Niña Weijers
Paul Van Aelst
fictie
  • 464 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

19 mei 2022 Zelf doen
Nina Weijers is een Nederlandse schrijfster, geboren in Nijmegen in 1987. Ze studeerde literatuurwetenschap in Amsterdam en Dublin. In 2010 won zij de schrijfwedstrijd “Write Now”. Haar debuutroman “De consequenties” werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2015 en is bekroond met de publieksprijs van de Gouden Boekenuil 2015.
Haar tweede boek "Kamers, antikamers" verscheen in 2019. Nu heeft ze een online column op de website van De Groene Amsterdammer en schrijft ook recensies.
Zelf doen” bundelt de rake observaties van haar als columniste. Het beschrijft haar zoektocht als kinderloze dertiger en vrouw in een vooral mannelijke literaire wereld. Ondertussen is het boek opgedragen aan haar zoontje Alyosha, dat ze samen met Arnon Grunberg heeft.
Deze bundel korte verhalen, die eerder verschenen in De Groene Amsterdammer, hinkt op twee benen. Voor publicatie in het blad dienen het afgeronde, aparte verhalen te zijn. Opgenomen in een groter geheel, zoek je echter naar een voortzetting van de verhaallijn. Die eenheid is, duidelijk voelbaar, er achteraf aan toegevoegd waardoor er onherroepelijk herhaling voorkomt, zowel in vorm als inhoud. In elke column apart ervaar je de spanningslijn die Weijers erin opbouwt. “Zelf doen” is daardoor geen boek om achter elkaar door te lezen.
Een van de verhaallijnen die frequent opduikt is de “veilige overkant”. In haar eerste essay “Vooraf” herinnert ze zich als kleuter die naar school wordt gebracht door haar vader. In de gang schudt ze zich los: “Ik ben nu hier, ik kan het zelf”. Ze had een onverwoestbaar geloof ooit aan de overkant te geraken. Al haar fantasie had te maken met onafhankelijkheid. Volgens Weijers lijdt iedere kindertijd aan een vernederend gebrek aan autonomie. Om dat te compenseren hunkert ze naar controle over haar leven en zoekt ze dat bij de schrijvers die ze recenseert. Die aantrekkingskracht zit hem voor haar niet zozeer in de belofte van ongekende rijkdom, maar in de mogelijkheid van een geheel nieuwe wonderbaarlijke werkelijkheid. “Zelf doen” is echter een boek waarin die veilige overkant niet zo vanzelfsprekend is. Haar leven voelt niet zo comfortabel aan, maar is meer een afwisseling tussen wanhoop en geruststelling, tussen een overspannen bewustzijn en een wachtende leegte.
Weijers gaat herhaaldelijk op zoek naar “verlichting”: massages, yoga, schoonheidsspecialistes, een zoektocht naar mystiek of een weekend in een klooster. Het is haar zoektocht naar een geheel nieuwe, wonderbaarlijke werkelijkheid. Bij de wat langere stukken over Ernaux, Artaud, Burroughs en Madonna voelt ze zich solidair met de existentiële tegenslag die hen treft. “Zelf doen” wordt beheerst door die afwisseling van controle en behoefte aan zelfverlies. Weijers is hierbij erg ongedurig, voortdurend op pad. Door haar beroep als recensent is ze goed thuis in het werk van heel wat vrouwelijke schrijfsters waar ze dan ook graag mee uitpakt.
De hoogst individuele stukjes gaan bij Weijers vele kanten op. Haar avontuur en zoektocht naar zelfstandigheid weet ze echter nog niet af te ronden. Haar idee om de overkant van volwassenheid te bereiken is nog er niet. Integendeel leidt het tot weer een verhuizing en een verblijf van een weekend in een meditatiecentrum met een trip van de drug ayahuasca inbegrepen. Zoals ze in haar inleiding schrijft, blijkt volwassenheid toch een soort grap te zijn. Hoewel ze meent zelfstandig te denken, verschuilt ze zich nog achter papa’s broekspijpen. Dit alles is de levenshouding van het willen ontsnappen aan een vastomlijnde identiteit, het etiket dat voert tot moeder worden. Het leven van de dertiger deint op de golven van keuzestress, waarbij ze wel streeft naar autonomie en eigenzinnigheid.
Haar stijl en zinnen komen soms pretentieus en wollig over. Door de opstapeling van de apart verschenen columns komt er te veel herhaling voor. De opbouw is soms eentonig. Vooral de beschouwing over haar nakende bevalling had wat scherper gemogen. Nu is het te afstandelijk om de lezer mee te nemen in de beleving. Haar zoontje is ondertussen negen maanden en door Corona kan de vader – Arnon Grunberg – die in New York woont, niet vaak overkomen.
In het boek figureert er naast Nina Weijers zelf, Arnon Grunberg als A.  Haar vriendin en schrijfster Maartje Wortel is de M. in de verhalen.
Zelf doen” is een bundeling van essays met als rode draad de illusie van volwassenheid, een ongrijpbaar ideaal dat steeds verder vooruit wordt geschoven. Een prettig boek om te lezen als je niet in de val trapt om het in een keer uit te lezen. Lees de stukjes apart en je zal er veel meer van genieten. Zo niet krijg je het gevoel dat alles op een gegeven moment cliché wordt terwijl ze zich daar in een van haar stukjes enorm tegen afzet. Ware eenvoud, stelt ze, heeft weinig eigenschappen, eenvoud veronderstelt puurheid en de dood is daarvan het ultieme voorbeeld. Helaas vinden we daarvan te weinig terug in haar werk.

Paul Van Aelst
Niña Weijers
Paul Van Aelst
fictie
-
_Paul Van Aelst - Recensent
Meer van Paul Van Aelst

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies