• |
Floris van den Berg
Johan Braeckman
Non-fictie

Waardering boekreview

20 augustus 2018 De olijke atheïst. Filosoferen over de waan van religie.
De Britse filosoof Bertrand Russell schreef ooit in een van zijn talrijke boeken dat religie “een restant is van de kindertijd van onze intelligentie”. Religie, aldus Russell, zal vanzelf verdwijnen naarmate de mensheid meer beroep doet op de rede en de wetenschappen.
Ik vermoed dat velen momenteel denken dat Russell de bal ernstig missloeg. Religie lijkt eerder bezig aan een soort comeback, en dat is niet bepaald overwegend positief. Ondanks verwoede pogingen van zowel gelovigen als van ongelovige aanhangers van het cultuurrelativisme om religie te distantiëren van de lange lijst van terroristische aanslagen van de voorbije decennia, kunnen we er moeilijk om heen: het lijdt geen twijfel dat religie een cruciale factor is om de golf van aanslagen te begrijpen. Religie is bovendien onmiskenbaar nefast voor emancipatie en ontvoogding, voor tolerantie, voor het rationele denken en voor mensenrechten, in het bijzonder vrouwenrechten. Er zijn democratieën waar religie prominent aanwezig is, zoals de Verenigde Staten, maar in de meeste landen waarin religie een prominente rol speelt, is het pover gesteld met de mensenrechten en is er weinig tot geen respect voor de scheiding der machten.
Of er een echte religieuze comeback bestaat op sociologisch niveau, is evenwel niet zo duidelijk. Enerzijds is het een feit dat er, verhoudingsgewijs, nog nooit zo veel ongelovigen waren in meerdere Europese landen, en misschien ook elders. (In vele delen van de wereld durven ongelovigen niet uit de kast komen.) Anderzijds lijken religieus getinte discussies vaak de media te beheersen, van hoofddoekdebatten tot de weigering van rabbijnen en imams om aan vrouwen een hand te geven; van discussies over gescheiden zwemmen en boerkini’s tot vervolging van afvalligen. Volgens sommigen moeten we dit alles interpreteren als religieuze stuiptrekkingen. Het redelijke, seculiere, humanistische denken wint steeds meer veld, wat van de weeromstuit leidt tot scherpere religieuze profilering. Maar uiteindelijk is het een kwestie van tijd, en krijgt Bertrand Russell alsnog gelijk.
Zou het? Het is op dit moment niet zo makkelijk om dit redelijk in te schatten. Hoe dan ook, na de aanslagen van 11 september 2001 zijn meerdere auteurs wakker geschoten. Waar ze tot dan toe religie op zijn best onschuldige onzin vonden, maakten de aanslagen duidelijk dat het geloof in god & goden bijzonder kwalijke effecten kan uitoefenen. Dat moet eindelijk maar eens gedaan zijn, betogen Angelsaksische religiecritici zoals Richard Dawkins, Christopher Hitchens, Sam Harris, Victor Stenger en Daniel Dennett. In het Franse taalgebied staat onder meer de filosoof Michel Onfray bekend als religiescepticus, en in het Nederlands zijn er boeken van filosofen en schrijvers zoals Herman Philipse, Paul Cliteur, Etienne Vermeersch en Maarten ’t Hart die het geloof in religieuze denkbeelden ondermijnen. Al deze auteurs delen de mening dat er geen enkel zinnig bewijs bestaat voor het bestaan van een god of goden en dat de mensheid beter af zou zijn zonder geloof te hechten aan het merendeel van religieuze denkbeelden. Na pakweg tienduizend jaar beschaving en de meerdere tienduizenden religies die de mensheid heeft bedacht, is de tijd eindelijk aangebroken om een beroep te doen op de rede, de wetenschappen, de humanistische ethiek, de democratische principes en de mensenrechten om ons persoonlijk leven en de samenleving vorm te geven. Er zijn ook boeken van ongelovigen die positief staan tegenover religie, bijvoorbeeld ‘Religie voor atheïsten’ van de Britse filosoof Alain de Botton. Hij betoogt dat de bovennatuurlijke opvattingen die men in religie aantreft kant noch wal raken, maar dat we het kind niet met het badwater mogen weggooien. Zo bijvoorbeeld zou religie ons meer gemeenschapszin en esthetische fijngevoeligheid kunnen bezorgen, en biedt ze een tegengewicht aan het doorgeslagen kapitalisme en liberalisme. Er zijn wellicht behoorlijk veel mensen die een dergelijke softe houding tegenover religie aannemen. Zelf verwerpen ze de kernopvattingen ervan, maar ze menen dat religie “goed is voor de mensen”. Daniel Dennett verwoordde het als “geloven in geloof”.
Wie allerminst gelooft in het nut van geloof, is de Nederlandse filosoof Floris van den Berg (°1973). Net zoals in meerdere van zijn eerdere boeken, die een lans breken voor veganisme, feminisme en ecohumanisme, hanteert Van den Berg in zijn nieuwste boek – ‘De olijke atheïst. Filosoferen over de waan van religie’– een “take no prisoners” benadering. Religie is volslagen nonsens, betoogt Van den Berg, en er is niks positiefs aan. Religie ketent onze geest en ons gedrag, de mensheid moet zichzelf er dringend van bevrijden. Van den Berg wijst er bij aanvang van zijn boek op dat hij niet wil aantonen hoe irrationeel religie is. Dat is reeds afdoende aangetoond door vele andere auteurs. Veeleer, omdat die andere boeken niet genoeg effect lijken uit te oefenen, is zijn boek bedoeld als “shocktherapie”. Van den Berg wil gelovigen mentaal door elkaar schudden, hen willens nillens met hun neus op de feiten en de logica drukken: religieuze denkbeelden zijn kinderlijk, vals en onredelijk en bovendien nefast voor een gezonde psychologische ontwikkeling en ze ondermijnen het ethisch hoogstaande en vredevolle samenleven. Religie maakt slachtoffers, ondermijnt het kritische denken en staat humanistische idealen en respect voor mensenrechten in de weg. Hoog tijd dat iedereen atheïst en humanist wordt. Van den Berg wijst er terecht op dat ook gelovigen atheïst zijn: een christen bijvoorbeeld, gelooft immers niet in de islamitische god, noch in Wodan, Thor of Shiva, en evenmin in de tien- tot honderdduizenden andere goden die ooit door mensen zijn bedacht. Een moslim gelooft niet in de christelijke god, en net zoals de atheïst en christen ook niet in Wodan, Thor, Shiva enzovoort. Een volbloed atheïst is iemand die ook het bestaan van die ene, overblijvende god verwerpt. Een volbloed atheïst gaat all the way, en er is geen enkel zinnig argument om dat niet te doen.
Floris van den Berg maakt korte metten met de belangrijkste argumenten die gelovigen naar voren brengen om hun godsgeloof te onderbouwen. Hij vat helder en compact de argumenten contragodsbewijzen samen die in de boeken van Richard Dawkins & co. meer uitvoerig worden uitgelegd. In dit deel en ook op andere plaatsen in het boek windt hij zich op over de intellectuele luiheid van gelovigen. De grote meerderheid ervan staat nooit stil bij de argumenten die ze hebben voor hun geloof in god, het hiernamaals, mirakels enzovoort. Over het algemeen werden ze in hun kindertijd geïndoctrineerd met religieuze denkbeelden, waarna ze later nooit meer ten gronde zijn bevraagd. Als er al gelovigen zijn die om een of andere reden twijfels ervaren, zijn er, aldus Van den Berg, twee opties: “Of ze laten zich in het riet sturen met een rationalisatie of ze worden atheïst. Het is druk in het riet.” (pag. 31) In dit deel van het boek, “Debatteren over religie”, bespreekt Van den Berg diverse kwesties die dagelijks aan de orde zijn in de media of in elk geval de gemoederen geregeld beroeren, zoals de relatie tussen wetenschap en religie, de beknotting van de vrije meningsuiting ten gevolge van religie, de manier waarop atheïsten aan zingeving kunnen doen, en de talrijke problemen die de islam veroorzaakt.
De andere delen van het boek zijn veel korter en minder uitgewerkt. Toch zit er ook veel wijsheid in en stof tot nadenken. In “Filosoferen over geboden” wikt Floris van den Berg meerdere religieus-morele regels en stelt hij humanistische alternatieven voor. Tot slot krijgen we nog enkele tips om te debatteren met gelovigen (Van den Berg is zelf een ervaren en gepassioneerd debater) en een lijstje atheïstische, vaak pittige aforismen. Het zou nuttig zijn om over elk aforisme uitvoerig te discussiëren, bijvoorbeeld in het klaslokaal. Enkele voorbeelden: “Religies zijn paranormale complottheorieën”; “Liever een gelovige veganist, dan een carnistische atheïst” en “Gelovigen die elkaars religie bekritiseren zijn als strijdende astrologiescholen”.
Concluderend: het nieuwe boek van Floris van den Berg is een aanrader. Het is goed en helder geschreven, bevat vele rake inzichten en ondergraaft het merendeel van de argumenten die in omloop zijn om geloofsovertuigingen te onderbouwen. Wie reeds ongelovig is, zal ongetwijfeld nog iets opsteken. We hebben allemaal vage of niet uitgewerkte argumenten en opvattingen omtrent atheïsme en religie. Van den Berg scherpt ons denken aan en verheldert onze inzichten. Maar dit boek is niet geschreven om aan atheïsten uit te leggen waarom ze gelijk hebben, maar om aan gelovigen duidelijk te maken dat ze waanbeelden aanhangen. Zal Floris van den Berg zijn doelpubliek bereiken? En zo ja, kan hij gelovigen doen twijfelen? Het is uiteraard lastig om dat in te schatten, maar wie als gelovige ‘De olijke atheïst’ leest met een open geest en zich rationeel wil opstellen, zal in elk geval ernstig intellectueel worden uitgedaagd. De soms provocerende stijl moet men erbij nemen. Hier en daar tackelt Van den Berg met de voeten vooruit. Hij schrijft bijvoorbeeld dat veel gelovigen denken dat god niets met rationaliteit te maken heeft, maar eerder “een gevoel” is, en maakt daarbij de volgende bedenking: “Met deze optie heb je je verstand overboord geworpen. En als je je verstand overboord hebt gegooid, ben je een idioot. Veel gelovigen zijn daar nog trots op ook.” Het kan dat sommige lezers bij dit soort uitspraken afhaken, maar dat zou jammer zijn. Floris van den Berg heeft een scherp verstand, een goeie pen en een bewonderenswaardig moreel engagement. Zijn boek verdient een groot lezerspubliek.
Floris van den Berg
Johan Braeckman
Non-fictie
En lid van de humanistische denktank Kwintessens
_Johan Braeckman Hoogleraar wijsbegeerte UGent
Meer van Johan Braeckman

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies