• |
Kwintessens
Geschreven door Fons Mariën
  • 313 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

16 september 2019 'Ik haat spruitjes'
Ik las het op iemands website: 'Ik haat spruitjes'. Waarom niet gewoon: 'ik vind spruitjes niet lekker' of 'ik lust geen spruitjes'? Dat zou toch meer aanvaardbaar klinken. Waarom gebruiken we het werkwoord haten, of het zelfstandig naamwoord haat? Waarom drukken we ons zo fel uit? De verklaring dat in dergelijke uitspraken Gargamel, de grote vijand van de smurfen, wordt geparodieerd, is lang niet altijd geldig.
Het woord haat wordt niet altijd zo expliciet gebruikt. Wie met de sociale media enigszins vertrouwd is – en wie is dat niet in onze maatschappij – kent ook de termen 'hate speech', haatmail of haatbericht. Ik ben zelf alleen op Facebook actief en lees geregeld reacties van mensen op controversiële berichten. Vaak gaan die over de islam of migranten, hot topics tegenwoordig. Ik stel dan inderdaad geregeld vast dat sommige gebruikers een grof taalgebruik hanteren, dat weinig genuanceerd en soms ronduit racistisch is. Waarom gebruiken die mensen grove taal, schuttingtaal, beledigingen? Of waarom praten gebruikers dergelijke taal (van anderen) goed? Er is een evolutie naar een grover, straffer taalgebruik, waarschijnlijk in de hand gewerkt door de relatieve anonimiteit die mensen hebben op sociale media. Het is moeilijk om dat objectief te meten, maar het is wel de indruk die velen onder ons krijgen. Wat vroeger weleens op café werd gezegd, staat nu zwart-wit op sociale media. Om enigszins op te vallen in het symfonisch orkest van berichten moet je feller uit de hoek komen dan anderen. Iemand als Theo Francken heeft dat duidelijk begrepen. Daarom 'haat' je spruitjes in plaats van 'ze gewoon niet lekker te vinden'.
_De vrijheid van meningsuiting
Ik denk niet dat de 'spruitjes' in bovenstaand voorbeeld gaan protesteren, maar mensen die zich beledigd voelen, doen dat wel. We hebben hier te maken met de grenzen van vrijheid van meningsuiting. Het aanzetten tot haat en geweld is in dit land strafbaar. Maar er is in vele gevallen ruimte voor interpretatie. Er is een grijze zone van berichten die beledigend klinken of zijn, maar die niet duidelijk racistisch zijn of niet expliciet aanzetten tot haat of geweld. We reageren verschillend op dergelijke berichten, naargelang onze gevoeligheid. Mensen uit uiteenlopende culturen kunnen er ook andere opinies op nahouden over wat al dan niet toelaatbaar is. Het scherpst van al kwam dat tot uiting door de aanslagen op de redactie van Charlie Hebdo (januari 2015), een vergelding voor afbeeldingen van de profeet die volgens de daders (en veel moslims met hen) niet door de beugel konden.
In mijn boek De slaap van de rede brengt monsters voort probeer ik duidelijk te maken dat er een verschil is tussen kritiek op de islam (een ideeënconstructie) en kritiek op moslims (mensen dus), in navolging van Ali Rizvi en zijn boek De atheïstische moslim. Hij wijst er in zijn boek op dat rechts te gemakkelijk een amalgaam maakt van islam en moslims en beide in één moeite afwijst. De linkerzijde gaat de fout in door het recht van moslims om te geloven in de islam te verdedigen en tegelijk de inhoud van die geloofsovertuiging boven alle kritiek te verheffen. Nuanceren is belangrijk, maar is niet altijd eenvoudig. Zwart-witdenken ligt vaak meer voor de hand, maar tussen zwart en wit bestaat een grijze zone van nuances. Berichten op de sociale media zijn veelal kort en krachtig, die media lenen zich niet tot uitvoerige en genuanceerde teksten.
_Liefde overwint alles, ook haat
Tot hiertoe had ik het over berichten die we als verbaal geweld kunnen bestempelen. Maar er bestaat natuurlijk ook fysiek geweld. Het volgende citaat van Yuval Noah Harari uit zijn boek 21 lessen voor de 21ste eeuw vind ik hierbij relevant: 'Mensen die bang zijn om hun waarheid te verliezen zijn vaak gewelddadiger dan mensen die gewend zijn om alles van verschillende kanten te bekijken'. De dingen 'van verschillende kanten bekijken' is een andere manier om te spreken over nuanceren. Tot die 'mensen die bang zijn om hun waarheid te verliezen' behoren alvast diegenen die het niet laten bij verbale reacties (op sociale media) maar die overgaan tot daden. Terroristische acties, zoals in het geval van de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo en de vele aanslagen ervoor en nadien, kunnen moeilijk anders dan als haatmisdrijven bestempeld worden. Het plegen van een aanslag – hetzij een zelfmoordaanslag, hetzij met messen, met geweren of met voertuigen – is een duidelijke uiting van haat, want gericht op het maken van zoveel mogelijk slachtoffers, in vele gevallen onschuldige burgers die toevallig 'op het verkeerde moment op de verkeerde plaats waren'.
Na dergelijke terroristische aanslagen werd er telkens door de bevolking gereageerd met het plaatsen van bloemen, kaarsen en knuffels op de plaats van het delict. Deze reacties hebben hun plaats in de rouw, in de verwerking van hevige emoties na een aanslag. Mensen uiten zo hun gevoelens, zoeken troost bij elkaar. Maar ook boodschappen als 'liefde overwint alles, ook haat' waren niet uit de lucht. Ik meen dat deze boodschappen goedbedoeld zijn, maar ken ze toch een hoog Bond-zonder-Naam-gehalte toe. Op welke manier denken mensen dat we door liefde dergelijke extreme haat kunnen voorkomen of oplossen? In een samenleving zijn er altijd fricties, botsingen of tegengestelde belangen tussen (groepen) mensen. We kunnen die tegenstellingen niet oplossen door ze met de mantel der liefde te bedekken. Dan komt het erop neer dat ze onder de radar blijven en in de luwte voortwoekeren. Het tegenovergestelde daarvan is dan weer het onnodig polariseren of het op de spits drijven van tegenstellingen. Dat gebeurt vaak met berichten in de sociale media, zoals we hierboven besproken hebben.
Bond-zonder-Naam-attitudes zullen ons niet helpen. Het is een illusie te denken dat we door liefde alle problemen kunnen oplossen. We moeten zoeken naar reële oplossingen voor reële problemen. In sommige gevallen houden die oplossingen ook in dat we ons politieapparaat, de staatsveiligheid of zelfs de krijgsmacht moeten inzetten. In het geval van dit terrorisme dat geen enkele haalbare politieke doelstelling nastreeft – met andere woorden een doelstelling waarover gepraat of onderhandeld kan worden – in dit geval mogen we niet naïef zijn. Die naïviteit noem ik in mijn boek de Chamberlain-attitude, de houding van een politicus die dacht dat hij het op een akkoord kon gooien met het kwaad (het naziregime). Geregeld hebben we in onze westerse samenleving Chamberlain-stemmen gehoord. Maar die zullen ons niet vooruit helpen. Wat – naast eventuele repressieve maatregelen – nodig is, is het ontwikkelen en verspreiden van een tegenverhaal. Een positief, maar reëel en realistisch tegenverhaal dat gestoeld is op waarden als democratie, de rechtsstaat, de liberale vrijheden en mensenrechten en dat fungeert als antidotum voor haatdragende ideologieën.
Kwintessens
Auteur van 'De slaap van de rede brengt monsters voort', uitgegeven bij Uitgeverij Aspekt (Nederland)
_Fons Mariën Auteur
Meer van Fons Mariën

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws