Abhijit V. Banerjee & Esther Duflo
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
  • 1476 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

14 september 2021 Een dollar per dag
Hoe economie het verschil kan maken.
Dit boek moet wel het lezen waard zijn, als je kijkt naar de verwezenlijkingen van de schrijvers… Abhijit Banerjee en Esther Duflo zijn de winnaars van de Nobelprijs economie 2019, kregen een verbluffend aantal prijzen en “honors”, bekleden vele belangrijke posities en zijn de stichters van menige councils, institutions en tijdschriften: ”Fellow of the American Arts and Science,  The Econometric Society, Inaugural Infosys Prize 2009, John Bates Clark medal, stonden in de “ Top 100 Thinkers and Fortune under 40” enz.

Maar er is natuurlijk meer en vooral anders…
“Een dollar per dag” werd voor het eerst uitgegeven in 2011 en was toen al meteen een hoogst opmerkelijke verschijning in het landschap van boeken die handelden over de toestand van de wereldeconomie. Banerjee en Duflo kregen zelfs de “Financial Times and Goldman Sachs Business Book of the Year award” en dat zonder grote veralgemeningen over het geheim van allerlei economische ontwikkelingsplannen, maar wel met een totaal nieuw perspectief op armoede “die niet begrepen wordt door mensen die nooit arm geweest zijn”.  Ze onderzoeken welk soort hulp best werkt, illustreren dat met verhalen over de werkelijkheid van het leven van de armen, zetten aan tot “uit je kantoor komen en je schoenen vuil maken” in plaats van wishful thinking en glossy magazines en brochures met foto’s van gekende personen te lezen.
Miljarden dollars en duizenden liefdadigheidsinstellingen hebben als bedoeling de armen te helpen. Dat is hoogstnodig, want volgens de Wereldbank zouden er zo maar eventjes 1,4 miljard mensen (buiten China) in armoede leven. Veel van wat “de armen” betreft, is echter gebaseerd op veronderstellingen en generalisaties die nooit getest werden. Een van die veelvuldig gehanteerde beweringen was, dat het een goede zaak was dat het BBP van zoveel mogelijk landen zou toenemen, want dat zou ertoe leiden dat die rijkdom dan zou doorsijpelen (“trickle down effect”) naar de armere landen en de armen.
Abhijit Banerjee en Esther Duflo zijn al meer dan 15 jaar bezig met onderzoek te doen in landen, van Chili tot India, Kenya tot Indonesië waarbij ze vertrokken van empirisch onderzoek. Ze pasten als eersten de nu algemeen gebruikte gerandomiseerde benadering toe waarbij louter willekeurige testen en onderzoeken gebruikt worden. Daarbij hebben ze totaal onverwachte aspecten blootgelegd van het gedrag van arme mensen, hun noden en de manier waarop financiële hulp of financiële investeringen hun levens kunnen beïnvloeden. Die bevindingen zijn heel anders dan wat economisten gewoonlijk beweren, namelijk dat  buitenlandse hulp noodzakelijk is om de armen uit de “poverty trap” te halen en dat geld geven aan arme landen ze gewoonlijk helpt om een cyclus in gang te zetten die ze aanzet om te investeren in kritische gebieden en ze productiever te maken. Anderen zeggen dan weer dan gelddonaties die arme landen net beletten om zelf te zoeken naar oplossingen en er zelfs toe bijdragen de leiders van die landen te corrumperen en aan te zetten te blijven rekenen op buitenlandse hulp. Als de markten vrij zijn en de stimulansen (“incentives”) juist zijn, dan vinden mensen wel een uitweg om hun problemen op te lossen. Zo was het bijvoorbeeld duidelijk dat de meerderheid van verarmde mensen niet noodzakelijk iedere dag met grote honger naar bed ging. Ze hadden weinig geld maar toch meestal net genoeg voor een minimum hoeveelheid voedsel. Wel geloofden ze niet meteen in verplichte oplossingen en vertoonden ze uitstelgedrag. Terwijl de armen zich geen behandelingen kunnen veroorloven bij ernstige ziekte, willen ze wel “wat doen voor hun gezondheid” en dus gaan ze niet naar de dokter voor potentieel dodelijke condities zoals borstpijn of bloed in de urine, maar wel voor mindere aandoeningen zoals koorts of diarree en ze gaan naar traditionele ”witch doctors”, genezers of predikers.
Hun argument is zeker niet dat de armen luier of impulsiever zijn dan de rijken. In feite tonen ze meestal meer zelfcontrole (en moeten dat ook voortdurend hebben…)

Eén van de meest bevredigende aspecten van dit boek is dat ze na ieder hoofdstuk waarin ze problemen schetsen, ze ook mogelijke hulpmiddelen aanbieden.

Enkele voorbeelden:                   

- Als de “arme” geld krijgt, wordt hij dan lui en houdt hij dan op met werken? Nee, hij gaat proberen beter werk te vinden. Hij werkt dan zelfs meer in plaats van zijn vrije tijd zo maar in te vullen. Hij investeert wat hij meer verdient.

- Het gebruik van kunstmest is goed want het verhoogt de opbrengst van hun oogst. Toch weigerden vele armeren het te gebruiken. Er werd hun inderdaad gevraagd een kleine som geld te geven voor het kunstmest, maar dat zouden ze pas later op het seizoen krijgen, op het ogenblik dat het moest verspreid worden. Als je ze meteen het kunstmest gaf op de dag dat ze betaalden, gingen ze dat niet zoals “men ” beweerde meteen of op het verkeerde ogenblik gebruiken of doorverkopen, maar sprongen ze er zorgvuldig mee om en hielden het bij tot de dag dat het moest gebruikt worden.

- Vrouwelijk “empowerment” en leiderschap wordt gestimuleerd door quota’s. Zelfs al worden er in dat geval meer vrouwen op leidende posities geplaatst dan wanneer ze “gewoon” en op gelijke basis met mannen zouden verkozen zijn. Men ziet dat vrouwen die leiding aankunnen en zelfs soms beter dan mannen en dat doet de vooroordelen wegvallen (eerst en vooral bij vrouwen).

Als er zomaar “gratis” geld gegeven wordt “zullen ze natuurlijk niet meer werken” luidt een ander vooroordeel. “Al dat geld wordt zo maar uit het raam gegooid.” In werkelijkheid “worden ze niet lui” en gaan het niet opdrinken. Wat wel gebeurt is dat meer meisjes naar school gaan, dat de levensverwachting stijgt en de ondervoeding vermindert. Dingen “geven” geeft aanleiding tot goede dingen. Enige “dure”(?) hulpmiddelen zoals het gratis verstrekken van klamboes (bednetten) tegen muggen, zijn effectief tegen het verspreiden van malaria en dus uiteindelijk winstgevend in het kader van  immunisatieprogramma’s. Het mogelijk maken dat vrouwen hun eigen contraceptie in handen nemen. Betalen voor schoolboeken of computers als ze hun kinderen naar school sturen. Het installeren van gratis chloordispensers in dorpen, die om het drinkwater te ontsmetten de juiste hoeveelheid chloor verstrekken met één duwtje op de knop en zo veel ziektes voorkomen.
Het is duidelijk waarom dit boek zo overweldigend veel positieve recensies en reacties kreeg. Abhijit Banerjee en Esther Duflo schrijven vanuit de werkelijkheid, hun jarenlange ervaring en groeiend inzicht dat meteen getest wordt aan die werkelijkheid, de vele details die hun kennis onderstrepen, hun nederige, nauwkeurige en precieze benadering en zeker ook door de sympathie die ze tonen voor de minder bedeelden.

Hun vaststelling is pertinent: Het is duidelijk dat wij niet voldoende aandacht schenken aan wat de armen zeggen en doen.

Hun boodschap is eenvoudig: Zelfs al zal het misschien wat tijd kosten, met zorgvuldig denken en volhouden kan de strijd tegen ongelijkheid, armoede, honger en ziekte gewonnen worden. We maken geen deel uit van een hopeloze wereld waarin we niets kunnen doen.

Naast de Nobelprijs verdienen ze nog meer om gelezen te worden.

Victor De Raeymaeker
Abhijit V. Banerjee & Esther Duflo
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies