• |
Ester Naomi Perquin (samenstelling)
V De Raeymaeker
fictie

Waardering boekreview

17 juni 2019 Wij zijn de menigte die moeder heet. Gedichten over moederschap.
Ester Naomi Perquin debuteerde in 2007 met een bundel (‘Servetten halfstok’) die eerder aarzelend werd ontvangen door de critici, zoals dat wel meer gebeurt met nieuwkomers, maar die aarzeling bleek meer te maken te hebben met het feit dat de nieuwe dichteres een “eerder traditionele poëzie” bedreef. Dat kon eigenlijk niet in het literaire landschap van toen, want poëzie hoorde aan te vallen, op te vallen, jacht te maken op effect, agressief te zijn, meteen op het podium komen te staan…
Ondertussen heeft men toch opgemerkt dat Ester Naomi Perquin de gave heeft om met gewone woorden een andere wereld op te roepen, ieder woord trefzeker een juiste plaats te geven. Dat haar gedichten de juiste structuur en “betekenis” moeten hebben, zonder dat gemakkelijk associatief klankenspel. Dat haar gedichten moeten “kloppen”, autonoom functioneren, en gebouwd zijn met enkel de “juiste” woorden die de juiste betekenis overdragen - gedichten die ontstaan uit haar eigen innerlijk en waar aan gewerkt wordt tot ze “af” zijn.
Er zijn van Perquin vijf bundels gepubliceerd, ze schrijft columns voor de Groene Amsterdammer, realiseert een wekelijks radioverhaal voor de VPRO. Ze is zelfs Dichter des Vaderlands geworden. Van de enkele poëziebundels die ze uitbracht, is ‘Wij zijn de menigte die moeder heet’ de laatste in het rijtje.  

Deze heeft het boekenweekthema meegekregen: “De moeder, de vrouw”. Een thema dat bijna onuitputtelijk is: goede, slechte, leuke moeders, het verlangen naar een kind, zwanger zijn, het groeien van een kind in je eigen lijf, bevallen,… Kan ik wel een kind verzorgen? Loslaten, zien opgroeien, vergeefs willen redden. Abortus, of de dementerende moeder die toch nog weet dat ze ooit een vierde kindje had. Ook thema’s als borstamputatie, tot (zelfs) een kinderlijkje in een kinderkistje komen aan bod.
Het moest een bundel worden vol dichters gekozen met het idee in het achterhoofd: "Geen bos vol heiligenbeeldjes en oude, wegterende moedertjes, maar dichters die hun moeder werkelijk zichtbaar maakten”, die "soepel langs al te voorspelbare zoetigheid glippen”, die "peilen naar het wezen van verhoudingen, betekenissen, gevoelens en met enkele woorden die diepere wereld iets doen verschuiven”.
Deze bundel is dan ook een bijzonder gave bundel geworden. Niet omdat die enkel zou bestaan uit gedichten van de “groten” - onder andere Vasalis, Gruwez, Tellegen, Ida Gerhardt, Hugo Claus, Herman de Coninck, Ellen Deckwitz, Charles Ducal, Anna Enquist, Eva Gerlach, Luuk Gruwez, Rutger Kopland, Patricia Lasoen, Toon Tellegen… -, maar omdat Ester Naomi Perquin ieder uithoekje van het Nederlandstalig poëziehuis tot in detail kent en daar de échte dichters en gedichten uit tevoorschijn peuterde.
Een boek met een 125-tal gedichten waarvan er uiterst weinig 'minder' klinken.
Wat natuurlijk te maken kan hebben met mijn persoonlijke instelling en keuze. Zo valt Annie M.G. Schmidts cabaretachtige ‘Als moeder jarig is’ nogal uit de toon en valt het op hoe kunstmatig en gewild ‘De moeder’ van Hugo Claus opgebouwd is. Terwijl het knotsgekke ‘Mijn verweesde moeder eet een grote bokaal krieken’ van Delphine Lecompte de juiste, verfrissende verrassing is op de juiste plaats.
Zelfs als het “moeder”-thema je niet bijzonder aantrekt, kan je dit boek (met mondjesmaat) lezen om te ervaren hoe dichters met “gewone” taal een andere dimensie binnenstappen, dan vreemd opkijken om wat daar is en (nog) niet bestaat en vervolgens proberen om die nieuwe werkelijkheid te grijpen.
Ester Naomi Perquin (samenstelling)
V De Raeymaeker
fictie
-
_V De Raeymaeker -
Meer van V De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies