Het Vrije Woord
Geschreven door Johan Swinnen
  • 435 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

19 augustus 2022 Werelddag van de Fotografie (3)
Ter gelegenheid van de Werelddag van de Fotografie (19 augustus 2022) presenteert het Humanistisch Verbond vier (naar elkaar verwijzende) teksten geschreven door em. prof. beeldcultuur en kunstexpert Johan Swinnen. De rijk geïllustreerde teksten brengen hulde aan het medium en belichten diverse aspecten ervan.
_Fotografie opgelicht. Het hybride beeld na fotografie
_Een opiniestuk ter gelegenheid van de Werelddag van de Fotografie op 19 augustus 2022
The tradition of all dead generations weighs like a nightmare on the brains of the living. And just as they seem to be occupied with revolutionizing themselves and things, creating something that did not exist before, precisely in such epochs of revolutionary crisis they anxiously conjure up the spirits of the past to their service, borrowing from them names, battle slogans, and costumes in order to present this new scene in world history in time-honored disguise and borrowed language.’
Karl Marx, The Eighteenth Brumaire of Louis Bonaparte, 1852
World Photography Day is de jaarlijkse, wereldwijde viering van de kunst, het ambacht, de wetenschap, de geschiedenis en de filosofie van de fotografie. Op 19 augustus 1839 werd te Parijs de uitvinding van de fotografie aangekondigd. Dit betekende de ‘officiële’ geboorte van dit nieuwe medium.
Vandaag, 19 augustus 2022, vieren we dus World Photography Day. De daguerreotypie was het eerste succesvolle fotografische procedé uit de geschiedenis van de fotografie. Het procedé werd genoemd naar Louis-Mandé Daguerre, die samen met Nicéphore Niépce het procedé uitvond. De basis van een daguerreotypie is een spiegelend plaatje metaal bestaande uit een flinterdun laagje zilver op een koperen drager. We noemen de daguerreotypie graag: ‘een spiegel met een geheugen’, wetend dat de uitvinders slechts één ideaal vooropstelden: ‘De illusie van de werkelijkheid’.
Sinds het begin van de 19de eeuw is fotografie een steeds groter wordend medium van persoonlijke expressie en waardering geworden voor talloze mensen over de hele wereld.
Een foto kan een plaats vastleggen, een ervaring, een idee, een moment in de tijd. Om deze reden wordt er gezegd dat een foto meer zegt dan duizend woorden. Foto's kunnen sneller een gevoel overbrengen, en soms zelfs effectiever zijn dan woorden. Een foto kan de kijker de wereld laten zien zoals de fotograaf die ziet. Foto's overstijgen zelfs het verstrijken van de tijd.
_Fotografie, ondergesneeuwde discipline
Dit opiniestuk is het resultaat van denken over fotografie. Als senior adviseur bij Antwerp Photo vzw en als lid van de Wetenschappelijke Commissie van het FOMU volg ik van dichtbij de ontwikkelingen op het werkveld. Een prikkel tot schrijven gaf ook de recente herlezing van volgende passage in de strategische Visienota kunsten van minister van Cultuur Jan Jambon (18 juni 2020): ‘Heel wat waardevolle artistieke disciplines zijn op dit moment nog ondergesneeuwd binnen het Kunstendecreet. Vormgeving, fotografie, architectuur en beeldende kunsten zijn hier enkele voorbeelden van [...]  Fotografie wordt op dit moment beschouwd als een onderdeel van beeldende kunst of erfgoed. Het genre bezit echter voldoende autonomie en zeggingskracht als artistiek medium dat toegankelijk is voor een breed publiek.’  En een belangrijke krachtlijn is ook het belang van meerstemmigheid en vrijheid van expressie in de kunsten dat wordt benadrukt. ‘Censuur, zelfcensuur, intellectuele behaagzucht en hokjesdenken zijn de grootste bedreiging […] voor creativiteit, aldus de Visienota.
***
Dit opiniestuk is een oefening waarin het fotografiebeleid in Vlaanderen in breed perspectief geplaatst wordt. In het kader van de wijziging van het Kunstendecreet reflecteren we over de vraag in hoeverre de overheid fotografie als een aparte discipline moet/kan meenemen.
Na overleg met de sector kristalliseerden zich snel inzichten over de eigenheid van fotografie, het bewaren en beheren van fotografisch belangrijk materiaal, en de financiële positie van de fotograaf zelf. Dit In de eerste plaats omdat de fotografie in Vlaanderen de afgelopen decennia steeds belangrijker is geworden. Vlaanderen beschikt over een groot aantal fotografen die een eigen stijl hebben en de fotografie verder hebben ontwikkeld. Dat werd onlangs nog duidelijk door de uitgave van een aantal fotoboeken en tentoonstellingen die internationaal weerklank kregen. Harde cijfers zijn veelzeggend.
Naast dit waarderingsaspect worden de ontwikkeling van de fotografie en van afzonderlijke fotografen voortdurend gefrustreerd en belemmerd door het niet bestaan van aparte budgetten voor fotografie. Daardoor moeten fotografen permanent met beleidsmakers in discussie over het ‘eventuele’ beeldendekunstkarakter van hun werk versus journalistieke of documentaire fotografie. Dat is verspilling van talent en energie.
Deze nota pleit er dan ook voor om fotografie een eigen, afgebakende plaats te geven binnen de beeldende kunst, net zoals in onze buurlanden.Ten behoeve van beleidsmakers geef ik ook enkele aanbevelingen voor kwalitatieve criteria die daarbij kunnen worden gehanteerd. Want juist het niet bestaan daarvan wordt vaak door overheden als een probleem gezien bij de beoordeling van fotografie.
Voor het verder uitdiepen van de kennis van de fotografie, de geschiedenis, esthetiek en de filosofie ervan en het onderricht in praktische fotografe dat hieraan gekoppeld moet worden, zijn aanbevelingen voor de kunsteducatie ook relevant. Ten slotte houd ik een pleidooi voor een Fotomuseum 2.0, waar op basis van al aanwezige collecties, ruimte moet zijn voor exposities, een documentatiecentrum en (universitair) onderzoek, met de nadruk op beeldcultuur in de ruime betekenis van het woord met zingeving en humanisering als uitgangspunt. Er is behoefte aan een nieuw paradigma – a New Photography Thinking – gebaseerd op de feitelijke realiteit van identiteit en verschil, tegelijkertijd. Fusie en/of verregaande samenwerking van FOMU met M HKA, KMSK en MUZEE is meer dan ooit een noodzaak om internationaal een rol van betekenis te spelen.
Deze grote beleidssprong voorwaarts zou niet alleen van belang zijn voor de direct betrokkenen, hoewel zeker niet onderschat moet worden hoe groot de betekenis van zo’n eigenijds beeldhuis zou kunnen zijn voor Vlaamse fotografen en de ontwikkeling van de fotografie in Vlaanderen. Dit Fotomuseum 2.0 is trouwens gevestigd in de Beeldstad Antwerpen, een metropool die zich meer en meer profileert met aandacht voor de visuele kunsten. De aanwezigheid van het Lieven Gevaertarchief bij het ADVN te Antwerpen is dan ook een belangrijke schakel. De waarde van de collectie kan niet overschat worden: de figuur Lieven Gevaert (1868 -1935) als fotograaf, ondernemer en Vlaming en het fotografische bedrijf Gevaert speelden op verschillende vlakken een voortrekkersrol in Vlaanderen.
Fotografie is de moeder van de kunsten die de realiteit kunnen reproduceren. De expolosieve ontwikkeling van film, televisie, video, games en sociale media in de laatste jaren, waardoor een stroom niet te stuiten beeldmateriaal onafgebroken op ons wordt afgevuurd, heeft de aandacht afgeleid van het werk van fotografen. Wij willen er de aandacht op vestigen dat fotografen bij uitstek in staat zijn om inzicht te geven in deze beeldenstroom door hun specifieke creatieve vermogens en inzichten. Juist in een tijd als vandaag, nog steeds verward door de naweeën van het Covid 19-virus en door het oprukkend apenpokkenvirus, een tijd waarin je gemakkelijk het spoor bijster kunt raken, kunnen fotografen een rol spelen bij het ontwikkelen van de kunst van het kijken. Een rol die des te belangrijker wordt als we focussen op de relatie tussen kunst, zingeving, humanisme en het vrije denken.
Het vrije denken is een levenspraktijk die zich voortdurend dient te herbronnen. Dat gebeurt ook door de wereld te verbeelden en hierover te reflecteren in de kunsten. Fotografie is het humanistisch medium bij uitstek dat ons kan ontroeren, raken of gevoelig maken voor iets waar we met de rede niet onmiddellijk toegang toe hebben. Op die manier kan fotografie zowel ons denken als handelen in beweging brengen als we bereid zijn onze eigen waarneming in vraag te stellen in onze humanistische zoektocht  naar betekenis. Fotografie is nu eenmaal het medium bij uitstek om kritisch humanistische thema’s mee aan te snijden. Denk o.a. maar aan het oeuvre van Hilde Braet, Roland Minnaert, Lieve Blanckaert, Carl De Keyser, Herman Selleslags, Jules Vandevelde, Piet Leppens of Frans Pans.
_Inleiding, esthetiek en het gebruik van de fotografie
In kranten, op straat, op het web, op de iPhone en in het museum: fotografie is overal. Op tal van plekken zie je foto’s, dag in, dag uit, bijna constant. Kun je je nog een dag voorstellen zonder foto’s? Bij de ene foto sta je wel wat langer stil dan bij de andere. Je kunt je afvragen wat die ene foto zo bijzonder maakt. Die vraag komt in deze nota aan bod, en we trachten ook een antwoord te geven op de vraag ‘Wat is fotografie?’ We willen laten zien dat het een rijk, vibrerend en complex medium is. De afgelopen jaren is ‘fotografie’ in economische zin een booming business geworden. Opmerkelijk is ook dat de fotografie, en met name de documenterende fotografie, een steeds belangrijkere rol krijgt in het zichtbaar en bespreekbaar maken van allerlei maatschappelijke verschijnselen. De grenzen tussen kunst en commercie, tussen reportage en artistieke fotografie en reclamebeelden vervagen.
‘Is fotografie kunst?’ Ook deze vraag is relevant. Het antwoord hierop is door de jaren heen veranderd, samen met de verandering van de definitie en het begrip van de kunst. Op zichzelf is fotografie natuurlijk simpelweg een middel, zoals olieverf, om kunst te maken; het is geen kunst op zich. Maar: het is niet hoe het gemaakt is, maar waarom het gemaakt is dat van iets een kunstwerk maakt. Fotografie deelt met de kunst in ieder geval haar creativiteit, want vanuit haar eigen natuur is haar voorstelling noodzakelijk verbonden met de verbeelding. Elke foto, zelfs een snapshot, vertegenwoordigt een samengaan van ervaring en het innerlijke beeldproces.
Verder bevindt de fotografie zich in hetzelfde zoekproces als de andere kunstvormen. Fotografie en kunst geven parallelle antwoorden op het tijdsbeeld en drukken dikwijls dezelfde wereldvisies uit. Fotografie levert nooit een volledig betrouwbare reproductie van de werkelijkheid. Daardoor is de fotografie in ieder geval geen neutraal medium: of we het ons realiseren of niet, de camera herinterpreteert de wereld rondom ons. De camera laat ons de wereld letterlijk anders zien. Ook het oeuvre van veel vrijzinnig-humanistische fotografen uit het verleden beschikt over een kritische dimensie, die werd onderdrukt of niet genoeg werd erkend in de officiële fotogeschiedenis.
Ons land heeft in de geschiedenis van de fotografie een scharnierfunctie gespeeld, met name bij de verspreiding van het medium. Zowel de Fransman Daguerre als de Brit Talbot achtten ons land geschikt als podium om hun ontdekkingen wereldwijd te propageren. Ze vonden in ons land een openheid en nieuwsgierigheid naar nieuwe technieken en een interesse voor kunst. Iemand als Gustave De Vylder bijvoorbeeld, een gediplomeerde ingenieur aan de Gentse hogeschool, ging vanaf 1862 een cursus fotografie doceren aan de Gentse Nijverheidsschool (Lindenlei). Dit was in ieder geval de eerste systematische cursus in België, en waarschijnlijk zelfs in Europa. In Amerika was enkel Samuel Morse hem voorafgegaan.
Hier in Vlaanderen, met zijn rijke fotografiegeschiedenis, laat de noodzaak van een stevige structuur met betrekking tot de collectievorming, kennisverwerving, research, expositie- en publicatiemogelijkheden van fotografie zich vandaag meer dan ooit voelen. Er is een brede behoefte om te werken met familiealbums, bedrijfsarchieven en de collecties van steden en die van fotografen. Het is daarbij van belang zich te realiseren dat er bij de ontsluiting en het gebruik van de fotografische erfenis vooral gekeken zal worden naar de kwalitatieve waarde. Ons fotografisch cultureel erfgoed is hoe dan ook nog te weinig gekend om ons er naar behoren mee te kunnen profileren. Nochtans zouden we zo zicht krijgen op onze eigen traditie: de fotografie van gisteren bepaalt immers het beeld van vandaag.
_De fotografische beeldtaal
De foto’s van heel wat talentrijke fotografen in Vlaanderen worden (sinds de jaren 1980) bepaald door een visie op fotografie die weliswaar de realiteit als uitgangspunt heeft, maar waarbij de werkelijkheid wel vanuit een specifiek perspectief wordt benaderd, door middel van fotografische techniek en vormgeving. Zo sluiten ze aan bij het hedendaagse discours. Vooral typische fotografische mogelijkheden, zoals de herhaling, de paradox, de spanning tussen de echte en de afgebeelde realiteit worden benut. Deze visualistische fotografie wordt gekenmerkt door een vervreemding van de waarneembare realiteit en heeft soms een sterk illusoir karakter. De fotografie is in staat een duplicaatwereld te scheppen die dramatischer is dan de natuurlijke wereld. Door deze werkelijkheid op een fragmentarische manier in beeld te brengen, suggereert de fotograaf dat er behoefte is aan een tweede werkelijkheid die door de fotograaf overwonnen moet worden. Fotografen zijn chroniqueurs van een werkelijkheid geworden.
In de hedendaagse fotografie ontbreekt het dus niet aan filosofische betekenisgeving. Maar die hedendaagse fotografie is ambigu. Ze toont iets, een door de camera gevat, in de donkere kamer of in de lichte kamer van de computer omkaderd stukje werkelijkheid, een beeld dat, gezien de objectiviteit van het proces, een grote aanspraak op feitelijkheid kan maken. Het is, met name in deze tijden van digitale fotografie, telkens ook de uitdaging om een vraag te stellen, namelijk: wat is de werkelijkheidswaarde van dat beeld? En hoe wordt het objectieve gedeobjectiveerd door de subjectiviteit van de maker en van de ziener? En wat met de context?
Deze ambiguïteit heeft men de ‘paradox van de fotografie’ genoemd. De fotografie stelt paradoxaliteit op haar scherpst. Elke foto toont de werkelijkheid zoals ze is, met in vele gevallen zelfs bewijsvoerende kracht, maar tegelijkertijd gebeurt er iets met de werkelijkheid van een foto: er wordt een illusie aan toegevoegd. Vandaag bevestigt iedereen dat het medium fotografie een volwaardig medium van uitdrukking, informatie en communicatie is geworden.
Ons recent onderzoek naar de hedendaagse fotografie in Vlaanderen op basis van de analyse van 260 verschillende foto’s (van 1980 tot heden) heeft het mogelijk gemaakt om de vele aspecten van de rijke foto-inhoud te onderscheiden en te benoemen. Deze oefening leert ons dat de focus op vier fundamentele kenmerken gericht is: de aanleg voor observatie, de visionaire blik, de neiging tot het surreële en de aandacht voor de fotografie in mondiaal perspectief. Samen bepalen ze de actuele eigenheid van de fotografie in Vlaanderen. Zij construeren een eigen werkelijkheid – vol kritisch potentieel – gebaseerd op het actuele realisme, en komen daar openlijk voor uit. Het fotografische erfgoed dat ze opbouwen laat ons zicht krijgen op onze eigen traditie: de fotografie van gisteren bepaalt immers het beeld van vandaag.
_Filosofie, technologie en fotografie
De belangrijkste voorwaarde voor een actief beleid gericht op de ontwikkeling van de fotografie is een duidelijke plaats binnen het beeldendekunstbeleid. De achterstand van de fotografie ten opzichte van andere beeldendekunstdisciplines moet met steun van de overheid worden ingehaald. Hiertoe zou voor fotografie een apart budget moeten worden gecreëerd binnen de post beeldende kunst.
Het zou hier moeten gaan om een budget waarop een beroep gedaan kan worden voor individuele subsidies en andere inkomensvormende maatregelen.
Deze segmentering van het beleid zou voor fotografie een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling betekenen. Hiermee zou tegemoet gekomen worden aan het eigen karakter, de eigen beeldtaal en de eigen kwaliteit van de fotografie.
Verder vragen we aandacht te besteden aan historisch-documentaire foto-opdrachten. Uitgangspunt daarbij is dat belangrijke gebeurtenissen binnen de hedendaagse maatschappelijke werkelijkheid door de fotografie worden gedocumenteerd. Centraal staat dat de onderwerpen van belang zijn in Vlaanderen en dat de fotografische documentatie van belang is voor de ontwikkeling van de fotografie.
De overheid schrijft daartoe idealiter jaarlijks een aantal foto-opdrachten uit waarvan de thema’s in overleg met een commissie van deskundigen worden bepaald.
Op langere termijn zouden zowel de opdrachtformulering als de collectievorming moeten worden bepaald door een op te richten fotografisch instituut binnen het Fotomuseum 2.0. Dit fotografisch instituut heeft als een van haar taken de uitvoering van het historische foto-opdrachtenbeleid. Een andere poot wordt dan gevormd door het fotoarchief dat de negatievenarchieven van niet meer werkzame Vlaamse fotografen beheert en exploiteert. Beide collecties samen leveren een belangrijk documentatiebestand van de hedendaagse en historische fotografie. Deze documentatie, die kan worden gebruikt door de overheid en particulieren, kan bovendien een opdrachtbemiddelende rol spelen. De rol van het excellente Meemoo, Vlaams instituur voor het Archief, is cruciaal in dit proces. Immers de expertise die bij Meemoo aanwezig is toont zich in de kerntaken: digitaliseren, duurzaam bewaren en digitaal beheer, content toegankelijk maken, kennis verzamelen en delen en advies geven over digitaalerfgoedprocessen.
In het verlengde hiervan moet er focus zijn op de verbreding van kennis over fotografie. Dit zou dan naast het ruimte geven aan het benadrukken van academisch onderwijs en onderzoek, kunnen gebeuren door het ondersteunen van congressen, fotobiënnales, symposia, tentoonstellingen en publicaties.
Tegemoetkomend aan het eigen karakter, de eigen beeldtaal en de eigen kwaliteit van de fotografie enerzijds en inspelend op de achterstand in de ontwikkeling daarvan door het ontbreken van een substantiële beleidsmatige steun van de overheid anderzijds, pleiten we voor een ‘zichtbaarmaking’ van de fotografie binnen het beeldendekunstbeleid.
_De sociaaleconomische positie van fotografen
In het overheidsbeleid met betrekking tot kunst en kunstenaars kan een onderscheid worden gemaakt tussen kunstbeleid en kunstenaarsbeleid. In het kunstbeleid staat de professioneel- artistieke kwaliteit van het werk centraal, terwijl in het kunstenaarsbeleid de sociaaleconomische positie van kunstenaars het uitgangspunt is. Hoewel het onderscheid tussen beide terreinen gevormd wordt door de aanwezigheid van verschillende criteria (een kwaliteitscriterium ten opzichte van een sociaal criterium) is er niettemin een duidelijke relatie tussen kunst- en kunstenaarsbeleid. Immers, zonder het bestaan van kunstenaars kan geen kunst worden geproduceerd. Dit uitgangspunt én de vraag in hoeverre het kunstbeleid van de overheid daadwerkelijk een rol speelt voor de financiële positie van kunstenaars, vormt misschien de aanleiding om de overheid te verzoeken onderzoek te doen naar de sociaaleconomische positie van alle fotografen in Vlaanderen.
We stellen voor dat zowel het beleid en de beleidsinstrumenten van de verschillende departementen, als de reële sociaaleconomische positie van fotografen onderwerp van het onderzoek dient te zijn. Zo krijgen we een zicht op de algemene inkomenspositie van fotografen en kan er een beleid geformuleerd worden.
_De politiek van de beeldcultuur
Zoals we reeds meerdere keren stelden is fotografie uitgegroeid tot een der meest verbreide beeldende disciplines. Fotografie heeft een grote verscheidenheid aan verschijningsvormen, bijvoorbeeld als autonome vorm van beeldende kunst, als gebonden kunstvorm en als registratiemiddel. Daarnaast is ze een ‘volkskunst’ met talloze liefhebbers. Desondanks is er in Vlaanderen geen specifieke plaats van voldoende omvang en toegerust met voldoende geldmiddelen en geschoold personeel om op een actieve wijze fotografie te verzamelen en aan het publiek te presenteren. Als gevolg van de grote verscheidenheid van de fotografie en de sterke ontwikkeling van de deelgebieden in de laatste jaren, zijn er wel activiteiten van beperkte omvang. Deze zijn niet op elkaar afgestemd, missen continuïteit en verschillen qua opzet en doelstelling te veel van een door ons noodzakelijk geachte, centrale stimulerende insteling rond beeld- en kunstcultuur. De versnipperde instellingen en activiteiten zijn nauwelijks te bundelen. Er moet worden ingespeeld op de krachtige ontwikkeling van de fotografie en er moeten dan ook thematentoonstellingen worden georganiseerd zoals bijvoorbeeld ‘Antwerpen in beeld sinds 1839 tot heden’, die veel bezoekers zullen trekken. We denken concreet aan een belevenistentoonstelling met als thema ‘Sterke verhalen in Antwerpen’, tientallen verhalen van de eerste foto in Antwerpen in 1839 tot heden. Een fantastisch overzicht, samengesteld door een bevlogen curator, met aandacht voor thema’s als de haven, macht, migratie, rijkdom, kunst, tunnels, voetbal, de industriën Minerva en Rombouts, de Zoo, portretten, ... en als sluitstuk de Oosterweelverbinding. Uitgangspunt wordt het perspectief van de chauvinistische Antwerpenaar, waardoor het kritisch kijken voorop wordt geplaatst en de opvattingen daarover in de loop van de tijd nogal eens veranderen.
Al deze inspanningen leveren een bijdrage aan de fundamentele filosofische vraag: ‘Wat is fotografie (in Vlaanderen) vandaag?’. Daarom een pleidooi om eerst en vooral onze fotografiegeschiedenis in Vlaanderen professioneel te inventariseren, documenteren, bestuderen en ontsluiten, en de huidige generatie fotografen beleidsmatig te ondersteunen met de regels van cultuurondernemingschap. En als logische stap hiervan samen met de actoren de oefening bestuderen om het Fotomuseum te laten evolueren naar een Beeldcultuur/Beeldkunst-museum. Zo zou Antwerpen de volwaardige opdracht krijgen om het platform ‘Beeldstad Antwerpen’ te ontplooien, Fotomuseum 2.0 moet een centrale instelling zijn die in een grote behoefte voorziet en moet kunnen fungeren als zenuwcentrum voor allerlei fotografische activiteiten, met de nodige diepgang.
De bestaande collecties moeten toegankelijk gemaakt worden en zo bijdragen tot de doelstelling in ruimere zin:
  • Het bevorderen van aandacht voor Vlaamse fotografen in binnen- en buitenland;
  • het activeren van de aanwezige publieke belangstelling door het samenstellen van exposities die de ontwikkeling binnen de fotografie zichtbaar maken;
  • het organiseren van educatieve activiteiten gericht op het verduidelijken van de fotografie als beeldtaal zodat inzicht in de fotografie wordt bevorderd;
  • het inventariseren van wat er qua fotografisch materiaal aanwezig is bij diverse overheden, in het bedrijfsleven, bij particulieren en instellingen, zodat bij de opbouw van een museumcollectrie voorkomen kan worden dat belangrijke collecties verloren gaan door ondeskundigheid, gebrek aan een juiste conservering of het ontbreken van arbeidskracht (in samenwerking met ‘Meemoo’);
  • het leggen van verbindingen met instellingen die zich bezighouden met verwante beeldende middelen als film, video, games, audiovisuals en de gedrukte en sociale media.
Fotografie wordt zeer breed opgevat, maar onder alle omstandigheden zullen kwaliteitscriteira aangelegd moeten worden. Die kunnen worden geformuleeerd op basis van de kennis van de beeldtaal van de fotografie.
_Tot slot: fotografie is taal van de toekomst
Analoge fotografie heeft een periode in de geschiedenis van de fotografie bepaald. Nu is er slechts één nieuwe richting in te slaan: digitaal. Fotografie werd lang gezien als een medium dat de waarheid aan het licht bracht. Het fototoestel is namelijk een geperfectioneerde camera obscura: het beeld wordt geprojecteerd op een gevoelige film die automatisch, zonder te interpreteren, vastlegt. Geheel naar de werkelijkheid dus. Maar is dat wel zo? Net zoals bij andere vormen van kunst is bij fotografie ook veel vooraf bedacht. Fotografen proberen vaak het bestaande beeld te veranderen. Soms gaat het om bewerkingen door middel van techniek, maar het kan ook zijn dat het beeld volledig in scène is gezet.
De laatste decennia worden veel foto’s bewerkt met computerprogramma’s als Photoshop. De nieuwe paradox in heel deze situatie is dat bij de huidige neergang van de analoge fotografie de thematiek van de nieuwe generatie fotografen zich richt op het fotografisch realisme: vandaag is het realisme de nieuwe avant-garde geworden.
De digitale fotografie is veertig jaar geleden opgekomen; men hield zich toen vooral bezig met de vraag hoe foto’s in de ruimte konden worden rondgestuurd. Vandaag is digitale fotografie volledig gedemocratiseerd, en wordt ze door iedereen gebruikt, thuis en op het werk. We worden daardoor nog meer dan vroeger elke dag geconfronteerd met foto’s, die we een betekenis en een bedoeling trachten te geven in onze door de beeldcultuur gedomineerde samenleving. Digitale foto’s hebben niet noodzakelijk een vaste drager: je kunt de foto’s bewaren op de harde schijf van de computer en ze elektronisch doorsturen. Het bewaren van foto’s en het ontsluiten ervan is een gigantisch probleem qua duurzaamheid.
Met de opkomst van digitale fotografie en internet is het ook makkelijker dan ooit voor fotografen uit de niet-Westerse wereld om hun eigen wereld voor te stellen in de wereldwijde media. Naast de emotionele en esthetische waarde van deze fotocollecties, hebben ze in de eerste plaats onnoemelijk veel belang voor het onderzoek naar het vaak koloniale verleden. Wereldfotografie is een verhaal over de veranderende mediagebruiker, het denken over beelden, de profielen van kijkers, geschiedschrijving en archivering en een nieuwe invulling van de fotowetenschappen. En verder zijn er vele ethische vragen over het waarheidsgehalte van digitale foto’s. Kunnen we nu iedereen met een iPhone fotografeert, nog spreken van het medium fotografie als een zelfstandig medium? Gaan al onze beelden op in een grote digitale, virtuele wereld, met Big Brother die gluurt op Facebook? Zijn er nog langer fotomusea nodig? Hoe gaan we om met dekolonisatie met de Belgische fotoarchieven? Is een opleiding fotografie nog opportuun? Is één gedrukte krant elke 24 uur nog relevant qua beeldmateriaal?
Ik citeer tot slot graag filosoof Vilém Flusser (1920-1991): ‘A philosophy of photography is necessary if we are to lift photography into full consciousness. To do this is necessary because photography may then serve as a model for freedom in the post-industrial context.’ (1983).
Fotografie is een flexibel medium dat een volwaardig autonoom kunst- en cultuurbeleid verdient. Indien we de moeite doen om fotografie te begrijpen, worden we intelligentere consumenten die kunnen afwegen wat belangrijk is en wat niet. Ook de waardering voor de fotografie en haar jonge wereldgeschiedenis neemt hierdoor toe en dit werkt gemeenschapsvormend. En bij de gebruiker van de camera wordt de motivatie en interesse gewekt om foto’s te maken in de voetsporen van de humanistisch-vrijzinnige pioniers. Willen we samen een nieuwe geschiedenis van de humanistische wereldfotografie schrijven? Een Family of Man revisited, die daarenboven de aandacht vestigt op het feit dat het humanitaire van de geschiedenissen van de fotografie niet alleen maar getuigenissen mogen behelzen van de West-Europese en Noord-Amerikaanse fotografen, maar ook deze van de vergeten Majority WorldPhotographers.
Antwerpen, 19 augustus 2022
Het Vrije Woord
Em. prof. dr. Johan Swinnen (VUB & ULL)
_Johan Swinnen -
Meer van Johan Swinnen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws