• |
Timur Vermes
V De Raeymaeker
fictie
  • 156 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

16 juli 2020 De hongerigen en de verzadigden
Deze tweede roman (na zijn internationale bestseller, de Hitler-roman ´Er ist wieder da´) van Timur Vermes speelt zich af in Afrika en Europa in een eerder nabije toekomst. (3 tot 5 jaar)
Europa heeft de grenzen gesloten en miljoenen vluchtelingen in Afrika verzamelen zich in vluchtelingenkampen. Want Europa betaalt reusachtige sommen aan Afrikaanse landen om de vluchtelingen “daar” te houden, wat ze ook doen door ze in reusachtige kampen te steken, ergens ”onder de Sahara”… Ze wachten en wachten - maanden, jaren. Ze willen naar Europa en vooral naar Duitsland (de focus ligt in dit boek op Duitsland, want de schrijver is Duitser). Zij wachten, en ook wij, in Europa, wachten. Want iedereen voelt het: er moet toch “iets” gebeuren. Een initiatief, een mirakel, een reddende engel.
En inderdaad, een engel komt opdagen en wel eentje in de gedaante van een zeer populaire Duitse tv-ster en model, Nadeche Hackenbusch, (“Malaika” gedoopt), die beroemd geworden is met een hitsige televisiereeks “Engel in nood”. Het is een bijzonder mooie, jonge vrouw met een rotsvast optimisme en vertrouwen. Als ze, in het kader van een televisieprogramma een van deze kampen bezoekt, staat er – naast een modeshow voor vluchtelingen (!) - een bezoek aan een hospitaal op het programma en de confrontatie van de ster met een zieke vluchtelinge.
En dan gebeurt het: “Ze zit in het hospitaal heel rustig naast het gevluchte meisje. Ze luistert naar “verhalen die geen engel zou moeten horen”. De engel die daarna het hospitaal uitkomt, zegt helemaal niets meer, behalve die ene zin terwijl ze haar hand op de onderarm legt van Lionel, de “fixer” die haar in het kamp moest begeleiden: “This must go others. I swear.” Ze wordt gegrepen door de ellende, de armoede, de uitzichtloosheid van wat ze in het kamp ziet. Plots is daar een andere vrouw die zich met ongelooflijke daadkracht en zelfopoffering gaat wijden aan haar nieuwe taak: deze mensen helpen en redden. Ze gaat mét hen en tussen hen leven, helpen, naar een oplossing zoeken. De “Engel” is geboren.
De “fixer” waarmee we kennismaken is de onscrupuleuze, slimme, knappe long-time vluchteling Lionel. Die is tot de conclusie gekomen dat iedere dag dat hij in het kamp blijft zitten een verloren dag is, die hij beter zou benutten met iedere dag te stappen. Iedere dag lopen, brengt je immers 10 of 15 kilometer verder richting Europa. Richting Duitsland. Als hij berekent waar hij nu al zou zitten als hij dit zou gedaan hebben, slaat hij zich op het voorhoofd.

Dan volgt de onverwachte koppeling van deze twee totaal verschillende mensen. Malaika komt zijn wooncontainer binnen, vol boosheid omdat men blijkbaar “haar” tv-reeks wil stopzetten. “Heel plots gooit de engel zich in zijn armen. Hij heeft haar niet in zijn armen genomen. En toch ligt ze er opeens in. (…) Maar hij kan niets zeggen, met haar lippen op zijn mond, de lippen van een engel. (…) Haar zachte handjes zijn overal. Als trekmieren hebben haar vingers alle knopen losgemaakt (...) En tegelijk vallen kledingstukken van haar af als blaadjes van een boom.”
Ze vrijen en worden verliefd natuurlijk. Ze werken voortaan samen. Min of meer, want voor Lionel telt zijn eigenbelang meer dan het belang van de vluchtelingen en zelfs dat van zijn engel. Hij begint (samen met haar) na te denken. Dan wordt duidelijk dat hij niet zomaar de eerste de beste is, maar iemand met ongelooflijk inzicht en organisatietalent die erin slaagt om 150.000 vluchtelingen ervan te overtuigen dat zij evengoed te voet op weg kunnen gaan naar Duitsland dan in het kamp te blijven zitten. Hij kent evenwel Duitsland niet echt en maakt er een zeer onrealistische voorstelling van…
Hij organiseert de hele karavaan, geen peulschilletje want al die mensen moeten (bijvoorbeeld) water hebben, moeten kunnen eten (terwijl ze hun behoeften zomaar ergens onderweg doen…). Hij is daarbij volkomen meedogenloos. Hij neemt geen oudere mensen mee. Die moeten maar in het kamp achterblijven. En als ze toch meekomen, moeten zij maar hun plan trekken of naar het kamp terugkeren. Wie ziek wordt, blijft ook achter. Hij rekent uit: voor 150.000 mensen heb je 20.000 tot 40.000 liter water nodig dus 50 tankwagens met chauffeurs. Betalen voor de geleverde diensten gebeurt met microbetalingen via hun smartphones.
De aanwezigheid en het onverwachte engagement van Engel zorgt ervoor dat de tocht veel aandacht krijgt op televisie. Omdat er live gefilmd wordt en de kijkers van dichtbij kunnen meemaken hoe zo’n tocht verloopt, resulteert die aandacht in hoge kijkcijfers. Tv-baas Lionel ziet plotseling in dat zo’n massa mensen op tocht naar het “beloofde land” prachtige televisie oplevert en plaatst zijn cameramensen tussen de vluchtelingen. Al die doodarme mensen die hopen op een betere toekomst en daar alles voor over hebben: ontbering, vermoeidheid, dagenlang stappen zonder te stoppen, niet opgeven. De kijkcijfers schieten omhoog. Er is heel veel geld te verdienen met de combinatie van kijkcijfers en reclame. Zeker als de juiste promotoren een vinger in de pap hebben en kunnen filmen en uitzenden waar ze willen en op de juiste momenten. Engel en Lionel worden aangesproken. Er wordt weldra met bedragen van 100 miljoen gegoocheld en met bonussen en de belofte van “later nog meer”.
Ook de kranten doen mee en de Frankfurter Algemeine (“die over zaken schrijft die ook gewone mensen interesseren”) zet een bekende journaliste in (Astrid van Roël) met de opdracht een column te schrijven. De toon van haar column is dweperig, een soort hagiografie gewijd aan Nadeche die “haar hart een beslissing heeft laten nemen en onder barre omstandigheden een nestje bouwt voor zichzelf en haar geliefde.” Dat, natuurlijk altijd in tegenstelling tot “Deze mensen die vluchten uit hun vaderland voor bommen, honger, armoede, geweld, onderdrukking.”

Ondertussen trekt de hele exodus-karavaan verder. Waarbij de lezer zich natuurlijk afvraagt: Wat zal er gebeuren aan de grensovergangen?
Een enkele grensovergang is exemplarisch.
Twee grenswachters zitten in hun grenskantoortje, ieder aan hun kant met een strook niemandsland daartussen. Er gebeurt daar nooit wat. De grenswachter aan “deze” kant merkt plots in de verte een stofwolkje op en een roze autootje dat zich uit het wolkje losmaakt, midden in het niemandsland stopt. Mannen met camera’s stappen uit. Die gaan filmen. Televisie. De wolk groeit. Als de grenswachter naar zijn overste belt zegt die duidelijk dat hij zogenaamd van niets weet… De wolk zijn mensen. Mannen, vrouwen, kinderen met have en goed, met pakken. Het einde van de stoet is niet te zien. Het is duidelijk: Zo’n massa kan je niet tegenhouden. Niet met een slagboom, niet met een afsluiting want door de grote druk van de menigte wordt die gewoon omvergelopen. Vrouwen en kinderen knuppel je niet neer en je gaat er zeker niet op schieten. Dat kan je als beschaafd land niet doen, toch niet met al die camera’s die toezien en als het dan ook nog eens duidelijk is dat die vluchtelingen doordrongen zijn met een onverstoorbaar geloof in Europa. De spanning rond iedere volgende grensovergang loopt op naargelang ze korter bij Duitsland komen. De colonne mag niet stilstaan, want dan wordt de plaatselijke bevolking bang. Tot ze aan de Turkse grens komen. Turkije zal ze natuurlijk tegenhouden. Tot duidelijk wordt dat het tegendeel waar is: Turkije kiest ervoor de vluchtelingen in bussen te laden (“Indiase, Russische of Chinese wrakken”) en ze doorheen het land te vervoeren tot aan de volgende grens. De gezaghebbers weten dat niemand van de bevolking graag zo’n massa’s mensen (een karavaan “die vele dagen aanhoudt”) door hun streek ziet trekken, met het bijkomend gevaar dat ze plots halt houden en er dan kampen ontstaan. En vermits de vluchtelingen het duidelijk gemaakt hebben dat hun eindbestemming Duitsland is, kun je ze beter hun gang laten gaan en een eindje op weg helpen. Dan komen de zwangere vrouwen. En dan de pasgeborenen. (“Bij 150.000 jonge mensen mag je er per jaar 150 tot 200 verwachten”) De tv-bazen weten het meteen: een busje vol baby’s levert mooie beelden op…
Het reusachtige mediaspektakel trekt verder en hoe dichter ze de Duitse grens naderen, hoe zenuwachtiger de regering in Berlijn (ondertussen zonder Merkel) wordt… De kijkcijfers bereiken al vlug miljoenen. En blijven stijgen. Er wordt hard onderhandeld, vooral over geld, scènes worden in beeld gezet, er is omkoping, er komen hoeren bij te pas en pooiers (nodig omdat de plaatselijke bevolking niet zou lastig gevallen worden), er wordt geschoten.
Timur Vermes steekt het allemaal meesterlijk in elkaar. De spanning gaat crescendo: Wat zal er gebeuren aan de Duitse grens? Een afsluiting bouwen? Elektrificeren? Hij slaagt erin om een moeilijke, morele, filosofische, maatschappelijke dissertatie over het vluchtelingenprobleem in romanvorm te gieten. Hij baseert zich hierbij op een hedendaagse kijk, vraagstelling, taal en begrippen. Zonder zelf stelling te nemen, maar wel door handig een soort baldadige humor te gebruiken die de scherpste kantjes even afrondt  net op het ogenblik dat de situatie voor de lezer ondraaglijk dreigt te worden. Het boek is, zo opgevat, een soort bewijs vanuit het ongerijmde. Dit zou toch ook werkelijk kunnen gebeuren? Je weet dat het verhaal van deze exodus en de reacties van de Westerse landen zeer aannemelijk zijn.

Het tegengestelde is ook waar: je kan niet oneindig blijven schrijven over alweer maar verder lopen, vluchtelingen, versleten schoenen en de sterrenhemel. Dus maakt Vermes er tegelijk een thriller van.
“Zijn” lezerspubliek is Duits. Hij maakt handig gebruik van de gelegenheid om de Duitsers een spiegel voor te houden. Soms  gewoon en direct, soms karikaturaal. Een Duitser die danst, gezien door de ogen van de vluchtelingen: ”Hij springt een beetje rond waarbij hij zich op de dijen kletst Het ziet er een beetje uit als een olifant die probeert te lopen als een reiger.” De goedmoedige, hulpvaardige Duitser, de radicale burgerbewegingen en de rechtse, bijna subversieve groeperingen.

Ook Duitse talenkennis die “maraboe” verwisselt met “Marlboro”… Onze “engel” spreekt zeer slecht Engels. Ze vertaalt letterlijk woord na woord uit het Duits. (door de vertaler voor Nederlandstalige lezers vervangen door het soort “koereurduits” dat we kennen) “This is love, this must destiny be.” ”You believe not what for shit they make.” “There we can nothing do on.”
Timur Vermes is een natuurlijke verhalenverteller. Het plezier dat hij bij het schrijven ondervond en de ironische humor werken aanstekelijk. Wat niet wegneemt dat de inhoud van het boek ontegensprekelijk zeer ernstig is en de vluchtelingenproblematiek onverbiddelijk en prangend scherp op de lezer afvuurt. Scherper zelfs dan de duizenden bladzijden die er in tijdschriften, kranten en boeken al aan gewijd zijn. Viktor De Raeymaeker
Timur Vermes
V De Raeymaeker
fictie
-
_V De Raeymaeker -
Meer van V De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies