Paul Pelckmans
Johan Braeckman
Non-fictie
  • 799 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

5 januari 2021 Op wereldreis met Voltaire. Filosofen en Frankrijk in de 18de eeuw
Als voorbereiding op een lezingenreeks over vijf literaire klassiekers, verdiepte ik me een paar jaar geleden onder meer in de roman ´Candide, ou l'Optimisme´ (1759) van de Franse filosoof Voltaire (1694-1778). Ik las bijgevolg met een meer dan gemiddelde nieuwsgierigheid het boek van Paul Pelckmans, emeritus hoogleraar Franse literatuur (Universiteit Antwerpen).
_Over Voltaire, Candide en de Verlichting
Zou ik iets belangrijks opsteken? Iets te weten komen dat ik helemaal had gemist? Om de spanning een beetje dragelijk te houden, geef ik maar meteen het antwoord: jazeker. Niet dat ik die hele lezing over Voltaire nu moet herwerken, maar eventuele toekomstige toehoorders schotel ik gegarandeerd een betere versie voor, dankzij dit compacte en vlot geschreven boek.

Candide is niet alleen Voltaires meest beroemde werk, het is ook een van de meest gelezen geschriften uit de achttiende eeuw, de eeuw van de Verlichting. Voltaire is wellicht de Verlichtingsfilosoof die het meest bekend is bij het brede publiek. Dat was reeds tijdens zijn leven het geval. Zijn talloze teksten, van pamfletten tot essays, over romans en theaterstukken, werden in heel Europa gelezen en verspreidden de centrale aspecten van de Verlichtingsfilosofie. Voltaire schreef spits, scherpzinnig en vaak onweerstaanbaar grappig. Hij dreef genadeloos de spot met allerlei traditionele, conservatieve opvattingen en bestreed bijgeloof, irrationaliteit, onhoudbare religieuze opvattingen en wreedheid. Het is lastig om ons vandaag te realiseren wat dat betekende, toentertijd. De monarchie was nog absoluut en de kerk, als reactie op de reformatie, zo katholiek als maar mogelijk. Op publicaties die de gezagsdragers niet zinden, stonden strenge straffen, potentieel zelfs de doodstraf. Voltaire publiceerde daarom veel van zijn werk in het buitenland, waar de censuur minder strak toezag. Om zich enigszins in te dekken maakte hij vaak gebruik van een schuilnaam (Voltaire was overigens zelf een pseudoniem; zijn echte naam was François Marie Arouet), maar zijn stijl en themakeuze waren zo herkenbaar, dat niemand zich liet misleiden. Dat was allicht ook de bedoeling. Tegelijkertijd trachtte Voltaire ook deel uit te maken van de hogere kringen. Dat was financieel aanlokkelijk, en zou zijn naam en zijn werk nog bekender maken. Het liep evenwel niet zo goed af. Voltaire bleek toch iets te rebels en tegendraads om te gedijen in het aristocratische milieu. Hij werd een paar keer in de gevangenis opgesloten, sloeg op een bepaald moment op de vlucht naar Engeland en mocht zich uiteindelijk niet meer in Parijs vertonen. In Engeland leerde hij onder meer het werk van Isaac Newton kennen. Voltaire was een van de minnaars van Emilie du Chatelet, een briljante natuurwetenschapster en wiskundige, die Newton vertaalde. Dankzij haar vertaling en kennis, slaagde Voltaire erin om Newtons baanbrekende inzichten te populariseren en bekend te maken in Frankrijk en de rest van Europa.
Ook zijn verblijf in Pruisen, op uitnodiging van Frederik de Grote, liep slecht af. Na Parijs, was hij ook in Berlijn niet langer welkom. Gelukkig had hij ondertussen, dankzij de verkoop van zijn teksten en door slimme beleggingen, voldoende kapitaal verworven om een onafhankelijk leven te leiden. Hij kocht een herenhuis vlakbij Genève; de plek waar hij Candide schreef. Daarna werd hij eigenaar van een kasteel in Ferney, eveneens bij Genève. Hij ontving er tal van invloedrijke en boeiende personen, van Adam Smith tot Casanova, en werkte onverminderd en onvermoeibaar verder. In 1878 werd de naam van het dorp, als eerbewijs aan de filosoof, officieel gewijzigd in Ferney-Voltaire. Op het einde van zijn leven riskeerde hij het om zich toch nog een keer in Parijs te vertonen. Hij woonde er de première van zijn laatste toneelstuk bij. Het deed hem ongetwijfeld bijzonder genoegen dat hij er, drieëntachtig jaar oud ondertussen, luid werd toegejuicht. Hij overleed enkele weken later, in zijn geboortestad.
_Lachen met Leibniz
Zoals Paul Pelckmans toelicht, is Candide een karikaturale, satirische kritiek op een kernaspect van de filosofie van Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716). De Duitse, christelijke filosoof meende dat we in de best mogelijke der werelden leven. Vanzelfsprekend was hij zich goed bewust van de realiteit van een enorme hoeveelheid ellende – honger, ziekte, ongelukken, dood enzovoort – maar zijn standpunt kwam eerder voort uit metafysische en logische overwegingen. Aangezien God volmaakt is, wat wil zeggen dat hij almachtig, alwetend en algoed is, kan zijn schepping niet anders dan de best mogelijke zijn. Natuurlijk kon God een minder goede werkelijkheid scheppen, hij is immers almachtig, maar dat zou in strijd zijn met zijn ethische volmaaktheid. Hoewel dat in strijd leek met Gods vrije wil, kon God, omwille van zijn volmaakte eigenschappen, eigenlijk niks anders doen dan de best mogelijke der werelden scheppen. (Spinoza, zoals bekend, had een heel andere opvatting: God, die samenvalt met de hele werkelijkheid, is volkomen gedetermineerd.) Dat ook het kwaad in die wereld bestaat, is niet meer dan normaal. Zonder ellende en miserie zou de werkelijkheid onvolledig zijn. De schepping van een volledige wereld sluit aan bij de volmaaktheid van God; een onvolledige wereld is er mee in strijd. Bovendien kan de schepping niet even volmaakt zijn als haar schepper zelf. (Alleen al omdat die schepping dan zelf goddelijk zou zijn, en zelf ook weer voor een schepping zou moeten zorgen, enzovoort.) Leibniz werkte zijn opvattingen over God en de schepping voornamelijk uit in zijn Essais de Théodicée sur la bonté de dieu, la liberte de l'homme et l'origine du mal (1710).
Voltaire laat Candide de ene ramp na de andere overkomen. Hij wordt uit zijn woonplaats verdreven, moet meevechten in een uiterst wreedaardige oorlog, ontsnapt ternauwernood aan de dood door een aardbeving en tsunami in Lissabon (wat naar het drama van 1 november 1755 verwijst) en wordt gemarteld door de Spaanse inquisitie, waarna hij naar Amerika vlucht. Daar maakt hij opnieuw allerlei avonturen mee, die de lezer duidelijk maken dat het er niet bepaald beter is dan op het oude continent. Na veel omzwervingen komt hij opnieuw in Europa terecht, waar hij andermaal veel ellende ondergaat. Zo bijvoorbeeld is zijn jeugdliefde Cunegonda, waarmee hij opnieuw verenigd geraakt, ondertussen zeer onaantrekkelijk geworden. Hij trouwt er toch mee, alleen maar om haar broer te pesten (die niet wil dat ze met iemand trouwt die niet van hoge adel is).
Candide is een kort boek en het leest vlot, ook al bevat het tal van ongerijmdheden en meer ongeloofwaardige plotwendingen dan de belevenissen van de familie Ewing in Dallas. De hedendaagse lezer kan zich daarover verwonderen, maar voor het achttiende-eeuwse publiek maakte dat niet zoveel uit. Zij begrepen, veel meer dan wij, de harde kritiek die Voltaire gaf in elk hoofdstuk van zijn roman. Dat de onderlinge samenhang soms ver te zoeken was, deed niet ter zake. (Of illustreerde de rol van het toeval in de realiteit, helemaal anders dan wat Leibniz en de theologen beweerden.) De overheden van Frankrijk, Pruisen, Portugal en Engeland worden in Candide scherp gehekeld (het boek werd dan ook snel verboden). De Fransen en Pruisen worden er in bekritiseerd voor de zevenjarige oorlog; de Portugezen voor de inquisitie; de Britten voor de executie van admiraal Byng (hij werd terechtgesteld, aldus Voltaire, omdat hij niet genoeg mensen had doodgeschoten. Zijn executie moest andere militairen aansporen om beter hun best te doen). Ook religie pakt hij hard aan. (Paters leven samen met vrouwen; hij geeft kritiek op de rol van de Jezuïeten in Paraguay – ze houden de lokale bevolking als slaven maar beweren hen te helpen). Veel ellende komt voort uit domheid en onwetendheid, en door de kwalijke aspecten van de menselijke natuur.
Het personage van Dr. Pangloss, die les geeft in de "metafysico-theologo-cosmo-zwammo-logie", verwijst rechtstreeks naar Leibniz en zijn filosofie. Het merendeel van de rampen die hem, Candide en meerdere andere personages, overkomt, rationaliseert en redeneert hij op bespottelijke wijze weg. Zo is er bijvoorbeeld een man die in de haven van Lissabon een drenkeling wil redden, maar daarbij zelf omkomt. Pangloss legt uit dat de haven speciaal door God werd gecreëerd om die verdrinking mogelijk te maken. Kortom: het moest zo zijn en het kan niet beter zijn dan het is. Dat Voltaire de genuanceerde complexiteit van Leibniz' filosofie onrecht aandoet, is ongetwijfeld een feit, maar niet erg relevant. Het was er Voltaire niet om te doen om Leibniz onderuit te halen, maar om het theologisch gefundeerd 'optimisme' te betwisten. Dat kan voor hedendaagse lezers potentieel verwarrend zijn. Zijn de Verlichtingsidealen immers niet zelf optimistisch? Wat Voltaire bekritiseerde, is de opvatting dat dankzij God – of door andere hogere machten, politieke bijvoorbeeld – alles wat bestaat, van de kosmos tot de mens en de maatschappij, voor eeuwig en altijd geoptimaliseerd is. Dat is een verlammende visie. Als alles optimaal is, dan hoeven we niks meer te verbeteren. Elke verandering, ook al is het met het oog op een verbetering, kan enkel in een verslechtering resulteren. De Verlichtingsfilosofen wilden dit wereld- en mensbeeld doorbreken. Door uit te leggen dat veel ellende voortkomt uit misvattingen en naïviteit, en door menselijke wreedheid en politieke beslissingen, maakt Voltaire meteen ook duidelijk dat die ellende niet onvermijdelijk is. Het had ook anders kunnen zijn. De oorlog hoefde niet te worden gevoerd; de wereld, de mens en de maatschappij zijn tot op zekere hoogte maakbaar.
_Inzicht in de Verlichting
Paul Pelckmans legt dit alles – en nog veel meer – helder en overtuigend uit. Hij wijst op de grote verdiensten van Voltaire en de Verlichting, maar idealiseert niet. Zo bijvoorbeeld: hoewel Voltaire in Candide wel de behandeling van de slaven in de Nieuwe Wereld aanklaagt, verzette hij zich niet tegen de kolonisatie. Ook andere Verlichtingsfilosofen zaten wat dit betreft op de lijn van Voltaire. Niet uit onwetendheid, maar omdat ze dachten dat de ontwikkeling van de wereldhandel, waarvan de kolonisering een noodzakelijk onderdeel was, voor morele vooruitgang zou zorgen. Een ander voorbeeld: Voltaire, ondanks het hoofdstuk in Candide dat de terechtstelling van admiraal Byng aanklaagt, was niet tegen de doodstraf (hij had de lectuur van de Italiaanse filosoof Cesare Beccaria nodig om hierover van mening te veranderen). Pelckmans toont aan dat Voltaire op een aantal punten goed begreep dat hij zijn kritiek binnen de perken moest houden, onder meer om het aristocratische en anglofiele deel van zijn lezers niet te verliezen. Voltaire was ook geen democraat, maar eerder een voorstander van een vorm van verlicht despotisme.
Over de Verlichting is ondertussen veel geschreven en gezegd. Men kan zich jaren verdiepen in pakweg de boeken van Ernst Cassirer, Robert Darnton, Peter Gay, Jonathan Israel, Louis Dupré, Paul Hazard en zovele anderen. Men kan meerdere levens wijden aan de lectuur van de werken van Spinoza, d'Holbach, Montesquieu, Diderot, Hume, Rousseau, Kant en ga zo maar door. Wie daar toe in staat is, heeft geluk. Het is een geweldige periode, die formidabele boeken opleverde van briljante denkers. Voor gewone stervelingen is dit evenwel geen optie. Het is teveel, te moeilijk, te tijdrovend. Maar niet getreurd: wij kunnen Voltaire lezen. Begin met Candide, eventueel ook nog het Filosofisch Woordenboek en, om helemaal in de sfeer te komen, een selectie van de duizenden brieven die Voltaire schreef. Lees daarnaast ook het boek van Paul Pelckmans en je hebt al meerdere kernaspecten van de Verlichting onder controle. Om echt de smaak te pakken te krijgen, raad ik ook nog het hoorcollege aan van de Nederlandse filosoof Herman Philipse: De onvoltooide Verlichting (Home Academy, 2016).
Wat leerde ik uit Op wereldreis met Voltaire dat ik in mijn lezing over Candide moet opnemen? Meerdere zaken, maar ik beperk me tot twee voorbeelden. Zo is me nu meer duidelijk hoe Voltaire, in Candide, zijn discussie met de Zwitserse filosoof Jean-Jacques Rousseau over de menselijke natuur voert. Wil je de pagina's over kannibalisme en jezuïeten als culinaire lekkernij goed begrijpen, lees dan het hoofdstuk "Apenliefdes en menseneters" in Pelckmans boek. Ook Voltaires bizarre verhaal waarin Candide in Eldorado terechtkomt, begrijp ik nu beter. Pelckmans duidt het onder meer door een link te leggen met het utopisme en het deïsme.
Tot slot: ik volg Paul Pelckmans niet in zijn standpunt dat de Verlichting "de toon zette voor onze moderniteit (…) maar dat ze tegelijk, zoals alle geschiedenis, in meer dan een opzicht verleden tijd is geworden." (p.26) Dat is aan de ene kant waar, uiteraard. De Verlichting verwijst naar een deel van de zeventiende en de achttiende eeuw, naar een historische periode. Maar het is aan de andere kant ook niet helemaal waar, aangezien het Verlichtingsdenken nog steeds een enorme invloed uitoefent. Daarom spreekt Herman Philipse over De onvoltooide Verlichting in zijn hoorcollege, en geeft Steven Pinker zijn boek erover de titel Verlichting Nu (Enlightenment Now, 2018). In het westen plukken we vele vruchten van het Verlichtingsdenken, maar in meerdere delen van de wereld is dat nog niet het geval. De Verlichting is niet enkel een afgesloten historische periode, maar evenzeer een verzameling van idealen, die nog lang niet allemaal en overal zijn gerealiseerd.
Paul Pelckmans
Johan Braeckman
Non-fictie
Hoogleraar wijsbegeerte UGent en lid van de humanistische denktank Kwintessens
_Johan Braeckman -
Meer van Johan Braeckman

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies