Rudi Vranckx
Nest Van Ginderen
Non-fictie
  • 901 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

28 mei 2021 Een zomer als geen andere
De eerste alinea hieronder zou een verslag kunnen zijn van een urgentiearts uit een willekeurige krant uit 2020-2021. De huiver van het arts-zijn spreekt eruit. De pijn kleeft aan het blad.
Ik stak hem een buisje in de neus, waardoor hem zuurstof werd ingejaagd, en bij tijden mag ik hem een lepel schuimwijn geven. (…) Zijn adem snakte, werd een kreunend gehijg. Met dolende handen begon hij de dekens vlak te strijken over zijn borst. Neustop en lippen werden blauw. Met duistere schrikogen en gestrekte handen weerde hij de onzichtbare wanwezens af. (…) Hij werd een ogenblik kalmer. Ik fluisterde hem enige goede woorden toe. Als de slinger van een klok begon zijn hoofd heen en weer te rollen, meedogenloos en telkens met een zachte kreet. (…). Gans zijn aanschijn was blauw, rood schuim omkruifde zijn lippen, hol lagen de van doodsangst duistere ogen.”
Hippocrates weet het ook niet meer. Maar het refereert naar een andere spooktijd uit onze toch niet zo verre geschiedenis.

Het zijn pennentrekken van Hilarion Thans, de Lanaakse brancardier-minderbroeder die ze optekende tijdens de griepepidemie van 1918 in het veldhospitaal Cabour te Adinkerke. 100 jaar geleden. Maar ze stemmen tot nadenken. Boeiend om er eens bij stil te staan hoe onze medebroeders en zusters honderd jaar geleden de angst in de ogen keken.
Rudi Vranckx gebruikt deze ingang als een slot om de deur open te breken en zijn verhaal niet vrijblijvend te maken. Voor zover er iets vrijblijvends zou zijn aan deze COVID-epidemie, die ons vandaag zo massaal treft.

Vranckx maakt zijn kleine reis door Europa. Hij vraagt mensen die er midden inzitten naar hun deskundige mening, kritisch of niet kritisch. Relevant of niet. Vranckx zoals hij is, niet meer, minder. Al jarenlang is hij de schilder die portretten schetst van dingen die zo schrijnend zijn dat ze moeten geschilderd worden. In zijn geval in penseelstreken van echte woorden. Woorden die ons allen onder de huid kruipen en die je er daarna niet als een los velletje kan aftrekken.
“Crisissen zijn uitdagingen” zei ooit een Vlaamse ondernemer. En dat dit niet de eerste medische crisis is die mensheid treft, dat lijdt geen twijfel. Maar in geen enkele crisis was de wetenschap zo krachtig als nu, en dat botst natuurlijk met de politiek. Dat is een grote discussie waar we aan de toog van “Café de Welkom” waarschijnlijk uren zullen mee kunnen sluiten, maar daar hebben we in onze academische, opinie makende en politieke kringen natuurlijk niks aan.
Wetenschap is niet allesomvattend, zoals politiek dat ook nooit was. Ilja Leonard Pfeijffer legt het in het boek mooi uit: “Wetenschap heeft geen exacte, volledig sluitende antwoorden op elke willekeurige vraag. Wetenschap is een proces van voortschrijdend inzicht en dat hebben we aan den lijve ondervonden. Specialisten worden geconfronteerd met een nieuw virus en hebben zich soms ook vergist. Ze hebben hun mening moeten bijstellen op grond van wetenschappelijk onderzoek. Dat is nu éénmaal hoe wetenschap werkt.”
Een bladzijde later geeft de Nederlandse schrijver ook zijn kijk op politiek: “Ik denk dat politici tijdens deze crisis al hebben laten zien dat ze ertoe doen. Ze waren nodig. Verregaande maatregelen moesten worden getroffen. En iemand moest dat doen. De politici hebben zich van die taak gekweten. Politiek is absoluut noodzakelijk, een extreme situatie zoals de pandemie heeft ons daar goed aan herinnerd.” Een pluim ook voor de Europese Unie, alhoewel ook een wake-up call: “Als het op dit historisch ogenblik niet was gelukt om een gemeenschappelijk antwoord te formuleren, zou het ook het einde van Europa betekent hebben.”
Een typische vraag die bij de denkende mens tevoorschijn komt als hij de crisis overschouwt, is:
“Wat na COVID?” We worden de laatste dagen, weken en maanden lam geslagen met de opinie van allerlei hoogopgeleide, hardwerkende en goedbedoelende specialisten hierover.

Maar minstens even interessant is het woord van de hoop, verkondigt door bijvoorbeeld een eenvoudige Turkse schrijver, die de toorn van Erdogan achter zich voelt: “Als gevolg van de pandemie zullen we misschien voor het eerst glashelder inzien dat we allemaal deel uitmaken van die ene, grote stroming die mensheid noemt, en dat verschillen van natie, godsdienst, taal en ras helemaal niets betekenen, dat een Cambodjaanse matroos en de president van de VS, een kapitaalkrachtige Fransman en een Turkse fietsverkoper, een Italiaanse graaf en een Indiase paria dezelfde wanhoop en dezelfde angsten delen. Het virus velt niet alleen bejaarde mensen zoals ik, maar ook allerlei verouderde concepten, overtuigingen en ideeën. Moeizaam steken we de drempel van de nieuwe wereld over, en, nog belangrijker, ontwikkelen we ons tot een nieuw soort mens.”

Beter afsluiten kan ik niet. Dat ieder na COVID een betere versie van zichzelf mag worden. Dat hoop ik.
Bedankt, Rudi.
Rudi Vranckx
Nest Van Ginderen
Non-fictie
recensent
_Nest Van Ginderen recensent
Meer van Nest Van Ginderen

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies