Marieke Lucas Rijneveld
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 1975 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

10 februari 2022 Mijn lieve gunsteling
Het zal natuurlijk een hele opgave geweest zijn voor Lucas Rijneveld een nieuwe roman aan te vatten en te voltooien, nadat hij met een eerste roman “De avond is ongemak” zowaar de gegeerde Booker Prize binnenhaalde met het hele mediacircus dat dit met zich meebrengt en vertalingen die kwamen aandringen. Maar blijkbaar had dit 6 jaar lang minutieus, geconcentreerd, langzaam maar zeker schrijven, herwerken, en leren “onverbiddelijk” zijn, zoals Lise Split hem aanraadde, zich toch stevig opgehoopt in het denken, willen en doen van de jonge schrijver.
Het zou in elk geval de uitbarsting verklaring van prompt een volgend boek. “Mijn lieve gunsteling” lijkt inderdaad uitgespuwd in één gulp, één grote, lange, vloeiende zin per hoofdstuk, zonder pauze, zonder alinea, zonder punt. Uit een interview blijkt dat Lucas aan een ander boek bezig was, toen een kennis hem vroeg hoe het zat met “die veearts”. In “De Avond is ongemak” is er inderdaad een veearts die even het boek komt binnenstappen. Terwijl de kinderen in bad zitten, komt hij de badkamer in om ze mee te delen dat hun broer verdronken is. Hij wordt ook nog even vermeld als iemand die seksueel getinte opmerkingen maakt gericht naar de 10 jaar oude “Jas”. Daarmee houdt zijn rol op.
Die opmerking zou wat getriggerd hebben in Lucas die zich meteen aan de keukentafel zet en koortsig begint te schrijven. In zes weken (maar hij spreekt zichzelf tegen, later) zou hij “Mijn lieve gunsteling” neergepend hebben. Het werd een roman van 363 bladzijden, verdeeld in 42 korte hoofdstukken van gemiddeld 8 bladzijden, die telkens uit één enkele zin bestaan, een soort “stream of consciousness”,  geëxalteerd, associatief denken, met als resultaat een paternoster van verhaalonderdelen die telkens naar wat anders overspringen, opvallend met één been in het nu, het andere in een verbeelde wereld.
Het raamverhaal is eenvoudig genoeg en niet bijzonder origineel. Een 49-jarige man, de veearts uit “De Avond is ongemak?” wordt verliefd op een 14-jarig meisje en weeft rond haar een web van ontmoetingen, woordwisselingen, gesprekjes, verzinsels, beloftes, die uitlopen op aanrakingen en het eigenlijke doel: penetratie. Ze noemt hem “Kurt” naar Kurt Cobain, een zanger. De man is getrouwd met Camilia die haar toevallig les geeft, heeft twee zoons, “mijn jongste” en de oudste die heel eventjes een relatie heeft met het meisje. Het meisje (dat geen naam krijgt) is boerendochter. Haar moeder is weggegaan na de dood van haar zoontje. Zij wordt “de verlatene” genoemd. Het dode broertje is de “verlorene”. Het zou kunnen dat de moeder naar Stavanger, in Noorwegen is vertrokken. De vader van het meisje is een stugge boer van weinig woorden. Het meisje is wakker en intelligent maar ze heeft een “cluster” verbeelding waarin ze zich inbeeldt een bepaald dier te zijn: een otter, een kikker, een vogel. Ze gelooft ook vast dat ze kan vliegen. Ze houdt een dagboek bij dat ontdekt wordt door haar vader en dan is het hek van de dam. De veearts moet voor het gerecht verschijnen, krijgt twee jaar gevangenisstraf en hij gebruikt die om de gebeurtenissen van de drie maanden van 2005 met het meisje te vertellen in een monoloog die hij aan haar richt en aan “de magistraten” van het gerecht. Het meisje vertrekt met een vriendje “de Rat” en wordt een populaire zangeres in de VS, onder andere met liedjes gebaseerd op de gebeurtenissen die “Kurt” zopas vertelde.
Wat teleurstelt en arm overkomt, is dat Lucas ergens blijven hangen is in “De Avond is ongemak”. Het meisje is ook weer een boerendochter, woont op een erf met koeien en de veestapel moet ook geruimd worden, er is ook weer die interesse in engelenpiemeltjes, merknamen en snoep, het meisje heeft anorexia, flarden van liedjes van bekende zangers of groepen worden aangehaald, filmsterren en films, en stukken van hun dialogen zijn belangrijk, maar ook schrijvers zoals Roald Dahl, en de boeken van Harry Potter. Onder het bed schuilt gevaar, een broer speelt boeman van onder dat bed, maar er worden ook dingen onder “verborgen” zoals haar dagboek  en de piemel van een otter. Beide verhalen spelen zich af in een gereformeerd kader, met dominee, bijbelquotes, Hooglied en zelfs een bijbelquiz. Popsterren en zangers zijn verwisselbaar met profeten qua belangrijke gezegdes en uitspraken, er is een kelder die een rol speelt, ze wonen ook weer in een dorp, dat “village” wordt genoemd. Het naamloze meisje weet niet bepaald of ze een meisje of een jongen is, maar ze wil in elk geval een piemel. Lucas speelt weer graag met het pijnlijke, het lelijke en de dood, waar beide boeken op eindigen.
Ook opvallend, in beide boeken, is het ontbreken van humor, van dialoog, en zelfs van beschrijvingen van personen en omgeving. Er zijn wel “echte” of vermeende magische elementen aanwezig die mee de gebeurtenissen bepalen, zoals de vaste overtuiging van het meisje zonder naam: “Ik kan vliegen”. En dus is zij het die op 9/11 de Twin Towers van het World Trade Center doorboorde. Daardoor zal ze ook gaan vliegen in de schuur waarbij ze neerstort en in hospitaal belandt. Het meest opvallende is het ontbreken van gevoelens uitgedrukt door de personages. Lucas doet verslag van de gevoelens, als die er al zijn, hij vertelt over gevoelens, hij laat zijn personages ze niet zelf beleven: “En jij raakte ontroostbaar, zo buitenzinnig en ontroostbaar”. “En dat deze pijn zo jong was dat je het nooit zou hebben kunnen verwoorden, omdat het alfabet toen nog geen plek in je hoofd had.”
Wat ook opvallend is, is dat de gedachten van respectievelijk een 10-jarig en 14-jarig meisje datgene overstijgen  wat een “normaal” iemand van die leeftijd zou kunnen denken, laat staan er de woordenschat voor hebben. Ze dialogeert bijvoorbeeld met Freud en Hitler. Alhoewel we de inhoud van die gesprekken niet te weten komen.
Dan zijn er natuurlijk ook de twee elementen die in beide boeken opvallen en door hun buitensporigheid de aandacht trekken en bij lezers en critici. Er zijn zo veel dingen die “afstotelijk”, “ondraaglijk” en “weerzinwekkend” zijn, zodat er lezers zijn die daardoor stoppen met lezen, terwijl de meesten niet begrijpen waarom ze wel gefascineerd lijken en zich toch niet kunnen losrukken van het boek. Lucas is duidelijk ook gebiologeerd door het wrede en pijn en hij “heeft” wat met gender, seks en meer bepaald de vreemde kant van seks. Zo is het duidelijk dat hij al het mogelijke is gaan opzoeken in verband met penissen, ook in de dierenwereld over de grootte van en het al dan niet hebben van een penis bij dieren, van “Leda en de zwaan” tot en met het vrouwtje van de hyena dat een piemel blijkt te hebben.
Dat de meeste lezers zich niet kunnen losrukken van het lezen, komt natuurlijk door het uitzonderlijk talent van Lucas. Wat Lucas buitengewoon goed kan is eerst en vooral doseren. Wat wanneer doen om de aandacht en de nieuwsgierigheid gaande te houden. Hij is gewoon meesterlijk in het “laten vallen” van hints. Je maakt, bijvoorbeeld, bij aanvang van het boek kennis met de personages en omstandigheden. Het verhaal begint te lopen en plots wordt het woordje “magistraten” gedropt, onschuldig, eigenlijk bijna onnodig en buiten de context. Waardoor het opvalt en je wil weten waarom, hoe, wanneer de veearts met “magistraten” zal in aanraking komen. Verder aanvullende hints volgen dan doorheen het boek op strategisch gekozen plekken die gedoseerd prikkelen.
Er gebeuren ook zeer plots erg dramatische dingen. De veearts rijdt een kind dood. En doet geen aangifte. De ouders van het meisje moeten weg en laten de boerderij over in handen van haar broer en zijzelf. Het runnen van de boerderij wordt verwaarloosd en er convergeert iedere avond een groepje vriendjes van de broer. Er wordt druk “gezopen, gerookt en gesekst” terwijl het meisje zich terugtrekt op haar kamer. Ze maken het nogal bont en voederen boterhammen met XTC-pillen aan de stier “Bullebak”, die inderdaad tot hun groot plezier berserk gaat. Maar dan plots op het groepje afstormt en één van de jongens aan zijn hoorns spiest en verplettert tegen de muur. Later, als het meisje een bekende zangeres wordt, zal één van haar successen “Sweet Bully” heten.
Er zijn nog veel meer passages waarin navrante, pijnlijke, afkeer wekkende dingen gebeuren.

Ze mag aanwezig zijn bij de sectie van een otter en krijgt als buit de piemel mee, die ze verbergt onder haar bed.

Ze wordt aangezet rechtopstaand te plassen, in bed.

De broer vriest herhaaldelijk iets in en ontvriest het weer. Laat het ontdooien.

Een vriendinnetje vertelt dat ze het met een kikker had gedaan.
Buiten een bijna feilloos aanvoelen van het nodige woord, de juiste uitdrukking of zin op de juiste plaats, is het grote talent van Lucas een juiste (niet noodzakelijk voor de hand liggende) vorm vinden voor het verhaal, en eens gekozen, het boek in een bepaalde vorm te gieten en er aan vast te houden. Lucas is dan inderdaad “onverbiddelijk” zoals Lise Split hem aanraadde. Raad die geld waard bleek te zijn… Wat natuurlijk niet altijd op wieltjes loopt, zelfs niet altijd aantrekkelijk is en soms minder elegante oplossingen opdringt.
Voor “Mijn lieve gunsteling” is dit een incantatie geworden. Tenminste naar vorm en toon. Want de veearts smeekt niet, maar gedurende zijn twee jaar lange gevangenisstraf, richt hij zich (in gedachten?) tot zijn “Gunsteling” en tot de “Magistraten”, niet omdat hij ergens spijt wil over uitspreken, want die heeft hij niet. Hij wil vertellen wat er gebeurde, hoe het liep, met een soort dwepende nadruk, de ene zinseenheid na de andere, zonder alinea’s, zonder punt, in één lange ademstoot van bladzijden lang zonder tot rust te komen, enkel en alleen het verhaal, of het verhalende, met metaforen, slingerende zinnen, bezwerend, vergelijkingen subliem gedurfd-onschuldig, gevarieerd, scherpzinnig talentvol, evocatief, oprecht, listig, pervers, zonder vooropgezette regels en beperkingen, één lange scheut, als in een roes, tomeloze taal. Daarom blijf je doorlezen, want de ene gebeurtenis is amper tot je doorgedrongen en je zit al in een volgende. Zonder de hindernis van beschrijvingen, het stilstaan bij gevoelens, het onderbreken met conversaties voorafgegaan door “hij zei, zij vroeg, hij wilde weten.” Een louter, zuiver, ademloos voortglijdend verhaal, dus.
Je leest niet uit meevoelen met de personages. Zelfs het arme meisje zonder naam dat het nochtans hard te verduren krijgt, roep deze gevoelens niet op. Zeker nier met de veearts die louter voortgedreven wordt door blinde begeerte en alles zal doen om zijn “gunsteling” toch maar te bezitten, seks mee te hebben, te penetreren met zijn “gewei” en daarvoor in het begin bijzonder voorzichtig en sluw zal tewerk gaan, zal liegen en bedriegen en  niettegenstaande de dichterlijke beschrijvingen die hij voor haar bedenkt en de lieve naampjes die hij haar geeft, en wat er zal komen als een wonderlijke gebeurtenis afschildert, uiteindelijk gewoon met haar zal vrijen door op haar in te beuken en er cynisch aan toe te voegen: “Wat liet ik de liefde schrikken?”  Zo brutaal zelfs, dat ze geschaafd achter blijft, het uitmaakt met hem, ook zonder nochtans het zo gegeerde en beloofde “gewei” gekregen te hebben. Ze zou zelf ook zo een “gewei” krijgen als ze werkelijk seks gehad had met hem, loog hij haar voor.
De meest ondraaglijke passage in dit boek (en dat wil heel wat zeggen) is zijn “bezoek” aan het arme meisje nadat ze opgenomen is in het hospitaal met gebroken sleutelbeen en allerlei verwondingen. Hij maakt daarvan gebruik om bij haar in bed te kruipen, in haar broekje te voelen en daar een bloederige massa van een eerste maandstonde te ontdekken. Waarna hij zijn geslacht in haar mond dwingt om daar dan maar klaar te komen. Als hij wegrijdt met zijn wagen, beseft hij dat hij nu misschien wel te ver gegaan is en mailt haar dat ze hun contact beter beëindigen. Hij weet dat ze op dit ogenblik niet zonder hem kan en ze smeekt hem inderdaad verder geliefden te blijven… Hij vertelt dit allemaal als zeer vanzelfsprekend en begrijpelijk aan de “Magistraten” in het blijkbare onbesef van wat dat bij hen moet teweegbrengen… Hij vertoont wel een zekere vorm van zelfmedelijden als het in zijn verhaal duidelijk wordt dat hij zelf door zijn moeder misbruikt werd, zodat hij wel ouder werd in jaren maar niet opgroeide en niet volwassen werd. Met als gevolg dat de meisjes die hij rond zich zag en die zijn aandacht trokken ook jonge meisjes bleven.
De taal is duidelijk van alles overwegend belang voor Lucas: “Het moest zorgvuldig zijn. Nergens lelijk in taal. De gebeurtenissen waren lelijk, maar niet hoe het is beschreven. Het mocht geen “plat” boek worden. De daad kon misschien lelijk zijn, de taal niet.”
Dat heeft hij dan ook consequent gedaan, doorheen het ganse boek en zeker in zijn ander groot talent: de poëtische, krachtige beschrijvingen:

- Dat een lijfje dat zo dun was dat het geen geheimen meer kon bevatten.

- Een huilerig piepschuimstemmetje

- Het is koud aan het eind van deze regel

- De zomer werd eerbiedig door de doodgavers.

- Ik zou tussen de geur van magnesium, stront en zeep (van een bijeenkomst van een kleine dieren vereniging) jou ruiken, ja, ik zou jouw zoetheid ruiken, mijn hemeling.

- Het leek alsof de meubels hun adem inhielden.
“Mijn Lieve Gunsteling” herhaalt het “Lucas enigma” waarbij hij een boek geschreven heeft dat erg onprettig is, afkeer opwekt en toch een buitengewoon knap. Dit boek zou eigenlijk eerder de “Booker Prize” verdienen, indien het zijn eerste boek zou geweest zijn, zonder een reeds gekend kader en de herhaling van zovele al gekende details.

Victor De Raeymaeker
Marieke Lucas Rijneveld
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies