Jeroen Hoogerwerf
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 256 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

20 juli 2022 Slaven zijn net kippen
“Omdat we allemaal mensen zijn en iedereen van zichzelf is,” zegt het laatste lijntje op de achterflap. Dat is een mooi idee, vooral als dat staat op de achterflap van een jeugdboek. Zo kunnen kinderen met dat idee vertrouwd geraken. Al van jongsaf aan, wanneer ze graag naar verhalen luisteren en met open ogen en open gemoed beelden, illustraties, tekeningen bekijken.
Slaven zijn net kippen vertelt verhalen over die “allemaal mensen” maar soms zijn die niet van zichzelf, maar van iemand anders. Tenminste, dat was ooit zo, in een tijd toen mensen met een donkere huidskleur verkocht werden, net zoals kippen. Ze werden dan “slaven” genoemd. Daar gaat het hem in dit boek over.
In die tijd waren er grote maatschappijen die met schepen die van Nederland naar de Cariben voeren en daar dingen kochten die ze in Nederland dan weer verkochten voor meer geld en zo winst maakten. In de Cariben had men mensen nodig om te werken op de velden, de plantages, bij rijke mensen thuis of in de zoutpan. Net zoals andere spullen, werden ook mensen gekocht, met een schip vervoerd en weer verkocht op de markt, tijdens een veiling.
Dat zijn de dingen die de kinderen zullen te weten komen als ze dit boek lezen of er voor hen uit voorgelezen wordt,  doorheen mooie verhalen. Het scheppingsverhaal, bijvoorbeeld, zoals dat eeuwen lang voortverteld werd in Ghana, waarin Pumzi en Lyaloda kinderen bakken in verschillende kleuren die ze in klei gemaakt hadden.
Er is natuurlijk ook een “jongens kunnen beter dan meisjes”-verhaal, eentje dat vertelt waarom je een spinnenweb niet stuk maakt en een dat vertelt over de Spanjaarden die met hun “grote canoe” landen op Curaçao, een eiland dat ze “Reuze Eiland” gaan noemen omdat de mensen die er wonen groter waren dan zijzelf.
Het enige nuttige product op eilanden zonder goud en zonder andere natuurlijke rijkdommen, die voor de handelaars “Nutteloze Eilanden” zijn en die ze ook zo noemen, zijn de mensen die er wonen. Die gaan ze dan maar massaal uitvoeren en verkopen, want ze moeten toch winst maken.
Er is ook nog een griezelverhaal over nachtgeesten, sluipwespen, vuurmieren en “makka’s” van voor de kolonisatie, dat in Suriname nog altijd doorverteld wordt. In Afrika gebeurde het dat krijgers van de ene stam de kinderen en volwassenen van een andere stam meenamen en verkochten. Dat wordt verteld door Kofi die samen met Donkor gestolen worden, vastgeketend en een zeer lange en gevaarlijke reis maken. Ze worden twee keer gebrandmerkt, lijden honger en dorst, worden ziek, huilen soms, maar komen uiteindelijk toch aan in Curaçao. Daar worden ze verkocht en van elkaar gescheiden.
Dan is er dat verhaal over hoe het is als kind te werken in een zoutpan, om in het zoute water te moeten staan, bedreigd worden met zweepslagen als je van vermoeidheid niet meer kan en die ook krijgen, blind worden door de schittering van de zoutkristallen en te wonen in kleine hutjes die erg primitief zijn maar niet veel kosten, zodat het 214 jaar zal duren voor er stenen huisjes komen.
De verhalen zijn niet allemaal of helemaal niet verzonnen. Het verhaal van zo een echte gebeurtenis is dat van de opstand op het slavenschip dat “Neptunus” heet en dat gaat over één van de ongeveer driehonderd opstanden die waarschijnlijk op slavenschepen plaats vonden. Dat is ook zo voor het verhaal van Kodjo en de groep slaven die weerstand bieden, brand stichten en stelen. Ze worden verraden, gevangen genomen en berecht. Kodjo met nog twee anderen wordt levend verbrand, anderen  worden opgehangen. Dit wordt nog steeds ieder jaar herdacht bij de Heiligenweg in Paramaribo, waar de tot slaafgemaakte jongens, het “gespuis” in de ogen van de witte gouverneur toen, nu gerekend wordt tot helden en de verzetsstrijders van het land.
“De weduwe moet dood” is een quasi grappig verhaal over hoe het vermoorden van de weduwe die hun verkoop en verlossing in de weg staat, niet van een leien dakje loopt. Juana wordt verkocht als jong meisje, gescheiden van haar moeder, wat eigenlijk niet mag. Hoe lukt ze er in haar moeder terug te vinden?
In 1863 gebeurt het dan toch. De slavernij wordt afgeschaft door Nederland. Eindelijk vrij! 
Jeroen Hoogerwerf is knap in het vertellen van de verhalen. In vergelijking daarmee komen de gedichtjes komen er eerder lauwtjes uit.
De tekeningen zijn knap. Vanessa Paulina tekent gelukkig in een stijl die nog zoekend lijkt, nog onaf en die daardoor de verbeelding en dus kinderen aanspreekt. Ze hebben dat zonnige dat prachtig past bij de teksten, ook wanneer die over een harde werkelijkheid vertellen.

Een goed en waardevol kinderboek dat hopelijk veel zal gelezen worden.

Victor De Raeymaeker
Toch nog even deze nagedachte. Slavernij is inderdaad een deel van onze geschiedenis. Maar we zijn wel bezig met te uitdrukkelijk mea culpa te slaan. Wanneer men in Nederland in de 17e eeuw begonnen is met de slavendienst weer in te voeren onder invloed van het winstbejag van de Nederlandse handelsmaatschappijen, was dat niet iets dat men hier, bij ons, uitgevonden had.
Slaven zijn er in de geschiedenis altijd al geweest. Zeker van bij het ontstaan van de steden en de structuur van een klassenmaatschappij. Slaven waren “gewoon” in de oudheid, in Mesopotamië, Egypte, Griekenland, bij de Romeinen. De periode van slavernij voor en door het Westen, duurde een 200 jaar. Daarna is het net het Westen dat er komaf mee maakt onder invloed van de Verlichting en de “Déclaration des droits.”
Daar gaat het inderdaad in dit verhalenboek niet over. Ook niet over die andere “slavernij” die we wel nog kennen, die van de discriminatie veroorzaakt door een verschil in huidskleur en door tewerkstellen van oudere en jongere mensen aan discriminerende, lage lonen. Maar misschien zijn dat onderwerpen voor volgende boeken.
Jeroen Hoogerwerf
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies