Jan Blommaert & Jef Verschueren
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
  • 363 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

22 juli 2022 Het Belgische migrantendebat. De pragmatiek van de abnormalisering.
Je zal zelden een boek in handen krijgen dat anno 2022 gepubliceerd is, over actuele onderwerpen handelt en waar je op de binnenflap te lezen krijgt: “Voor het eerst gepubliceerd in 1992.” Dertig jaar geleden dus.
Je leest meteen in de eerste regel van het woord vooraf bij de heruitgave, dat het inderdaad zo is en ook de bedoeling van Jef Verschueren en uitgevrij EPO. De bezieler en medeauteur, Jan Blommaert is, helaas, ondertussen overleden. “Het boek dat u nu in handen heeft, is letterlijk een “heruitgave”, onveranderd, van “ Het Belgische migrantendebat” dat Jan Blommaert en ikzelf dertig jaar geleden schreven.”
Even een stukje achtergrond, want het is natuurlijk belangrijk te weten welk soort studie over het Belgische migrantendebat je met dit boek in handen hebt. Begin jaren 90 was het duidelijk dat de toenemende immigratie een feit was en dat het een thema was dat uiterst rechts graag bespeelde omdat het zoveel weerklank vond bij de bevolking, die duidelijk bang was van zoveel “vreemden” waarvan het aantal een bedreiging leek te vormen. Natuurlijk brengt het feit van de aanwezigheid van veel vreemdelingen, van mensen met een andere culturele achtergrond, problemen met zich mee.
Paula D’Hondt, Koninklijk Commissaris voor het migrantenbeleid, wilde  daarom graag een onderzoek over “Hoe omgaan met diversiteit.” Jan Blommaert en Jef Verschueren werden aangesproken en gingen aan het werk. Gezien hun kennis van taalkunde, gebruikten ze sociolinguïstieke antropologie als onderzoeksmethode. Wat er op neerkomt dat men de juiste waarde en betekenis van woorden toetst aan de context waarbinnen die gebruikt worden. Sociolinguistiek is bezig met diversiteit en natuurlijk kan het verschil tussen mensen omgezet worden in ongelijkheid en leiden tot discriminatie. “Maar het is een wetenschap, en dus  neutraal,” moet Paula D’Hondt gedacht hebben. Ook de onderzoekers waren er zeker van dat de resultaten betekenisvol zouden zijn en zouden helpen om een “juist” beeld te krijgen. Jef Verschueren schrijft daarover: “Het was geen analyse van een extreemrechts. Integendeel, het presenteerde een analyse van “gematigde politieke documenten, pluralistische retoriek, belangrijk sociaalwetenschappelijk onderzoek en de berichtgeving in de doorsnee media”.
Tot hun eerder pijnlijke verrassing was de conclusie wel duidelijk en klaar maar heel anders dan verwacht en zelfs kwetsend voor de kennissen en vrienden die oprecht vooruitstrevend leken en van wie het boven kijf stond dat ze immigratie en diversiteit in goede banen wilden leiden. Het besluit toonde namelijk aan dat “De kern van waaruit tolerante Vlamingen en Belgen spreken over de Belgische vreemdelingenproblematiek, nauwelijks afwijkt van het gedachtengoed van extreem rechts.” Dus met een afkeer voor verregaande diversiteit en een geloof in de heilzaamheid van een homogene samenleving. Wat natuurlijk voor die vele Vlamingen die dachten dat ze “anders” waren en immigratie vanuit een positieve instelling benaderden, als onmogelijk, een belediging, of belachelijk beschouwd werd. Natuurlijk werd het boek met heftige reacties onthaald. “Het sloeg in als een  bom.” Het kwam erop neer dat Paula D’Hondt in wezen dezelfde boodschap had als het Vlaams Belang, enkel met verschillende gradatie en modulatie. Het rapport verdween in een of andere ministeriële lade…
Jan had dit kunnen weten, vermits hij al vooropstelde in zijn cursussen en lezingen: “Er is niet zoiets als een  neutrale positie in de wetenschap. Je positie als mens in de samenleving bepaalt je blik. En als je een onderzoek uitvoert, dan leidt dat naar uitkomsten en die zijn vaak niet neutraal. Je kan dus geen neutrale positie innemen in de wetenschap.”
Beide auteurs voorvoelen dit ook correct, vermits ze in de epiloog al schreven: “We kunnen nu al een aantal van de negatieve reacties op ons onderzoek voorspellen. “De auteurs zijn linkse intellectuelen. Feitenmateriaal onjuist. Verwoording niet aangepast. Er is wel al veel gebeurd en gerealiseerd. Studie geen nut, maar daden. Huidig systeem is goed genoeg. Studie biedt geen oplossingen”.
Ondanks al deze reacties waren de  bevindingen van hun onderzoek werkelijk te belangrijk om ze niet te publiceren. Geen enkele uitgever was daartoe  bereid. Ze gaven het dan zelf maar uit in eigen beheer in 1992 in een zelf gestichte uitgeverij: International Pragmatics Association. Het boek kende verschillende oplagen.
“Het was onze ambitie om de resultaten van ons onderzoek toegankelijker, en dus relevanter, te maken voor de gemeenschap die er het onderwerp van was.”

“Het boek, zoals het nu verschijnt, is een tijdscapsule. Alle gebeurtenissen en uitspraken die erin worden vermeld, dateren van 1992 of vroeger.”

Ondertussen is er natuurlijk veel gebeurd en veranderd. Er waren al X Belgische verkiezingen en regeringen, zelfs al negen Vlaamse regeringen. Kinderen van immigranten en vluchtelingen bekleden prominente posities. Het woord allochtoon wordt niet meer gebruikt, men kan aangesproken worden voor overtredingen van de antidiscriminatiewet, extreemrechts bepaalt toenemend de politieke agenda.
En toch
Als je dit boek leest en je maakt abstractie van data, namen, verwijzingen naar bepaalde gebeurtenissen die plaatsvonden, dan zou het boek, in zoverre het migratie en migranten betreft,  vandaag geschreven kunnen zijn, over de toestand zoals die nu is. Je voelt je soms zelfs ongemakkelijk als je beseft dat je een tekst aan het lezen bent die “toen” geschreven is en niet nu.
Er is ook reden je ongemakkelijk te voelen, want dat wil zeggen dat er in die dertig jaar wezenlijk niets veranderd is. De ideologie die deze elkaar tegengestelde fracties delen, bedachten ze de naam ”homogeneïsme” toe.
Natuurlijk doet een boek van 230 pagina’s meer dan enkel tot deze conclusie komen Het onderzoekt grondig alles wat er op gebied van immigratie gebeurt, te zien en te lezen valt: racisme, xenofobie, demagogie, kansarmoede, taal, eigen cultuur, vergelijkingen tussen verschillende immigrantengroepen en hun assimilatie, groepsidentiteit, religie, godsdienst met een heilig boek, opvoeding en onderwijs, de behandeling van de vrouw, groepsrelaties en macht die nooit ver weg is, de vele onderzoeken die vanuit het KCM gelanceerd werden en de vele rapporten die de “laatste jaren het land ingestuurd werden”.
Onderzoek dat in dit boek op alle gebied aanleiding geeft tot kritische doorlichting duidelijke en scherpe beeldvorming en commentaar, tot kritiek, tot radicale conclusies en tot drie kenmerken die een gezond migrantendebat zou moeten vertonen:
- Een volledige aanvaarding van diversiteit. Dus geen integratie- of inpassingsdiscours. Van migranten mag dus geëist worden wat van de Belgen geëist wordt. Maar dus ook niet meer en anders. Om te vermijden dat minderheden toch behandeld worden als niet-geïntegreerd, hebben we een duidelijk samenlevingsmodel nodig. Dat bestaat nog altijd niet.
- Een etnografisch perspectief op de migrantengemeenschappen. “Vertaald” wil dat zeggen dat we goed moeten weten uit wie deze gemeenschappen bestaan, hoe ze leven, hier in België, hoe ze met elkaar omgaan, wat voor hen belangrijk is, hoe ze de Belgen en de Belgische manier van leven bekijken en ervaren, in hoeverre ze met de verschillende talen omspringen, hun verband met het thuisland, het belang en de invloed van hun godsdienst in hun leven, morele begrippen.
- Nadruk op kleinschalige processen van rechtstreekse interactie. Er moet meer inzicht komen op de manier waarop de verschillende gemeenschappen, hier in België met elkaar omgaan, naar elkaar kijken, communiceren. Die zullen natuurlijk telkens anders en verschillend zijn. Dus grote schema’s die alles herleiden tot één grote theorie en dezelfde bevindingen zijn uit den boze. Ook hier is de herkenning van verscheidenheid de regel.
Het Belgisch Migrantendebat is een boek dat door zoveel mogelijk mensen die iets te maken hebben met het migratiebeleid zou moeten gelezen worden. Het is een soort medisch voorschrift, met uitleg en bijwerkingen. Het biedt zoveel stof tot nadenken, duidt zoveel haken en hoekjes aan die de dingen moeilijk maken, legt de vinger op zovele wonden, geeft mogelijke richtingen en oplossingen aan, maakt duidelijk wat zeker moet vermeden worden.

Het is echter geen boek dat toegankelijk is voor het grote publiek. Daarvoor zou het moeten “omgetaald” worden van vakjargon naar alledaags Nederlands. Als illustratie twee stukjes uit “gewone” zinnen, genomen op eenzelfde pagina die te maken heeft met het beoordelen van een bepaalde enquête: “Een nadrukkelijke kwantificatie van een onmeetbaar verschijnsel zoals etnocentrisme leidt tot een verlies van de essentie van het te onderzoeken fenomeen.” “Daarna worden beide aspecten verder geanalyseerd in uitermate vage termen die zodanig vatbaar zijn voor subjectieve ad-hoc invulling en manipulatie dat kwantificatie volledig onbetrouwbaar wordt.”

In de stroom van opmerken, onderzoeken, vaststellen weerleggen en concluderen in dit boek komen knappe, verfrissende manieren van kijken en denken naar boven drijven, waarvan toch enkele voorbeelden.
Voor 1830 bestond België niet. Al diegenen die hier woonden waren dus vreemdelingen. Dan wordt er ergens een pennenstreek gezet plots zijn er geen vreemden meer, maar nog enkel Belgen. Nationaliteit is dus duidelijk iets louter administratiefs.
Rond de tijd van de schepping van België sprak zelfs in Frankrijk nog maar iets meer dan 50 procent Frans.
Om aan te tonen dat taal kan “gebruikt” worden voor eigen doeleinden, is er het voorbeeld dat Jan Blommaert zo graag gebruikte: “De werkgever is niet diegene die werk geeft, maar diegene die jouw werk neemt en het omzet in winst. De werknemer is niet de arbeider. Hij is de werkgever. Hij is diegene die zijn werk geeft aan diegene die hem daarvoor vergoedt”.
Migratie is niet iets onnatuurlijks dat nu op de proppen komt. Het heeft altijd al bestaan, doorheen de geschiedenis.
Ludo Abicht haalt de joodse gemeenschap in België aan als voorbeeld van goede integratie. Schrijvers van dit boek hebben daar toch bedenkingen bij. Een aanzienlijk deel van die gemeenschap vormt een erg besloten groep mensen die dicht bij elkaar wonen en nauwelijks in interactie treden met de autochtone meerderheid. De kennis van het Nederlands is bijzonder variabel. De gemeenschap heeft een grote visibiliteit door de traditionele klederdracht. Ze houdt er haar eigen scholennet op na tot en met het middelbare niveau waarna velen meteen in het buitenland verder studeren. Verhoudingsgewijs zijn er wellicht evenveel joodse gebedsplaatsen als moskeeën in België. In de diamantindustrie geldt een handelsrecht dat geen gebruik maakt van geschreven contracten, wat sterk afwijkt van de maatschappelijk gangbare norm. Als je dit vergelijkt met de normen die men wil opleggen aan de maghrebijnse bevolking dan is de joodse gemeenschap niet geïntegreerd.
Racisme gaat over ongelijkheid. Wat we niet kunnen aanvaarden. Daar hebben we een ganse eeuw voor gestreden.

Marx, de grote wetenschapper, dwingt je voortdurend de analyse te maken op basis van concrete middelen en macht en de vraag te stellen: Wie heeft hier baat bij? Van wie is dit?
Je intellectuele integriteit gebiedt je Marx te kennen. Anders ga je veel connecties niet zien die je moet zien.
Dat die concrete middelen belangrijk zijn, konden we vaststellen gedurende de Covid-crisis. Wij denken aan leren als aan iets immaterieels. Er moest les gegeven worden over internet. Plots ontdekten we dat er zoveel kinderen waren die geen computer hadden.

Geen gemakkelijk boek om te lezen maar de inspanning waard.

Victor De Raeymaeker
Jan Blommaert & Jef Verschueren
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies