• |
Kwintessens
Geschreven door Jacinta De Roeck
  • 720 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

9 juni 2020 Sekswerken in tijden van corona
Het Schipperskwartier ligt er onwezenlijk stil bij. De rode lichtjes zijn gedoofd, de vitrines leeg. Op straat doolt een eenzame bezoeker die de vorige weken blijkbaar op Mars verbleef. Ik ken deze buurt zeer goed, fiets er al eens door en voel dan het pittige leven. 'Leven' in de vorm van veel 'goesting' bij kijkende en keurende mannen, bij nieuwsgierige toeristen. Maar ook leven en goesting bij de sekswerkers, werkijver. Want wat het taboe ons ook vertelt, sekswerken kan een heuse job zijn op voorwaarde dat het een vrije en vrijwillige keuze is.
Coronatijden bewezen intussen dat seksuele dienstverlening géén volwaardige job is. Voor deze mensen is er nauwelijks of geen opvangnet in tijden van 'technische' werkloosheid. Er zijn er, gelukkig, die kunnen terugvallen op werkloosheid omdat ze ingeschreven werden als 'dienster' of 'masseuse'. Er zijn er die een tijdje verder kunnen dankzij de gespaarde centen. Maar velen zien zwarte sneeuw. De tijden zijn zo somber dat ze terug aan slag moeten in de clandestiniteit, zonder noodknop, zonder strikte (medische) veiligheid, simpelweg om te overleven. Letterlijk. Na een lange periode zonder enig vooruitzicht op 'terug aan het werk kunnen', werd zopas beslist dat sekswerkers terug aan de slag kunnen, weliswaar na goedkeuring door de betrokken minister van 'afgesproken' protocollen. Maar hoe anders zou deze COVID-19-crisis voor hen niet geweest zijn én zijn met een volwaardig statuut?
_Het juridische kader 'prostitutie' nu
In het Belgische Strafwetboek staat dat prostitutie wettelijk niet verboden is. Het kopen van seksuele diensten mag indien er wederzijdse toestemming is en indien de sekswerker meerderjarig is. Wat wél verboden en bijgevolg strafbaar is, is iemand tewerkstellen als prostituee of meenemen met het oog hem of haar te prostitueren, zelfs indien het om een meerderjarige gaat. Ook een pand uitbaten waarin prostitutie plaatsvindt, een kamer of woonst verhuren of verkopen waarin prostitutie zal plaatsvinden, geld verdienen aan de prostitutie van een ander en reclame maken voor diensten van seksuele aard zijn strafbaar. Deze juridische wetsbepalingen zijn blind voor het feit dat men prostitutie niet kan uitroeien. We zouden het daarom beter legaliseren. Respect voor de integriteit van de persoon (lees 'vrouw', zoals vele vrouwenbewegingen verdedigen) en het rigide standpunt van enkele denkers dat seksualiteit als meest intieme, fundamentele contactvorm tussen mensen sacraal is, staan haaks op het liberale vrijekeuzemodel. Het gegeven dat vrouwenhandel (uitgebreid mensenhandel) en prostitutie altijd samengaan, verzwaart het debat bovendien enorm.
Politiek werden er al pogingen ondernomen om 'sekswerken' een plaats te geven in de economische samenleving. Zo werden in het parlement wetsvoorstellen ingediend rond de eeuwwisseling, zonder enig gevolg. Ook steden die gebukt gingen onder de overlast van prostitutie, bleven niet ondergaand toezien. Het boek Ze zijn zo lief, meneer van Chris De Stoop (1992), was een rauwe wake-upcall. Het 'gedoogbeleid' zoals het in Antwerpen uitgewerkt werd en in het Schipperskwartier zichtbaar is, was een enorme stap vooruit, voor de sekswerker zelf, maar toch vooral voor de stad. De overlast is minimaal, meer nog, het Schipperskwartier werd opgenomen in het toeristische programma van de stad. Gedoogbeleid voor prostitutie als economische, toeristische, meerwaarde.
_Het stedelijk 'gedoogbeleid' als tussenoplossing
Vele steden volgden intussen, met succes. Al was het nog niet zo lang geleden (augustus 2017) dat een Brusselse burgemeester aankondigde dat hij prostitutie wil uitroeien en er repressief tegen zal optreden. Het alternatief dat CD&V naar voor schoof voor Brussel was het bijeenbrengen van alle sekswerkers in een megabordeel en een gedoogbeleid. Beide oplossingen zijn halfslachtig en weinig doordacht. Het voorstel van burgemeester Close is struisvogelpolitiek, want door prostitutie uit een gemeente te bannen, verhuis je het fenomeen gewoon naar naburige gemeenten. Het alternatief van gemeenteraadslid Debaets is een goedbedoelde, maar niet duurzame oplossing. Dergelijk 'gedoogbeleid' resulteert weliswaar in een serieuze duik van de overlast in die buurten, de sekswerkers blijven echter in de illegaliteit werken, zonder enige sociale bescherming, zoals de COVID-19-crisis intussen bewees. Ze bouwen geen sociale rechten op en betalen geen belastingen. In die context is het nuttig te weten dat de Belg vorig jaar meer dan 1 miljard euro uitgaf aan betaalde seks (gegevens Nationale Bank van België). Beide politieke voorstellen laten bovendien mensenhandelaars vrij spel.
De Belgische kijk op prostitutie verschoof van verderfelijk en immoreel naar beschermend, om de 'prostituees' als slachtoffer uit hun benarde situatie te redden. Vandaag staan individuele autonomie en welzijn centraal, wat resulteert in sekswerkers-denken als beroep. Als we in het essay 'Hebben wij recht op seks?' (dS Weekblad van 26 augustus 2017) lezen dat seksualiteitsbeleving een onderdeel is van onze psychologische behoeften en als we ook nog het boek En vraag niet waarom. Sekswerk in België van Hans Vandecandelaere (EPO 2019) lezen, dan wordt het duidelijk dat het debat gevoerd moet worden. De coronacrisis maakte duidelijk dat het debat slechts één doel moet hebben: een wet die sekswerkers een plaats van rechten en plichten geeft in onze economische samenleving. Als we het welzijn en de veiligheid van de sekswerkers willen verbeteren, dan is de enige efficiënte en duurzame oplossing een volwaardig statuut. Nieuw-Zeeland deed het ons al voor en bewijst dat het kan. Dat statuut moet ruimte geven voor de keuze om te werken als zelfstandige of als werknemer. Zo een statuut vereist een grondige aanpassing van het Strafwetboek.
_Leren en niet leren van het buitenland
Er zijn intussen buitenlandse voorbeelden naast Nieuw-Zeeland die hun efficiëntie bewezen hebben of niet. Het Zweedse model dat de klant criminaliseert, verbiedt niet enkel prostitutie, maar ook de aanschaf van seksuele diensten. Dit is geen verkiesbare oplossing. In het tijdperk van internet en sociale media is het enige gevolg hiervan dat prostitutie zich verplaatst naar de clandestiniteit. Wat zich daar afspeelt, is niet te controleren. Het creëert mogelijkheden tot misbruik, uitbuiting en mensenhandel. Duitsland en Nederland legaliseerden prostitutie en bewijzen dat het anders en beter kan. Legalisering van prostitutie leidt niet automatisch tot misbruik, overlast en mensenhandel. De zeer liberale Nederlandse wet is zeer zeker een goede basis om als uitgangspunt te nemen voor een open, gedurfd debat dat moet leiden tot degelijk wetgevend werk, al verkies ik als liberaal het Nieuw-Zeelandse model. Dat model gaat een stap verder dan 'legalisering en regulering'. In Nieuw-Zeeland is er geen wet die sekswerk 'reguleert', het is simpelweg toegelaten als 'legitieme job'. Het leveren van seksuele dienstverlening is gedecriminaliseerd. Er is wel een wet die gedwongen prostitutie en kindprostitutie strafbaar maakt. Om het samen te vatten: niet wettelijk bepalen wat wel mag voor 'vrijwillige' prostitutie, maar wettelijk bepalen wat niet mag voor 'gedwongen' prostitutie. Duidelijke wetgeving die het taboe dat – betaalde – seksuele dienstverlening normaal en zelfs een recht is, overboord gooit.
Het Belgische gedoogbeleid was een goede eerste stap, maar is geen duurzame oplossing. Niet alleen prostitutie, ook allerlei vormen van pooierschap en seksuele uitbuiting blijven zo feitelijk getolereerd. Systematisch optreden is vrijwel onmogelijk als ongeschreven regels overtreden worden. Onder een gedoogbeleid blijft prostitutie zich afspelen in een schemerzone die ruimte geeft aan mensenhandel.
_Een statuut 'sekswerker': rechten en … plichten
Het feit dat het beroep niet erkend is, zorgt ervoor dat de sekswerkers weinig of geen sociale bescherming hebben en vaak in het zwart werken (belastingontduiking). Bij het uitoefenen van hun job zijn ze aangewezen op bepaalde infrastructuur (bars, vitrines) en ongeacht hun officieel statuut werken ze dan toch de facto in een soort werknemers-werkgeversrelatie met exploitanten, zij het als dienster. Het is onjuist te stellen dat alle 'prostituees' het slachtoffer zijn van mensenhandel. Er zijn er echt wel die er vrijwillig voor kiezen als 'beroep'. Wat hun motivatie ook is, dat valt in de privésfeer. Daarom pleiten drukkingsgroepen – waaronder de Open Vld Vrouwen als enige 'vrouwen'beweging – ervoor om het beroep 'sekswerker' te decriminaliseren, en voor een volwaardig statuut 'sekswerker'. Dit laat toe mensenhandel beter te bestrijden – niet onbelangrijk in tijden met vluchtelingenstromen –, prostitutie uit de greep van het misdaadmilieu te houden, aan de personen werkzaam in deze sector betere bescherming te geven en uitbuiting en pooierschap te bestrijden. Dat er ook heel wat belastingen de staatskas zullen spijzen, is politiek gesproken in deze tijden graag meegenomen.
Waar wachten de politici die zo 'vol' zijn van de economische coronaslachtoffers nog op?
_Niet zonder ons
Vaak worden er voorstellen gedaan, beslissingen genomen of reglementen afgekondigd die verregaande gevolgen hebben voor de levens van sekswerkers, zonder dat ze daarin zelf gehoord worden. Ze vragen dat ze in deze debatten betrokken worden zodat ook met hun noden en verwachtingen rekening gehouden wordt. Beslissingen die hen betreffen, mogen niet gevoed worden door moraliserende oordelen en moeten in de eerste plaats pragmatische en menswaardige oplossingen bieden.
Utsopi, de unie van sekswerkers, kan de weg wijzen naar het juiste wettelijke kader.
_Meer lezen en weten?
_Tot slot
Mijn oprechte dank gaat uit naar Patsy Sörensen. 'En ik meen het, Patsy!'
Zonder haar en Payoke zouden we nu misschien zelfs geen gedoogbeleid hebben, of zelfs nog geen aandacht voor de 'meisjes'.
Kwintessens
Adviseur ethische thema's Open Vld
_Jacinta De Roeck -
Meer van Jacinta De Roeck

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws