• |
Edward Carey
V De Raeymaeker
fictie

Waardering boekreview

18 maart 2020 Petite
In 1761 wordt een eerder lelijk, klein meisje geboren in een Zwitsers dorpje. Ze heeft de grote Romeinse neus van haar moeder en de nog grotere, omhoog buigende kin van haar vader. Ze heet Anne Marie Grosholtz maar zal daarna gewoon “Marie” genoemd worden.
Vader sterft enkele maanden na haar geboorte en moeder gaat werken als huishoudster (en met dochtertje Marie inwonen) bij de zeer vreemde dokter Curtius. Vreemd, omdat hij zich uiterst wereldvreemd en eigenaardig gedraagt en ook omdat hij het bijberoep uitoefent van een kunstenaar die zeer realistische modellen maakt in bijenwas van menselijke organen en lichaamsdelen voor anatomische lessen. De kleine Marie (“the crumb of a servant girl”) moet de dokter daarbij helpen, omdat haar moeder zichzelf opgehangen heeft… Zo leert ze al zeer jong de basisprincipes van het boetseren met bijenwas.
Vervolgens ontmoet ze een dominante weduwe en haar bleke, stille zoon. In Parijs verbouwen ze samen een verlaten “Apenhuis” tot een groot museum waar ze de (wassen) hoofden tonen van bekende personages van die tijd: filosofen, adel, politieke figuren. En ook de doodsmaskers van bekende personen en daarna beruchte moordenaars, misdadigers en slachtoffers van de guillotine (dat zal later de fameuze “Chamber of Horrors” worden). Deze weduwe leert de jonge Marie “kijken”, waardoor ze ontdekt dat ze talent heeft en zélf ook gelijkende hoofden en gezichten kan maken. Nadat ze een geslaagde “Voltaire “en ”Rousseau” maakte op de prille leeftijd van 16, is haar toekomst uitgestippeld: ze zal beeldend kunstenaar worden..
Haar reputatie en succes fluctueren nogal, gezien ze afhankelijk zijn van het eb en vloed van de gebeurtenissen van een woelige eeuw… Zo wordt ze kunstlerares van Elisabeth (14 jaar oud) de zuster van koning Lodewijk XVI, maar komt ook terecht in de gevangenis waar ze in dezelfde cel zit als de toekomstige Josephine Bonaparte. Ze trouwt, heeft twee kinderen bij een totale nietsnut van een man wiens grootste talent geldverspilling en het ophopen van schulden blijkt te zijn. Zijn enige verdienste is de naam die hij haar gaf: hij heette namelijk “François Tussaud” de naam waaronder zij en haar wassenbeeldenmuseum in Bakerstreet wereldbekendheid zouden verwerven.
De periode in haar leven die dan volgt, zou prachtige verhaalstof kunnen bieden, maar de schrijver Edward Carey maakt daar eigenaardig genoeg geen gebruik van. Marie laat man en wassenbeeldmuseum achter in Parijs en trekt met haar zoon Joseph naar Engeland waar ze meer dan 33 jaar rondtrekt met de wassen beelden van de nieuwe sterren van het ogenblik die het publiek wil zien en “ontmoeten”.
Het is in deze periode dat de formule voor het eigenlijke “Madame Tussauds Waxwork Museum” ontstaat: to “mingle with the mighty” van de dag zoals Jean-Paul Marat, Lodewijk XVI, Marie Antoinette, Robespierre, de moordenaars Burke en Hare, Charles Manson, Napoleon, … Figuren die opgeborgen of vernietigd worden op het ogenblik dat hun nieuwswaardigheid voorbij is om vervangen te worden door verse personages die dan in de actualiteit staan

Ze wordt 88.
Het vreemde, lelijke kleine eendje Marie heeft een dusdanig ongewoon en veelbewogen leven geleid dat enkel het relaas ervan volstaat om een interessante roman te worden in de handen van een schrijver zoals Carey, die als student toevallig enkele maanden bij “Madame Tussauds” werkte.
Carey moest er de beelden beschermen tegen soms al te handtastelijke bezoekers en ontwikkelde tijdens de stille uren een warme affiniteit met de beelden. Dat waar gebeurde verhaal en die fantasierijke verhouding met de beelden, zijn de twee elementen die het boek “maken”. Viktor De Raeymaeker
Terwijl hij in de VS een bekende schrijver werd en in Texas ging wonen zat dat verhaal 15 jaar lang in hem te rijpen. Dit zou de eerste roman van Carey worden gebaseerd op feiten en hij wilde dus trouw alles te weten komen in verband met “Madama Tussaud”. Hij ging op zoek naar alles wat maar te vinden was. Maar het gebruik van deze feiten botste duidelijk met de rijke verbeelding waaruit Careys romans altijd al ontstonden. Hij had zóveel achtergrondkennis opgedaan dat hij niet kon nalaten sommige details toch te gebruiken, al passen ze niet echt en onderbreken ze eigenlijk de natuurlijke stroom van het verhaal.
Komt daar nog bij dat een groot deel van het verhaal verteld wordt door het eerder primitieve, jonge meisje dat Marie was en die zich uitdrukt in korte zinnen en met beperkte woordenschat waarbij de verbanden met het vorige of volgende niet altijd duidelijk zijn of waarbij zij klaarblijkelijk verloren loopt in onsamenhangend denken. Want Marie is immers een in zichzelf gekeerd, onbehouwen, vreemd kind met een even bizarre verbeelding waarmee ze altijd weer eenzame mensen tot machinaal agerende robots maakt en voorwerpen laat leven, denken en voelen. Het gebruik van antropomorfismen (een tapijt “wil niet dat hij erop trapt”, een marmeren schouw “straalt vijandigheid uit”, en een kaars “weigert hem te verlichten”) tekent goed de vreemd-onwerkelijke manier waarmee zij de wereld ziet. Maar in dit boek wordt het, helaas, een gewild en storend procedé.
Om zijn personages te leren kennen, tekent Carey ze ook altijd eerst. Die tekeningen maken deel uit van het boek. Deze hebben het bijkomend (en gewild?) effect dat ze ertoe bijdragen het boek dat “oude” karakter te geven van romans uit een vorige eeuw - de eeuw van Dickens, Defoe en Grimm. Dit geldt niet enkel voor het uitzicht trouwens, maar ook voor de manier waarop de schrijver zich het recht toekent om als een scheppende god volkomen te heersen over het lot van zijn personages en ieder detail in hun leven.
Dit is geen boek dat je weglegt om het later nog een tweede keer te lezen, maar eentje waarvan atmosfeer en personages toch verder blijven leven in je leesherinnering.
Edward Carey
V De Raeymaeker
fictie
-
_V De Raeymaeker -
Meer van V De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies