• |
Paul Verhaeghe
V De Raeymaeker
Non-fictie
  • 276 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

13 augustus 2020 Houd afstand raak me aan
Wat doet een psychotherapeut, hoogleraar klinische psychologie (die wel al vier jaar het college “Cultuur- en maatschappijkritiek” geeft en – sedert de “bankencrisis? - duidelijk ook heel veel over economie heeft gelezen en geschreven) in deze verwarrende tijden?
Als de facto filosoof in tijden van corona en lock-up doet Paul Verhaeghe verder wat hij altijd al deed: hij denkt na over de condition humaine, de maatschappij en “het goede leven” en hoe we misschien kunnen verhelpen aan het menselijke falen. Met het grote verschil dat hij deze keer niet hoeft te zoeken naar een onderwerp, want dat ligt voor de hand. Sars-CoV-2 heeft zó grondig met al onze zekerheden huis gehouden, dat het duidelijk is: de huidige neoliberale doctrine, het huidige maatschappijmodel en het huidige economische systeem hebben hun tijd gehad.

Over dit thema heeft Paul Verhaeghe zich al dikwijls uitgelaten. Corona gaf hem het extra voordeel dat hij rustig, alleen en van geen mens gestoord kon peinzen en schrijven. Zo ontstond een essay van 125 bladzijden.
Verhaeghe heeft altijd al zeer “actueel” gedacht, zich dus in gedachten gebogen over wat de mens (of het nu de Vlaamse, Belgische of Europese burger betreft) bezighoudt op dit ogenblik, misschien bezwaart en deze bij hem doet belanden…

Om zijn gedachten vorm te geven gebruikt hij deze keer het recept, hem aangereikt door een “oud -collega”, Emmanuel Kant, die zich afvroeg: Wat kunnen we weten? Wat mogen we hopen? Wat moeten we doen? Met een toevoegsel van Paul Verhaeghe himself: Wat moeten we vrezen?
Wat kunnen we weten? Er wordt ons een ongelooflijk aantal hulpbronnen aangereikt om te kunnen “weten”. Niet weten is dus geen excuus. Wat leren we bijvoorbeeld van de cijfers die we alle dagen onder de neus geschoven krijgen? Hoe moeten we gedifferentieerd tabellen interpreteren? Wat zit er van leven achter die cijfers? We willen hierover meer weten, want we verafschuwen onzekerheid. Covid-19 leert ons dat we in onze overmoed onze plaats zijn vergeten door ons boven- en buiten de natuur de plaatsen. Wat niet wil zeggen dat we “boze moeder natuur” maar haar gang moeten laten gaan, zoals dat in het verleden wel moest. Denk bijvoorbeeld aan de Middeleeuwse “Zwarte Dood”, de” Spaanse Griep” van na de oorlog en andere pandemieën, omdat we deze niet begrepen en niet konden verhelpen. Wat we wel kunnen met die twee andere ruiters van de Acopalyps: De Vrije Markt Cyclus en de allesomvattende Klimaatcrisis.
Wat kunnen we nog weten? Het kleindochtertje van de schrijver toont het hem daadwerkelijk aan: “Jij moet ´dat´ daar leggen” (een pakje, twee stappen van haar weg). We leven dus middenin een reële, maar onzichtbare dreiging. We zijn bezig met onszelf te elimineren, denkt nu iedereen. De remedie is simpel: terug naar wat we kennen. Bijvoorbeeld “groei”, alhoewel dat eigenlijk wil zeggen: meer produceren en meer consumptie, meer energieverbruik en verbruik van fossiele brandstoffen, meer CO2, nog meer winst voor de schatrijke 1% (0,1% in de V.S.) tot de ongelijkheid zo groot wordt dat het systeem barst. We willen de sterke man die het allemaal in orde kan brengen, want ongelijkheid treedt buiten “redelijke” (?) proporties. We worden op weg geholpen naar het totalitarisme omdat de sociale media vooral vrouwenhaat, racisme, klimaatontkenning en fake news in de hand werken. Ondertussen maakt de pandemie controlemechanismen nodig die burgers overal volgen en controleren, bijvoorbeeld apps op smartphones en slimme televisietoestellen die aangeven wie met wie in contact was en waar die persoon zich bevond. Wanneer dit alles later wordt toegepast in het gewone leven, hebben we ongewild een maatschappij geschapen waarin digitaal gestuurde controle “normaal” is. Big Brother is watching.
Wat mogen we hopen? Door het opduiken van de pandemie beseffen we dat we in een materieel paradijs leefden. Wel een vals paradijs, dat de vernietiging van de planeet in zich hield. De negatieve kanten zijn overduidelijk maar niemand heeft de kracht om de stekker eruit te trekken. Andere manieren van staatsbestuur zijn natuurlijk mogelijk. Bijna terloops merkt Paul Verhaeghe op hoe opvallend het is dat landen met vrouwelijke premiers de pandemie anders aanpakken.(“Ik ken geen vrouwelijke versies van autocraten zoals Poetin, Trump of Bolsonaro”). Of een systeem met participatieve democratie, waarbij de particratie eindelijk op de schop kan. We hebben ook een andere burgerschap nodig. Landen die hun burgers als volwassenen behandelen (die adviezen geven, richtlijnen formuleren, keuzemogelijkheden voorstellen) in plaats van landen die hun burgers als kinderen behandelen en die maatregelen opleggen, en regels uitvaardigen met boetes en straffen.
Wat moeten we doen? Beseffen dat wij in de eerste plaats geen “individuen” zijn, dat het aspect van “sociale knuffeldieren” te zijn veel sterker is dan dat van eenzaat te willen zijn. We moeten ons er ook en vooral van bewust zijn dat er iets in een uiterst gevaarlijke stroomversnelling terechtgekomen is dat veel gevaarlijker is dan de coronapandemie, namelijk de klimaatverandering. Met het verschil dat we daar misschien nog wat kunnen aan doen.
Maar, stelt de schrijver - nog eens - daarvoor moeten we overstappen op een ander economisch model, zo radicaal anders dat niemand er durft aan beginnen. Weg met het idee van noodzakelijke groei, productie, consumptie, grote vermogens. In de plaats “degrowth”, met duurzame energie en duurzame, herbruikbare producten. Niet meer investeren in steenkool dus, en het onderscheid maken tussen echte en financiële producten. Het met veel minder doen in plaats nog verder te verdrinken in steeds meer dingen en spullen. Wat ons gelukkig maakt, zijn niet die spullen, maar “het goede leven” zoals het geformuleerd werd door filosofen uit de oudheid (onder andere Aristoteles), en het goede economisch denken en handelen. Niet te veel, niet te weinig.
Om dit nog even scherp te stellen: we voeden onze kinderen niet meer op. “Opvoeding verloopt traag en vraagt tijd, elke dag opnieuw, gedurende jaren. Ouders hebben die tijd allang niet meer want om deel te nemen aan de het-is-nooit-genoeg-samenleving moet je allebei voltijds gaan werken.” Bedrijven zwaaien de plak en de politiek luistert naar de bedrijven.
Wat moeten we vrezen? Ons huidig neoliberaal systeem leert ons al van kinds af aan dat we voortdurend met anderen in competitie zijn, anderen moeten wantrouwen, terwijl onze eigenlijke aard er één is van samenwerken.
Wat nodig is, is een verbouwing van de maatschappij: Een maatschappij met een bottom-up structuur, waarin mensen samenwerken naar een gemeenschappelijk doel toe. Beslissingen moeten opnieuw genomen worden in dienst van de mens en maatschappij en niét van de economie, zoals nu, maar met wederkerigheid en vertrouwen.

Misschien is de huidige pandemie net wat we nodig hebben om dat proces eindelijk in de nodige stroomversnelling te krijgen.
Dit essay van slechts 125 bladzijden vat op een ideale manier samen waar het hem vandaag om gaat, waar we staan, wat belangrijk is, waar je rekening moet mee houden. En het vat oorzaak en gevolgen, stelt wat moet gebeuren. Het werkje is niet enkel compact maar ook volledig, en draagt een zekere visie uit. Zoals altijd doet Paul Verhaeghe dit op een soort rustige, logische manier. Zijn essay is op mensenmaat geschreven alsof hij iedere lezer persoonlijk toespreekt op het geschikte niveau van kennis en begrip.

En de inhoud? Die brengt ons een stap verder in de richting van dringende verandering.
Paul Verhaeghe
V De Raeymaeker
Non-fictie
-
_V De Raeymaeker -
Meer van V De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies