Peter Joosten
Arno Keppens
Non-fictie
  • 133 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

10 november 2021 Supermens: Ben jij klaar voor een upgrade?
Het menselijke verlangen naar zelfverbetering is van alle tijden. En dan gaat het niet alleen over het genezen van zieken. Supermensen met dierlijke lichamen en dito krachten of zelfs halfgoden verschijnen in zowat alle verhalen, van het Gilgamesj-epos tot de huidige kaskrakers starring bat of spiderman.
Het is dan ook geen verrassing dat de opkomst van machines en technologie er heeft voor gezorgd dat de mens zich ook hun ‘bovennatuurlijke’ kunnen eigen wil maken; denk aan een RoboCop als typevoorbeeld. Net zoals je bij een computer kan ingrijpen op de hardware en software om het apparaat sneller te maken, het geheugen uit te breiden en functies toe te voegen, willen mensen dat ook kunnen bij zichzelf. Dit hacken van onze biologische wetware, dat is de biohacking waar dit boek over gaat.
De Nederlandse auteur Peter Joosten (1984) is wetenschapsjournalist en experimenteel biohacker. Zijn probeersels gaan van eerder soft, zoals speciaal diëten of lichaamsmonitoring met een slimme ring, over het gewaagde gebruik van breinpillen en psychedelica, tot state-of-the-art, door het inplanten van een onderhuidse chip. Het is meteen duidelijk dat de term ‘biohacking’ vele ladingen dekt, wat ook voor verwarring kan zorgen. Joosten maakt daarom een onderscheid tussen drie verschillende strekkingen, die elkaar trouwens niet noodzakelijk als zodanig erkennen.
De eerste strekking stelt dat biohacking begint bij het bewust kiezen voor een bepaalde gezondheids- of prestatiebevorderende levensstijl. In dat geval mag iedereen die vasthoudt aan een dagelijkse koffie, appel of vitaminesupplement zich al een biohacker noemen. Cryotherapie (zoals ijsbaden) en drugs vallen ook onder deze categorie, maar zeggen voor anderen dus nog niet waar biohacking echt over gaat. De twee hardere strekkingen omvatten biotechnologie enerzijds, het rechtstreeks ingrijpen op DNA met bijvoorbeeld CRISPR (designer-baby’s), en lichaamsvreemde elektrotechnologie anderzijds. Het is vooral deze laatste strekking die de meeste aandacht krijgt, ook in dit boek, omdat ze streeft naar zogeheten cyborgs of machinemensen en transhumanisme op basis van kunstmatige intelligentie (KI).
In drie boekdelen bespreekt Joosten welke methoden we nu hebben (1) en in de toekomst zullen hebben (2) om ons als mens te veranderen, aan te passen en te upgraden, en wat de (ethische) gevolgen daarvan zullen zijn (3). In het eerste deel komen nog de drie biohacking-strekkingen en dus ook de experimenten door de auteur aan bod. Het gaat dan over de reeds bestaande zelfmonitoring, farmaca, robotskeletten of -protheses en ingebouwde chips. Iemand kreeg een retina-chip ingeplant en kan opnieuw zien in beelden van 60 pixels. Een muzikant die zijn hand verloor is nu de snelste drummer ter wereld omdat zijn bionische hand, aangestuurd met de hersenen door middel van een zogeheten brain-computer interface (BCI), sneller kan bewegen dan menselijk mogelijk is.
Joosten geeft verschillende voorbeelden van biohacks die in eerste instantie bedoeld zijn om mensen te helpen na een ongeval of ziekte, maar wijst meteen ook op het gevaar van normering. Plastische chirurgie ontstond na de eerste wereldoorlog voor het herstellen van oorlogswonden, maar gaat intussen voor het overgrote deel over mensverbetering, typisch het tegengaan van verouderingstekenen. De chemische hulpmiddelen schoppen het ook al behoorlijk ver: Het gebruik van LSD-microdoseringen voor het boosten van de dagelijkse jobprestatie in Silicon Valley doet verdacht veel denken aan het Soma-gebruik in Brave New World. Dus wat als je nog de enige bent uit jouw studiejaar die geen ‘smart drugs’ neemt? Wat als mensen bij het zien van de snelste drummer willen kiezen voor het inruilen van hun gezonde hand voor een kunstmatige variant?
Het tweede boekdeel behandelt mensverbeteringstechnieken die op dit moment nog in de laboratoriumfase zitten. De meest tot de verbeelding sprekende zijn het 3D-printen of kweken van gepersonaliseerde (reserve)organen – of zelfs hybride lichaamsdelen die technologieën en materialen combineren – en alles wat te maken heeft met het uitbreiden van onze intellectuele capaciteiten. Geneticus George Church is alvast optimistisch: “Straks kun je perfecte organen transplanteren, die met de beste set aan genen, speciaal voor jou in een varken zijn gekweekt.” In de toekomst kan dat laatste dus misschien ook voor (extra) hersenen, maar intussen zijn al twee andere ‘neurohacks’ in de maak, gebaseerd op KI-technologie.
Enerzijds kan men met behulp van een hersenimplantaat (neuroprothese) een directe interface maken tussen de hersenen en een computer, een symbiose die ‘centaur’ wordt genoemd. “Denk aan het direct verstaan van een vreemde taal, ‘instant’ toegang hebben tot alle kennis uit Wikipedia of dat je een muzieklijst op Spotify meteen kan afspelen in je hersenen,” verduidelijkt Joosten. Anderzijds zou men door middel van ‘mind uploading’ jouw hersenen op een computer kunnen emuleren. Ray Kurzweil voorspelde in zijn befaamde boek omtrent KI “The singularity is near” (2005) dat dit zou lukken vanaf ongeveer 2030. Voor wie niet kan wachten: het idee werd al aardig verkend in de film Transcendence (2014) met Johnny Depp in de hoofdrol.
Het grote nadeel van deze neurohacks is dat je in feite ofwel een bedrijf in je hoofd stopt, ofwel je gedachten naar een bedrijf kopieert. En dat terwijl nu al moeilijk te achterhalen valt wat technologieconcerns en sommige overheden met je gegevens doen. “Bedrijven die hun geld verdienen binnen het surveillance-kapitalisme, [zijn] nadrukkelijk bezig met supermenstechnologie en om zo veel mogelijk van onze persoonlijke data binnen te halen,” waarschuwt Joosten. Bovendien kunnen ze hun gebruikersvoorwaarden steeds eenzijdig wijzigen. “Algoritmes kunnen al heel veel met onze muisklikken, wandeltempo en scrollgedrag. Wat als wij ze straks ook toegang geven tot onze geest? Gaan we dan akkoord met een duivelse deal: virtueel onsterfelijk, maar ook volledig bestuurbaar en controleerbaar door anderen?” Net deze problematiek is onderwerp van het derde boekdeel. De ‘technofix’ blijkt niet altijd zaligmakend.
Privacy en autonomie vormen niet de enige ethische kwesties voor biohacking. De potentie van supermens-technologieën voor oorlogvoering is de huidige wereldmachten en -leiders niet ontgaan. Volgens Poetin zouden genetisch gemodificeerde soldaten gevaarlijker zijn dan de atoombom. Bovendien bestaat steeds de mogelijkheid dat jouw biohack wordt gehackt of besmet door kwaadwillige derden, denk aan de nood aan pacemaker-updates. Tot slot staan ook de menselijke relaties onder druk: Wat als niet-verbeterde mensen niet meer van belang zijn? De Holocaust heeft in alle gruwel aangetoond waar zelfverklaarde superioriteit kan toe leiden. En wat gebeurt met bevolkingsgroei als we ons levenseinde steeds langer uitstellen? “Ik ben er nog steeds zeker van dat de eerste mens die 1000 jaar wordt, nu al geboren is,” stelt de zonderlinge gerontoloog Aubrey de Grey. Dit is in lijn met de verwachtingen van ondernemer Peter Diamonds, die meent dat we omstreeks 2030 de ‘Longevity Escape Velocity’ gaan bereiken. De groei van technologie om veroudering terug te draaien gaat vanaf dan sneller dan dat je ouder wordt.
“Innovatie, wetenschap en techniek gaan altijd door. En daarom is ethiek nooit af,” besluit Joosten. Hij stelt alvast vijf ethische principes voor om voorbereid te zijn op de komst van de supermens en kunstmatige intelligentie, verwijzend naar de ‘les van Frankenstein’: “Een schepper mag zijn schepping niet straffeloos loslaten of ervan weglopen. […] Wij als mens zijn verantwoordelijk voor wat we voorbrengen, hoe we ons daartoe gedragen, hoe wij het vormen en hoe het ons vormt. […] Een begrip dat hierbij kan helpen is menselijke duurzaamheid, […] het behoud van menselijke eigenheid.” Of we als mens deze verantwoordelijkheid aankunnen is nog maar de vraag.
Met dit werk brengt Joosten een brede en laagdrempelige bloemlezing, onderverdeeld in hapklare brokjes, van wat je onder de term biohacking kan verstaan en verwachten. Hij toont begrip van de wetenschappelijk-technologische materie, maar de uitwerking ervan blijft eerder vaag. Dit staat in sterk contrast met de uitgesponnen en rooskleurige anekdotes, vaak over excentrieke “proefkonijnen die niet willen wachten op de wetenschap” en waarbij hij net iets te hard zijn best doet om het allemaal zeer gewichtig te laten lijken. Voordeel van zijn nauwe betrokkenheid is dat hij personen en producten bij naam kan noemen, en voor- en tegenstanders aan het woord laat. Joosten roept zelfs op om (bescheiden) proefkonijn te worden, om alvast te leren omgaan met de mogelijkheden van mensverbetering. De suggesties voor verder “lezen, kijken, luisteren” na elk hoofdstuk en aan het einde van het boek zijn daarbij mooi meegenomen.

Arno Keppens
Peter Joosten
Arno Keppens
Non-fictie
Arno Keppens is wetenschapper aan de Belgian Space Pole (www.spacepole.be) en wetenschapsschrijver (www.sciencescripts.be).
_Arno Keppens -
Meer van Arno Keppens

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies