Piet Boncquet
Paul Van Aelst
Non-fictie
  • 1333 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

14 december 2020 Kinderen van de collaboratie
Piet Boncquet (°1958) is historicus en archeoloog. Hij was journalist voor Het Nieuwsblad en De Tijd. Dit boek ‘Kinderen van de collaboratie’ vormt samen met ‘Kinderen van het verzet’ en ‘Kinderen van de Holocaust’ één groter geheel dat WO II op een bijzondere manier belicht. De boeken zijn de neerslag van de gelijknamige tv-reeksen op Canvas.
De gruwel die tijdens een oorlog gebeurt, mag nooit weggewist worden en omdat ooggetuigen stilaan niet meer onder de levenden zijn, is het nodig om te documenteren. Eerst waren er de beelden in de tv-reeksen ‘Kinderen van …’ en daarna ook de neerslag ervan in de gelijknamige boeken.

Kinderen vertellen hun verhaal, maar belichten daardoor natuurlijk ook de levensloop van hun ouders. Hoewel hun geschiedenissen zonder franjes werden genoteerd, zijn dit geen opbeurende verslagen.
In dit boek zijn het kinderen die ouders en familie gedurende WO II zagen samenwerken met de vijand. Elk verhaal toont een andere invalshoek en verbijstert door de verklaringen die ervoor worden gegeven. Dit is ook wat het boek zo boeiend maakt. Door de kinderen het verhaal te laten vertellen, wordt de complexiteit van het fenomeen collaboratie gekaderd. Dit zijn geen romanfiguren, maar mensen die het meemaakten vanop de eerste rij. Het zijn dan ook geen afgeborstelde verhalen, maar uitgebreide getuigenissen van kinderen die er middenin stonden.
Twaalf protagonisten zoeken het antwoord op de prangende vraag waarom hun ouders zijn overgegaan tot collaboratie met het nationaalsocialistisch regime. Wat was hun motivatie en hoe komt het dat ze thuis een liefdevolle vader waren en toch tot gruwelijke daden in staat waren? Het valt op dat de Belgische staat nooit iets heeft gedaan voor de kinderen van collaborateurs, maar ook nooit iets tegen hen ondernam. De jongeren werden geïndoctrineerd door hun ouders en familie. Ze werden naar jeugdverenigingen gestuurd die opkeken naar de Duitse tucht en orde. Ze kregen enkel literatuur onder ogen die het naziregime ophemelde. Ook de kerk liet zich niet onbetuigd.
Tegenwoordig zijn we er van overtuigd dat kinderen geen schuld hebben aan de fouten van hun ouders. Kort ná de oorlog was dat wel anders: kinderen van ‘zwarten’ werd het leven zuur gemaakt.

Uit de twaalf zeer verschillende verhalen komen toch heel wat overeenkomsten tevoorschijn. Feiten worden verdraaid zodat de vader-collaborateur de sukkelaar wordt ofwel zijn zij de edele strijders voor de Vlaamse zaak die meeheulden met het naziregime om een onafhankelijk Vlaanderen te bekomen. Dit valt dan weer moeilijk of niet te rijmen met de vele oostfrontstrijders. De kerk hield hen voor dat vechten tegen het bolsjewisme de enige oplossing bood. Meerdere verhalen maken duidelijk dat die Vlamingen niets te zoeken hadden aan het oostfront en dat die strijd hen zeker niet dichter bracht bij een onafhankelijk Vlaanderen.
Na de oorlog werden de collaborateurs soms hardhandig aangepakt. Vier jaar bezetting had de haat tegen de nazi’s en hun meelopers aangewakkerd. Bij de bevrijding werd dan ook wraak genomen tegen die Vlaamse collaborateurs. Velen hadden dit trouwens zien aankomen en waren naar Duitsland gevlucht waardoor hun achtergelaten bezittingen het moesten ontgelden.
In zowat elk verhaal wordt de repressie als zeer oneerlijk ervaren. Er wordt gemakshalve gezwegen over de vier jaar terreur die eraan voorafgingen. De schuldvraag wordt geminimaliseerd of zelfs geheel onvermeld gelaten. De ‘vergelding’ door de weerstand wordt overdreven gevonden. De vraag om amnestie blijft dan ook onbegrijpelijk. Wat er gedurende de bezetting gebeurd is, kan niet worden uitgewist.

In het boek wordt duidelijk dat er bij hen na de oorlog nooit sprake is van een schuldgevoel. De collaboratie wordt ofwel goedgepraat ofwel gebagatelliseerd. Het valt op dat als de collaborateurs veroordeeld werden, er steeds zeer snel strafvermindering op volgde. 2940 terdoodveroordelingen werden uitgesproken, slechts 242 executies werden uitgevoerd. En als je de vermelde sterfdata ziet, dan leefden de collaborateurs toch nog tot zeer lang na de oorlog – wat je van hun slachtoffers niet kan zeggen!
Opvallend in zowat elk verhaal is de verbondenheid van mensen en het elkaar helpen na de oorlog. Heel wat van de Vlaamse oud-collaborateurs gingen later opnieuw aan politiek doen. Ze voelden zich thuis in partijen zoals CVP en Volksunie. Ze konden het daar zelfs tot minister brengen.
Na de verhalen van de kinderen van collaborateurs voegt Boncquet nog een hoofdstuk toe: ´Aanpassen of collaboreren?´ Hierin beschrijft hij bondig de verschillende vormen van collaboratie. De situatie in Vlaanderen en van de Vlamingen wordt hier zeer informatief beschreven. Deze twintig pagina’s zijn schitterende achtergrondinformatie en geven het boek de nodige diepgang. Ze vormen een kritisch en onpartijdig tegengewicht tegenover de twaalf verhalen.
Dit boek is de neerslag van een aangrijpend stuk Vlaamse geschiedenis. Op overtuigende wijze weet het te boeien, ook als je de tv-reeks niet hebt gezien.
Piet Boncquet
Paul Van Aelst
Non-fictie
-
_Paul Van Aelst - Recensent
Meer van Paul Van Aelst

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies