Ivan De Vadder
Ignace Claessens
Non-fictie
  • 108 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

3 november 2022 Wanhoop in de wetstraat
Ivan De Vadder studeerde Germaanse talen en filosofie. In 1991 trad hij in dienst van de nieuwsdienst van de toenmalige BRT en nam vanaf 1994 de Wetstraatjournalistiek voor zijn rekening. Bijna dertig jaar volgt hij de nationale politiek op de voet en is dus bij uitstek geplaatst om een kritische blik te werpen op het politieke leven in die periode. Hij doet dit met bravoure. Met een vlijmscherp mes fileert hij genadeloos de diverse regeringen, politieke partijen en politici.
Bij de verkiezingen van november 1991 breekt het Vlaams Belang door: het is “Zwarte Zondag”. Politici en commentatoren stellen vast dat er een “kloof met de burger” ontstaan is, dat het vertrouwen van de burger in  politici zoek is. Sindsdien krijgen alle regeringen de opdracht dit vertrouwen te herstellen, ook de huidige federale regering. Zij zijn daar tot op heden nog niet in geslaagd tot hun eigen wanhoop en die van de auteur.
De coronapandemie heeft de diverse regeringen van ons land verplicht controversiële maatregelen te nemen met ernstige vrijheidsbeperkingen, die niet door iedereen aanvaard werden. Dit heeft uiteraard niet bijgedragen tot een beter begrip. De kiezers hebben geen vertrouwen meer in hun vertegenwoordigers. Gevolg: de teloorgang van de drie traditionele partijen, elk nog goed voor amper 10% van de stemmen.
De kloof met de burger is niet plots opgetreden die zondag in november. De wortels ervan gaan terug tot de jaren zestig – zeventig van vorige eeuw. Tal van factoren speelden daarbij een rol vooral het laffe uitstelgedrag van onze politici. De uitdagingen die grotendeels onbeantwoord bleven waren nochtans niet mis: de petroleumcrisis, hoge werkloosheid, op hol geslagen inflatie, exploderende staatsschuld waar budgettaire orthodoxie als moreel verwerpelijk beschouwd werd. Daarnaast had je de ontzuiling, de ontkerkelijking en de toenemende mondigheid van de burger. Op politiek vlak: de splitsing van de unitaire politieke partijen, de spanningen tussen de gemeenschappen en het sleutelen aan de staatsstructuur.
Een adequate reactie van de politiek bleef uit. Politici laten zich verder rijkelijk vergoeden, verwennen zichzelf met riante uittredingsvergoedingen en een gunstig pensioenstelsel. De burger, die gevraagd wordt in te leveren, aanvaardt dit niet langer.
Ook de overdreven partijfinanciering is een doorn in het oog: politieke partijen krijgen steeds meer, nooit minder! De particratie heerst. De partijvoorzitters beslissen alles: wie verkozen wordt, wie minister wordt, wat de minister zegt en niet mag zeggen, hoe in het parlement gestemd wordt,… De parlementairen vertegenwoordigen niet langer het volk, maar hun partij.
De labyrintische staatsstructuur is een waar gedrocht waar een kat haar jongen niet in terug vindt. Niet alleen de burgers, maar ook de politici weten soms niet wie voor wat bevoegd is, zoals in de corona crisis duidelijk gebleken is.
De overheid faalt in haar dagelijks beleid, wat herhaaldelijk leidt tot veroordelingen door Justitie (nog een falende overheidsdienst die er niet in slaagt de reeds meer dan vijftig jaar bestaande achterstand weg te werken) met dwangsommen tot gevolg ten laste van de Belgische Staat, de belastingsbetaler dus.
Een diepe malaise waaraan de tot op heden genomen maatregelen geen soelaas gebracht hebben. Voorstellen zoals het invoeren van een deontologische code voor politici, cumulverbod, directe democratie, hervorming kieswetgeving, referenda op alle niveaus, het afzwakken van de lijststem, het afschaffen van de opkomstplicht, de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester, hebben, tot wanhoop van de politici niet bijgedragen tot het herstel van het vertrouwen.
Volgens de auteur gaat men uit van een verkeerde veronderstelling: emotionele problemen vallen niet te bestrijden met rationele maatregelen. De kiezer denkt niet rationeel wanneer hij zijn stem uitbrengt. Hij of zij stemt op de kandidaat die de juiste gevoelens oproept, niet op de kandidaat met de beste argumenten. Er moet meer politieke hygiëne komen: partijvoorzitters moeten meer afstand nemen van het regeringswerk, een regeerakkoord moet nageleefd worden, ministers mogen niet betogen tegen hun eigen beleid, ze moeten zich onthouden van loze en/of onmogelijke beloftes, van het verdelen van “postjes” onder hun kabinetsleden.
De kiezer wil onbesproken en eerlijke politici, die zeggen wat ze doen, en doen wat ze zeggen. Die naar hen luisteren, hen respecteren en hen niet als “deplorables” beschouwen. Daartoe formuleert de auteur tenslotte een aantal richtlijnen voor een eerlijk politicus. Zo moeten de politici  er rekening mee houden dat de burger anno 2022 veel mondiger geworden is en niet langer zonder voorbehoud aanvaardt wat de overheid zegt, doet of juist niet doet. Hij sprokkelt zijn informatie op sociale media die vaak het wantrouwen voeden en nogal eens zijn enige bron van informatie zijn.
Ivan De Vadder bezorgt ons een knap staaltje politieke geschiedenis van de laatste jaren, wetenschappelijk onderbouwd en boeiend geschreven, doorspekt met anekdotes uit de “inner circle van de Wetstraat”. Terecht waarschuwt hij de politici. Vertrouwen gaat te paard, en komt te voet terug.
De auteur zet niet aan tot groot optimisme. Hebben politici wel de wil en vooral de volharding om het tij te keren? Het besproken werk zou voor hen in ieder geval verplichte lectuur moeten zijn. Ik hoop dat er binnenkort een Franstalige editie verschijnt want ook de politici uit het zuiden van ons land kunnen wat politieke hygiëne gebruiken.

Ignace Claessens
Ivan De Vadder
Ignace Claessens
Non-fictie
recensent
_Ignace Claessens recensent
Meer van Ignace Claessens

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies