Jeroen Vanheste
Dirk De Schrijver
Non-fictie
  • 157 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

15 maart 2021 Animo. Een kleine filosofie van het spelende leven
Jeroen Vanheste is een Nederlandse filosofiedocent aan de Open Universiteit. We maken hier kennis met wat we zijn persoonlijke levensfilosofie kunnen noemen. Hierbij stelt hij duidelijk dat hij geen ‘technische filosofische verhandeling’ nastreeft. Hij beperkt zich gewoon tot het voorstellen van zijn visie op de mens en zijn functioneren.
Uiteraard is de auteur op de hoogte van het belang van, en de rol gespeeld door omstandigheden waar de individuele mens zelf geen controle over heeft. Hij erkent dan ook ten volle het gewicht van biologische en genetische eigenschappen, het belang van de sociaal-economische en culturele omgeving, de gezinssituatie en gezinsdynamiek waarin men opgroeit. Het is hem er zeker niet om te doen om  het gewicht van externe determinanten zoals beschreven door onder meer Darwin, Skinner, Freud, Marx, Pinker, Swaab en andere neuro-wetenschappers te ontkennen. Voor Vanheste is hiermee echter niet alles gezegd. Er is méér voor hem.
Essentieel hierbij is het onderscheid dat hij maakt tussen enerzijds de mens als object (van bijvoorbeeld wetenschappelijke studie) en anderzijds het individu met zijn leef- en denkwereld als subject. Dat laatste beslaat het terrein waarop dit boek zich afspeelt.

Naast de externe determinanten blijft er volgens de auteur nog een zekere ‘speelruimte’ over ‘een cruciaal stukje van het mens zijn’ zoals hij het noemt. Het gaat hier om een beperkte ruimte die buiten de reikwijdte valt van vermelde determinanten. Die ruimte wil hij invullen met zijn pleidooi voor een ‘spelend leven’ dat hij omschrijft als ‘levenskunst waarin de individuele mens kans krijgt om op een eigen manier vorm en kleur te geven aan zijn bestaan’. Hier speelt de persoonlijke factor en is er ruimte voor zelfdeterminatie. Hier is ook plaats voor plezier, liefde, creativiteit, dit alles in een context waarvan spel en spelen een belangrijk deel uitmaken.
Vanuit deze invalshoek gezien, kenmerkt de mens zich door zijn behoefte om het door de natuurwetten bepaalde leven te overstijgen en vorm te geven aan het eigen bestaan, het te ‘bezielen’. Daarbij kent de auteur een speciale plaats toe aan het spel. Hij stelt boudweg: “Ik geloof dat de mens in belangrijke mate in een open en levenslang proces al spelend zijn eigen keuzen, karakter en identiteit vorm geeft.” Het spel behoedt ons voor een zielloos leven.

Het spel vervult niet alleen een onmiskenbare rol in de groei en ontwikkeling van het kind, maar is ook duidelijk aanwezig in het leven van de volwassenen. De werelden van de sportbeoefening, van de kunsten en ook van de wetenschap, bieden ruimte voor een ‘spelende levenskunst’. Die vindt haar bron in wat bij sommige filosofen ‘enthousiasme’ noemen, wat Schiller ‘speeldrift’ noemt en wat de auteur zelf bestempelt als animo, het begrip dat we terug vinden in de titel van dit essay.
Voor het overstijgen van de determinanten en het persoonlijk vorm en kleur geven aan zijn leven, heeft de mens enkele uitstekende instrumenten ter beschikking. Taal is de onbetwistbare nummer één hierbij. Het is de taal die de mogelijkheid biedt tot zelfreflectie en tot betekenis geven, maar vooral tot het scheppen van verhalen, die in het leven van de mens een uitermate belangrijke rol vervullen.

Dankzij de verhalen die hij zelf schept en doorlopend bijstelt, kan ieder mens zijn eigen individualiteit/identiteit opbouwen. Dit doet hij onder andere aan de hand van betekenissen die hij toekent aan plaatsen, rituelen en voorwerpen waaraan hij betekenis geeft of aan hecht. Volgens de auteur zegt het verhaal gewoon ‘wie je bent’. Naast de opbouw van het eigen zelfbeeld dragen deze verhalen ook bij tot de opbouw van het eigen wereldbeeld.
Inspiratie voor de constructie het eigen verhaal ligt in de eerste plaats in persoonlijke ervaringen, maar een verhaal construeert zich uit veel meer dan dat. Ouders, vrienden, kennissen etc. kunnen elementen voor het eigen verhaal aanbrengen.

Daarnaast kent de auteur een bijzonder plaats toe aan de invloed van de ‘verhalende kunst’ van film en literatuur. Daarin worden onder vorm van verhalen modellen aangereikt die toelaten kennis te maken met allerlei varianten van de menselijke conditie (la condition humaine!). Deze modellen dienen niet noodzakelijk tot identificatie of navolging, maar dragen in ieder geval bij tot het verbreden van onze blik.

Verhalen spelen eveneens belangrijke rol bij de creatie van groepsidentiteiten. Daarvan kan een enorme verbindende kracht en motivatie uitgaan. Zelfs al weten de participanten dat het slechts ‘verhalen’ zijn (en tevens om een spel gaat), eigenlijk een geconstrueerde entiteit, toch kunnen ze een determinerende rol spelen in het leven van zowel de groep als de individuele leden. Godsdiensten en godsdienstbeleving zijn hiervan sterke voorbeelden.
Tot hier schept de auteur zijn kader dat hij vergelijkt met de ruwbouw van een woning. Vervolgens moeten de façade en de versieringen die we erop aanbrengen het concrete, individuele gezicht aan de constructie geven.

Voor Vanheste gebeurt die invulling door de rol die voorwerpen, rituelen en plaatsen spelen. Die vormen als het ware de bouwstenen voor de constructie en de functionering van de identiteit/persoonlijkheid van het individu. Ook fenomenen als liefde en emoties - met daaraan verbonden de wereld van de fantasie, de verbeelding en de erotiek dragen hiertoe bij.

Verder vertelt de auteur ons hoe we onszelf kunnen boetseren en ook verrijken door het aanleren en beoefenen van specifieke vaardigheden (skills), zoals in de context van sport, hobby, het verenigingsleven of andere.
Een persoonlijke ‘touch’ of stempel kunnen we daar nog op een speelse manier aan toevoegen via het ontwikkelen van een eigen taalgebruik, een eigen stijl van humor en ironie en het cultiveren van een eigen verbeeldingswereld Al deze elementen dragen bij tot het schrijven van iemands strikt persoonlijk verhaal. Zowel collectieve als privé-ficties maken hier inherent deel van uit. De auteur noemt deze ‘vitale illusies’ die bruikbaar en doelmatig zijn omdat zij het leven draaglijker maken en tevens authenticiteit verschaffen.
De finale boodschap van het boek vinden we terug in de titel van het laatste hoofdstuk “Leef en speel”. Het leiden van een spelend leven biedt mogelijkheid om te ontsnappen aan de mechanica van het gewone leven om een ‘bezield’ en authentiek leven te (be)leven, een leven met animo.
De auteur heeft voor zichzelf een eigen ‘speelhoekje’ geconstrueerd naast of in de in de marge van de bestaande, eerder deterministische theorieën over de mens. Hij brengt ons ‘spelenderwijs’ in contact met een vrij originele visie op de manier waarop we zelf naast onze externe determinering ook een eigen persoonlijke invulling en aanvulling kunnen construeren.

Zijn speldomein heeft hij verkent aan de hand van een breed bronnenmateriaal dat naast de klassieke Griekse en Romeinse filosofen ook beroep doet op onder meer Duitse denkers, zonder uiteraard Huizinga en zijn Homo ludens te vergeten.

Zijn eigen originele bijdrage zouden we als een persoonlijkheidstheorie voor beperkt gebruik kunnen bestempelen. Die heeft niet de pretentie zich naast de klassieke psychologische en psychotherapeutische theorieën te willen plaatsen  Zijn verdienste ligt eerder in de manier waarop hij tracht in te gaan op een domein dat zich ergens tussen filosofie en psychologie situeert, met raakpunten aan de linguïstiek, de kunsten enz.

Zijn visie op het belang van de persoonlijke factor bij de constructie van zowel individuele als groepsidentiteiten is zeker niet oninteressant.
Jeroen Vanheste
Dirk De Schrijver
Non-fictie
recensent
_Dirk De Schrijver recensent
Meer van Dirk De Schrijver

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies