Orhan Agirdag
V De Raeymaeker
Non-fictie
  • 306 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

30 november 2020 Onderwijs in een gekleurde samenleving
Orhan Agirdag was het laatste kind van een mijnwerkersgezin in Limburg, studeerde aan de universiteiten van Leuven en Gent, werd doctor sociologie in 2011 en is professor pedagogische wetenschappen aan de KU Leuven.
Hij was tijdelijke universiteitsdocent aan de universiteit van Amsterdam, passeerde de bijna traditioneel geworden studies in de VS in Los Angeles in California en doet onderzoek naar de schoolsegregatie in Vlaanderen.

Het is stilaan een algemeen inzicht aan het worden: “Diversiteit (ook etnische, natuurlijk) is een trigger van creativiteit en innovatie en wordt veel te weinig gebruikt. Homogeniteit is een handicap.” Dat inzicht groeide langzaam, want de moeilijkheden die gepaard gaan met diversiteit zien we dadelijk en de meerwaarde ervan slechts later. (“De uitdagingen zijn overal waarneembaar: neem de bus of wandel door de stad om te zien wat “superdiversiteit” betekent.” Je moet al “naar een museum of een klimaatbetoging om te zien wat ‘superhomogeniteit’ betekent”.)
Hoe zit dat dan in het onderwijs in zoverre het etnische diversiteit betreft? Orhan Agirdag stelt vast dat er voldoende wetenschappelijke evidentie bestaat en dat er voldoende scholen zijn die bewijzen dat etnische diversiteit goed kan samengaan met degelijk onderwijs. Hij zal daarom iedereen die betrokken is van veraf of dichtbij met onderwijs meenemen in de hedendaagse en internationale wetenschappelijke literatuur. Dat is hoognodig vermits slechts 17 procent van Vlaamse leraren zich competent voelt om les te geven in multiculturele of meertalige context. Ook zitten de bestaande studieboeken en cursussen die de toekomstige generatie van (onderwijs)professionals moeten vormen, vol met “achterhaalde en zelfs foute ideeën”. Hij doet dat natuurlijk op basis van wetenschappelijke, empirische bevindingen die hij desnoods zal “vertalen” naar een zo breed mogelijk publiek.
In hoofdstuk 1 worden centrale begrippen uitgelegd die nodig zijn voor het begrijpen van het boek. (zoals etniciteit, ras, migratieachtergrond, cultuur en identiteit). Eenzelfde begrip van deze woordenschat is dikwijls ver te zoeken als je redeneringen, beweringen, discussies leest en hoort van en tussen de hardnekkig tegengestelde groepen in de politiek en onze maatschappij in het algemeen. Een vruchtbare dialoog begint met het hanteren van een woordenschat gebaseerd op eenzelfde begrip (zo is “etnisch”, bijvoorbeeld, geen synoniem voor “exotisch”). In dit boek is dit woord van toepassing op alle leerlingen en leraren want witte mensen hebben natuurlijk ook een etniciteit.

In hoofdstuk 2 gaat het over ”het rad van ongelijkheid”: ongelijkheid, segregatie, stereotypen, vooroordelen, lage verwachtingen, discriminatie en racisme.

In hoofdstuk 3 gaat het over de leerlingen zelf: hun culturele achtergrond (taal, religie), de culturele gemeenschappen van de leerlingen – deze staan zélf best aan het stuur(wiel) om het rad van de ongelijkheid te keren.

In hoofdstuk 4 wordt gesteld dat er binnen politiek, school en gezin ook heel wat kan gedaan worden om het rad van die ongelijkheid een halt toe te roepen.

In hoofdstuk 5 vat de schrijver nog eens de vaststellingen en conclusies samen uit de eerdere hoofdstukken.
Meritocratie. Beloning op basis van prestatie: de leerling die meer presteert verdient het meer succes te hebben op school (en later in het leven). Rijkdom, armoede, etnische afkomst enz. spelen daarbij geen rol. Wat wel meetelt, is de aanleg of capaciteit van iemand (“talent”, “intelligentie”).

Identiteit is het samenspel van hoe andere mensen jou zien en hoe je jezelf ziet. Alhoewel etniciteit zo overwegend belangrijk is voor je kansen in het onderwijs en niets te maken heeft met je capaciteiten, kies je die natuurlijk niet zelf: “Je kan die hoogstens misschien wat meten en het is duidelijk dat er grote ongelijkheden bestaan tussen witte en niet witte leerlingen. Gelijk hoe we ze meten, er zijn duidelijk zeer grote etnische ongelijkheden en die blijven ook bestaan. De ongelijkheden hebben niet enkel te maken met schoolprestaties, maar komen voort uit een set van elkaar versterkende uitsluitingsmechanismen die onderwijs ongelijkheid versterken.”
Etnische minderheden worden dag in dag uit geconfronteerd met allerlei stereotypen (religie, taal, tradities, enz.) ze moeten van jongsaf opboksen tegen vooroordelen die niet alleen van uit de witte meerderheid komen; maar ook van uit de eigen groep. De ongelijkheden tussen witte en niet-witte leerlingen heeft ook niets maken met IQ. Welke indicator van schoolse prestaties we ook nemen, we botsen op zeer grote etnische ongelijkheden. Zeer slimme leerlingen van kleur halen bijvoorbeeld schoolprestaties enkel op het niveau van niet zo slimme witte leerlingen. Die ongelijkheden van de schoolprestaties staan niet alleen, ze vormen “het rad van ongelijkheid” waarbij allerlei uitsluitingsmechanismen elkaar versterken: meer segregatie, allerlei negatieve stereotypen over capaciteiten, religie, taal, tradities; leraren die aan etnische minderheden lesgeven verwachten vaak minder van hen, het systeem van etnische machtsongelijkheid dat institutioneel ingebed is in het onderwijs ( racisme), hun eigen handelingsvermogen ( het vormen van een tegencultuur, bijvoorbeeld) spelen.
Nochtans zijn er positieve elementen in het hebben van een andere etnische identiteit die kunnen helpen bij het terugdraaien van het rad van ongelijkheid, richting emancipatie. (alhoewel dat niets anders kan zijn dan zelfemancipatie): bijvoorbeeld de potentie van meertaligheid en de cognitieve, talige, economische en sociale voordelen die meertaligheid biedt. Of de kracht van sociaal kapitaal die van religieuze gemeenschappen uitgaat. Orhan Agirdag stelt in dit verband zeer sterk hoe het een raadsel is hoe in een land met een zo ´n grote meerderheid van katholieken er geen enkele islamitische school getolereerd wordt terwijl voorbeelden uit Nederland net aantonen welke belangrijke rol deze scholen kunnen spelen in de emancipatie van etnische minderheden. Scholen met een etnische minderheid krijgen op dit ogenblik een hogere financiering. Dat zal natuurlijk al wel geholpen hebben, maar het is veel belangrijker wat scholen doen, zoals opteren voor een sterk pluralistische, multiculturele, kleurenblinde aanpak. Dat is wat anders dan onder de noemer van neutraliteit kiezen voor achterhaalde praktijken zoals een hoofddoekenverbod of het bestraffen van het gebruik van de moedertalen en daardoor onderwijskwaliteit opofferen voor de hardleerse ideologie van nationalisme of secularisme.
De schrijver pleit voor wat hij “sensitief intercultureel onderwijs” noemt, wat inhoudt dat je waardevolle culturele gelijkenissen en verschillen (h)erkent en integreert in het curriculum en etnische verschillen negeert waar ze irrelevant zijn en schadelijke culturele praktijken weert op school.
Agirdag geeft les als professor pedagogische wetenschappen aan toekomstige pedagogen, psychologen en leraren en dat laat zich wel voelen in dit boek. Hij weet welke mechanismen spelen in ons onderwijs die discriminatie in de hand werken en bestendigen. Hij ontleedt die systematisch, zoals een chirurg, duidt oorsprong, werking en gevolg aan, iedere factor en nuance met alle onderdelen en mogelijke neveneffecten. Hij toont en benoemd ze, zet ze duidelijk met elkaar in verband, vertrekkend van één onderliggend idee: verscheidenheid in al haar vormen biedt zoveel mogelijkheden, zoveel kansen die, helaas, in dit land onbenut blijven. Wat zijn ze en hoe kunnen we ze gebruiken en daar verandering in brengen?
Het is een stevig betoog geworden, als wetenschappelijk werk zeer overtuigend. Hopelijk wordt het goed gelezen door al wie met onderwijs te maken heeft en zal het werk “vertaald” worden in meer toegankelijke commentaren en artikels die de dingen in beweging kunnen zetten en de (hoog)nodige verandering brengen in de huidige situatie.

Jammer dat het niet ook veel toegankelijker is geschreven voor een breder publiek. Jammer ook dat het in opzet en structuur een thesis betreft, dus hoewel systematisch, klaar en duidelijk gebracht vol wetenschappelijke terminologie…
Orhan Agirdag
V De Raeymaeker
Non-fictie
-
_V De Raeymaeker -
Meer van V De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies