Martin Harlaar
Edgar Karssing
Non-fictie
  • 946 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

25 juni 2021 De getemde mens. Waar komt (volgens u) de moraal vandaan?
In de bedrijfsethiek is een groot aantal boeken en artikelen verschenen waarin op praktische wijze integriteitsvraagstukken worden behandeld en concrete aanbevelingen worden gedaan voor het bevorderen van de ethiek en integriteit van organisaties en hun medewerkers. Niet iedereen weet deze publicaties te vinden of heeft tijd ze te lezen. Daarom kijkt Edgar Karssing geregeld voor het Tijdschrift voor Compliance in de boekenkast van de bedrijfsethiek en bespreekt hij een artikel of boek. Deze bijdragen zijn geen recensies, maar een samenvatting van de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van de auteur(s), die hij zal confronteren met zijn eigen observaties als onderzoeker, trainer en adviseur op het gebied van ethiek en integriteit. In dit nummer wordt het boek ´De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?´ van Martin Harlaar besproken.
_Inleiding- Uit de boekenkast van de bedrijfsethiek (81)
Als docent ethiek krijg je heel wat vragen over nut en   noodzaak van moraal, over de aard van de mens (is de mens van nature goed of slecht?) en de grote verschillen in moralen tussen mensen en groepen (tussen culturen, tussen religies en levensbeschouwingen) en hoe je daarmee om kunt gaan. Ook tijdens workshops voor compliance officers. En als compliance officers die vragen hebben, dan zal dat ook zo zijn voor medewerkers die ze zomaar aan compliance officers kunnen stellen tijdens een sessie. Dan is het verstandig om daar van tevoren al eens over na te denken. Het zijn moeilijke vragen zonder gemakkelijke antwoorden. Maar het zijn vragen die we moeten blijven stellen. We mogen niet onverschillig zijn, daarvoor staat er teveel op het spel. Als wetenschapper ben ik gewend om doorwrochte analyses te lezen om mij te oriënteren voor mijn eigen antwoorden. Onlangs las ik echter een boek dat niet zozeer heel veel diepgang had, maar wel heel inspirerend was: De getemde mens van Martin Harlaar. [noot 1] Het had weinig diepgang omdat, naast enkele langere essays van bijvoorbeeld Frans de Waal, maar liefst 142 auteurs waren gevraagd om in een paar honderd woorden hun antwoord te geven op de vraag: Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan? Het was heel inspirerend omdat dit een geweldig mozaïek aan antwoorden opleverde, vanuit vele verschillende religieuze en levensbeschouwelijke achtergronden. Zeker geen doorwrochte analyses, maar wel heel frisse inkijkjes in de denkwereld van allerlei mensen.

De vraag naar waar onze moraal vandaan komt, is een andere vraag dan wat moreel wenselijk of geboden is. Het vraagt naar de oorsprong van moraal. Naar de bronnen van onze moraal. Die kan goddelijk zijn, maar steeds vaker worden dergelijke vragen vanuit een evolutionair perspectief beantwoord.[noot 2] Hierbij staat dan de wisselwerking tussen natuurlijke evolutie en culturele evolutie centraal, ‘waarbij het geen enkele zin heeft om te twisten over de vraag welke van deze twee het belangrijkst is.’[noot 3] De titel van het boek – De getemde mens – verwijst hiernaar: ‘Zoals de mens onder andere het paard had getemd, zo had de mens ook zichzelf getemd. En het temmen gaat door tot op de dag van vandaag. Je zou moraal kunnen zien als het leidsel van de mens.’[DGM p. 11 Martin Harlaar] Dat temmen heeft ons veel gebracht, als rem op egoïstische neigingen die mensen alleen maar tegenover elkaar zet. Alleen, juist door de wisselwerking tussen natuur en cultuur, is ook een probleem ontstaan: ‘De functie en de basisconstructie van moraal zijn overal en altijd hetzelfde, maar er is in de loop van de laatste honderd generaties een enorme variëteit aan uitvoeringen ontstaan. En elke groep acht zijn eigen, vaak rijk versierde leidsel superieur.’[DGM p. 11 Martin Harlaar] En dat is precies de reden om tijd te steken in het nadenken over vragen over onze moraal, waarom je niet onverschillig mag blijven. Of, zoals Harlaar het uitlegt met een kort en krachtig citaat van Jonathan Haidt: ‘We kunnen hier voorlopig geen van allen weg, dus laten we proberen er iets van te maken.’[DGM p.308]
“De vraag naar waar onze moraal vandaan komt, is een andere vraag dan wat moreel wenselijk of geboden is.”
In een slotbeschouwing stelt Guido Vanheeswijck de vraag hoe een jonge ethica die in 2121 dit boek leest – dus over honderd jaar – onze tijdsgeest zou beoordelen. Hij vermoedt dat zowel de eenheid als de verscheidenheid haar zou opvallen. De eenheid heeft betrekking op de inhoud van de moraal. Heel kort samengevat, in mijn woorden, komt dit neer op: doe eens lief, wees eens wat aardiger voor elkaar! Dat is hoopgevend, want we benadrukken zo graag de verschillen: ‘We zijn vandaag de dag zozeer bezig met het erkennen van diversiteit dat we niet langer beseffen hoeveel we met elkaar gemeen hebben.’[noot 4] De verscheidenheid zal ze vooral zien bij de bronnen van de moraal: ‘Naast de overtuigde gelovigen in de evolutietheorie, die een biologische verklaring van de moraal met verve verdedigen, zijn er religieuze gelovigen van divers pluimage (er is het verhaal van een boeddhist en een hindoe, maar toch komen vooral christenen en islamieten aan bod), die de oorsprong van de moraal verbinden met hun geloof in God.’[DGM p.290 Guido Vanheeswijck] En dan waren er ook nog ongelovigen, mensen met of zonder een levensbeschouwing. Kortom, er waren bijdragen ‘in alle geuren en kleuren.’[DGM p. 290 Guido Vanheeswijck]
“Zoals de mens onder andere het paard had getemd, zo had de mens ook zichzelf getemd. En het temmen gaat door tot op de dag van vandaag. Je zou moraal kunnen zien als het leidsel van de mens.”
Eenheid en verscheidenheid. Ik las laatst een mooie mijmering van Gabriel van den Brink: ‘Hoe meer je inzoomt op bepaalde onderwerpen, des te sterker vallen de verschillen op, terwijl de grotere verban- den buiten beeld blijven. Het zou dezer dagen geen kwaad kunnen om meer uit te zoomen en de vraag te stellen of er behalve een diversiteit aan morele, religieuze of culturele voorkeuren ook iets bestaat wat mensen met elkaar gemeen hebben.’[noot 5] Harlaar geeft aan wat ‘wij mensen als morele wezens ten diepste gemeen hebben, hoe verschillend we ogenschijnlijk ook zijn:

–   We zijn sociale wezens.

–   We willen bij de groep horen.

–   We willen niet buitengesloten worden.

–   We willen gezien en gewaardeerd worden.

–   We vinden het belangrijk wat anderen van ons denken (reputatie, status, eer).

–   Wat we vooral willen, is elkaar kunnen vertrouwen en ons veilig voelen en daarom houden we niet van mensen die liegen en bedriegen, stelen en moorden.’[DGM p.9 Martin Harlaar]
Dat lijkt mij een plausibele basis voor een nadere verkenning van het boek. Hoe wil ik anno nu dit boek bespreken in deze boekenkast? Wat ga ik doen? Ik wil de rijkheid van het boek recht doen, maar vanuit mijn eigen agenda. Ik zie ethiek graag als een zoektocht, als een leerproces. Dan moeten we eerst goed begrijpen wat nut en noodzaak van moraal is.[noot 6] Dat is het onderwerp van paragraaf 2. Vervolgens geef ik aan hoe een individu zijn eigen leerproces vorm kan geven. In paragraaf 4 bespreek ik hoe verschillende groepen die hun ‘eigen, vaak rijk versierde leidsel superieur’ vinden toch kunnen proberen ‘er iets van te maken.’ Ik zal heel veel citaten van auteurs in mijn bespreking verwerken, als aforismen – korte, bondige uitspraken die een belangrijke boodschap bevatten – opdat ze de lezer van deze boekenkast hopelijk net zo tot mijmeren aanzetten als ze mij deden.
“Ik zie ethiek graag als een zoektocht, als een leerproces.”
_Nut en noodzaak van moraal
‘Moreel handelen begint bij het verlangen om  een goed leven te leiden. Wie erover nadenkt wat ‘goed leven’ is, zal snel tot het inzicht komen dat het niet volstaat om aan allerlei materiële randvoorwaarden te voldoen. Het leven is goed daar waar mensen in staat zijn harmonieus sa- men te leven, waarin de gemaakte keuzes bijvoorbeeld eerlijk zijn. Aangezien we nu nog niet zó leven, zal dus ons handelen er beter op gericht moeten gaan staan. Deze gedachte zal sommige mensen wellicht wat naïef en idealistisch voorkomen. Tegelijkertijd zijn de alternatieven weinig aantrekkelijk. In het gunstigste geval zijn we dan maar wat aan het aanmodderen, in het slechtste geval zijn we beesten met een hoge mate van aangeleerde zelfbeheersing.’[DGM p.162 Anton ten Klooster]

Moraal is een werkwoord en heeft te maken met hoe je anderen behandelt.[DGM p.157 Manuela Kalsky] Het gaat om wie je wilt zijn in relatie tot de ander.[DGM p.172 Sara en Josefien Kuijper] De essentie is: ‘de ander insluiten in jouw gedrag’.[DGM p.69 Peter Baekelmans] 

In de inleiding heb ik aangegeven wat wij ten diepste gemeen hebben. We kunnen daarop aanvullen: we hebben allemaal het verlangen om een goed leven te leiden. Tot zover de overeenkomsten, nog niks aan de hand. Alleen, we zijn niet alleen op de wereld.

Er zijn ook andere mensen die een goed leven willen hebben, maar daarmee niet per se hetzelfde bedoelen. Mensen die belangen hebben die met onze ei- gen belangen kunnen conflicteren. En er zijn menselijke tekortkomingen. ‘Er is iets mis met de mens. Iedere mens kent licht en donker, liefde en zonde, al- truïsme en egoïsme.’ [DGM p. 167 Gerard de Korte] Daarnaast, het leven is gebroken. ‘Het is niet moeilijk om een goed en graag gezien mens te zijn, als alles je altijd voor de wind gaat. Maar er zijn weinig mensenlevens zonder teleurstelling, zonder stukken en brokken. We zijn allemaal kwetsbaar en aan de gebrokenheid van het bestaan ontkomt niemand. Hoe blijven we een goed en moedig mens, wanneer anderen ons benijden en bedriegen, wanneer we bijna niet rondkomen om in leven te blijven, wanneer we bedreigd worden met fysiek of psychisch geweld. Dat is een grote menselijke uitdaging.’[DGM p.225 Mia De Schamphelaere]
“Dat we sociale wezens zijn, maakt moraal mogelijk, menselijke tekortkomingen en de gebrokenheid van het bestaan maakt moraal noodzakelijk.”
Dat we sociale wezens zijn, maakt moraal mogelijk, menselijke tekortkomingen en de gebrokenheid van het bestaan maakt moraal noodzakelijk. Wat is dan nut en noodzaak van moraal?

In enkele citaten:
‘Moraal is een poging het recht van de sterkste te reguleren, te corrigeren en daarmee het samenleven iets minder bloedig te maken’.[DGM p.69 Peter Baekelmans]
‘Moraal creëert orde en structuur’. [DGM p.132 Simon Godecharle]
‘Moraal is een gereedschapskist om de complexiteit van een samenleving in goede banen te leiden’. [DGM p.74 David Bamps]
‘Moraal maakt het mogelijk dat mensen vrucht- baar en vreedzaam met elkaar kunnen samenleven en samenwerken’. [DGM DGM p.196 Bert Musschenga]
‘Het belangrijkste kenmerk van de menselijke moraal is voor mij dat deze het gezamenlijke belang boven dat van het individu plaatst. Individuele belangen en zelfzucht worden wel erkend, maar morele regels vragen ons om zelfzucht in te dam- men en ook aan anderen te denken. De gouden regel instrueert ons om het belang van anderen in overweging te nemen. Het doel is dat iedereen meeprofiteert van de meerwaarde die een samenleving biedt. Goed en slecht zijn dus nooit absoluut: het gaat om een balans tussen de belangen van het individu en die van de samenleving als geheel’.[DGM p.28 Frans de Waal] 

Kortom, moraal maakt leven in groepen mogelijk door persoonlijke belangen ondergeschikt te maken aan gezamenlijke belangen (vreedzaam samenleven, vruchtbaar samenwerken, orde en structuur). ‘De moraal komt voort uit de overlevingsdrang en het delicate evenwicht tussen coöperatie en competitie tussen individuen en tussen groepen’. [DGM p.100 Robert Cliquet] En waarom zou jij je iets van groepsbelangen aantrekken? Omdat je bij de groep wilt horen, niet wilt worden uit- gesloten. ‘Een reputatie van braafheid is van belang, anders willen anderen niet met je samenwerken. Maar een solide reputatie van braafheid heb- ben alleen mensen die niet slechts braaf willen lijken maar ook braaf zijn’. [DGM p.137 Govert den Hartogh] Of omdat je vanuit je religie of levensbeschouwing de’gouden regel’hebt meegekregen dat je anderen behoort te behandelen zoals je zelf wilt worden behandeld.
_Individueel leren
“Mensen worden niet geboren op maat van de maatschappij waarin ze terecht komen. Ze moeten aangepast, opgevoed, gesocialiseerd, getemd worden. In de pas leren lopen met de groepen waarin ze achtereenvolgens opgroeien, van kerngezin tot natie.” [DGM p.79 Gie van den Berghe]

Moraal heeft dus belangrijke maatschappelijke functies: ze maakt vreedzaam samenleven en vruchtbaar samenwerken mogelijk. Deze moraal wordt ingebed in de verhalen die we elkaar vertellen, met de opvoeding worden de verhalen verankerd in volgende generaties.[DGM p.203 Nelleke Noordervliet] Alleen,’een moraal die wordt opgelegd of afgedwongen is iets anders dan een moraal die van binnenuit komt, die verinnerlijkt is’. [DGM p.267 Welmoed Vlieger] Waarbij ‘van binnenuit komen’ wellicht niet te letterlijk moet worden genomen. ‘Ik denk dat iedere persoon nood heeft aan een eigen morele opvatting, die echter niet kan zweven in het luchtledige. Indien de ethiek de meest individuele expressie is van de meest individuele emotie is samenleven en beschaving nagenoeg onmogelijk. Het individu heeft behoefte aan morele mijlpalen en wijzerplaten’.[DGM p.123 Mark Eyskens] Als individu kunnen we ons de maatschappelijke moraal - ‘morele mijlpalen en wijzerplaten’ – eigen maken, ons toe-eigenen opdat het onze eigen moraal wordt.
“Moraal heeft dus belangrijke maatschappelijke functies: ze maakt vreedzaam samenleven en vruchtbaar samenwerken mogelijk.”
Ook dit toe-eigenen is een leerproces. Levenslang. Ze begint met’het langzaam leren dat je zelf niet het (enige) centrum van de wereld bent. Met kleine stappen. En het leren stopt nooit’.[DGM p.76 Katharina Bauer] Het is werk in uitvoering. [DGM p.204 Nelleke Noordervliet] Uitdagend. ‘Het blijft bovendien altijd ingewikkeld om verschillende vormen van gevraagd respect tegen elkaar af te wegen. Elke ethiek botst op dubbelzinnigheid en gebrokenheid van de werkelijkheid en is onbevredigend. Maar zij is een poging te beantwoorden aan het inzicht dat wat is om respect vraagt en dit respect in gedrag moet worden getoond’. [DGM p.95 Erik Borgman] We zullen vast en zeker geregeld tekortschieten. ‘Ethisch denken en ernaar handelen vergt het aanvaarden van twijfel, het koesteren van onrustig leven zonder te vervallen in hopeloosheid en melancholie’. [DGM p.190 Réginald Moreels]

Zo kunnen we met vallen en opstaan onze eigen morele identiteit vorm geven. 'Het lijkt erop dat ik het omgaan met mijn medemens heb geleerd zoals ik leerde praten: door eerst met onverstaanbare klanken mijn vader en moeder na te doen, en mij gaandeweg onder hun begeleiding en aanmoediging steeds beter leerde te articuleren. Inmiddels heb ik mijn eigen vocabulaire, vind ik sommige woorden die mijn ouders gebruiken ouderwets en heb ik buitenshuis woorden geleerd die hun vreemd zijn, maar we kunnen elkaar gelukkig nog steeds verstaan'. [DGM p.172 Sara en Josefien Kuijper]
Interactie is dus heel belangrijk, ze bepalen de in- houd van ons denken. Eerst met de ouders, dan ook 'buitenshuis'.

‘Ik heb mij dus gelaafd aan vier bronnen van moraliteit: opvoeding, persoonlijke ervaringen, studie en dialoog. Zo werd voor mij moraliteit geen statisch begrip. Morele oordelen konden veranderen in dialoog met andersdenkenden of mensen die in verzet kwamen tegen wat als nor- maal en vanzelfsprekend werd beschouwd.’ [DGM p.215 Jan Pronk]

‘Door die interactie vormen we ook eens steeds scherper beeld van wie wijzelf zijn. Hoe we onszelf ervaren, onze identiteit, is voor een groot deel afhankelijk van de reacties van onze omgeving op onze aanwezigheid en hoe wij ons steeds gedragen. Die reacties zijn als een spiegel die ons wordt voorgehouden en informatie geeft over onszelf. Informatie die positief kan zijn, neutraal of negatief. Die spiegel is overigens niet waarheidsgetrouw. Diegene die de spiegel voorhoudt, bepaalt het beeld, het subject dat erin te zien is. Het is een perspectief van de ander op wie jij bent … De moraal van dit verhaal: correct en wenselijk gedrag ontstaat door interactie en heeft als functie die interactie in stand te houden.’ [DGM p.228-229 Floortje Scheepers]

We kunnen dit leerproces heel ingewikkeld  ma- ken, we kunnen moreel leren ook koppelen aan alledaagse gebeurtenissen, aan kleine, tastbare momentjes. Van verdriet of geluk, van pijn of genot. Zo- als de auteur die dit inzicht meegeeft, aangaf: 'Zelf heb ik ook precies zo mijn morele kompas gekalibreerd. Niet door meteen de polen op te zoeken, maar door mij meting per meting te oriënteren'. [DGM p.160 Anne-France Ketelaer]
_Collectief leren
Is er dan niet zoiets als een universeel moreel kompas? Voor het overgrote deel van de mensen denk ik dat zo'n moreel kompas wel degelijk bestaat. Er zijn allerlei afwijkingen, maar die zijn in mijn optiek marginaal. Verreweg de meeste mensen willen dat zij en hun kinderen een veilig leven kunnen leiden en daar zijn de meeste samenlevingen dan ook op gericht. Waar het mis gaat, is als de structuren tussen groepen mensen vervallen en groepen zich afzonderen, waardoor ruimte ontstaat voor het afschilderen van de ander als gevaar. Dat gebeurt wanneer wij elkaar niet meer kennen. Dan vervalt het kunnen of willen begrijpen van het perspectief van de ander, die vervolgens gedemoniseerd kan worden. Dan is de weg vrij voor het met voeten treden van misschien wel de belangrijkste basis van het morele kompas: 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet' … Als de enige universele waarheid diversiteit is, dan doet deze regel er het meeste toe: niet om ons van elkaar af te zonderen en langs elkaar heen te leven, maar juist om met elkaar in contact te zijn en mét elkaar te leven. Alleen als we oog blijven houden voor elkaar en elkaars perspectieven, behouden morele kompassen waarde. Alleen dan kunnen we van elkaar leren en tot nieuwe inzichten ko- men. Zonder nieuwe inzichten is er maar één waarheid en de geschiedenis leert ons dat ons dat niet ten goede komt’. [DGM p.80-81 Jan Berkvens]
De uitgangsvraag van Harlaar in De getemde mens was: Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan? Hierin ligt een belangrijke aanname besloten, name lijk dat we kunnen spreken over’onze’ moraal, alsof er maar één moraal is. [DGM p. 236 Rawie Sewnath]  Nu gaf ik in de inleiding aan dat die ethica uit 2121 vooral de eenheid in morele opvattingen zou opvallen, kort samengevat met ‘doe eens lief’. Als docent ethiek in het hier en nu word ik vooral bevraagd op de verschillen. Want die zijn er zeker ook. Zeker, Van den Brink heeft gelijk dat we die verschillen niet groter moeten maken dan ze zijn, dat we ook oog moeten hebben voor dat wat wij ten diepste gemeen hebben. Hoe kunnen we echter met die verschillen omgaan? Een mooie relativerende opmerking, die één der auteurs meekreeg in de opvoeding, is: de locatie van je wieg is bepalend voor wat goed is en fout. [DGM p.187 Maria van Mierlo] ‘Het maakte al vroeg duidelijk dat ‘het goede doen’ niet iets absoluuts was, en dat je mensen die roepen de waarheid in pacht te hebben op voorhand mag wantrouwen, zelfs als ze tot je eigen traditie behoren. Er is niet één waarheid; er is geen’goed’ zonder dat iemand er iets anders tegenover kan stellen wat volgens zijn maatstaven beter is. Wat de een noodzakelijk acht, is moord voor de ander’. [DGM p.187 Maria van Mierlo] Voor de auteur was deze relativering echter geen reden tot moreel relativisme: alle moralen zijn goed, vanuit hun eigen standpunt. ‘In een samenleving als de onze, waar uiteenlopende culturen en subculturen bijeen zijn, is het van groot belang om een gedeelde moraal te ontwikkelen. Denk niet dat dit onmogelijk is: het zal ons lukken op de dag dat we ophouden met het veroordelen van de ander en we ons de eenheid herinneren die ons ten diepste verbindt’. [DGM p.188 Maria van Mierlo]

Hoe ontwikkel je een gedeelde moraal? En is dat nodig? Of voltstaat ‘actief pluralisme’, waarbij men- sen met verschillende moralen tolerant en verdraagzaam met elkaar in gesprek gaan? Volgens Dirk Verhofstadt, hoogleraar moraalfilosofie en één der auteurs die meer dan een paar honderd woorden kreeg, zeker wel. Hij wijst’actief pluralisme’ af, omdat’het de indruk wekt dat alle meningen en visies gelijk- waardig zijn’. [DGM p.37 Dirk Verhofstadt] Verhofstadt wil voluit ‘neen’ kunnen zeggen tegen zaken als ‘de minderwaardige positie van de vrouw, genitale verminkingen, gedwongen klederdracht, gedwongen huwelijken, kindbruiden, verstotingen enzovoorts’. [DGM p.37 Dirk Verhofstadt] Maar hij wil ook een positieve boodschap hebben en heeft daarom tien seculiere geboden geformuleerd.
1.          Bovenal bemin de mens

2.          Elk mens is een doel op zich en geen middel

3.          Handel op de manier waarvan je zou willen dat iedereen zo zou handelen, voor zover die handeling ten goede komt aan de mensheid

4.          Wees nieuwsgierig, doe kennis op en onderwerp elk standpunt, elke visie en elke hypothese aan de meest harde kritiek, ook je eigen standpunten

5.          Elk mens heeft recht op zelfbeschikking voor zo- ver hij geen schade toebrengt aan anderen

6.          Gij zult niemand doden tenzij uit zelfbescherming, of in geval van euthanasie binnen strenge wettelijke voorwaarden

7.          Gij zult uw medemensen in nood helpen en goed doen voor anderen zonder daar voor iets in de plaats te verwachten

8.          Gij zult andere levende wezens niet doen lijden

9.          Gij zult zorgdragen voor de natuur en een leef- bare wereld nalaten aan komende generaties

10.      Wees niet neutraal of onverschillig bij conflicten, maar verdedig de zwakken en onderdrukten [DGM p.48-50 Dirk Verhofstadt]

Wat mij betreft: niks mis mee. Een goed tegenwicht tegen het relativistische uitgangspunt dat alle meningen even verdedigbaar zijn. Toch zou ik ook hier het leerproces voorop willen zetten, een collectief leerproces, waarin groepen met elkaar in gesprek gaan. Zoals een der auteurs schrijft: ‘Voor mij heeft moraal veel te maken met mijn christelijke levens- overtuiging, maar ik erken ten volle dat moraal vele bronnen heeft. Daarom is het zo belangrijk open te staan voor de dialoog met anderen. Je leert jezelf en jouw bronnen van moraal juist beter kennen in die dialoog’. [DGM p.73 Jan Peter Balkenende] Of, een andere auteur: ‘Voor gelovigen ligt de grondslag voor onze moraal dan ook in de religie, wat niet maakt dat anders-gelovigen niet tot het goede in staat zijn. Integendeel, de diversiteit in onze samenleving maakt de erkenning van de verschil- lende grondslagen noodzakelijk. Om elkaar te inspireren en van elkaar te leren’. [DGM p.67 Samira Azabar]  En in de dialoog met elkaar kunnen we samen puzzelen,’zodat het geheel voor alle betrokkenen zo goed mogelijk wordt. En dat geheel is nooit af. We moeten blijven bewegen om te leven. Dit doe je het liefst inclusief, met oog voor alle invalshoeken en emoties, wat betekent dat je onderkent dat ieder mens slechts een aspect van de wekelijkheid kan zien. Om het hele plaatje te zien hebben we anderen nodig. Alleen door kritisch te kijken naar je eigen aannames en gedragspatronen kun je je openstellen voor anderen’. [DGM p.169 Jitske Kramer] En nee, dat is niet gemakkelijk. ‘Het zou goed zijn als meer mensen de moed zouden hebben om elkaar inzicht te geven in wat zij zien als hun moraal, en om te praten over wat hen bindt en niet van elkaar vervreemdt. Want al- leen zo kunnen mensen ernaar streven elkaars moraal te delen, deze in de praktijk te brengen en samen bruggen te bouwen. Ik ben ervan overtuigd dat dit niet vereist dat iedereen het over alles eens is, wel dat mensen respect hebben voor elkaar en trachten naar elkaar te luisteren en elkaar te begrijpen. Alleen dan kunnen wij samen bouwen aan gedeelde waarden en onze zo gebroken wereld helpen te herstellen’. [DGM p.213 Marianne van Praag]
“'De diversiteit in onze samenleving maakt de erkenning van de verschillende grondslagen noodzakelijk. Om elkaar te inspireren en van elkaar te leren.”
Collectief leren vereist dus moed, maar zeker ook vaardigheden. Vaardigheden die al tijdens opvoeding en scholing moeten worden meegegeven: ‘Hoe groter de diversiteit in de samenleving, des te groter is het belang van morele vorming die jongeren in staat stelt om een kompas te ontwikkelen om zelf goede keuze te maken. Keuzes die zowel gericht zijn op een ‘gelukt leven’ als op menswaardig samenleven. Daarom dienen we in te zetten op het bevorderen van het onderscheidingsvermogen. Dat betekent dat de morele keuzes van het concrete leven van alle- dag bespreekbaar worden gemaakt in opvoeding en onderwijs. In al hun complexiteit, zonder dat de op- voeder één interpretatie probeert op te leggen. Leer opvoeders en jongeren om naar anderen te luisteren en zich in het perspectief van de ander te verplaatsen. Leer ze reflecteren op hun eigen gedrag.  Leer ze om hun eigen angsten, vooroordelen en te snelle interpretaties onder ogen te zien en bij te stellen’. [DGM p.114 Juliëtte van Deursen-Vreeburg]

De grote gevaren voor collectief leren zijn  egoïsme, kortzichtigheid, angst en banale onnadenkendheid. [DGM p.228 Katrien Schaubroeck] Net als fanatisme – de eigen uitgangs- punten verabsoluteren, zonder enige scepsis of twijfel [DGM p.62 Ayaan Hirsi Ali] – en het eerder genoemde relativisme. ‘Het antidotum voor al deze kwalen is steeds: interesse tonen in de ander’. [DGB p.228 Katrien Schaubroeck] Of, zoals een andere auteur aan- gaf: ‘eerst de ONTMOETING, dan de moraal!’. [DGM p.261 Hugo Vanheeswijck] Met zelftwijfel: ‘De enige manier om je te wapenen te- gen het gevaar om in naam van hooggestemde morele idealen juist polarisatie en wederzijds onbegrip aan te wakkeren, bestaat in de moeilijke poging telkens weer je eigen vooronderstellingen op te spitten en zo mogelijk telkens in vraag te stellen’. [DGM p.  295 Guido Vanheeswijck] En de valkuil van het relativisme kunnen we aanpakken door steeds ook vanuit het perspectief van slacht- offers te kijken: op die manier kunnen je verschil- lende moralen moreel vergelijken. ‘De vraag is: wie moeten we meenemen in het nadenken over slacht- offers? Mijn antwoord is: iedereen die slachtoffer kan zijn. En om slachtoffer te kunnen zijn moet je kunnen lijden. Dat betekent dat niet alleen menselijke maar ook niet-menselijke dieren in de morele cirkel dienen te vallen. Evenals toekomstige generaties die zullen lijden onder de gevolgen van ons handelen, zoals de door mensen veroorzaakte klimaatverandering’. [DGM  p.78 Floris van den Berg]
“Als ethiek niet ten dienste staat van de praktijk, dient ze tot niets.”
_‘Tot besluit’
'De moraal is in zijn kern mensenwerk. Werk van mensen die in de regel deugen. We vormen onze moraal door overlevering en traditie. Maar de moraal houdt alleen zijn waarde in de grote en kleine beslissingen die we dagelijks nemen. En in de grote en kleine confrontaties die we er dagelijks over hebben.' [DGM p.104 Christa Compas]

'Ethiek gaat concreet over ons, over u en mij. Ze is niet afstandelijk of ver weg. Daarom kan ethiek ook enkel zinvol zijn als ze bijdraagt tot een betere realiteit. Als ethiek niet ten dienste staat van de praktijk, dient ze tot niets.' [DGM p.133 Simon Godecharle]

'Een goed mens worden we niet door een objectieve waarheid over wat het Goede is te claimen. Een goed mens worden we door steeds naar het Goede toe te bewegen. Door flexibel te zijn en veranderend. Door te erkennen dat we kunnen falen, zodat we alsmaar vooruit bewegen.'  [DGM p.244 Lotte Spreeuwenberg]
Deze boekenkast bestond meer dan ooit vooral uit citaten, door mij, vanuit mijn eigen agenda, aan elkaar geschreven.  Om zo vorm en inhoud bij elkaar te brengen. Ik zie ethiek bij voorkeur als een leer- proces, waarbij de ontmoeting met anderen, zeker ook met andersdenkenden, ons de gelegenheid biedt om onszelf beter te leren kennen,  om van anderen te leren en door hen te laten inspireren en om gezamenlijk – 'als mensen die in de regel deugen' – onze moraal vorm te geven. Ten dienste van de praktijk. Zoals een der auteurs aangaf, met verwijzing naar filosoof Paul Ricoeur: 'Dit betekent dat ik het ethisch handelen zie als een streven naar het meest menselijk wenselijke, maar tegelijk realistisch genoeg ben om te weten dat we slechts het meest menselijk mo- gelijke waar kunnen maken'. [DGM p.231 Pail Schotsmans] En hij geeft aan dat we onze moraal altijd kunnen bijschaven, 'om nog beter te streven naar het meest menselijk wenselijke. Hierdoor wordt de moraal een steeds opnieuw zoeken naar hoe men meer menselijkheid mogelijk maakt'. [DGM p.232 Paul Schotsmans] Het zou mooi zijn als compliance officers in hun organisatie dit leerproces stimuleren en faciliteren. Vanuit een diep besef dat er echt iets op het spel staat.
“Moraal als het streven naar meer menselijkheid is mensenwerk. En dat is hard werken. Dat kunnen we niet volhouden zonder inspiratie.”
Moraal als het streven naar meer menselijkheid is mensenwerk. En dat is hard werken. Dat kunnen we niet volhouden zonder inspiratie. [DGM p.294 Guido Vanheeswijck] Ook dat is een kracht van De getemde mens, mensen vanuit allerlei verschillende gezindten die aangeven wat hen inspireert. Dat inspireert mij als lezer ook en helpt om het harde werken vol te houden. Ik ben er van overtuigd dat we een aangeboren moreel apparaat heb- ben. Maar dat gaat pas goed draaien ‘wanneer je – typisch voor de mens – terug kan vallen op de inspiratie en waardering van anderen’. [DGM p.272 Christophe van Waerebeke]

Ik hoop dat de vele citaten als aforismen de lezer doen mijmeren.  Of je het er nu mee eens bent of niet. Als bron voor zelfkennis. Ik rond af met een citaat dat van mij de oorkonde ‘meest prikkelend’ meekrijgt:

‘Populair is het beeld van een meedogenloze samenleving, in toom gehouden door een vernis- laagje beschaving. Een vernislaagje dat maar even hoeft te barsten, om het grauw weer moordend en plunderend door de straten te zien trek- ken. Ik pleit voor een alternatieve gedachte. De idee van een beschaafde morele samenleving, bedekt door een groezelig laagje immoraliteit. Dat laagje hoeft maar even te verwaaien om de morele basis van onze werkelijkheid zichtbaar te maken.’ [DGM p.89 Ralf Bodelier]
Noten

Noot 1 - M. Harlaar (red.) (2021), De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, Antwerpen: Gompel&Svacina [dit boek wordt hierna aangeduid met DGM, vervolgens paginanummer en verantwoordelijke auteur]

Noot 2 - Zie bijv. E. Karssing (2017), ‘Een evolutionair perspectief op compliance’, in: P. Diekman e.a. (red.), Jaarboek Compliance 2018, Capelle aan den IJssel.

Noot 3 - G. van den Brink (2018), Heilige geest. Een essay over aard en wording van de menselijke natuur, Nijmegen: Valkhof pers: p.17

Noot 4 - Van den Brink (2018), ibid.: p.13

Noot 5 - Van den Brink (2018), ibid.: p.14
 
Noot 6 - In het boek worden ethiek en moraal (moraliteit) meestal als synoniemen gebruikt. Ik definieer ethiek bij voorkeur als de reflectie op moraal, als een leerproces waarbij we onze moraliteit vormgeven. Om niet te knutselen met citaten worden in deze bijdrage ethiek en moraal (moraliteit) door elkaar gebruikt met in principe dezelfde betekenis.
Geachte lezer: het aantal sterren genoteerd bij deze bespreking, mag u negeren. De bespreker wenst uitdrukkelijk geen sterren toe te kennen, maar gezien ons format kan dit niet anders. U evenwel kan zelf afleiden uit de tekst wat de waardering van het boek is.
Bron: Tijdschrift voor Compliance, Nr.3 - juni 2021
Martin Harlaar
Edgar Karssing
Non-fictie
Edgar Karssing is als hoogleraar Filosofie, beroepsethiek en integriteitsmanagement verbonden aan Nyenrode Business Universiteit. De auteur dankt Olga Crapels, Wim Lieve, Sacha Spoor en Raoul Wirtz voor hun commentaar op het concept van deze bijdrage. Voor reacties en suggesties: e.karssing@nyenrode.nl.
_Edgar Karssing recensent
Meer van Edgar Karssing

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies