Elco Lenstra
Ignace Claessens
Non-fictie
  • 108 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

2 mei 2022 Wij willen hier geen avonturiers. De vele levens van Ernst August Kaerger.
Uitgever Elco Lenstra reconstrueerde op basis van dagboeken, brieven, foto’s en archiefmateriaal het turbulente leven van zijn overgrootvader Ernst August Kaerger, geboren in 1878 in Züllichau (Pruisen), dat sinds de tweede wereldoorlog Sulichow in Polen is.
Eeuwenlang ging in zijn familie het ambacht van meester-bakker over van vader op zoon. Dit was niet naar de zin van Ernst August die er van droomde arts te worden. In 1897 werd hij toegelaten tot de universiteit van Breslau, bekwaamde zich na twee jaar verder aan de Friedrich-Wilhelms-Universität in Berlijn en aan de Ludwig-Maximilians-Universität in München.
Zijn legerdienst kon hij, dank zij de financiële middelen van zijn familie, beperken tot één jaar en op 1 oktober 1903 meldde hij zich aan bij de marine in de havenstad Kiel. De keuze voor de marine zal een grote invloed hebben op zijn verdere levensloop.
Na de Duitse éénmaking onder Otto von Bismarck was Duitsland uitgegroeid tot een machtige en welvarende natie. Het had wel de trein van de kolonisatie gemist. Stemmen gingen op om ook kolonies te verwerven. Hun oog viel op Namibië, een gebied dat geen enkele mogendheid de moeite waard vond te koloniseren. De Duitsers kwamen al snel in conflict met de plaatselijke bevolking, de Herero. Op 21 januari 1904 vertrekt Ernst August als lid van het Marine Expeditionskorps naar Namibië om er de opstand van de Herero neer te slaan. Als arts had hij er de handen vol met de verzorging van soldaten, die niet gewoon waren aan het Afrikaanse klimaat en in erbarmelijke omstandigheden geconfronteerd werden met aandoeningen zoals malaria, dysenterie en tyfus, naast de hevige weerstand van de Herero. Dit zal overigens leiden tot de quasi volledige uitroeiing van dit trotse volk, de eerste genocide van de twintigste eeuw.
Vóór zijn vertrek naar Namibië was hem bij zijn terugkeer een plaats toegezegd als arts-assistent aan de universiteitskliniek van Breslau. Toen hij zich aanbood werd hij koudweg geweigerd: 
WIJ WILLEN HIER GEEN AVONTURIERS.

Hij zag zich verplicht terug te keren naar de marine als Marine-Assistenzartz in Wilhelmshaven. Na een conflict met een overste werd hij in 1907 aangesteld als arts in het ziekenhuis van de Duitse kolonie Tsingtao in China waar hij van 1907 tot 1910 verbleef. Na zijn terugkeer kon hij zich verder bekwamen als chirurg in Berlijn terwijl hij verbonden bleef aan de marine.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd hij ingedeeld bij een nieuw onderdeel het “Marinekorps Flandern” en werd als arts naar Vlaanderen gestuurd. Hij verblijft tot 1917 in Feldlazarett 3 in Kasteel Ter Waere in Gistel, ongeveer vijftien kilometer achter het IJzer front. Daarna werkt hij in het Veldhospitaal Passchendaele, waar hij getuige is van een van meest zinloze en vernietigende offensieven van de Eerste Wereldoorlog. Aan het front komen zijn chirurgische vaardigheden goed van pas en hij kan zich verder bekwamen in de hersenchirurgie. Aan patiënten had hij zeker geen gebrek…
Na de capitulatie kan hij verbonden blijven aan de marine terwijl hij ook een privépraktijk begint in Kiel. Eind 1920 huwt de 40-jarige vrijgezel en uit het huwelijk worden er vier kinderen geboren: drie zonen waarvan één kort na de geboorte overlijdt, en één dochter. Ondanks de economische malaise heeft het gezin het financieel goed. Hij is zo verstandig zijn vermogen in het buitenland te beleggen in vreemde valuta, zodat hij weinig lijdt onder de voorthollende inflatie waarmee Duitsland toen geconfronteerd werd. In 1932 kan hij zo een uitgestrekt landgoed verwerven in Selkau, twintig kilometer ten oosten van Kiel.
Ofschoon vele officieren en gewezen officieren van de marine aansluiten bij de Nazi-partij, wordt hij er zelf nooit lid van. Als vrijmetselaar wordt hij door de Nazi’s gewantrouwd. Wel heeft hij goede contacten met verschillende Nazi bonzen en deinst er niet voor terug op hen een beroep te doen om zijn twee zonen zoveel mogelijk weg te houden van het front, zodat zij vrij ongeschonden de Tweede Wereldoorlog overleven. Minder goed gaat het zijn prachtige kliniek in Kiel die bij een bombardement op 25 juli 1943 een voltreffer moet incasseren en volledig vernield wordt. De familie, die op dit ogenblik in Selkau verblijft, ontsnapt aan een gewisse dood.
In de moeilijke naoorlogse periode (Kiel was voor 80% vernield) slaagt Ernst August er in een nieuwe kliniek uit de grond te stampen die in 1952 feestelijk opent. Ernst August zal deze kliniek, samen met zijn oudste zoon Ernst Junior, eveneens arts, runnen tot aan zijn overlijden op 21 maart 1955.
Wat is er veel gebeurd in het leven van Ernst August! De tijd onder de keizer die hij gediend heeft in Namibië en in Vlaanderen, de chaos van de Weimar-Republiek met zijn hyperinflatie, de gruwelen van het Derde Rijk met de volledige verwoesting van Duitsland, de verdeling van Duitsland en de moeilijke heropbouw. De auteur slaagt er niet alleen in de figuur van zijn overgrootvader tot leven te brengen, hij heeft terzelfdertijd ook aandacht voor de economische en sociale achtergrond. Naast een biografie krijgt de lezer ook een kijk op de geschiedenis van de eerste helft van de twintigste eeuw. In deze woelige periode moet ook Ernst August de gebeurtenissen ondergaan, hoogstens kan hij proberen het tij te sturen. Terecht draagt het werk als motto de uitspraak van Otto von Bismarck: 
“Der Mensch kann den Strom der Zeit nicht schaffen und nicht lenken, er kann nur darauf hinfahren und steuern.”
Deze boeiende familiekroniek leest als een trein en verveelt op geen enkel ogenblik. De lezer die genoten heeft van de familiegeschiedenis “De Stamhouder” van schrijver Alexander Münninghoff zal ongetwijfeld ook aan dit werk veel leesplezier beleven.

Ignace Claessens
Elco Lenstra
Ignace Claessens
Non-fictie
recensent
_Ignace Claessens recensent
Meer van Ignace Claessens

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies