Kwintessens
Geschreven door Willy Vandeweghe
  • 1367 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

31 maart 2022 Gender. Newspeak 2.0 (deel 3)
Het feminisme heeft een lange en succesvolle geschiedenis achter de rug. Net als de arbeidersbeweging focuste deze beweging zich in haar beginjaren op de strijd om het stemrecht, de tijd van de zgn. 'suffragettes'. Na de Tweede Wereldoorlog richtte de strijd zich meer op het 'baas over eigen lichaam', met aandachtspunten als anticonceptie en recht op abortus, en in de marge ook de strijd tegen genitale verminking, nog steeds een etterende wonde waar helaas veel minder over gesproken wordt.
Het dictum van Simone de Beauvoir, 'On ne naît pas femme, on le devient', werd in de poststructuralistische deconstructiedrift heel letterlijk genomen, 'vrouw' en 'man' werden tot sociale constructies verklaard, gender werd losgemaakt van het biologische geslacht. Tegelijk kwam in deze nieuwe golf van feminisme een strekking op die in gelijke vertegenwoordiging in traditionele mannenberoepen (politiek, professioneel, politie, leger enz.) en de doorbreking van het glazen plafond de ultieme verwezenlijking van de man-vrouwgelijkheid zag. Tot dan konden mannelijke en vrouwelijke feministen nog door één deur.
Bij het radicale feminisme van de jongste decennia gingen de pijlen zich nu richten op de man zelf en het patriarchaat als bron van alle kwaad. Mansplaining en de male gaze werden de nieuwe termen die in de verbale oorlog de man steeds meer in het verdomhoekje moesten dringen, doortrokken als die was van toxic masculinity. Het complementaire van de man-vrouwverhouding, de basis van de voortzetting van de soort en bron van liefde en geluk, werd ingeruild voor rivaliteit. In de culturele wereld (film, theater) kenden we de socialemediabewegingen #metoo en andere, die erin slaagden de wangedragingen in de sector aan de schandpaal te nagelen. Helaas, zoals dat met sociale media gaat (het is hun verdienmodel), kende het ook zijn excessen, en resulteerde een en ander in polarisering en haatspraak. Na het 'witte' moet nu het 'patriarchale' privilege eraan geloven: de oorlog tegen de 'witte man' is geopend, vrouwen en zwarten: één strijd.
Binnen deze context waar ook de betekenissen fluïde worden, kunnen wij een bizarre uitspraak als 'Zwart is mijn gender', van de Vlaamse zwarte (zij schrijft 'Zwarte') schrijfster Neske Beks begrijpen (SDL 30 oktober 2021). Interessant voor een hoge plaats in de pikorde van marginalisering en slachtofferschap is immers intersectionaliteit, kruispuntdenken: iemand die een aantal 'minderheids'-eigenschappen combineert, zoals de zwarte vrouw, of beter nog: de zwarte lesbische, de zwarte gehandicapte transgender.
_Lgbtia+
In het verlengde van de postmoderne deconstructie van 'gender' kwamen behalve de 'gender studies' ook de 'queer studies' de academische waaier verrijken – waarbij queer staat voor iedereen die zich aan de heteroseksuele norm onttrekt. De traditionele, complementaire man-vrouwrelatie wordt door allerlei 'gemarginaliseerde' (en statistisch ook marginale) genderverschijningsvormen uit het centrum van de belangstelling verdreven, ook in cultuur en media. De talloze constructies en variaties komen tot uitdrukking in steeds eindelozer letterreeksen lgbt (of lhbt), lgbtq, lgbtqia, lgbtqia+. Hiermee zoekt een nieuwe groep zich een nieuwe identiteit, die politiek gaat opkomen voor rechten en voorrechten die de maatschappij, gedomineerd door de hetero-norm, hen tot nu toe ontzegd zou hebben. De traditionele 'homo's' of 'gays' werden aangevuld met 'lesbians', en aan het lg-rijtje werden alsmaar nieuwe denominaties toegevoegd: 'transsexuals', 'bisexuals', en toen zaten we al aan lgtb. Het wordt nog steeds aangevuld, en heeft met + zelfs een open einde voor alle gendervariëteiten die men maar kan bedenken. Heel goed scoort het op Instagram als je je non-binair of gender-fluïde kunt noemen.
_CISMAN / CISVROUW
Aangezien al deze groepen, net als de zwarten en net als de vrouwen, slachtoffer geacht worden van systematische discriminatie, is binnen het patriarchaat nu ook de heteroman of cisman tot schietschijf verheven. Dit cisgender-woordgebruik heeft alweer een hoog newspeak-gehalte, in de suggestie die het wekt dat die persoon maar een van de vele 'normale' mogelijkheden is, naast alle varianten van 'trans'. Net als wit komt het vooral voor in denigrerende contexten, ten nadele van de heteromeerderheid. Over de intenties laat deze morele campusgids van een Amerikaanse middelbare school geen twijfel bestaan:
'We use cisgender to convey that everyone has a gender identity, and to avoid the assumption that cisgender is the "norm" or standard and transgender is the outlier or an abnormality.' (Bron: Grace Inclusive Language Guide)
Alweer heeft er een orwelliaanse omkering plaatsgevonden: wat (statistisch) afwijkend is dient als 'normaal' te worden beschouwd.
Het kwalijke nu aan de nieuwvorming met cis- bestaat erin dat de gewone heteroman of -vrouw een variant wordt binnen de waaier aan genderidentiteiten. De normaliteit wordt in een paradigma getrokken waar 'transitie' de norm is, waar je (nog) voor staat (cis-) of waar je (al) voorbij bent (trans-). In de praktijk is het effect dat alweer de statistisch dominante groep een als denigrerend ervaren label opgeplakt krijgt, en 'heteronormatief' belandt in dezelfde hoek waar 'blank' al naartoe verbannen was. Het is niet langer de 'witte man' die het voorwerp is van hoon vanuit de hoek der deugdzamen en kwetsbaren, maar de 'witte cisman'; 'cisvrouw' hoor je nauwelijks. Het woord wordt in een aantal media kritiekloos zonder aanhalingstekens geschreven, want volgzaam voor nieuwe trends zijn ze wel.
_Genderneutraliteit
Maar ook in het gewone taalgebruik blijken allerlei aanpassingen noodzakelijk, aangezien genderneutraliteit steeds meer een dwingende vereiste wordt in het openbare leven. We zagen 'dames en heren' op de trein het veld ruimen voor 'geachte reizigers': oké, daar valt mee te leven. Problematischer worden al instructies in campusgidsen en overheidsdiensten waar de verwantschapsbenamingen die de basis vormen van de communicatie in de gewone maatschappij, ervan langs krijgen. Om de toekomst in Europa te voorspellen, loont het naar de Angelsaksische en met name de Amerikaanse wereld te kijken. Hier geven campusgidsen instructies en bedenkt de overheid zelfs wetgeving om jongen / meisje te vervangen door kind, vader / moeder door ouder. Een onthutsende illustratie is de 'Official Code of Conduct' bij het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, waarin sinds 2017 o.a. de Engelse equivalenten van vader en moeder zijn geschrapt om ze te vervangen door het genderneutrale ouder. In totaal 29 verwantschapsnamen werden op die manier gereduceerd tot 15, een vorm van taalverarming van ongeziene orwelliaanse proporties.
Father, mother, son, daughter, brother, sister, uncle, aunt, nephew, niece, husband, wife enz. (29 in totaal) worden parent, child, sibling, parent's sibling, first cousin, sibling's child, spouse enz. (15 in toaal). (Bron: House Official Code of Conduct)
_Voornaamwoorden
Hadden we de gevoelig liggende huidskleurbenamingen binnen de raciaal gedefinieerde groep, dan heeft de lgtbq+-groep een extraontwrichtende impact op de normale talige omgang door een 'correcte' aanduiding met voornaamwoorden te eisen die zeer nauw luistert. Extraontwrichtend omdat het hier niet zozeer om lexicale maar in feite om grammaticale fenomenen gaat. Bij Orwell waren die nog ongemoeid gelaten, op het vragend voornaamwoord wie na, dat als overbodig was geschrapt. In de lgbt-enz.-newspeak 2.0 wordt de grammaticaal gesloten klasse van voornaamwoorden dooreengehusseld met nieuwe toepassingen die voor een leek niet te volgen zijn, en van het taalsysteem een onstabiel moeras maken. Ook rond deze ingreep op de taal en de daar onvermijdelijk uit voortvloeiende 'misgendering' zijn al hele 'socialemediarellen' uitgebroken, en mensen uit hun functies ontheven.
Wat maakt deze ingreep op de grammaticale woorden zo ontregelend? Er zijn een paar factoren, de belangrijkste is waarschijnlijk dat ze de 'weefselwoorden' van de taal zijn, en als zodanig hoogfrequent in gebruik. Het zijn woorden met een soort vanzelfsprekendheid waar je in principe nooit over na hoeft te denken. De ingreep op het voornaamwoordgebruik bestaat erin dat individuele leden van de taalgemeenschap eigen codes gaan opeisen, bv. omdat ze zich als 'genderfluïde' identificeren. In feite komt dit neer op een privatisering van de taal, en onteigening van de (taal)gemeenschap. Men zou kunnen spreken van het exporteren van ongemak. Men kan meevoelen met individuele personen die worstelen met een conflict tussen (biologisch) geslacht en (sociaal) gender, maar het wordt problematisch als die personen hun ongemak exporteren naar de andere taalgebruikers van wie verwacht wordt dat die hun comfortzone verlaten door hun voornaamwoordgebruik aan de eenzijdig gedecreteerde norm aan te passen. Het voelt kunstmatig en zelfs enigszins belachelijk aan om iemand met een vrouwenstem en vrouwelijk gedrag met 'hij' aan te duiden, ook als die zich in een mannenpak vertoont. Op die manier worden de 'weefselwoorden' bron van ongemak, en halen ze de vaste grond onder de voeten van de nietsvermoedende taalgebruiker, voor wie dit buitengewoon ontregelend is.
Helemaal gevaarlijk wordt het op de dag dat die op gender gebaseerde 'geconstrueerde' weefselwoorden voorwerp worden van voorschrift en wetgeving, zoals in de Angelsaksische wereld gebeurt. Misschien het bekendste voorbeeld is dat van de Canadese psychologieprofessor Jordan Peterson die consequent weigerde zijn voornaamwoordgebruik aan te passen, en in 2016 een reeks video's op YouTube losliet waarin hij van leer trok tegen toen een amendement op de Canadese strafwet dat 'gewenst' voornaamwoordgebruik dwingend maakte. Met hetzerige acties via de 'sociale' media werd hij sindsdien achtervolgd en werd er opgeroepen hem het spreken onmogelijk te maken. Hij is een van de velen die mochten ondervinden hoe de aanhangers van taalkundige disruptie overgaan tot sociale disruptie.
_Naschrift 1
'Marieke Lucas Rijneveld wil voortaan met "hij" worden aangesproken' (De Morgen 14 jannuari 2022)
Geregeld pakken media uit met titels als bovenstaande, die wegens hun polariserende inhoud gegarandeerd met de aandacht gaan lopen. Nog een paar voorbeelden: 'Sam Smith wil aangesproken worden met "hen"" (De Standaard 15 september 2019) (Britse zanger). Of, al even stereotiep: 'Raven van Dorst wil aangesproken worden met "hen" of "die"' (RTL Nieuws 8 mei 2021) (Bekende Nederlander, muzikant, tv-figuur). In de laatste gevallen gebeurde de aankondiging niet toevallig op Instagram, hét kanaal van de modieuze zelfrepresentatie. Het grappige is dat het persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon helemaal niet dient om iemand aan te spreken (het taalgebruik tegenover majesteiten nu even buiten beschouwing gelaten): daar dienen 'jij', 'jullie' en 'u' voor. 'Hij', 'zij', 'die' dienen om over iemand te spreken, m.a.w., om iemand aan te duiden of naar iemand te verwijzen. Níét om iemand 'aan te spreken'.
_Naschrift 2
Als men personen genderneutraal met een voornaamwoord wil aanduiden, is 'die' een goede kandidaat. 'Die' past als aanwijzend voornaamwoord namelijk in ons bestaande voornaamwoordensysteem, en zou dan – zoals met 'dat' / 'het' gebeurd is – een persoonlijk-voornaamwoord-toepassing kunnen krijgen. Alleen blijft er dan nog de bezitsvorm op te lossen. 'Diens' kan dan niet echt, het is immers een mannelijke vorm. Een mogelijkheid is aan de eigennaam van de persoon de genitiefuitgang '-s' toe te voegen ('Mariekes boek', 'Rijnevelds voorstel'): past in het bestaande systeem en is eveneens genderneutraal zonder dat de taalgemeenschap ontregelende artificiële vormen hoeft te verzinnen.

Lees hier deel 2 van deze essayreeks.
Kwintessens
Willy Vandeweghe (°1948) is taalkundige. Voor zijn pensionering was hij hoogleraar Nederlands aan de Gentse vertalers-/tolken-opleiding. Hij is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL).
_Willy Vandeweghe -
Meer van Willy Vandeweghe

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws