C.C.S. Crone
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 694 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

24 februari 2022 De schuiftrompet. Verzameld proza.
Zoals gewoonlijk, als ik een boek ga lezen, kijk ik even wat voor vlees ik in de kuip lijk te hebben. Geen bijzonder aantrekkelijk boek dat ik in mijn hand hou. Een eerder grijze boekomslag die doet vermoeden dat het hier om één of andere duistere, deprimerend sociale roman gaat geschreven door één of andere Engelse schrijver by the name of “Crone”. Gelukkig zegt de ondertitel: “Verzameld proza” wat toch al uitsluit dat het een 200 bladzijden dikke lijdensweg zal worden. Ik sla het boek open en spring vlug naar de eerste novelle. “Gymnasium en liefde” heet het.
Ik zie een stukje dat over tante Wilma gaat die gisteren trouwde. “Later op de avond werden  de gasten luidruchtiger. Tante Geertje had oom Oscars vals gebit uit zijn zak gehaald. Dat werd strikt vertrouwelijk doorgegeven.”
Daar ga ik toch even van rechtop zitten. Ik kijk opnieuw en focus: “Vrees niet” zegt de engel en dat doen ze dan niet.
Ik blader haastig verder en lees: “De meisjes kregen blote armen.”
Nu ben ik niet meer te houden.
“Daarna trouwde hij met een weduwe die niets dan 7 kinderen bezat.”
“Haar ambtenaar stond onder aan een boom: de bloesems snuffelden rondom zijn hoed.
Dit is een schatkamer!
Ik ga uit op inlichtingen.
Mister “Crone” is een Nederlander… Een Utrechtenaar geboren tweede kerstdag 1914.
Hij is een schrijver waarvan het ganse oeuvre uit niet meer dan 150 pagina’s bestaat. Deze druk (2022) is  toch de achtste druk sinds de eerste in 1947.
Het boek bestaat uit 3 novellen en 10 korte verhalen. Sommige daarvan zijn heel kort, inderdaad: Twee bladzijden, vier bladzijden.
In 1935, Crone is dan nog maar 20, verschijnt zijn eerste novelle: “Gymnasium en Liefde”, zestig bladzijden dik… Het zijn memoires. Enfin, herinneringen aan het middelbare schoolleven, bestaande uit korte scènes, geschreven in korte zinnetjes, scherp geobserveerd, bekeken door een aparte bril.

“De bonbons werden rondgedeeld. Niemand durfde de laatste bonbon te nemen. Het zakje met de laatste bonbon ging voor de tweede maal voorbij. Cato vroeg wat ze allemaal mankeerden, en liet de bonbon in haar grote mond verdwijnen. 

Enkele alinea’s verder vindt er een begrafenis plaats. “De dochter uit Heerlen en Ina strooien witte seringen op de neergelaten kist. Een zwarte handschoen dwarrelt mee maar niemand die het merkt.”

“Over het zwart gedoe op de begraafplaats schijnt de zon en met de bomen zal ze licht en schaduw maken op zijn doodkist.”    

“De trams reden voetje voor wieltje omdat ze hun rails niet zagen, want het werd al donker voor oudejaarsavond.”

Dit boek lezen wordt een feest!!
Opmerkelijk, is wel zijn manier om tot een verhaal te komen. Hij verzamelde allerlei invallen, gespreksflarden en observaties die hij op smalle strookjes papier noteerde, die hij dan volgens bepaalde onderwerpen groepeerde en die in een kasboek plakte. Daaruit ontstond dan een verhaal of daar kon hij gaan zoeken naar elementen die hij in het verhaal kon gebruiken dat hij zich bedacht had. Vandaar waarschijnlijk ook de reden waarom hij korte zinnetjes schrijft, nergens iets te veel, maar herleid tot net wat nodig is. Geen lange beschrijvingen, geen conversaties, geen ontboezemingen maar sec en to de point, met een maximum effect.

Hij schrijft cursiefjes “avant la lettre” en het is begrijpelijk dat men in verband met zijn schrijfwijze naar Nescio verwijst.
Ieder verhaaltje of iedere novelle, gaat over een kleine, er niet toe doende, onbeduidende persoon die gebukt gaat onder het bestaan, met onvervulde verlangens, onbestemde gevoelens, hopeloze strijd en ergens de nabijheid van de dood.  Dat “bestaan” speelt zich wel af in de jaren ’30-’40 van de vorige eeuw, maar dat doet er eigenlijk niet toe. Behalve door de enkele verwijzingen naar voorwerpen of dingen van “toen” zouden ze zich even goed nu kunnen afspelen in één van die accentloze wijken van Parijs, Amsterdam of Brussel. Enkel humor verschaft het hoofdpersonage wat kleur. Zoals altijd is humor eigenlijk verdriet op zijn kop gezet en Crone is een meester in het millimeter-juist doseren van humor.

Een boek waarin je misschien geneigd zou zijn te blijven lezen. Wat je beter niet doet. Teveel in één keer bederft het plezier. En je zal zo blij zijn er later nog een portie van op reserve te hebben.

Victor De Raeymaeker
C.C.S. Crone
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies