Sabine van den Berg
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 387 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

18 mei 2022 Biotopia 1.0
Het verhaal speelt zich af in twee werelden: er is de wereld van Biotopia, een soort reservaat waar mensen zich teruggetrokken hebben die zeer kritisch staan tegenover de huidige maatschappij en er is de wereld van overproductie en individualisme dat vergroeid is tot het soort egoïsme waarbij de natuur en levende wezens veronachtzaamd worden en waarin de combinatie van deze twee werelden onverbiddelijk naar een ecologische ramp toestuurt.
In Biotopia leven ze zonder smartphones, ze doen niet mee met de mode, en gaan dus gekleed in zeer functionele kleurloze kleren. Ze verstrekken geen onderwijs aan hun kinderen, ook geen thuisonderwijs, doen niet mee aan de pandemie hysterie met de vaccinatiegekte, gebruiken geen auto’s en kijken medelijdend neer op die mensen buiten het hek, die in mooie elektrische wagens rijden en denken dat ze daardoor de planeet aan het redden zijn, zonder rekening te houden met de pollutiefactor die het produceren van een dergelijk verplaatsingsmiddel met zich meebrengt. Ze wonen op een terrein binnen een hek, in “vleugels” die benoemd worden met een letter, papieren boeken zijn zeldzaam geworden in deze eeuw en er wordt weinig gelezen.
Een belangrijk personage in dat grootste deel van het boek is Lola Kroon (15). Ze is de dochter van Saar, die een nieuwe vriend(in) heeft, de malacoloog (studie van weekdieren) en fotograaf met de androgyne naam Camille, die soms met “hij” benoemd wordt, soms met “zij” maar die, als ze het over zichzelf heeft, met “zij” kwalificeert. Camille is seksueel ambigu, denkt sporadisch in een genderneutrale taal en blijkt bijzonder vaardig in het liefdesspel met Saar.
Bij het begin van het boek is Camille foto’s aan het nemen onder het korte rokje van Lola, van de binnenkant van haar dijen waarop hij een reuzeslak geplaatst heeft die verder kruipt en een duidelijk slijmspoor achterlaat. Ze voelt zich natuurlijk erg ongemakkelijk alhoewel het ook maar enkel gebruikt wordt als een onderwerp voor foto’s.
Lola heeft de leeftijd bereikt dat ze regelmatig op verkenning gaat en het “eiland Biotopia” en bewoners ontdekt. Ze komt in contact met zowel volwassenen als jongeren, waaronder Arnold, Thijs, Janus, Wilco van de fitness, Fokko die ooit “Golden Hippie” was en zich nu op drugs concentreert, Hein die van dieren houdt en er thuis een verzameling vreemde exemplaren op nahoudt, waaronder een slang, Friedrich, Marjolein die alles over kruiden weet, Babette die de plak zwaait in de yogaruimte, Tycho die de kwaliteiten van alle kruiden en plantjes kent, Marjolein, Arnold, Matias, de wandelaar… Lola wordt geïntroduceerd en sluit zich stilaan aan.
Als ze op een dag de ongewone activiteit opmerkt van mensen in kleurrijke, modieuze kleren, vooral de vrouwen - in contrast met de praktische maar fantasieloze bruine kledij van de Biotopia bewoners - die langs de toegangspoort binnengelaten worden en in haar gebouw de lift nemen, wil ze natuurlijk weten wat er aan het gebeuren is en volgt de bezoekers, die blijkbaar wel weten waar ze naartoe willen. In de lift voelt, ziet en ruikt ze die mensen en de lucht van daarbuiten. Het is pandemie-tijd en dus draagt iedereen al dan niet fantasierijke mondmaskers en blijft iedereen op veilige afstand van elkaar. Ze worden trouwens verwittigd met een buzzer-signaal als ze de immuun afstand overschrijden. Tot haar verrassing schuiven die mensen aan bij de studio van Camille. Nog groter is haar verrassing als blijkt dat er een tentoonstelling plaatsvindt van de stevig uitvergrootte foto’s “meer dan levensgrote platen” die Camille van haar nam met de reuzenslak Orlando binnen haar dijen, haar gezicht, ook uitvergroot, met nog de slaapplooien op haar wang. Ze vindt de foto’s lelijk, maar toch ook ergens prachtig. Ze is beschaamd dat mensen haar zo zien, helemaal  naakt, met de suggestieve foto’s onder haar rokje en met tussen haar dijen het slijmspoor van die slak. Maar dan vangt ze stukjes conversatie op waarin gezegd wordt hoe mooi ze wel is, een echt fotomodel, fris en natuurlijk mooi. Mensen herkennen haar, proberen haar aan te klampen. Camille houdt blijkbaar een tentoonstelling in haar studio, met foto’s met Sara als onderwerp, en zoals altijd, werd haar daar niets over gezegd. De foto’s zijn pervers maar ook mooi. “Krachtig”, ”puur”,  “ongedwongen”, ”ongerept”, “van een natuurlijke schoonheid”. Ze krijgen duidelijk veel aandacht van oudere kerels. De tentoonstelling is een succes en Lola een ster. Camille plant meteen een volgende sessie.
De andere wereld is die van een huis op nog geen kilometer afstand, in de Botanicuslaan waar Harmen Holthuizen, “onderzoeker”, woont met zijn vrouw Denise en met hun dochter Gwendolyne (15), “Gwen” en de viervoetige “love of his life” boxer Shelley. Dochter Gwendolyne is ziek en ligt in bed in haar kamertje.
Even later hoort buurman Ton die in zijn tuin bezig is, het gekrijs van meeuwen vanaf het dak van de Holthuizens. Ze vliegen heen en weer en duiken dan plots. Er zit een meisje buiten op het raamkozijn, de vogels hebben het op haar gemunt en “pikken met hun scherpe, gele snavels in haar ogen”. “Bloed loopt in tranen over haar wangen.” Het meisje verweert zich niet.
Als Harmen even later thuis komt, ziet hij een man in zijn tuin, gebogen over het levenloze lichaam van Gwen. Haar lichaam wordt door het parket weggevoerd en kan nog een ganse tijd niet vrijgegeven worden omdat het om een overlijden gaat onder verdachte omstandigheden. Dus is ook onmiddellijk medisch onderzoek niet mogelijk. Wat bijzonder jammer zal blijken omdat daardoor de oorzaak van Gwens ziekte niet meteen kan vastgesteld worden.
Denise is ontroostbaar. Ze begint te drinken. Ze wordt ziek. Niet alleen als gevolg van het grote verdriet om het verlies van haar dochtertje, zoals zal blijken. Als Harmen op een avond laat thuiskomt, hoort hij zijn vrouw kreunen in haar kamer. Op haar nachtkastje staat, onaangeroerd, het bord met de maaltijd die hij voor haar klaargemaakt had. Hij zet het bord neer voor Shelley, die niet geeft om de wormen die er in rondkruipen en het gretig opslokt. Denise komt op een bijna identieke wijze aan haar einde als haar dochter… Zonder zich te verzetten tegen de aanval van de vogels. Zonder zelfs te schreeuwen.

In de kranten staat een artikeltje over de eigenaardige dood van een man, blijkbaar als gevolg van een aanval door vogels….
Harmen is een bewonderenswaardig evenwichtig, verstandig, objectief, realistisch iemand. Als ook hij ziek wordt, laat hij zich onderzoeken door – toevallig-  zijn overbuur, dokter (?) Renato Ferrara. Die komt tot vreemde, bedreigende conclusies. Hij ontdekt in het lichaam van Harmen “Een parasiet die zich langs het bloed door het hele lichaam verspreid.” “Een echte invasie van larven.” “Parasitaire platworm.”
Er volgt een reeks behandelingen: MRI scans, dialyse. “Door middel van een dialyse het besmette bloed vervangen door zuiver bloed en zo de larfjes weg te spoelen. Dit organisme dat in staat is om de bloed-hersenbarrière te passeren, door hun scolex te gebruiken, die wormbek met vier zuignappen en daaromheen de naalden. De dialyse komt net iets te laat want de parasiet heeft de frontale cortex al bereikt met de bedoeling “daar uit te groeien tot iets groters”. Dan maar een punctie. “Ze zouden eerst alleen een gaatje boren, maar hebben uiteindelijk toch een luikje in Harems schedel gezaagd.” De hersenoperatie mislukt. Bestraling volgt.
Biotopia 1.0 is, zoals de flap vermeldt, inderdaad een intrigerende roman over nieuwe levensvormen en nieuwe bedreigingen. Geen prettige lectuur, want doorprikt met passages waarin pijn, wreedheid, meedogenloosheid en sadisme nadrukkelijk ten tonele gevoerd worden. Het voorval met het buurjongetje dat met een conducteurstangetje een tepel van ‘heilige hond, Shelley” tot bloedens toe perforeert, is daar een goed voorbeeld van.
Het is een roman die zich wil plaatsen in het kielzog van de grote griezelromanschrijvers zoals vermeld in het verhaal Mary Shelly (Frankenstein), Stephen King en zijn Nederlandse acoliet, Thomas Holde Heuvel en zelfs Wolkers, en daar gedeeltelijk in slaagt. Het idee van een uiterst ongewone en bijna intelligente parasiet in bloed en hersenen in connectie met agressieve vogels is zeker een vondst. Sabine van den Berg kan ook degelijk vertellen, spanning opbouwen, personages scheppen.
Sommige scènes zijn hallucinant, zoals de beschrijving van Gwen in het raamkozijn, bijna blij de lucht in starend terwijl een bende agressieve meeuwen haar aanvallen. Zo is bijvoorbeeld de beschrijving van een dag hospitalisatie van Harmen een zeer getrouwe weergave van hoe het er in een hospitaal aan toe gaat, met de verpleegsters “bleke meisjes”,  “vampieren” die op alle mogelijke uren, liefst als je in een zo nodige, diepe aangename slaap weggezonken bent, dwingend komen binnenwaaien.
Het reilen en zeilen in Biotopia 1.0 is natuurlijk “écht”, vermits schrijfster zelf 5 jaar in de kunstenaarsgemeenschap De Biotoop in Haren doorbracht en de verhalen die ze daarover schreef in “Berichten uit de Biotoop” een gelijkaardige adem uitwasemen.
Alles wat met de natuur te maken heeft, het voelen van zand en gras met blote voeten, krijgt een lyrische toon en contrasteert sterk met, bijvoorbeeld, de beschrijving van de paringsrituelen van sommige dieren of van de beschrijving van sommige semi-medische details. De menselijke paring of de gemeenschap tussen twee individuen van hetzelfde geslacht wordt eerst zonder enige duidelijke aanleiding op een droge wetenschappelijke manier weergegeven en daarna verteld in twee zeer mooie vrijscènes tussen Saar en haar vriend(in) Camille.
Na het lezen blijf je met enkele vragen zitten. Hoe gaat het nu verder met Lola? Een verhaal hoeft niet persé af te zijn en kan natuurlijk ook hier stoppen. Maar het is wel zo geschreven dat het aanvoelt alsof het stopt in mid-air. Het Botanicusverhaal kan echt niet ophouden met de vermoedelijke dood van Harmen, al is die dood dan identiek aan die van dochter en vrouw. Er wordt in dit boek duidelijk vermelding gemaakt van vier gevallen waarin mensen gedood worden door een virus en vogels die op één of andere vreemde manier aangetrokken werden tot het slachtoffer. Zijn er geen andere gevallen bekend en maakt Renato Ferrara zich onnodig ongerust over een waarschijnlijke pandemie?
En waarom twee verhalen schrijven, fysisch door elkaar geweven in een boek zonder dat die wat met elkaar te maken hebben? Ergens meen ik gelezen te hebben dat Biotopia 1.0. het eerste deel zou zijn van een trilogie, in welk geval het allemaal logisch lijkt en het uur van uitkijken naar een vervolg is geslagen.

Victor De Raeymaeker
Sabine van den Berg
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies