• |
Ton de Kok
V De Raeymaeker
Non-fictie

Waardering boekreview

22 november 2018 God voor niet-gelovigen. De God van Spinoza.
Ton de Kok heeft wat met god en gaat er nu al in een derde boek naar op zoek. Eerst bij filosofen en schrijvers, dan bij wetenschappers en kunstenaars. Nu gaat hij zijn licht opsteken bij Spinoza, die merkwaardige en buiten zijn tijd staande filosoof waarrond er nog altijd de controverse heerst of hij nu al of niet echt in “God” geloofde en welk soort God dat desgevallend zou geweest zijn.
Wat we na het lezen van het boek ongetwijfeld zullen weten en wat je best ontdekt, niet door het lezen van Spinoza’s toch wel moeilijke ‘Ethica’, maar door bij de hand geleid te worden door de schrijver...
Spinoza’s god is een soort “God Natuur”, samengesteld uit substantie, attribuut en modus.

Net zoals zijn voorgangers (en de meeste aardbewoners) moet Spinoza op een bepaald ogenblik overweldigd geweest zijn door dat gevoel van de schijnbaar oneindige ruimte van het universum en ook gedacht hebben: “Wat heeft alles veroorzaakt?” Maar hij redeneert: iets kan niet voortkomen uit niets, dus moet er een eeuwige oersubstantie zijn waarboven niets te denken valt. En vermits die eeuwig is, heeft het geen zin naar het waardoor of het waarom ervan te vragen. Spinoza noemt dat “God Natuur”, waarbij we moeten veronderstellen dat zelfs hij het nodig vond het woord “God” te handhaven – in plaats van gewoon “Natuur” - omdat de ontkenning van een persoonlijke god toen levensgevaarlijk was (risico op de brandstapel, gevierendeeld worden,…).
De twee attributen door de natuurwetten gegenereerd zijn materie (uitgebreidheid) en geest (denken - zelfbewustzijn). De modus of bestaanswijze zijn de tijdelijke verschijningsvormen vanuit de eeuwig aanwezige atomen en moleculen.

“Geloven“ werd voor Spinoza dus “weten“ want alles is waarneembaar. God Natuur “schept” dus ook niet, maar genereert uit die eeuwig aanwezige materie. Die creatieve kracht zit in de natuur.
Spinoza hoefde dus het bestaan van God niet te bewijzen; als je naar de natuur en het universum kijkt, zie je een volmaakt en absoluut wezen dat hij de naam “God“ geeft.
De spelregels van het leven (goed en kwaad, zonde...) worden dus ook bepaald en gedreven door en binnen de ruimte die de natuurwetten toestaan. De bron van ethisch handelen is bijgevolg niet bovennatuurlijk, maar natuurlijk. De vrije wil bestaat dan ook niet. Het streven om zichzelf te handhaven is de eerste en enige grondslag voor de deugd, al heeft God Natuur ons wel voorzien van rede die ons influistert dat je weloverwogen je eigenbelang moet nastreven.
Iedere rationele handeling die weloverwogen van onszelf uitgaat, ziet Spinoza als een vorm van religie. Berouw, vergeving, medelijden, emotionele reacties, eerlijkheid, oneerlijkheid, zijn vanuit de ratio niet begrijpelijk. De rede moeten we oefenen en versterken.
Het pad naar echte religiositeit ligt niet in blind geloof, vrees voor het leven na de dood (zoals Sartre die “om“ is gegaan om toch nog maar in de hemel te komen) maar verloopt via het streven naar redelijke kennis. Kennis verwerven is op weg zijn naar de waarheid.
Spinoza is erg in trek bij atheïsten, waarschijnlijk meer door het radicale verloop van zijn leven dan door de directe kennis van zijn werk. Begrijpelijk, want zijn filosofie blijft toch nog een hele kanjer om je doorheen te worstelen. Iets waar het om-woorden en om-duiden door Ton de Kok, die gestaag en klaar blijft doorstomen op de weg van Spinoza’s denken - zonder aarzelen of duistere omwegen - zeker kan aan verhelpen…
Ton de Kok
V De Raeymaeker
Non-fictie
-
_V De Raeymaeker -
Meer van V De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies