Matthias Declercq
Johan Braeckman
Non-fictie
  • 746 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

17 februari 2021 De ontdekking van Urk
Matthias Declercq (°1985), Gentenaar met West-Vlaamse roots, maakte indruk met zijn debuut ´De val´ (2016). Dat boek verhaalt hoe vijf jonge renners samen trainen, profrenner worden en hun sportieve dromen najagen.
Dat lijkt aardig te lukken, tot het noodlot toeslaat. Dimitri De Fauw komt in botsing met Isaac Gálvez tijdens de zesdaagse in Gent. De Spanjaard overlijdt. De Fauw pleegt drie jaar later zelfdoding. Iljo Keisse wordt ten onrechte beschuldigd van dopinggebruik. Een zesde renner die soms meetraint, Frederiek Nolf, sterft in zijn slaap aan een hartfalen. Kurt Hovelijnck komt op het jaagpad langs de Schelde ten val. Hij heeft een schedelbreuk en belandt in een coma. Wouter Weylandt verongelukt in 2011 tijdens de Giro. Het boek is hard, maar zeer waarheidsgetrouw en integer. Ik keek uit naar een volgend boek van Matthias Declercq. Men hoort vaak dat het tweede boek voor een schrijver een moeilijk te nemen horde is en de lezers kan ontgoochelen. Dat geldt in elk geval niet voor De ontdekking van Urk. Ik vind de opvolger van De val bijzonder geslaagd. Urk is een Nederlands vissersdorp. Het ligt aan de rand van het IJsselmeer, in de provincie Flevoland. Die provincie is bijzonder: ze ontstond door de drooglegging van delen van de Zuiderzee, die na de voltooiing van de afsluitdijk (1932) transformeerde tot het IJsselmeer (het afgesloten deel) en de Waddenzee. Flevoland ligt gemiddeld vijf meter onder de zeespiegel. Tot de drooglegging waren Urk en Schokland eilanden in de Zuiderzee.
Urk behoort tot de meest bekende gemeenten van Nederland, maar dat is in dit geval minder positief dan het klinkt. Weinig buitenstaanders bezoeken Urk, maar vrijwel iedereen in Nederland heeft er een mening over. Maar liefst 98% van de ruim 21.000 inwoners is lid van een kerkelijke gemeente. Het is niet eenvoudig voor buitenstaanders om het complexe Nederlandse religieuze landschap te doorgronden. Anders dan in België, vond het protestantisme ingang in Nederland. Ondanks de Nederlandse secularisering en ontkerkelijking in de tweede helft van de twintigste eeuw, zijn sommige delen van Nederland nog steeds diep doordrongen van de strengste vormen van de religie van Maarten Luther en Johannes Calvijn.
Dat geldt in het bijzonder voor de zogenaamde Biblebelt of Bijbelgordel, die van Zeeland tot Overijssel loopt. Het merendeel van de inwoners van de dorpen en gemeenten in de Biblebelt kant zich tegen abortus, euthanasie, vaccinatie, homoseksualiteit et cetera. Ze dragen vaak traditionele klederdracht, fietsen niet op zondag en wantrouwen de overheid, aangezien uiteindelijk God het voor het zeggen heeft. Ze nemen bijgevolg de bijbel zo letterlijk mogelijk, wat er onder meer toe leidt dat Nederland enkele honderdduizenden creationisten telt. Als dit klinkt alsof het eerder over sommige plaatsen in het zuiden van de Verenigde Staten gaat, dan is dat omdat de overeenkomsten inderdaad opvallend zijn.
Voor de gemiddelde Vlaming, hoe dichtbij Nederland ook mag zijn, is dit alles zeer exotisch en moeilijk te doorgronden. Wie de sfeer wil opsnuiven van hoe het eraan toe gaat in bijvoorbeeld de calvinistische variant op het thema, kan ik de lectuur van Jan Siebelinks autobiografische roman Knielen op een bed violen (2005) aanbevelen. Siebelink beschrijft hoe een man die opgroeide in een zeer orthodox milieu zich met de steun van zijn meer vrijdenkende vrouw langzaam tracht te bevrijden uit de greep van zijn religieuze achtergrond. Dat lijkt te lukken, maar uiteindelijk komt hij opnieuw terecht in het zwaartekrachtveld van het sektarische gedachtegoed, tot wanhoop van zijn vrouw en kinderen.
Hoewel Urk geografisch net wat buiten de Bijbelgordel ligt, is het zowat de symboolgemeente van alles waar strenggelovige, oerconservatieve protestanten achter staan. (Een twijfelachtige eer die het met Staphorst deelt.) Vanuit het perspectief van de grote meerderheid van Nederlanders die niet tot de Biblebelt behoren, lijkt het alsof de tijd in Urk is blijven stilstaan. Dat leidt tot vooroordelen, stigmatiserende opmerkingen over achterlijkheid, incest en andere vormen van minachting. De slotregels van het gedicht Nirwana van Gerrit Komrij gaan als volgt: ‘Dat Holland geregeerd wordt door een Turk/Dat er een God van liefde en vrede is/En dat er een atoombom valt op Urk’. Veel Nederlanders stemden ongetwijfeld in met Komrij’s sarcasme. Helemaal onbegrijpelijk is het niet. Urk kent tot op vandaag het hoogste geboortecijfer van Nederland. De gemeente heeft het hoogste percentage jongeren tot veertien jaar in Nederland, meer dan 32%. De Urkse gemeenschap lijkt nog steeds zeer hecht, en is notoir wantrouwig tegenover buitenstaanders. Men cultiveert nog altijd het gevoel op een eiland te leven, afgezonderd van de rest van de wereld. Een zogenaamde echte Urker leeft niet in, maar op Urk. Iedereen kent er iedereen, de sociale controle is alomtegenwoordig. Of dat lijkt althans toch zo.
Vrijwel alle Urkers zijn bevindelijk gereformeerd, iets wat voor niet-protestanten niet eenvoudig te bevatten is. Dat ‘bevindelijk’ slaat op het 'bevinden' van het geloof, dat wil zeggen de persoonlijke beleving ervan. De bevindelijken, ook wel refo's genaamd, distantiëren zich van de orthodox-gereformeerden. Wat precies het verschil is, ga ik hier niet trachten uit de doeken te doen, voor zover ik dat al zou kunnen. Er zijn bovendien nog tal van andere opsplitsingen in geloofsgemeenschappen en kerken. Zelfs een kat die over een religieuze gps beschikt, kan er haar jongen niet in vinden. Urk telt meer dan vijfentwintig kerken, specifiek voor elke religieuze afsplitsing of subgroep. Sommige kerken zijn 'zwaar', dat wil zeggen zeer streng in de leer. Andere zijn wat 'lichter', maar dat betekent niet dat het er tijdens de zondagsdiensten een vrolijke bende is. Ook in die kerken gaan de preken nog steeds over zonde, predestinatie, hel en verdoemenis.
Het is voor een Vlaming zo dichtbij, en toch zo ver. Een ideaal onderwerp voor een boek dacht Matthias Declercq, geheel terecht. Hij had zich kunnen beperken tot een theoretische studie, maar besloot zich grondig in te werken. Als een antropoloog die een vrijwel onbekend volk in het Amazonegebied bestudeert, deed hij veldwerk ter plekke: hij ging er een half jaar wonen. De integratie verliep niet eenvoudig. De clichés over de achterdochtige Urkers leken te kloppen. Declercq werd al snel de Belg genoemd, die alle kerken bezocht, voortdurend in notitieboekjes zat te krabbelen en elke Urker die hem te woord wou staan de pieren uit de neus haalde. Of dat althans toch probeerde. Het leven van de Urkers, stelde Declercq snel vast, draait rond de kerk, de visserij en de kinderen. Ze zijn trouw aan hun dorp, hun heimat, en hebben grote moeite met de zeldzame 'afvalligen', Urkers die het dorp de rug toekeren en een leven opbouwen in de 'buitenwereld'. Het boek bevat enkele sterke getuigenissen van ex-Urkers. Declercq krijgt langzaam grip op de religieuze diversiteit in de gemeente. Zijn beschrijvingen van de 'zware' kerken en de overtuigingen die in die gemeenschappen circuleren zijn bijzonder boeiend. Het levert een van de meest verbijsterende zinnen in het boek op. De strengste protestanten denken dat God reeds vóór de geboorte bepaalt of een mens na de dood in de hemel of de hel terechtkomt. Een bekende dominee zei ooit bij een geboorte: ‘Dit kind is sprokkelhout voor de hel’.
De vraag waarom Urk zo uitzonderlijk religieus blijft, is niet eenvoudig te beantwoorden. Er is de groepsdruk, de traditie, de morele autoriteit van de dominees en de gewoonte om alle onwelkome informatie buiten het dorp te houden. Het zijn gekende mechanismen, die goed bestudeerd zijn in uiteenlopende contexten. Maar in Urk is er nog een extra factor aanwezig: de alomtegenwoordigheid van de dood. Urk kent vele families die een vader, een zoon, een oom, een neef of een vriend verloren op zee. Het dorp dankt zijn welvaart aan de visserij, maar betaalde er ook een zeer hoge prijs voor. Ongelukken doen zich overigens nog altijd voor, ondanks de enorme technische vooruitgang op allerlei vlakken. Ik citeer Declercq: ‘Religie en visserij zijn al eeuwenlang verstrengeld in dit dorp. Het gaat om veel meer dan hulp bij het rouwen. Het vissersleven past perfect in de mal van het calvinisme. Vissen is gevaarlijk, de risico's zijn groot, de onzekerheid is groot en het leven is veel overzichtelijker als je de verantwoordelijkheid kunt overdragen. God beslist. Wat kun je anders doen op zee, als simpele visser, als de wind aantrekt?’ (p. 62-63)
Ondanks het conservatisme, het creationisme, het hardnekkige vasthouden aan religieuze gewoontes en dogma's, ontsnapt ook Urk niet aan de moderniteit. Het is misschien de grootste verdienste van dit boek: Declercq beschrijft niet alleen de geschiedenis van het dorp en het reilen, zeilen en denken van zijn bewoners. Hij heeft bovenal een scherp oog voor de fricties, de onderhuidse spanningen, de sociologische tektonische platen die onvermijdelijk botsen. Urk slaagde erin om radio en televisie te verbieden (al zijn er families met een televisie op zolder), maar het internet bleek een onstuitbare kracht. Vissers hebben het internet nodig om professionele redenen, maar samen met alle nuttige meteorologische gegevens, komt alles wat het internet aanbiedt de huiskamers binnen. Voor duizenden jongeren is dat bijzonder verwarrend. Het dorp lijkt rust, zekerheid en stabiliteit te bieden, maar de buitenwereld bevat tal van aanlokkelijkheden. De uitlaatkleppen voor die spanning, zijn alcohol, drugs, illegaal vuurwerk, soms ook geweld. De ouderen zijn zich niet bewust van de ernst van de situatie, en menen dat het na een tijdje wel vanzelf goedkomt met de jeugd. Matthias Declercq betwijfelt dat. Het geloof zal niet alles weer recht trekken, daarvoor is de ontsporing te ernstig. Naast Urk bevindt zich een parallel universum. Er is het industrieterrein, waar kapitalen aan vis worden verhandeld. Vis die ondertussen van overal ter wereld komt, en de stelling van Max Weber over de verwevenheid van calvinisme en kapitalisme goed illustreert. Op het industrieterrein treft Declercq meerdere illegale cafés aan, waar alles mogelijk blijkt dat God in het dorp verbiedt. Overigens zijn er ook in het oude dorp ernstige problemen, al komen die niet aan de oppervlakte. Declercq beschrijft geweld en seksueel misbruik binnen families. De slachtoffers kunnen hun verhaal nergens kwijt.

Het boek bevat veel meer scherpe inzichten dan ik hier kan uiteenzetten. Het gaat over het dorp van Asterix dat zich koppig verzet tegen de Romeinen, hier vertegenwoordigd door de Nederlandse overheid; de Brusselse, Europese moloch; het secularisme en de moderniteit. Het gaat over de macht en de invloed van religie, van het verzet daartegen, en van verzet tegen dat verzet. Maar ook over verlies en verdriet; tradities en het moderne leven; hoogstaande moraliteit en flagrante criminaliteit; over onafhankelijkheid en globalisering. De toekomst van Urk is onzeker. Ik hoop dat Matthias Declercq zijn onderzoek over twintig jaar nog eens opnieuw doet. Ik ben nu reeds benieuwd naar het resultaat.
Matthias Declercq
Johan Braeckman
Non-fictie
Hoogleraar wijsbegeerte UGent en lid van de humanistische denktank Kwintessens
_Johan Braeckman -
Meer van Johan Braeckman

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies