Mardjan Seighali en Job Hulsman
Martin Harlaar
Non-fictie
  • 403 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

10 mei 2021 Tot op de dag. Op zoek naar vrijheid in een onbekend land
In 1990 zag de toen 26-jarige Iraanse Mardjan Seighali, na vier mislukte vluchtpogingen, kans om met haar twee kleine kinderen in Teheran aan boord te komen van een vliegtuig met als bestemming Parijs. Ze reisde vervolgens door naar Nederland waar haar echtgenoot verbleef. In 2013 werd zij directeur van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF. En sinds november 2020 is zij voorzitter van het Humanistisch Verbond in Nederland. Samen met schrijver en journalist Job Hulsman schreef zij het autobiografische boek ´Tot op de dag´.
Hier vind je meer informatie over het boek.

‘Het lampje ‘stoelriemen vast’ doofde. Met trillende handen propte ik mijn hoofddoek tussen een aantal tijdschriften in de lectuurbak bij mijn knieën. Mijn lange zwarte mantel schoof ik tussen mijn voeten onder de stoel voor mij. In mijn gekreukte blouse en rok met bloemetjesmotief herkende ik mezelf tenminste weer. Mijn dunne panty was nu zichtbaar, maar niemand die er aandacht aan schonk. Hier niet, hier golden andere regels.’

Met deze zinnen begint Tot op de dag. De regels waaraan Mardjan Seighali ontsnapte waren de regels van een sjiitisch, theocratisch regime. Op 16 januari 1979 was sjah Mohammad Reza Pahlavi na massale protesten ‘tijdelijk’ naar het buitenland vertrokken. Op 1 februari verwelkomden naar schatting drie miljoen Iraniërs de nieuwe machthebber op het vliegveld van Teheran, ayatollah Khomeini.

Op 1 februari 1979 arriveert ayatollah Khomeini met zijn gevolg met een toestel van Air France in Teheran
‘Kort na het vertrek van de sjah keerde de bekende Iraanse ayatollah Ruhollah Khomeini, die het beleid van de sjah en de Amerikaanse inmenging in Iran altijd fel bekritiseerd had, terug vanuit zijn tijdelijke verblijfplaats Parijs. Als een held werd hij onthaald. Waarom? Dacht ik. Khomeini zag er niet modern uit en had geen charisma, maar het volk droeg hem op handen. Ik aanschouwde het tafereel op de televisie vanuit het ziekenhuis, waar ik was opgenomen vanwege een blindedarmontsteking. ‘We moeten voorkomen dat hij een tweede sjah wordt,’ zei ik tegen mijn moeder, die aan mijn bed zat. Ze knikte. Mijn familie was niet voor en ook niet tegen Khomeini. Hij beloofde verandering, iedereen zou een kans krijgen. Er kwam meer voor de armen. Oké, dachten de meesten, laat het dan maar zien.

Met zijn anti-Amerikahouding trok Khomeini de revolutie geleidelijk en zorgvuldig naar zich toe. Wat er feitelijk gebeurde hadden we niet door, want hij liet niet het achterste van zijn tong zien. (…) In april schreef hij een referendum uit. De keuze was: de monarchie behouden of een islamitische republiek stichten. Een ruime meerderheid koos, de verrichtingen van de sjah nog scherp op het netvlies, voor optie twee. Daarmee was de Islamitische Republiek Iran een feit. Nadat de partij van Khomeini ook de verkiezingen had gewonnen, veranderde Iran in een theocratisch bolwerk.’
Mardjan Seighali werd politiek actief voor de linkse oppositiepartij Mojahedin-e Chalgh, de Volksmoedjahedien. ‘Voor de Volksmoedjahedien verspreidde ik pamfletten op het plein bij het stadhuis. Ik woonde lezingen bij en zamelde geld in voor de campagne van de partij.’ In 1981 werden leiders en sympathisanten van progressieve partijen tot vijanden van God verklaard.
Tot op de dag bestaat uit 33 korte hoofdstukken en een epiloog. Ook staan er negen brieven in die Mardjan Seighali in de jaren 1990-1994 naar haar familie in Iran stuurde. Uit die brieven komt een realistische, strijdbare en hoopvolle vrouw naar voren.

Oktober 1990: ‘Over het leven in Europa denk ik niet licht. Het is misschien prachtig, maar ik ben niet op zoek naar oppervlakkig geluk. Ik romantiseer het niet. Je kunt hier iemand worden, maar als je er geen moeite voor doet kun je ook verdwalen in nihilisme. Je moet de kansen zelf aangrijpen.’

November 1991: ‘Wie in het buitenland opnieuw begint moet zich bewijzen. Het is hard, maar in Iran mocht ik er niet eens zijn, laat staan me laten zien. Ik was een onzichtbare vrouw en nu sta ik voor de uitdaging om me te laten gelden. Lang leve mijn strijdlust. Die komt me goed van pas.’

Juli 1992: ‘Wat een hel was mijn leven daar, ik heb bittere herinneringen aan mijn land. Maar laten we de ellende niet opnieuw in het leven roepen, het is te veel en te overheersend. Ik kijk hoopvol vooruit.’

April 1994: ‘Ik denk en hoop dat de situatie in Iran snel verandert en dat ik mijn kennis voor mijn land en volk kan inzetten. Ik wordt binnenkort dertig jaar en merk dat ik nog steeds gretig ben en graag wil leren.’
Tot op de dag vertelt het verhaal van een vrouw die op jonge leeftijd in opstand kwam tegen de beperkingen die een theocratisch regime de bevolking oplegde, die anderhalf haar gevangen zat, die tegen haar zin trouwde, die alleen met haar kinderen achterbleef toen haar man voor het regime vluchtte en die er uiteindelijk met behulp van een mensensmokkelaar in slaagde om met haar kinderen te verlaten, die in Nederland terechtkwam en daar een bestaan opbouwde.
In een interview dat op 30 maart 2019 verscheen in het dagblad Trouw vertelde Mardjan Seighali: ‘Wat mij is overkomen is onderdeel van mijn leven. Ja, ik ben slachtoffer geweest, maar ik wil geen slachtofferrol. Dat maakt het mogelijk eigen keuzes te maken. Ik had verslaafd kunnen worden, ik had in de psychiatrie kunnen belanden, maar ik ben een sterke vrouw geworden. Die de hardheid in balans heeft gebracht met zachtheid. Die de nuance kan zien en respect heeft voor de ervaringen van anderen. (…)

Iedere vluchteling denkt aanvankelijk dat-ie teruggaat. Ik ook. Ik heb hard gewerkt met in mijn achterhoofd: als het regime valt, ga ik terug en kan ik de kennis die ik hier heb opgedaan daar gebruiken. Maar het regime zit er nog steeds, ik ben nooit terug geweest. Ik ben nu al langer in Nederland dan ik in Iran heb gewoond. Dit is het land dat me heeft gemaakt tot wie ik ben. Hier voel ik me thuis, hier heb ik mijn vrijheid gevonden.’
Deze tekst is een kennismaking voorafgaande aan het interview van Martin Harlaar op 25 mei. Het geeft een indruk van het boek en de vrouw over wie het gaat, en het verhaal wordt kort in historisch perspectief geplaatst. 

In het kader van de activiteiten naar aanleiding van het boek De getemde mens (moraal in een multiculturele samenleving) zal Mardjan Seighali op dinsdag 25 mei om 20 uur via Zoom-webinar geïnterviewd worden door Holkje van der Veer. Indien u dit gesprek wilt volgen, dan kunt u dit laten weten door een mail sturen naar secretariaat@humanistischverbond.be
Mardjan Seighali en Job Hulsman
Martin Harlaar
Non-fictie
In 2021 verscheen zijn boek 'De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?', waar meer dan 140 bekende en onbekende Vlamingen en Nederlanders aan meewerkten. Samen met het Humanistisch Verbond organiseert hij activiteiten n.a.v. dit boek. Het is de bedoeling dat er begin 2022 een bijeenkomst georganiseerd wordt over het gevaar van woke-uitwassen voor het Vrije Woord en Vrij Onderzoek.
_Martin Harlaar Martin Harlaar (Amsterdam 1956) is historicus
Meer van Martin Harlaar

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies