• |
Kwintessens
Geschreven door Francis Geldof
  • 162 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

19 mei 2020 Commons, bis
De ruis vandaag is die van regen en windstoten. Maar geen duisternis in de helderheid van de dag. Met woorden vinden we andere werelden. Lichaam zijn met de dingen: boom, bloem, water, zon, licht. Genot, strelen, zien, aandacht geven, Eros.
Dat gaat met de geduldige herhaling die in elke goede leerschool van ambachten toepasselijk is en evenzo nodig is bij voortschrijdend onderzoek naar een vaccin. Die herhaling ligt bij bouwen in een traditie voor dat voelen, kijken, controleren, afwegen. Meten, weten. Geen ruis.
Een lading woorden komt nooit aan de juiste betekenis van architectuur tegemoet. In Lexicon architectuurcultuur: een kritische analyse van woorden en topoi, is er een aanzet gegeven door Beatriz Van Houtte Alonso. In de daaropvolgende discussie onder vaklieden (zie 'de Witte Raaf') ging het snel over het blootleggen van ideologie, van een maatschappelijke kwestie. Veel bouwen gaat hand in hand met het aanhouden van één denkpiste: een doelgericht denken, het utiele dat voorbijgaat aan de common.
Daarmee kom ik zelf opnieuw terecht bij het 'Tauschprinzip' van Adorno: wat is inruilbaar? Een bedje vrij, een andere komt er aan. Een huurder buiten: de andere staat reeds in de rij. Getelde vluchtelingen of daklozen. Waterproductmerken, getelde doden en overlevenden, berekening.
Boekenrijen? In de bibliotheek vakgroep Architectuur UGent: hoe stil moet het daar nu zijn! Met stilte (of ruis) komt een ontwerper echter eerder terecht in de wetenschap van akoestiek, bij normering, voorschrift, maatregel, meetbaarheid, risicoanalyse. Niet dus bij tradities die weerklinken in een overlevering: Delphi, Vézelay of Van Der Meeren en Renaat Braem.
Er is steeds die spreidstand tussen 'bouwen' en 'architectuur', tussen het simpele en het complexe, tussen een 'autonome verschijningsvorm versus de culturele en maatschappelijke context waarbinnen deze mogelijk wordt'.
Terug naar de common van het 'wonen'? Met de juiste aandacht voor 'common spaces' zou met de recente ervaringen een wending kunnen worden genomen. Er is de enorme bagage die Geert Bekaert achtergelaten heeft, er is bijvoorbeeld Florentine Sack met 'Open House'. Bouwen op de schouders van anderen, zoals Umberto Eco dat heeft verwoord.
'Je hebt recht op dezelfde bescherming als iedereen', zegt de Universele Verklaring en nog: 'Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in … zijn tehuis'. Met bescherming is hier niet bedoeld wat bouwen biedt tegen weersomstandigheden, de beschutting door muren van karton of muren van graniet, daken van stro of van keramiek. Met inmenging gaat het meer over bescherming tegen agressie: een slot op een deur. Beide rechten zijn voorwerp van de common 'wonen', versterkt door het recht op 'eigendom' die men vindt na zich vrij verplaatsen, reizen.
Wie reist, ziet woonplaatsen die nooit de pretentie hadden zich met die architectuur in te laten. Die 'vernaculaire architectuur' toont hoogstaande, meestal holistische kwaliteiten, met resultaten in bijvoorbeeld 'A Holistic Approach Towards International Disaster Resilient Architecture by Learning from Vernacular Architecture' (presentatie van architect Soichiro Yasukawa, Unesco).
De mens als maat: de Modulor van Pierre Janneret begon met dit moderne inzicht. Het unieke Chandigarh. De Weißenhofsiedlung laat dan weer de genialiteit zien van bijeengebrachte individuen.
'Kunst als metafoor voor een meerstemmige samenleving', de Pacificatielezing van Jan Raes, gaf hier een aanzet voor deze 'samen-horigheid': het wij-gevoel versterken en niet alles aan een dirigent overlaten maar putten uit het 'common'-gevoel. Horigheid kunnen we dan achterlaten en overgaan tot waarachtig overleg.
Wat tussen vier muren strelende herhaling is, wordt aan overkanten het thanatos van de dodelijke 'comme d'habitude', gebrekkige aandacht, generalisatie, marcherende legers. Daar is slechts de herhaling van een inspiratieloze vormgeving. Vanuit curves die de uitzondering, het bijzondere opzij plaatsen in plaats van het te laten leiden. Winstmachines kiezen voor die grootste gemene deler: niet voor stakeholders maar voor aandeelhouders. Machines, mallen, generalisatie: kleurloze kamergangen, de 'Neufert'-maatgeving, fascisme van zielloze zuilenrijen, catalogus-bouwen, sjablonen.
Bouwers gingen uit nood over tot gestapelde prefab, wat de industrie snel overkocht en blijft toepassen: gebouwen met de hoogste rendabiliteit aan promotoren leveren. Dit werd het normaal van zowel de provinciale verkavelingswoede als de stedelijke hoogbouw. Het blijven beide ideologisch anders ingevulde innames van kostbare grond. Verspillingen, verloedering, thanatos.
Grond is een common, net als licht, water, een thuis. Naast C is er die andere crisis die naar een andere exponentiële groei of neergang leidt, met stilaan een onvermijdelijkheid. Er is meer inter-esse, meer intelligentie toe te passen: die kennis is er.
Eén voorbeeld. De participatieve onderzoeksactie 'Brusseau'. De problematiek van wateroverlast en overstromingen wordt hier aangepakt door slim overleg tussen wetenschappers, buurtbewoners, ontwerpers. Holistisch worden haalbare trajecten uitgestippeld waar rechten en plichten gelden. Kaartmateriaal, metingen ter plaatse, burgerinitiatieven, ontwerpervaring, structurele steun. Zo openen de oude beekvalleien, tekenen zich paden af die snippers groen verbinden tot groengebieden. Dit is concreet en innovatief met een verrijking voor de actuele, dagelijkse institutionele praktijk. En daarin staat dan een kunstwerk: een hoge veelkleurige piramide met daarin gebeiteld de rechten uit de Universele Verklaring. Cirkel gesloten!
Kwintessens
Francis Geldof is architect en werkt voor de Vrije Universiteit Brussel. Hij woont in Brussel en is curator bij 'Ekster vzw' die kunst in de openbare ruimte organiseert.
_Francis Geldof -
Meer van Francis Geldof

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws