Kwintessens
Geschreven door Michael Vlerick
  • 1733 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

10 maart 2022 Een mannelijke autocraat en een globale instelling zonder tanden
Oorlog in tijden van vrede
In schok kijkt de wereld toe op de Russische invasie van Oekraïne. Het lijkt een horrortafereel uit vervlogen tijden. Hoe is zoiets vandaag nog mogelijk? De reden voor ons ongeloof is hoopgevend: we zijn oorlog ontwend. We leven in de meest vredevolle periode aller tijden. Niet zo heel lang geleden waren gewelddadige conflicten tussen groepen schering en inslag. Dat is gelukkig niet langer het geval en al zeker niet in Europa. Een aantal belangrijke historische ontwikkelingen hebben we hiervoor te danken. Om te begrijpen hoe het nu toch is kunnen mislopen en hoe we internationale vrede in de toekomst kunnen beschermen, is het zinvol om hierbij stil te staan. Drie ontwikkelingen in het bijzonder hebben in de nasleep van de tweede wereldoorlog geleid tot een periode van ongeziene internationale vrede. (Wat uiteraard niet betekent dat er in die periode helemaal geen oorlog is gevoerd, enkel dat er veel minder oorlog is gevoerd tussen naties dan dat ervoor het geval was.) Deze drie ontwikkelingen zijn: globalisering (in het bijzonder, de sterke toename van internationale handel), democratisering en feminisering.
_Drie drijvers van internationale vrede
1. Internationale handel en globalisering
 
Volgens de socioloog Norbert Elias (1994) was de opkomst van de internationale handel in de late middeleeuwen een van de belangrijkste historische factoren die groepsconflicten deed afnemen. Handel brengt mensen uit verschillende groepen op een positieve manier met elkaar in contact en maakt de welvaart van één groep deels afhankelijk van de welvaart van een andere groep. Waar het veroveren van territoria met gegeerde grondstoffen vroeger vaak loonde, is dat tussen handeldrijvende groepen doorgaans niet het geval.
De economische afhankelijkheid van naties onderling, zou in de tweede helft van de 20ste eeuw bijzonder sterk toenemen. De wereldeconomie kende een enorme groei en werd steeds meer geïntegreerd. Deze economische globalisering, zo stelt Thomas Friedman (1999), ging hand in hand met een pacificering van internationale relaties. Friedman noemt het de 'McDonald's-theorie van vrede'. Hij wijst erop dat twee landen waarin McDonald's-restaurants zijn gevestigd niet snel tegen elkaar ten oorlog trekken omdat ze doorgaans sterke economische banden met elkaar hebben. In een geïntegreerde globale economie, breng je als oorlogvoerende natie trouwens niet enkel de handelsrelaties in het gedrang met het land waarmee je een conflict aangaat, je loopt ook het risico op economische sancties van andere naties die de oorlog afkeuren. Iets wat Rusland momenteel aan den lijve ondervindt.
2. Democratisering
 
Een tweede belangrijke factor is democratisering. In 1945 waren nog geen 10% van de naties democratisch, vandaag zijn er meer regimes democratisch dan autocratisch – al is dat verschil voorlopig nog bescheiden.
Die golf van democratisering bracht vrede met zich mee. Democratieën trekken zo goed als nooit ten oorlog tegen elkaar en trekken in het algemeen ook veel minder vaak ten oorlog dan autocratieën. Een voor de hand liggende reden daarvoor is omdat ze de kosten die een oorlog met zich meebrengt (economisch maar zeker ook in termen van mensenlevens) moeilijk verkocht krijgen aan de bevolking.
De politieke wetenschapper Dominic Johnson (2004) wijst nog op een andere belangrijke reden waarom democratieën minder vaak ten oorlog trekken. In democratische regimes worden politieke beslissingen niet door enkelingen genomen en gaat een politiek debat aan elke beslissing vooraf. Daarom ligt volgens Johnson de kans op het ondernemen van militaire acties gevoelig lager dan in regimes waar dat niet het geval is. Een dergelijke vorm van politieke besluitvorming, stelt Johnson, legt immers de overmoed van enkelingen aan banden. Autocraten durven al eens hun militaire overmacht te overschatten en de kosten die een militaire operatie met zich meebrengt te onderschatten. In democratieën worden overmoedige enkelingen doorgaans teruggefloten.
3. Feminisering
 
Het tijdperk na Wereldoorlog II is er niet enkel een van globalisering en democratisering, het is er ook een van feminisering. De emancipatie van de vrouw kwam op kruissnelheid. Vrouwen kregen in steeds meer landen stemrecht (en – zo zagen we hierboven – in steeds meer landen werd er gestemd). Ze kregen ook steeds meer toegang tot hoger onderwijs, de arbeidsmarkt én tot machtsposities in de samenleving. Dat is een bijzonder goede zaak, niet in het minst voor internationale vrede. Gewelddadig groepsconflicten zijn over het algemeen een mannenzaak. Van de kleinschalige maar frequente conflicten bij onze nomadische voorouders tot de grote oorlogen van de voorbije eeuw is er één constante: het zijn vooral mannen die het opnemen tegen mannen.
Dat is niet toevallig. Volgens de evolutionaire psycholoog Mark Van Vugt (2006) heeft de evolutie de mannelijke helft van de bevolking met een destructieve erfenis achtergelaten, namelijk met de neiging om de strijd aan te binden met de uit-groep. Mannen die uit-groepsgeweld niet schuwden en bereid waren ten strijde te trekken tegen andere groepen deden het evolutionair doorgaans beter, ondanks de risico's van het vak. Ze kregen immers status binnen de groep en dus partners en hadden ook toegang tot de vrouwen van de overwonnen groepen. Hun oorlogszuchtige genen werden daarom goed verspreid. Het gevolg is dat over alle culturen heen mannen gemiddeld genomen gewelddadiger zijn dan vrouwen. Ze kijken gemiddeld meer naar gewelddadige films, begaan meer gewelddadige criminele feiten en zijn gemakkelijker te verleiden om deel te nemen aan gewelddadige confrontaties (van hooliganisme over terrorisme tot oorlog). Van Vugts theorie staat bekend als de 'mannelijke-krijger-hypothese'.
Groepen waarin vrouwen een prominente plaats bekleden en waarin hun belangen en waarden ter harte worden genomen, zijn over het algemeen vreedzamer. De feministische auteur Virginia Woolf had een punt toen ze schreef dat: 'zolang vrouwen uit machtsposities worden geweerd, er oorlog zal zijn'. Naast de toename in internationale handel en de democratisering van moderne maatschappijen is feminisering volgens de evolutionaire psycholoog Steven Pinker (2012) een van de drijvende krachten bij uitstek achter de opmerkelijke pacificering van westerse landen na de Tweede Wereldoorlog.
_Poetin, mannelijke krijger en autocraat
Waar is het dan misgelopen bij de invasie door Poetins regime van Oekraïne? Vanuit een economische logica is de invasie niet te verklaren. Sterker zelfs, Poetin lijkt bereid de welvaart van zijn natie op te offeren voor de (dubieuze) eer en glorie van die natie. De pacificerende invloed van internationale handel botst hier op een persoonlijke eerkwestie van een autocraat. Poetin past in een lang historisch rijtje oorlogvoerende leiders die dwepen met typisch mannelijke waarden zoals eer, dominantie en glorie van de natie (en van zichzelf).
Die eergierigheid en strijdlustigheid combineert Poetin met een grote overmoed in een gewenste afloop. Want zelfs wanneer de Russische invasie op militair vlak succesvol zou zijn, is het maar zeer de vraag of Poetins regime en zijn natie hier sterker uitkomt. Van die overmoed kan niemand hem afhelpen want er is niemand die hem een spiegel durft voorhouden. Na jarenlang meedogenloos elke politieke tegenstander (soms letterlijk) uit te schakelen, is hij omringd door jaknikkers. Zo wordt het lot van heel veel mensen beslecht door de waan van een individu. Een beangstigende vaststelling die het belang van democratisering en feminisering in de verf zet. Mannelijke autocraten die obsessief begaan zijn met de glorie van hun natie zijn tikkende tijdbommen.
_Waar zijn de blauwhelmen als we ze nodig hebben?
Kan de internationale gemeenschap dan niets beginnen tegen een oorlogszuchtige autocraat? In de nasleep van het meest destructieve conflict in de geschiedenis van de mensheid, de Tweede Wereldoorlog, zwoor de internationale gemeenschap een dure eed: dit nooit meer! Dat voornemen bleef niet bij woorden, in 1945 werd de Verenigde Naties opgericht met als doel om internationale vrede te bewaren en internationale samenwerking te faciliteren. Dat was een historische stap in de juiste richting. Een stap die reeds vruchten afwierp, zowel op het gebied van vredeshandhaving als van internationale samenwerking en solidariteit.
Toch kan en moet het beter. De VN vertoont een aantal belangrijke tekortkomingen. In mijn boek De tweede vervreemding (Vlerick 2019) en in dit opiniestuk werk ik een voorstel uit om de VN te hervormen om zo tot beter en krachtiger globaal beleid te komen voor globale problemen zoals klimaatverandering. Ook in haar vredesmissie schiet de VN tekort. Eerst en vooral kampt de instelling met een gebrek aan militaire slagkracht om in vele conflicten tussen te komen. De 70 000 blauwhelmen die de VN momenteel kan mobiliseren staan machteloos tegenover de militaire ontplooiing van vele naties. Ter vergelijking, Rusland mobiliseerde naar schatting 190 000 soldaten voor de invasie van Oekraïne. Verder wordt de veiligheidsraad van de VN (verantwoordelijk voor het behouden van de vrede en het inzetten van de blauwhelmen) gedomineerd door de vijf permanente leden (elk met een vetorecht): Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, China en – jawel – Rusland. Dat zorgt er niet enkel voor dat de VN niet ingrijpt in conflicten waar een van de permanente leden bij betrokken is, maar ook dat er vaker niet dan wel een overeenstemming komt over een eventuele tussenkomst in een conflict. Dat was onlangs nog het geval toen de burgeroorlog in Syrië losbarstte.
Dat moet anders. Om een vredevolle en voorspoedige toekomst voor allen te verzekeren moeten we onze globale instelling onder handen nemen. De VN – en al zeker haar veiligheidsraad – moet hervormd worden tot een legitieme globale instelling met tanden. Vandaag is het een impotente instelling waarin een handvol kibbelende naties aan de knoppen draaien.
_Feminisering, democratisering en globalisering
Laten we als internationale gemeenschap de historische trend naar minder conflict en meer samenwerking tussen naties beschermen en versterken. Dat doen we door te blijven ijveren voor gelijke rechten en mogelijkheden voor beide geslachten in landen waar dat nog niet het geval is. Door te blijven ijveren voor democratisering en door onze globale instelling te hervormen. Pacificering door feminisering, democratisering en globalisering. Dat laatste zowel op economisch vlak – door het uitbouwen en faciliteren van internationale handelsrelaties – als op politiek vlak – door het versterken en hervormen van onze globale instelling, de Verenigde Naties. Die lessen zijn niet nieuw, maar spijtig genoeg voor herhaling vatbaar.
_Literatuur
  • Elias, N. (1994). The Civilizing Process. Oxford: Blackwell. Het boek werd oorspronkelijk uitgegeven in het Duits in 1939.
  • Friedman, T. (1999). The Lexus and the Olive Tree. New York: Farrar, Straus and Giroux.
  • Johnson, D. (2004). Overconfidence and War: The Havoc and Glory of Positive Illusions. Harvard: Harvard University Press.
  • Pinker, S. (2012). The Better Angels of Our Nature: Why Violence Has Declined. London: Penguin Books.
  • Van Vugt, M. (2006). Gender Differences in Cooperation and Competition: The Male-Warrior Hypothesis. Psychological Science, 18(1), 19-23.
  • Vlerick, M. (2019). De tweede vervreemding: Het tijdperk van de wereldwijde samenwerking. Tielt: Lannoo.
Kwintessens
Michael Vlerick doceert wetenschapsfilosofie aan de universiteit van Tilburg en is auteur van 'De tweede vervreemding. Het tijdperk van de wereldwijde samenwerking' (2019).
_Michael Vlerick -
Meer van Michael Vlerick

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws