Het Vrije Woord
Geschreven door Luckas Vander Taelen
  • 2032 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

7 juli 2021 Ceci n'est pas un hijab
Het bekendste schilderij van René Magritte stelt een pijp voor die hij voorzag van het opschrift 'Ceci n'est pas une pipe'. De eigenlijke titel van het werk is evenwel 'La Trahison des Images', waarmee Magritte ons doet nadenken over de manier waarop wij beelden benoemen. In een interview met Le Soir toont Ihsane Haouach, regeringscommissaris bij het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM), zich ook meester in de semiotiek. Op de vraag van de krant of een hoofddoek een 'religieus teken' is, antwoordt zij kort: 'Dat zegt u!' Met andere woorden, als de pijp van Magritte slechts verf op canvas is; dan is de hoofddoek van Haouach niet meer dan een stuk stof. Of: 'Ceci n'est pas un hijab'.
Vrouwen die op gevaar van hun leven in islamitische landen hun hoofddoek afzetten, hoeven dat dus eigenlijk niet te doen. Het volstaat dat ze tegen zichzelf zeggen dat de hijab geen religieuze connotaties heeft. Wij dragen allemaal iets mee, stelt Haouach: voor de enen is dat een hoofddoek, voor de anderen 'de manier waarop we ons kleden, ons geslacht of de kleur van ons haar'. Als de journalist laat opmerken dat het dragen van een religieus teken toch iets anders is, antwoord Haouach weer: 'Dat zegt u!' Want wie een teken van godsdienstigheid ziet in de hoofddoek, is volgens haar bevooroordeeld: 'Mijn hoofddoek is een deel van mijn identiteit, die in de openbaarheid niet in vraag mag gesteld worden en waarvoor ik me niet hoef te verantwoorden'.
Dat is een sluitende redenering, voor zover het om een private aangelegenheid gaat. Maar in de publieke ruimte heeft iedereen niet het heilige recht tekenen van zijn identiteit te dragen. Dat bleek al tijdens de eerste zitting van het IGVM. Voorzitter Corentin de Salle (MR) vroeg dat Haouach tijdens de zitting haar hoofddoek zou afzetten. Die vraag zullen sommigen als een provocatie zien, maar ze past wel in de hard bevochten Belgische traditie om religieuze symbolen uit de publieke ruimte te weren. Een katholiek met een kruis om de hals zou een zelfde vraag krijgen. Maar Haouach vindt de opmerking van voorzitter de Salle 'seksistisch en racistisch'. Deze interpretatie is typerend voor het 'intersectionele feminisme' dat een onstuitbare opgang maakt in progressieve middens. Een aanval op een persoon, die behoort tot een minderheid, kan nooit los gezien worden van afkomst, religieuze overtuiging en geslacht. Het inhoudelijke element van een debat is aan die visie ondergeschikt. Daarmee hoopt Haouach voldoende grond te hebben voor een juridische klacht tegen de commissievoorzitter.
Haouach begeeft zich in het gesprek met Le Soir op gladde paden als ze stelt dat de scheiding tussen kerk en staat dringend opnieuw bekeken moet worden, door 'de demografische verandering'. Zij meent dus dat we anders moeten omgaan met religieuze voorschriften omdat er meer moslims zijn dan vroeger. Die mogen niet langer tegenstrijdig gezien worden met neutraliteit. Ze gaat er in deze redenering van uit dat er steeds meer nieuwe gelovigen zullen bijkomen. Dat ligt niet zo ver van de argumentatie van katholieken die de vermeende en onveranderlijke meerderheid van gelovigen in de jaren vijftig gebruikten in hun strijd om de ziel van het kind.
Met dat soort bedenkingen licht Haouach een tipje van haar sluier op. Want eerder al zei ze dat vrouwen met hoofddoek het slachtoffer zijn van discriminatie, eerder dan van mannelijke dominantie. En in het interview gaat ze nog een stap verder: ze zegt dat ze in de media veel leest over sociale druk om een hoofddoek te dragen, maar dat ze daar in de feiten 'heel erg weinig' van merkt. Reacties tegen haar op de sociale media komen volgens Haouach steeds uit extreemrechtse hoek, 'of van mensen die gelijkaardige dingen zeggen', die 'niet in de diversiteit baden en er daarom bang van zijn'. Dat is een andere uiting van 'intersectionaliteit' die wie buiten een groep staat het recht ontzegt om er een mening over te hebben. Het is ook een handige manier om andere visies waarmee men het niet eens is, meteen te discrediteren.
Georges-Louis Bouchez , voorzitter van regeringspartij MR, zegt geschokt te zijn door de uitspraken van Haouach, die volgens hem blijk geven van 'communautarisme': het is niet omdat men dezelfde afkomst heeft, dat men er eenzelfde religieuze mening moet op nahouden.
Van een regeringscommissaris die moet waken over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, zou aan het begin van haar functie toch enige diplomatische terughoudendheid verwacht mogen worden. Strategisch was het niet echt een slimme keuze om op dit moment een groot kranteninterview te doen. Van de achterban van minister Schlitz (Ecolo) die Haouach aanstelde, zal ze natuurlijk luid applaus krijgen. Maar door haar publieke uitspraken, die eerder van een militante activiste lijken te komen, heeft ze een controverse op gang gebracht die over veel meer dan haar hoofddoek gaat. De vraag waarop de coalitiegenoten van Ecolo dringend een antwoord moeten geven, is of zij de radicale visie van Haouach delen. Als dat niet het geval is, wordt haar verder functioneren als regeringscommissaris wel heel moeilijk ...
(Tekst oorspronkelijk gepubliceerd in de Standaard, 6 juli 2021; overgenomen met toestemming van de auteur.)
Het Vrije Woord
Luckas Vander Taelen is freelancejournalist.
_Luckas Vander Taelen -
Meer van Luckas Vander Taelen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws