Lieke Asma
Karel Van Dinter
Non-fictie
  • 346 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

2 september 2022 Mijn intenties en ik. Filosofie van de vrije wil.
Arthur S. en Friedrich N. – vertrouwd met geniale ingevingen - stelden het zich wel anders voor. Naïever? Filosofischer? De Wil – "der Wille!" – bestónd gewoon, drong zich op en vroeg niet om een verklaring of rechtvaardiging. Valt die "Wille" ook maar ergens te vergelijken met wat Harari - vandaag - opvoert als "kosmische algoritmes"? Misschien. Maar dan toch net zo organisch en metafysisch vaag als - eerder - de "élan vital" van Henri Bergson…
Nietzsche beleefde de Wil als een driftige, vitale kracht die de menselijke geest begeestert en voortstuwt. Aards en rationeel tegelijk. Mythisch. Stormachtig en dynamisch. Blind ook. En toch eigenzinnig doelgericht. Maar juist daarom niet vrijblijvend. Übermensch worden was de Wil aangrijpen en richten.
Onbeheersbaar? Nietzsche verhaalt ergens dat tijdens zijn lange bergwandelingen bij hem vaak onverwachte – grootse – inzichten opborrelden. Spontane pop-ups. Ongevraagd. Proeve van de onstuimige Wil… Later maakte hij zich – ontredderd – dan weer zorgen dat die er niet meer kwamen. Een nachtmerrie voor de filosoof…
Cyborg met een willetje
Na de neurologische proeven van Benjamin Libet (Unconscious Cerebral Initiative and the Role of Conscious Will in Voluntary Action | 1985) ging het woelige debat over de vrije wil een voorspelbare richting uit: wie of wat zit er aan de knoppen? Wetenschappers ‘buitelen over elkaar heen om te verkondigen dat hij niet bestaat’ (kaft), - een (W)illusie! -, terwijl andere neurologen en zielenknijpers ijveren om de metafysische status van de driftige Wil deterministisch, meetbaar én - therapeutisch - kneedbaar te maken. Der Wille slechts een mentaal orgaan... Wat had Nietzsche daar nog tegenin kunnen brengen? Een andere nachtmerrie voor de filosofen van het vrije denken…
Gelukkig maakte Lieke Asma in Mijn intenties en ik een goede stand van zaken op van de ‘filosofie van de vrije wil’. Daarbij staat immers nogal wat op het spel. Hamvraag: de mens louter een gedetermineerd speeltje van grillige oorzakelijkheid? Of tóch een autonoom individu met een vrije wil? Wilsbekwaam? En kunnen we dan en passant Nietzsche ook nog even redden?
Dat niet helemaal, maar teruggrijpend naar het consequentialisme van Elizabeth Anscombe - en schipperend tussen filosofie, neurowetenschappen en psychiatrie - gaat Asma op zoek naar de mens als een handelend wezen met bewuste intenties: ‘Vrije wil is het vermogen om omwille van redenen te handelen.’ (p.185) En dan lijkt Anscombes theorie voor haar ‘het perfecte alternatief voor de causale handelingstheorie; ze heeft een antwoord op alle problemen waar de laatstgenoemde theorie mee te kampen heeft.’ (p.99) Sterk.
Anscombe revisited
Handelen. Intentie. Deze in eerste aanleg filosofische (!) concepten ontleent Asma aan het consequentialisme van Anscombe (Intention 1957). Even is er nog wat vluchtige aandacht voor de atheïstische existentialist Sartre - toch incontournable als het over de wil en autonomie gaat -, maar bij de christelijk geïnspireerde Anscombe vindt Asma gemakkelijker haar gading. Immers daar is ‘in het geval van handelingen een bepaalde waaromvraag van toepassing. Het antwoord op deze vraag geeft de reden voor de handeling.’ (p.93) En iets verder: ‘Als we handelen, hebben we praktische kennis van deze rationele structuur van onze handelingen.’ (p.96) Handelingen zijn dan ‘de lichamelijke uitdrukking van onze praktische - bewuste - kennis en redenering.’ (p.213) Lichamelijk? Met uitzicht dus op het zichtbaar en meetbaar maken van de wil? Meteen ook het aloude mind-bodyprobleem omzeild? Misschien…
Hoe dan ook en eenvoudig gezegd: handelen is reflecteren over de determinanten van ons gedrag en doelgericht beslissingen nemen. Kiezen! Voor of tegen. Wel of Niet. Waarbij eerdere ervaringen een determinerende rol kunnen spelen. Daarin verschuilt zich dan ergens de wil. Die kan zichzelf bewust worden, zich uiten en al reflecterend over eerdere ervaringen ook steeds vrijer worden. En ons zo (vrijer) doen handelen… Dat had Asma eveneens bij Sartre kunnen vinden. Maar ook dat niet kiezen of wegkijken voor Sartre óók een handelen is. Maar van een twijfelachtig moreel en politiek engagement en verantwoording. Aspecten die in Mijn intenties en ik eerder onderbelicht blijven.
Bus gemist? Morgen vroeger opstaan!
Lieke Asma laat na het onvermijdelijke deconstructieve werk de vrije wil vervellen tot een bewuste wil. Dé vrije Wil mag dan wel een metafysisch onding zijn, maar je kan hem aan het werk zien in ettelijke alledaagse wilsmomenten. Handelingen, zeg maar. Je kan er moeilijk naast kijken. Bijvoorbeeld bij het kokkerellen: ‘Stevig gekruid graag!’ Concreet en doelgericht. Intentioneel. Bewust. Maar toch ook onbewust. Want smaakpapillen en maagsecreties hebben zo hun eigen voorkeuren. Kokkerellen, boomhutten bouwen, al dan niet portemonnees oprapen, … Lieke Asma vindt er alledaags materiaal voor een filosofie van de vrije wil. Zeker...
Maar dan wordt het wel moeilijk om het complexe samenspel van oorzaken en invloeden bij het handelen te begrijpen. Want met bewuste én onbewuste factoren, intenties, eerdere ervaringen, redenen, reflectie, feedback, ... De bewùste wil wordt op die manier meer en meer een relatieve wil. Op een continuüm tussen 0 en ∞. En daar wil (!) Asma graag naartoe…
Vrije wil? Intussen heeft ze die een voortschrijdend-relatief-bewuste status aangemeten. Status die wij - zeg maar – al handelend zelf kunnen en dienen op te bouwen. Intentioneel. Menselijk handelen kan je derhalve dan ook begrijpen als een groei naar meer autonomie: ‘De persoon met de meeste vrije wil is […] de persoon die optimaal in staat is omwille van redenen te handelen. Hoe meer rationele structuur in je leven en hoe diepgaander de praktische kennis van je handelingen, hoe meer zelfbepaling en vrije wil.’ (p.205) Een werkpunt… Stoor u daarbij niet aan de tegenspraak tussen vrij en relatief. Het verzakelijkte containerbegrip ‘vrije wil’ werd door een rigoureuze deconstructie immers ontbonden tot vele atomaire vrije willetjes. In concrete alledaagsheid: ‘Gisteren wat maagklachten gehad vanwege té spicy gegeten. Vandaag dus iets milder kruiden…’
Sniff 'n' The Tears en het vrije denken
Doordenkertje: Driver’s Seat (Sniff 'n' The Tears) speelt op de radio en is een kronkelige trigger voor mijn onverwachte pop-up gedachte. Aan het stuur kan ik mij nog wel eens druk maken over het gebruik van de knipperlichten door de modale autobestuurder. Min of meer een betrouwbaar teken van intentioneel handelen. Daar blijkt nogal wat variatie in te zijn: helemaal géén gebruik; enkel gedurende het maneuver; lang vóór het maneuver; het maneuver; enkel naar links; nooit naar rechts; kort; langdurig; waarschuwend; bewust; automatisch; opdringerig; assertief; met verantwoordelijkheid; plichtsmatig; empathisch; … Een eenvoudige handeling, maar met een complex kluwen aan intenties, oorzaken, automatismen, inleving, afwegingen, al dan niet bewuste actie, enz. Meetbaar. Als er ergens onderzoeksmateriaal valt te rapen m.b.t de vrije wil is het zeker hier. (Waarom hebben Libet en C° daar nooit aan gedacht?)
Echter, wat betreft pinken en op het juiste baanvak blijven, zijn zelfsturende voertuigen (zoals Nissan Qashqai) veel intentioneler en accurater afgesteld dan de doorsnee automobilist. Ruimte voor onderzoek naar de vrije wil bij androids en andere cyborgs? Zeker. Dus: wie zit er aan de knoppen?
Welk zelfbeeld?
De wil. Relatief. Vrij. Bewust. Klus geklaard, dus? Toch bijna. Want finaal blijft de vraag overeind: waar zit eigenlijk de aan/uit-knop van dat systemisch kluwen? Wie of wat activeert en richt het bewust-zijn? Het kiezen van intenties? Munchausen die zich uit het moeras trekt. De cyborg die zichzelf monteert en aanzet. Of zeg maar: het metafysische enigma van de eerste oorzaak… (Welkom terug, Aristoteles!) Maar vooral: ís er wel zo’n absolute knop? Indien zo, dan moet die wel buiten het systeem liggen.
Zodat Asma tijdens haar verkenning en passant nog wel wat andere (klassieke) filosofische antinomieën en paradoxen moet ontmijnen: causaliteit, mind/body, reïficatie, toeval, emergentie, … Die krijgt ze - gelukkig maar! - niet allemaal opgelost, maar Mijn intenties en ik blijft op die manier  lekker aan de slag met de kerntaken van de filosofie: verhelderen, ordenen, funderen. Zodat de ontrafeling van de filosofie van de vrije wil een voortdurende en boeiende bezigheid blijft.
Ook voor filosofische leken? Misschien. Wie echter het traject mee wil (!) aflopen, krijgt een uitdagend beeld aangereikt van waarom het zo moeilijk is de uiteindelijke aard van de vrije wil te achterhalen. Een beeld ook van de filosofische en wetenschappelijke onmacht om finaal te beslissen over: de mens een autonoom wezen, dan wel een automaat. Een spannende cliffhanger voor élk mensbeeld. En elk zelfbeeld…
Kiezen voor mijn voorlaatste sigaret…
De vrije wil een (W)illusie? Weg ermee! Toch niet. Want ergens een illusie met consequenties. Behalve een survivaltool (à la Darwin) is de bewuste wil immers ook een regulator. Lieke Asma: ‘Sommige filosofen verdedigen bijvoorbeeld dat, zelfs als vrije wil niet blijkt te bestaan, we alsnog moeten doen alsof. We moeten het begrip ‘vrije wil’ niet uit ons taalgebruik schrappen, ook al is het slechts een regulerende illusie. Zolang we geloven dat vrije wil bestaat, gedragen we ons nog een beetje.’ (p.56) Regulerend? Want hoe zat dat ook alweer met de werking van spiegelneuronen bij makaken en psychopaten? Werk aan de winkel voor moraalfilosofen blijkbaar!
Want indien míjn naïeve Zelf mijn bewuste en relatief-vrije wil (h)erkent  wordt het de vraag of dat ook geldt voor andere Zelven? Meteen een test voor ons empathisch apparaat: hebben anderen óók intenties en het vermogen bewust te willen en te handelen. Ja, toch!
Empathie van het denken
Zodat Lieke Asma het in haar conclusie scherp stelt: ‘Vanuit het perspectief van een neutrale en objectieve omstander verschijnen onze keuzes en handelingen veeleer als het resultaat van een combinatie van causale krachten. We lijken een ding. Een lijdend voorwerp.’ (p.211) Dat heeft gevolgen voor de  therapeutische begeleiding en voor de mate van aandacht die men daarbij heeft voor ons empathisch vermogen. Empathie: net als willen en intenties een survivaltool gericht op samenwerking. Medemenselijkheid. Handelen…
Ik ervaar angst, pijn of vreugde en daaraan gelinkte gedragingen en reacties. De waarneming daarvan bij anderen helpt om angst, pijn of vreugde buiten mij te herkennen. Sinds het utilitarisme een primaire bron van moraliteit. Laat dergelijke introspectie van míjn bewustzijn en bijpassend gedrag - solipsisme - ook toe eenduidig te besluiten tot dat van anderen? Misschien wel...
Maar bij uitbreiding dan: kan ik eenduidig besluiten of mijn laptop bewustzijn, gevoelens of emoties heeft? Of een vrije wil? Wie het weet, mag het zeggen…

Antwoorden aan secretariaat@humanistischverbond.be  

Karel Van Dinter
Mens versus robot
Lieke Asma
Karel Van Dinter
Non-fictie
Moraalfilosoof
_Karel Van Dinter Moraalfilosoof
Meer van Karel Van Dinter

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies