Édouard Louis
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
  • 296 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

19 mei 2022 Veranderen: methode
Édouard Louis is de recente “ster” aan het Franse literaire firmament. Geen “flashy” ster maar bekend voor zijn boeken en zijn houding in praatprogramma’s, op internet en wat je leest in tijdschriften, waar hij overkomt als iemand “bezeten” door zijn verleden, recht voor de vuist, kritisch, pijnlijk scherp, eerlijk, die de dingen doorziet en benoemt. Na al een zevental boeken waarin hij al herhaaldelijk schreef over zijn jeugd, zijn vader, zijn moeder heeft hij nu een autobiografie geschreven.
Zoals verwacht geen half literaire, geromantiseerde, gedeeltelijk verzonnen biografie zoals dat het geval is met de meest autobiografieën. Schrijvers versieren graag hun schrijfsels door lichte toetsjes nadruk te plaatsen, met strookjes verbeelding, met wat poëtisch parfum, een manier van werken die zelfs de geschiedschrijving bereikt heeft waarin de auteur zijn geschiedkundige personages laat “verwachten”, “veronderstellen”, “insinueren”, praten, dingen die ze onmogelijk kunnen weten en maar enkel veronderstellen zonder enig geschiedkundig bewijs, gewoon omdat het een beter verhaal maakt. Niets van dit alles in zijn boeken, beweert Louis, want hij is gewoon niet in staat fictie te schrijven. Als hem dus gezegd wordt dat hij overdrijft en “er zit toch fictie in je boeken”, ontkent hij dat radicaal. Hij wil aanklagen. Hij is beschaamd ooit beschaamd geweest te zijn.
Hij komt uit een arm gezin waarin de vader, nog maar 35, werkonbekwaam geworden was door een ongeval veroorzaakt in de fabriek, doordat een gewicht dat los aan een kabel hing, op hem neerkwam en zijn rug verbrijzelde. Hij moest jarenlang thuisblijven tot de Franse Staat besloot dat hij weer aan het werk kon “terwijl ik hem ’s nachts hoorde kronkelen van de pijn als gevolg van het ongeval.” Wat betekende: “U gaat dood van de honger of u werkt zich dood.” “Doodgaan of doodgaan” dus. Uitsluiting en/of vervolging door de (over)heersende klasse, concludeert Louis. Zo functioneert de politiek ook nu nog. Dus was het armoede troef thuis. De kinderen moesten regelmatig gaan aankloppen bij buren en kennissen en om eten gaan bedelen. Twee foto’s van “Het huis van mijn kinderjaren”, illustreren de armoede.

Daarnaast schrijft hij vooral over de persoonlijke vernederingen van een jongen die uitgelachen werd, bespot, leed onder homofobie en blootgesteld werd aan schampere opmerkingen over “homo” zijn, de gekke manier waarop hij gebaartjes maakte. Zo waren de ogenblikken bijzonder kwetsend als men de klas in twee groepen moest verdelen voor een spel, waarbij iedere helft om beurten iemand koos en hij altijd als laatste overschot er “helaas” toch nog maar “bijgenomen” moest worden. Hij was niet zoals de anderen en was gewoonlijk alleen.
Gedurende jaren kropte hij al die pijn, beledigingen en vernederingen op en gedurende al die jaren vormde zich in zijn gedachten één idee, één besluit: later zal ik revanche nemen, mijn wraak waarmaken. Ik zal bewijzen dat ik beter ben dan jullie allemaal.

Om te beginnen gaat hij zich een ander personage aanmeten, nadat hij een andere eenzaat leert kennen, een meisje dat altijd over een boek gebogen zit te lezen. Ze komt uit de betere middenklasse en als ze hem op een dag mee naar huis neemt, komt hij in een wereld terecht, totaal verschillend van de zijne met boeken, een piano, schilderijen aan de muren, maaltijden die een gelegenheid waren om te praten met elkaar, belevenissen en gedachten uit te wisselen, terwijl dat bij hem thuis het ogenblik was dat men begon televisie te kijken. Bij haar thuis werd e met bepaalde regels bij het eten rekening gehouden en het eten was licht en verfijnd. Die aandacht voor gezond voedsel zal resulteren in een gewichtsverlies van 10 kilogram op 2 jaar tijd. Waarvan twee foto’s getuigen die  dit “Elena-effect” illustreren.
Dit was het begin, doorheen zekere stadia, van een gestage opgang naar het betere  leven waar hij naartoe wilde. Hij pikt dingen op, zijn woordenschat verandert, zijn manier van praten, hij begint te lezen, eet anders, verandert zijn kledij en zijn ganse verschijnen. Hij meet zich een personage aan, in deze mutatie warm bijgestaan door Elena op wie hij meer en meer gaat lijken.
Bij het zoeken naar acteurs voor het schooltoneel kent hij een eerste succes. Hij krijgt applaus na een optreden wat hem leert dat hij een natuurlijk acteertalent heeft. Acteertalent dat hij niet zal gebruiken om als acteur aan het werk te gaan, maar wel bij volgende stadia in zijn leven.
Als hij naar het Lyceum gaat, weet hij reeds dat hij zich kan transformeren en zich de rol van lyceumleerling aanmeten. Haarinplant, tanden, kleren, houding, woordenschat, manier van praten worden aangepast. Bij iedere verder stap in het bestijgen van de sociale ladder, zal hij zich weer aanpassen en voelt het aan alsof hij op reis is en parallelle werelden doorkruist, die voor hem zo bijzonder revelerend en confronterend  zijn, omdat hij uit de wereld van armoede, vernedering, lijden en geweld komt. Als hij voor het eerst in Parijs terechtkomt, moet hij zich weer opnieuw oriënteren. “In Parijs was ik niets meer. Niets van wat ik had geleerd, volstond nog.”
Telkens zullen die oriënteringen ontmoetingen zijn met de juiste mensen op het juiste ogenblik die hem de nodige kennis en steun, het nodige inzicht verschaffen om in die volgende fase te volgroeien. Zo leest en ontmoet hij Didier Eribon en herkent in hem zijn rolmodel. Zo gaat hij leven en zo gaat hij schrijven. Wat in verrassende mate ook zal gebeuren. Eribon toont hem duidelijk dat er bepaalde ‘vonnissen’ zijn die op ons kunnen  neerstorten (gay, trans, vrouw, zwart, arm) die zo bepalend zijn dat ze zekere ervaringen en dromen ontoegankelijk maken voor ons. Hij stapt de Parijse wereld in van vrouwen, geld, cultuur, literatuur en het schrijven van boeken. Schrijven is wat hij gaat doen. Niet om gerust te stellen maar om aan te klagen. Hij schrijft omdat hij beschaamd is ooit beschaamd geweest te zijn.
Hij kent succes vanaf zijn eerste boek, maar dat heeft duidelijk zijn boosheid niet doen verdwijnen. Hij schrijft zeer bewust vanuit zijn woede, met de grootste boosheid gericht tegen het kapitalisme. Hij heeft een scherp inzicht in politieke processen, misschien net omdat hij nog altijd goed weet hoe de “gewone”, “arme” mens zich voelt.
Als men hem prijst als “literaire” schrijver, wil hij zich wel schrijver noemen van “lyrische sociologie” maar hij is geen pastoor, hij is een strijder (“guerrier”) die vecht voor de mens. Gelukkig laat die “lyrische sociologie” hem toe de dingen die hij op zijn lucide manier ziet, ook te verwoorden. Zoals: “Le matin, c’est l’horreur du Capitlisme”. Want op een biologisch onmogelijk uur moeten arbeiders en bedienden uit bed en in dat grauwe uur van de morgen zich als een kudde verplaatsen om aan een taak te beginnen waar ze op dit uur nog niet klaar voor zijn.
“Veranderen: methode” is het relaas van de “social climb” van “Eddy Belleguele”, zoals hij eerst heette voor zijn tweede transformatie, naar het huidige plateau van literaire bekendheid en succes. Dat relaas beschrijft zijn soms bijna bovenmenselijke inspanning bij het voorbereiden van zijn toegangsexamen. Het schrijven van zijn “plan” en het frenetiek lezen als laatste krachtmeting met zichzelf voor het mondeling toelatingsexamen voor de “Ecole Normale Supérieure” zijn de sterkste bladzijden in het boek.
In een tweede deel van het boek verontschuldigt hij zich in zekere mate tegenover Elena. Zij was het toch die hem als eerste in die “betere” wereld van haar bourgeois familie introduceerde en die hem later als voorbeeld en stuwende kracht diende in zijn grondige, eerste transformatie, met wie hij later samenwoonde en die hem bleef steunen, van hem hield, al wordt de aard van die verhouding nooit duidelijk gemaakt. Dan, plots, kan hij naar Parijs gaan, naar “L’Ecole Normale Supérieure” en hij aarzelt geen ogenblik, al wil dat zeggen dat hij Elena verlaat. Hij schrijft haar vanuit Parijs met afnemende frequentie.
Dit hoofdstuk werpt een heel ander licht op het eerste deel van het boek en op het leven van Louis. Het heeft dezelfde ambivalentie als de “Confessions” van Rousseau, die door een blijkbaar onverbiddelijke eerlijkheid wil goedmaken dat hij in zijn persoonlijke relaties en leven niet zo consequent was als men zou verwachten uit zijn filosofische geschriften: kinderen verwekken, die in een weeshuis achterlaten en ondertussen een boek schrijven hoe men kinderen moet opvoeden.
Wat Louis schrijft over zijn leven in Parijs en de manier waarop hij zonder enige morele bedenking alles zal doen om te overleven en uit de armoede te blijven, tot en met iedere avond een bed vinden om in te overnachten, gewoon door telkens een andere man op te pikken. Hij prostitueert zich, gaat verhoudingen aan die hem wat luxe, comfort, kennis, brede cultuur en relaties bezorgen. Hij ontdoet zich ervan of blijft ervan genieten zolang die relatie het toelaat. Het kan gemakkelijk op twee manieren opgenomen worden:
- Zoals Louis het duidelijk wil: een gedetailleerd verslag van het verder verloop van zijn transformaties, leerproces, groeiende inzichten, de groei naar zijn schrijverschap toe, zijn boeken die vooral gaan over zijn jeugd, gespiegeld aan zijn huidige kennis van de sociale samenstelling van de maatschappij en dat duidelijk het onrecht blootlegt inherent aan de overheersende neo-liberale, kapitalistische, individualistische en egoïstische structuren. Een bijzonder “dapper” boek, waarin hij zichzelf onverbiddelijk in al zijn naaktheid toont en zich blootstelt.
- Ofwel loopt hij het risico en rekent hij erop dat men het niet anders zal bekijken. Je kan het zeker ook “feitelijk” lezen, de gebeurtenissen op een rijtje zetten en dan krijg je het verslag van een ongevoelige, rabiate arrivist, een profiteur en schoonprater, die geen rekening houdt met moraliteit of de gevoelens van anderen en die gelijk welke gelegenheid aangrijpt en gelijk wie gebruikt om er te komen. En die dat met een zeker dedain en gevoel van superioriteit blijkbaar heel normaal en aanvaardbaar vindt.
Voor beide interpretaties blijf je na het lezen met een gevoel van sluipend vermoeden zitten. Aan jou om de knoop door te hakken.
In beide gevallen blijft “Veranderen: methode” een knap boek, dat je aangrijpt, ogen opent, aan het denken zet, keuzes doet maken.

Victor De Raeymaeker

 

Vertalers: Jan Pieter van der Sterre, Reintje Ghoos
Édouard Louis
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies