• |
Kwintessens
Geschreven door Bram Vanhaesebrouck
  • 912 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

11 februari 2020 Over vervreemding
Als tiener dacht ik vaak aan hoe het leven van onze verre voorouders moet zijn geweest. Dwalend over een open grasland, samen met een kleine groep mensen, jagend op een hert. Ieder lid van de stam zou elkaar door en door kennen, compleet op elkaar ingespeeld om de jacht tot een goed einde te brengen. En zoals tienergedachten nu eenmaal gaan, was de jacht ook succesvol. Ik stelde me voor wat voor thuiskomst het zou zijn, om na een periode van honger terug thuis te komen met een pas geschoten dier. De euforie zou eindeloos zijn. Mijn fantasieën riepen een heimelijk verlangen op, met de gedachte dat ik in het verkeerde tijdperk geboren was. Net zoals heel wat mensen van mijn generatie verlangden om geleefd te hebben in de gouden jaren '60, verlangde ik dat ik geboren was in het pleistoceen. Ik begreep nooit echt waarom ik zo gefascineerd was door die periode.
Enkele jaren later, als twintiger, begon ik net zoals de meesten met het opbouwen van een zelfstandig leven. Zo'n leven ziet er radicaal anders uit dan het leven op de savanne. Iedere dag kwam er een traiteur langs om ons van (zeer vettig) eten te voorzien. Vaak kregen we zodanig veel, dat we een deel van het voedsel moesten wegsmijten. Ik vroeg me vaak af waar het vlees vandaan zou komen, op welke manier het bewerkt was; of van welke boer de aardappelen zouden komen. Dezelfde soort vragen had ik voor de verwarmingsketel, het vervoer, de computers, mijn kleren. Een mens uit de oertijd hield zich heel zeker niet met zulke vragen bezig.
In ieder geval, ik heb nog steeds heel weinig antwoorden, behalve dan dat er voor de oorzaak van dergelijke vragen een woord bestaat: vervreemding.
Een tijdje terug las ik een boek dat een interessant licht wierp op het begrip 'vervreemding': Mismatch, van Ronald Giphart en Mark van Vugt. Ze pogen vanuit de evolutiepsychologie te verklaren waarom de moderne mens vaak niet goed gedijt in de grootstedelijke cultuur, en ik denk dat ze er goed in slagen ook.
Wat is een mismatch? Het concept komt oorspronkelijk uit de evolutiebiologie, en beschrijft hoe bepaalde evolutionaire eigenschappen ooit voordelig waren, maar na verloop van tijd nadelig werden door een verandering van omgeving. Wanneer de hardware van een soort (DNA, brein of lichaam) wordt blootgesteld aan een omgeving die snel verandert, ontstaat er een mismatch. Hoewel de idee toepasbaar is op ieder organisme, wil ik me vooral richten op de mens. Als we de omgeving bekijken waarin de mens (als soort) is opgegroeid, en die vergelijken met de omgeving waarin we nu leven, dan wordt snel duidelijk dat we met veel mismatchen moeten leven. De lijst lijkt wel eindeloos: talloze infectieziekten, (postnatale) depressie, OCD, obesitas en diabetes, auto-immuunziekten, bijziendheid …
In het boek bespreken ze verder ook methodes om de mismatchen weg te werken, of te verminderen. Net zoals de auteurs, heb ik geprobeerd om mijn leven anders in te delen. Daardoor heb ik minder last van de mismatchen en wordt de gemoedsrust groter. Ik geef een paar voorbeelden:
  • over het algemeen kom ik veel meer buiten dan vroeger. Ik neem meer zonlicht op, wat goed is voor een grotere opname van vitamine D;
  • ik vecht tegen een overdaad aan suiker en vet. De kans op obesitas, diabetes en hartklachten verkleint. De energie neemt toe;
  • mijn auto is uitgeschreven. Nu doe ik bijna alles met de fiets, of te voet
  • ik sta meer in contact met mijn voedsel door de aanleg van een (kleine) moestuin;
  • ik zie veel meer vrienden en familie dan vroeger. 
Als laatste zeg ik graag iets over mijn verwarmingsbron. Door het grootste toeval viel er deze zomer op 50 meter van mijn caravan een enorme populier om. Aan de voet van de boom begon zich een schimmel een weg naar binnen te banen. De verzwakte onderkant kon nog maar weinig ondersteuning meer bieden, en een windvlaag legde de kolos tegen de vlakte.
Samen met een zevental vrienden hebben we alles verzaagd, versleept, gekliefd, opnieuw versleept, gestapeld en uiteindelijk verbrand. Het oude gezegde dat je 'van hout twee keer warm hebt', klopt dus niet. Ik zit tenminste al aan zes keer.
Om te concluderen: niet alleen stelt de evolutiepsychologie ons in staat om onszelf beter te leren begrijpen, ze helpt ook nog eens om onszelf en het leven te verbeteren. Het lijkt me niet verstandig om opnieuw te leven als oermensen: zoiets zou een marteling zijn. En toch lijkt het mij ook niet opperbest om onze menselijke natuur te verloochenen. Daarom kies ik voor een realistische en duurzame tussenweg, tussen natuur en stad.
Seneca vat het in een van zijn brieven goed samen: 'Philosophy calls for simple living, not for doing penance, and the simple way of life need not be a crude one.'
_Wie is Bram Vanhaesebrouck?
"Ik ben een zevenentwintigjarige man met een brandend verlangen om de vruchten van de filosofie toe te passen op mijn leven. Op een manier zou ik kunnen zeggen dat die wens er altijd is geweest, alleen slaagde ik er zelden in. Een aantal jaren geleden behaalde ik een diploma, waarna ik begon te werken met mensen met NAH (niet-aangeboren hersenletsel). Hoewel de job zinvol was, bleef het verlangen onveranderd. Mijn zoektocht naar gematigdheid en gemoedsrust moest op een ander slagveld gestreden worden, dus heb ik in mijn 26ste levensjaar beslist om een grote levenskeuze te maken. In december 2018 diende ik mijn ontslag in, eind april stopte ik met werken en op 4 juni begon de eerste dag van mijn nieuwe leven. De dag van de autonomie, van de vrijheid, van de zelfstandigheid. Hier in het Kortrijkse wil ik een jaar leven in een klein bosje, zonder job, zonder elektriciteit, zonder stromend water en zonder al te veel prikkels. Een stacaravan zal mij bescherming bieden tegen de elementen."

Lees zijn eerdere tekst, Over de stilte, hier.
Kwintessens
-
_Bram Vanhaesebrouck -
Meer van Bram Vanhaesebrouck

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws