscherpt, vorm gegeven aan wat dan in het donker neergepend wordt als het mentaal “af” is.
Eind augustus moeten ze weg uit het kamp, richting concentratiekampen in Duitsland, want de Russen komen er aan. Dwars door Hongarije per “dwangmars”, te voet. Deze geforceerde tocht van haveloze, uitgehongerde, magere, uitgeputte mensen, wordt later “Dodenmars” gedoopt. Miklós Radnóti schrijft – met een merkwaardig soort zwarte ironie -  een eerste “Razglednica” (ansichtkaart!) die het landschap rondom hun “reis” schildert. “Negen kilometer verder staan huizen en oppers in brand, en bange boeren roken, schurkend aan de grens van hun akkerland.” en “Wollige schapen drinken de wolken uit het water”.
De groep dunt uit door honger, uitputting en executie. In “postkaart 4” - tevens zijn laatste gedicht - beschrijft Miklós Radnóti de moord op een maat: “Zijn lijf rolde, strak al, een gespannen snaar. Nekschot. - Dus zo wordt jouw einde - fluisterde het in mij.”
Een tijd later zal hij (waarschijnlijk) hetzelfde lot ondergaan. Nog voor hij vermoord werd, verschenen er enkele van de gedichten die hij aan een medegevangene had toevertrouwd in een Hongaars dagblad. Begin november is dan waarschijnlijk de rest van het konvooi doodgeschoten en in een massagraf gegooid.
Anderhalf jaar later ontdekt men dit massagraf en worden de lichamen opgegraven, waaronder - moeilijk identificeerbaar - een lichaam met jas, met in een jaszak een pakketje met persoonlijke documenten: brieven, foto’s en een geruit schriftje met daarin de tien gedichten die zullen uitgegeven worden als ”Het schriftje uit Bor.” Plus nog een sterk fragment van een gedicht begonnen door Miklós Radnóti voor zijn vertrek en toegevoegd door zijn vrouw.
Het boekje van 64 pagina’s bevat verder foto’s van de dichter, van de bladzijden uit het boekje met de gedichten en een “struikelsteen” aangebracht bij het huis waar hij heeft gewoond.
Een kleinood, gedeeltelijk door het aandenken aan een bijzonder mens en dichter, zijn leven en persoonlijk verhaal, maar overwegend door de kracht die uit zijn gedichten straalt.
Een deel van dat “stralen” is zeker te danken aan de waarlijk opmerkelijke poëtische vertalingen/omtalingen  van Arjaan Van Nimwegen en Orsolya Réthelyi die tijdens Coronabeperkingen tussen Boedapest en Utrecht ergens boven Midden-Europa versmolten.
Voorafgegaan door een compact, degelijk voorwoord van medevertaalster Orsolya Réthelyi, onder andere hoofd van de vakgroep Nederlands aan ELTE universiteit in Boedapest en een eerder onbetekenend nawoord van Arnon Grunberg.

Victor De Raeymaeker
Miklós Radnóti
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies