Marieke Lucas Rijneveld
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 1946 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

22 januari 2022 De avond is ongemak
Een recensie schrijven voor een roman die niet recent verscheen maar in 2018 en dus al een “oud” boek is, is inderdaad ongewoon. Maar deze uitgave van “De avond is ongemak” is al de 26e druk en ongetwijfeld ligt dat getal vandaag nog heel wat hoger.
Bij het verschijnen kwam deze roman al meteen op de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2019 terecht en werd ook bekroond met de ANV Debutantenprijs. Dan kwam de klap op de vuurpijl: Hij won in 2020 ook nog  de fameuze “Booker Prize” in Engelse vertaling, wat een “first” is voor een van oorsprong Nederlandstalig boek. Verrassend, want geschreven door een zo jonge schrijfster/schrijver (19) die hiermee de “groten” van de wereldliteratuur vervoegt.
Het is dus een fenomeen.
Opmerking: De auteur heeft nog maar zopas beslist of hij/zij nu een mannelijke of vrouwelijke persoon is. Ze ging oorspronkelijk als “Marieke Rijneveld” door het leven maar ze vond dat er toch een mannelijk element bij haar en haar naam hoorde. Ze voegde er Lucas aan toe. In een derde (en laatste?) fase besloot hij dan zuiver “Lucas” en man te zijn. Vergeef me dus, als ik uit gewoonte toch nog zou terugschakelen naar “Marieke”. Vandaar dat ik het op zijn minst interessant vond dit boek eindelijk te lezen om te ontdekken waarop dit succes gebaseerd is en of het misschien toch niet iets vluchtigs en toevalligs zou kunnen zijn. Daarna ga ik - in een volgende recensie - de “Booker-winnende” Engelse versie, “The Discomfort of Evening” lezen en de twee versies vergelijken.
In het Nederlands had Lucas al bewezen een knap dichter te zijn met de dichtbundel “Kalfsvlees” die in 2015 verscheen en waarvoor hij op de prille leeftijd van 16 al meteen de C. Buddingh-prijs kreeg. In 2019 werd dit gevolgd door een tweede poëziebundel “Fantoommerrie”, ook meteen bekroond met de Ida Gerhardt Poëzieprijs deze keer.
Toen verscheen “De avond is ongemak” en alhoewel dat oorspronkelijk gepaard ging met een zeker gehalte aan negatief gemurmel in de teneur van “langdradig, walgelijk, wreed, vies, neusgepeuter, vergezocht, geleuter” werd daarna ook zijn eerste roman overvloedig geprezen. Ook dat zou nog het gevolg kunnen zijn van zelfgenoegzaam navelstaren in een parochiaal Nederlands taalgebied als daar de Booker prize niet was die het tegendeel bewees.
Dat zou moeten volstaan als adelbrief voor “De avond is ongemak”. Maar een “anderstalig” boek dat de “Booker” wint, wint die natuurlijk in vertaling en de vertaler ontvangt dan ook terecht de helft van de prijs. (Sommige vertalingen zijn zelfs beter dan het oorspronkelijke boek). Ik wil dus onderzoeken hoe die vertaling is, een idee krijgen van het literair gehalte van beide en over de mate waarin de vertaling van Michele Hutchinson bijgedragen heeft tot het winnen van de Booker.
De avond is ongemak. (recensie)
Jas Mulder mag niet mee. Haar grotere broer, Matthies gaat de poldertoer schaatsen “naar de andere kant”, maar Jas is nog maar tien en kan nog niet voldoende goed schaatsen. Ze heeft nog een broer, Obbe (15) en een jongere zus Hanna (7).  Vader is boer en moeder huisvrouw. Matthies vertrekt . “In de deuropening draaide hij zich nog eenmaal om en zwaaide naar me, de scène die ik later in mijn hoofd steeds zou afspelen…” Die scène zal aan gewicht winnen, omdat Jas boos is. Zij beeldt zich in dat vader haar konijn, Dieuwertje, de nek gaat omwringen en mee serveren op een zilveren schaal voor het Kerstdiner. Ze vraagt aan God liever Matthies te nemen… Later die avond, als de kinderen in bad zitten, komt de veearts plots zonder te kloppen de badkamer binnen, zegt wat “met gehaaste stem”, waarop moeder reageert: “Hij is toch niet dood.” De veearts kijkt van Obbe naar mij en vervolgde toen: “ Jullie broer is dood.”
Deze gebeurtenis is het agressieve virus dat brutaal het familieleven binnendringt, ieder personage aantast en verandert, iedere gebeurtenis besmet, dood en leven stuurt. Dit alles zoals gezien door de ogen van de tienjarige Jas. Dit idee om een jongere of kind aan het woord te laten, is een eerder populair middeltje/concept, vooral gebruikt door beginnende auteurs die op deze manier de perceptie van de wereld, eigenaardigheden, vergeetsels, ongerijmdheden en beginnersfouten kunnen maskeren achter het “kind” zijn van het hoofdpersonage terwijl het tevens de mogelijkheid schept origineel te zijn en creatief te werk te gaan.
Maar het is meteen duidelijk dat Rijneveld dat niet doet en dat er hier veel meer aan de hand is dan het gebruik van een middeltje. Lucas grijpt je meteen vast, er is een klik, je leest en blijft lezen. Waarom dit het geval is, is niet meteen te verklaren want wat volgt is niet bepaald aangenaam, mooi, aantrekkelijk, hartverwarmend te noemen. De “drie koningen” (de drie kinderen) en de “ouderlingen”(ouders) reageren innerlijk fel op de dood van Matthies en evolueren op een eigenaardige manier, buitenissig, wreed, ongezond, vies, gefocust op het seksuele, het dramatische, de dood, lichamelijke functies.  Seks is overvloedig aanwezig trouwens. Hanne en Jas tongzoenen, ze willen de piemels van de buurjongetjes zien, vader steekt zijn tong in het oor van Jas, Obbe spuit cola uit een blikje in Hanne’s vagina tot ze een soort orgasme krijgt, hij stopt ook zeep in de anus van Jas, ter vervanging van vader die daarmee gestopt is. Er zijn nog meer passages met lichtelijk seksuele innuendo’s, zoals de veearts die eigenaardige opmerkingen blijft maken over het lichaam van Jas en vader die het heeft over haar tietjes.
Zo heet Jas waarschijnlijk “Jas” omdat ze weigert haar rode jas uit te doen. Ze wil zichzelf beschermen tegen het onheil dat haar zeker zal overvallen, want het is haar schuld dat haar broer nu dood is. Er wordt een tijdlang niet op gereageerd tot je begint te denken dat het niemand kan schelen dat ze die jas alsmaar aanhoudt, maar dan blijkt dat het toch wel aanleiding geeft tot conflicten met vader en moeder. Dat gaat zelfs zo ver dat moeder dreigt uit het raam te springen als Jas haar jas niet uittrekt. Ze telt tot tien, Jas beweegt niet, lijkt geparalyseerd en moeder springt. Ze wordt daarna op een kruiwagen naar het hospitaal vervoerd.
Door die innerlijke spanning reageert het lichaam van Jas:  “Ik kan al dagen niet meer poepen waardoor mijn buik hard en opgezwollen onder mijn jas ligt, zelfs zitten doet pijn.” “Vader heeft daar een remedie voor” een beproefde methode die al eeuwenlang wordt toegepast bij kinderen. Jas moet gaan liggen, “billen zo ver mogelijk uit elkaar houden” en “Voordat ik daar verder over na kan denken, duwt vader ineens zijn wijsvinger met het stukje zeep erop tot ver in mijn poepgaatje.”

Dieren worden mishandeld. Obbe verdrinkt hamster Ties in een glas. Obbe is een beetje de perverse geest van de kinderen en het boek. Er wordt een haan doodgeklopt met een hamer, de beschrijving van een platgereden egel is zeker niet prettig, Jas wil twee padden doen paren en behandelt ze erg wreed – misschien zonder het echt te beseffen?
Lucas gebruikt graag “platte” taal: Ik pis de laatste tijd vaak in mijn broek en de natte onderbroeken verstop ik onder mijn bed. Anders zou ze me vast te kakken zetten. Stront/snot (opeten), Schijtgat, Weer kunnen kakken, vliegekak, te kakken zetten, kont- en stront likken, de drol in haar billen…
Dat in contrast met de taal die in een gereformeerd gezin veelvuldig te horen valt, letterlijke quotes uit de bijbel of gemengd met alledaagse taal. Hij kent de woordenschat van de Gereformeerde Kerk,  de woordenschat van de Bijbel, “een boek over het geloof” uit het hoofd, met naam en nummer… “Exodus , hoofdstuk, nummer.”
“Hoe zuiver is de levenswandel vandaag,” “eer uw vader en uw moeder”, “tot stof zal u wederkeren”, “David in de leeuwenkuil”, “De dag des oordeels”, “Jezus had ook volgelingen”, “Laat u niet overwinnen door het kwade”, “op God vertrouwen”, ”Hij moet zich zuiveren en niet meer zondigen”, ”Plots ontwaarde ik het leven in God.”
Allemaal elementen die het moeilijk maken om “De avond is ongemak” bijzonder te vinden, integendeel… Seks, wreedheid, “vreemde” dingen doen, de toenemende obsessie met “poepen”, het totaal gebrek aan humor, de denkpatronen en de taal (die hier dikwijls helemaal niet passen bij een tienjarige), zijn bekende, eerder goedkope middeltjes om aandacht te krijgen. Zo ook met het buitenissige. Geschreven met kinderlijk boosaardig genoegen, ofwel om te volden aan het voornemen van “onverbiddelijk” te zijn bij het schrijven.
Lucas (toen nog Marieke) was in gesprek gegaan met haar collega-schrijfster, Lise Split. Die had haar de raad gegeven “onverbiddelijk” te zijn bij het schrijven. Ze schreef dit in grote letters op de muur, naast het portret van Wolkers. Duidelijk ook een grote bron van inspiratie. Rijneveld zou alles bij elkaar zes jaar schrijven aan “De avond is ongemak” waarbij ze de raad van Lise duidelijk en met succes toepaste.  Wat misschien de overvloed aan seksuele aandacht, het grimmige, het beklemmende, het misselijk makende van de details kan verklaren. Een voorbeeld. De juffrouw heeft een keer een punaise in de wereldkaart geprikt die aan de muur hangt achter in het klaslokaal. Vriendin Belle wilde graag naar Canada, omdat haar oom daar woont. Dat geeft aanleiding tot een daad: “Hanna heeft een navel die binnenstebuiten is gekeerd. Een bleek bobbeltje als een pasgeboren muisje dat nog blind is en ineengerold zit.” “Ik trek mijn jas en shirt op tot mijn navel bloot komt te liggen. Ooit wil ik naar mezelf toe, zeg ik en duw de punaise door het zachte vlees van mijn navel. Ik bijt op mijn lip om geen geluid te maken, een stroompje bloed loopt richting de band van mijn onderbroek, trekt daar in het stof. “Ooit wil ik naar mezelf toe,” zeg ik zachtjes en duw de punaise door het zachte vlees van mijn navel… Ik durf de punaise er niet uit te halen, bang dat het bloed alle kanten op zal spuiten en iedereen in huis weet dat ik niet naar God maar naar mezelf toe wil.” Wat slechts één voorbeeld is van het opstapelen van onderhuidse vrees, spanning, frustraties die dit teweegbrengt en natuurlijk ook een aanleiding is om nog een obstakel en vrees-puntje bij te hebben want niemand mag weten dat ze daar rondloopt met een punaise in haar navel.

Niet prettig, misselijkmakend, soms. Toch blijf je lezen.
Dat komt omdat Lucas een knappe schrijver is. Misschien een natuurtalent of zeer intelligent. Een boek beginnen met de zin: “Ik was tien jaar en deed mijn jas niet meer uit.” En doet eindigen met: ”Het wordt pikdonker en stil. IJzig stil.” is het soort zin dat je meteen doet rechtzitten en nieuwsgierig maakt. Deze procedure dan verder toepassen met net de juiste pauzes, net voldoende om de spanning gaande te houden, met genoeg onverwachte gebeurtenissen tussenin, doorheen het boek als een pro, bewijst dat je wat kan. Met halve aankondigingen van wat komen gaat, zonder het uit te leggen of te bevestigen de aandacht grijpen. Zoals bijvoorbeeld, met de hierboven reeds aangehaalde zin, als Matthies gaat vertrekken voor zijn schaatstocht. ”In de deuropening draaide hij zich nog eenmaal om en zwaaide naar me, de scène die ik later in mijn hoofd steeds zou afspelen.” Natuurlijk ga je je nu afvragen waarom die scène zich later zal blijven afspelen in haar hoofd. Je wil het weten. Waarom denkt ze dat er Joden in de kelder verscholen zitten? Waarom willen ze “naar de overkant?” Zelfs de seksuele spelletjes gaan crescendo, worden meer en meer eigenaardig en gevaarlijk en doen je vrezen dat er wel iets onherroepelijks zou kunnen gebeuren. Vader en moeder verdwijnen stilaan van het toneel en het zijn de kinderen die met hun onvoorspelbaar gedrag en schrandere waarneming het gebeuren gaan beheersen. “Kussen is iets voor oude mensen. Die dienen voor als ze geen woorden meer kunnen vinden.”
En, niet te vergeten: Lucas is ook dichter en past de gave van dit dichterschap ruim toe in deze roman. Wat, met zes jaar intensief schrijven, een onvergelijkbare oogst oplevert.

- Haar lichaam was zo mager als een waterhoen die vast gevroren zit in het wak.

- Vader smijt de deur achter zich dicht. Boosheid heeft scharnieren die nodig geolied moeten worden.    

- De mayonaisevlek in de vorm van Frankrijk.

- Als ze bonen doppen, liggen die ingevroren en nat op de keukentafel. ”De groene lijfjes zagen er mistroostig uit, als een uitgeroeide sabelsprinkhanenplaag.”

- Meteen zakt vaders glimlach weg in de huid van zijn gezicht tot ik er niets meer van zie.
Lucas is ongetwijfeld iemand die uiterst gevoelig is voor de nuances van wat er gebeurt in het dagelijks leven. Wat hij vertaalt in zijn schrijven. Matthies is dood en hij wordt begraven met de onuitgesproken afspraak hem niet meer te vermelden of niets te zeggen of doen dat met hem verband houdt. Aan tafel staat nog altijd zijn lege stoel. Jas stoot de stoel per ongeluk om. Lucas beschrijft de stilte die dan heerst, iedereen het gewicht en de betekenis ervan begrijpt en iedereen weet dat ook iedereen het weet… En niemand zegt wat.
Deze zes jaar intensief met een eerste roman bezig zijn, vertaalt zich in een zeer dichte manier van schrijven, waarbij het duidelijk is dat wat er op iedere pagina staat, daar ook echt gewild is, na schrijven, herschrijven, schaven, fijnafstemming… En zoals blijkt uit wat schrijver over zichzelf zegt in interviews en op sociale media: “Ik denk in laagjes. Ik wil in alles wat ik doe controle behouden en de volledige vrijheid krijgen die ik nodig heb. Structuren stellen me gerust.”

Het is dan ook niet alleen prettig een eerste Nederlandstalige Booker Prize gewonnen te hebben, maar het is waarschijnlijk wel terecht ook nog.

Victor De Raeymaeker
Marieke Lucas Rijneveld
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies