Kwintessens
Geschreven door Geert Lernout
  • 596 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

6 oktober 2022 Liefde voor het woord
Filologie is de studie van geschreven bronnen, maar etymologisch betekent het de liefde voor het woord, en dat is geen toeval: de etymologie is onderdeel van de filologie. Toen ik exact 45 jaar geleden mijn diploma van licentiaat in de Germaanse filologie kreeg, was ik daar zo trots op dat ik 'filoloog' liet zetten op mijn nieuwe identiteitskaart. De mevrouw aan de balie van het Antwerpse stadhuis protesteerde nog: maar dat beroep moet wel echt bestaan, hé mijnheer? En dat ze dat moest opzoeken in een versleten Prisma-woordenboekje. Doe maar gerust, mevrouw, zei ik: wij filologen maken die woordenboeken.
Ondertussen is het diploma van naam veranderd en is de filologie nagenoeg geheel verdwenen uit de opleiding. Het woord 'filoloog' is nu een scheldwoord voor de kommaneukende collega's die op leven en dood van mening verschillen over de aan- of afwezigheid van één lidwoord in een tekst die toch door niemand werd gelezen. Of zoals Lord Byron schreef (overigens over iets heel anders): 'Tis strange the mind, that very fiery particle, Could let itself be snuffed out by an article'.
Nog even heb ik zelf geprobeerd om het tij te keren door de gedegen en grondige studie van oude en nieuwe teksten dan maar 'radical philology' te noemen, wat deze benadering een zekere street credibility geeft: die dingen klinken altijd beter in het Engels. Maar toen ging een classicus met die term aan de haal.
Toch is de filologie een degelijke wetenschap uit de negentiende eeuw, met wortels in een oudere traditie van tekststudie die teruggaat tot het hellenisme, toen men voor het eerst probeerde om de juiste teksten voor het werk van Homerus te vinden. Niet veel later gebruikten joodse en later christelijke filologen gelijkaardige technieken om de bijbelse teksten zo goed mogelijk te editeren, vertalen en begrijpen.
In een manuscriptcultuur is de juiste vorm van de tekst van levensbelang, zeker als het om maatschappelijk relevante teksten gaat: in Engeland heeft men ooit een 'stoute' bijbel gedrukt met als zesde van de tien geboden: 'Thou shalt commit adultery'. Geen partikel dit keer, maar wel een bewijs dat drie letters een groot verschil kunnen maken.
Maar gelukkig zijn ze nog niet helemaal verdwenen, de filologen. Ik ben er zelf ook nog, natuurlijk, maar ik lees ook graag de avonturen van andere filologen, die minstens even spannend zijn als die van Indiana Jones en die net als bij Spielberg soms met de bijbel hebben te maken.
Voor orthodoxe joden is de Talmoed heel belangrijk, maar daar zijn twee versies van, eentje die uit Babylon komt (de Balwie) en eentje die zijn oorsprong heeft in Palestina, de Jeroesjalmie. De eerste was in de middeleeuwen de meest verspreide, en van de tweede is er maar één volledig manuscript uit de dertiende eeuw bewaard. Maar in de middeleeuwse commentaren citeren de rabbijnen deze tekst wel en soms vindt men verwijzingen naar teksten die niet in de overgeleverde versie staan en toch geciteerd worden. Ging het om een verdwenen fragment of over een commentaar die met de tekst verward werd?
In Cambridge is een groep filologen aan het werk die de bijna 200 000 oude joodse fragmenten uitgeeft die meer dan een eeuw geleden in een synagoge in Caïro werden gevonden. De langere teksten zijn natuurlijk al uitgegeven en nu blijven nog alleen kleinere fragmenten over. Een recent onderzoeker die gespecialiseerd is in de tekst van de Jeroesjalmie vond er een paar fragmenten die van eenzelfde manuscript leken te komen en die voldoende aanknopingspunten bevatten om te denken dat het om het verdwenen tekstdeel gaat.
De taal is die van de Palestijnse Talmoed en het onderwerp is de Noachitische wet, de algemeen geldende wetten die yhwh aan de hele mensheid had gegeven, voor hij aan Moses de alleen voor joden bedoelde schriftelijke en mondelinge wet overhandigde. Volgens de rabbijnen, natuurlijk.
De Noachitische wet is uitgevonden door de rabbijnen, lang nadat ze de Talmoed hadden gemaakt. Die zou een schriftelijke neerslag zijn van de Mondelinge Wet die samen met de Tora, de Geschreven Wet, aan Mozes werd gegeven. Die werd dan uit het hoofd geleerd en doorgegeven door een hele reeks hogepriesters en rabbijnen tot ze werd neergeschreven na de vernietiging van de tweede Tempel. Het geloof in dit verhaal zelf is een van de dertien traditionele pijlers van het jodendom en de meeste wetten en voorschriften waaraan orthodoxe joden zich ook vandaag nog houden staan in de Talmoed, niet de Tora.
Overtreders worden gestraft, weten we uit de bijbel. Maar de vroege rabbijnen vroegen zich af of dit alleen bindend was voor joden: ook voor Mozes moeten er al wetten zijn geweest: waarom werd anders de hele wereldbevolking uitgeroeid, met uitzondering van Noach? De middeleeuwse rabbijnen leefden onder het juk van andere monotheïstische religies: islam en christendom. Dus schreven ze zelf een wet die bijzonder relevant was voor die twee godsdiensten: geen moord of diefstal, geen godslastering of afgoden, geen overspel.
Nog recenter is er de Noachitische beweging die onder meer gesteund wordt door de Lubavicher-beweging en recent nog door de Sefardische opperrabbijn in Israël: zij vinden dat alleen niet-joden die deze wetten volgen in Israël mogen wonen. Met de steun van fundamentalistische christenen willen ze de Tempel in Jerusalem opnieuw oprichten, waarvoor ze wel eerst de Al-Aqsa moskee moeten afbreken, naast Mekka en Medina de heiligste plaats voor moslims.
Mijn filologische held behoort tot deze beweging en dat begrijp ik totaal niet. Hoe kun je aan de ene kant filologisch aantonen hoe kwetsbaar de overdracht van een tekst is zoals die van de Talmoed en tegelijkertijd rotsvast overtuigd zijn van wat er in die teksten staat?
We mogen de studie van heilige teksten niet overlaten aan mensen die denken dat die op een of andere manier een bovennatuurlijke oorsprong hebben of dat ze een morele boodschap bevatten die vandaag nog relevant is. En die nog relevanter is dan de boodschappen van al die andere religies. Blijkbaar ook belangrijk genoeg om er een wereldoorlog voor te riskeren.
Kwintessens
Geert Lernout is professor emeritus aan de Universiteit van Antwerpen waar hij Engelse en vergelijkende literatuur doceerde. Hij publiceerde in het Engels over het werk van James Joyce en in het Nederlands over de geschiedenis van het boek, over Bachs Goldberg Variaties, over openbaringsgodsdiensten en Amerikaanse religie.
_Geert Lernout -
Meer van Geert Lernout

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws