Paul De Moor
Gwenny Cooman
Non-fictie
  • 951 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

25 november 2020 Het fietsboek
Als er iets is waar ik echt niet goed in ben, is het fietsen. Als kind had ik een probleem met sturen, als volwassene met snelheid. Nog voor de elektrische fiets zijn intrede deed, werd ik al door iedereen ingehaald. Wie met mij meerijdt, beweert om te vallen. Mijn partner geeft me duwtjes in de rug, wanneer we samen fietsen. Nochtans trap ik er lustig op los. Toch voor een functionele bestemming. Een toeristisch fietstochtje is niet aan mij besteed, dat voelt eerder aan als een beproeving. Om maar te zeggen: ik ben geen fietsmens, en zal dus niet zoals de Fransen mijn fiets 'la petite reine' noemen.
Toch las ik met bijzonder veel plezier het nieuwste boek van Paul De Moor, Het fietsboek. Eerst sloeg ik het open, las her en der iets. Bijvoorbeeld het verrassende weetje dat de eerste opvouwbare fiets al van de negentiende eeuw dateert. Ik was verkocht en las verder. Over de Franse supervrouw Marie Marvingt die behalve sportvliegtuigen en luchtballonnen ook de fiets veroverde, maar als vrouw in 1908 niet toegelaten werd in de Ronde van Frankrijk. Koppig en doorzettend als ze was, startte ze de Ronde een dag na de mannen en reed ze de 4488 kilometers, net als de mannen, in veertien etappes uit. En ik bleef lezen. Zo kwam ik te weten dat artsen waarschuwden dat de fiets hoogst ongezond was voor vrouwen. Slecht voor de voortplanting en hun organen, en ze zouden er bovendien een 'bicycle face' van krijgen! Dat laatste was niet als compliment bedoeld. Vrouwen op de fiets was geen evidente zaak, al was het maar dat ze de hoepelrokken moesten afleggen en vervangen door een 'bloomer' broek (een soort pofbroek). Want de wind zou hun rok tot boven de knie blazen! De fiets werd hun 'freedom machine' en onderging langzaam maar zeker vrouwvriendelijke aanpassingen (die eigenlijk universeel mensvriendelijke aanpassingen bleken).
Het is zo'n boek dat direct leuk is. Het onderhoudt je met historische feiten (de gele leiderstrui was geel omdat de leider in de Tour, Henri Desgrange, een krant had die op geel papier gedrukt werd) en plezante weetjes (over luchtfietsen bijvoorbeeld, ja, echt 'in de lucht'). Je komt te weten hoe de fiets het maakte van bottensloper over levensriskerende bezigheid tot comfortabel vervoermiddel; dat de eerste fietsers eigenlijk acrobaten waren; welke belangrijke rol sabelmakers in het ontstaan van een betere fiets speelden; wie met de eer van de uitvinding ging lopen en wie op het geniale idee van de pedalen kwam. 
In dit boek versterken Paul De Moors liefde voor taal en zijn liefde voor de fiets elkaar. Het bevat ontzettend veel informatie, maar nooit voelt het beladen. Je fietst als het ware door de veertien hoofdstukken van zijn boek met de wind in de rug. En dat voelt verfrissend.
Paul De Moor heeft reeds een divers oeuvre, en voegt er met dit boek iets bijzonders aan toe. Alles over de beste uitvinding ooit lees je in het fietsboek, overigens fijn geïllustreerd met tekeningen van Wendy Panders. Het is geestig en verrijkend. Historisch en hedendaags. Iets om snel in huis te halen. 
Paul De Moor
Gwenny Cooman
Non-fictie
Gwenny Cooman (Etterbeek, 1981) is een Belgische fotografe, cineast en ambtenaar bij de stad Oostende. In 2009 won ze de Prijs van de Jury in de kortfilmwedstrijd Ostend Sea Shorts op het Filmfestival Oostende. Haar fotografie focust op de grauwe kanten; op industrie, armoede, leegstand en de zelfkant van de samenleving. Tegelijk zie je bij haar vaak kleurrijke natuurbeelden.
_Gwenny Cooman - Recensent
Meer van Gwenny Cooman

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies