• |
Andreas Kinneging
Paul Van Aelst
Non-fictie
  • 95 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

6 mei 2020 De onzichtbare maat. Archeologie van goed en kwaad
Andreas Kinneging (1962) groeide op in een katholiek gezin in Zeeland. Hij studeerde politieke wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en doctoreerde met het proefschrift ‘Aristocracy, antiquity and history, an essay on classicism in political thought’. Vanaf 1984 was hij medewerker van de VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie).
Hij was actief als ghostwriter van Bolkestein. In 1987 maakte hij de overstap naar de universiteit van Leiden, waar hij hoogleraar rechtsfilosofie werd.

In 2005 publiceerde hij zijn verzameling filosofische essays onder de titel ‘Geografie van Goed en Kwaad’. Zijn nieuwe boek ‘De onzichtbare Maat’ geeft hij als ondertitel ‘Archeologie van Goed en Kwaad’ mee. Je kan het als een verdere uitwerking van zijn eerste boek beschouwen en het heeft dezelfde rechts-conservatieve strekking.
Kinneging pretendeert een academisch werk te schrijven, maar in werkelijkheid vertrekt hij van een eigen politieke stelling en zoekt in historische geschriften dié stukken op die zijn gelijk te bewijzen. Als archeoloog zegt hij de werkelijkheid in kaart te brengen door in de diepte te graven. Deze tijd is uitzonderlijk, we beleven het einde van een tijdperk dat 2500 jaar geleden is begonnen. De wortels vindt hij in Athene met de Griekse filosofie en in Jeruzalem met het christendom. Dat evolueert tot in de 17de eeuw wanneer de Verlichting die Europese Traditie aanvalt met vrijheid en gelijkheid. Het vervolg is de Romantiek die zowel tegen de Verlichting is als tegen de Europese Traditie.

Kinneging is ervan overtuigd dat beide gebrekkig zijn. Hij neemt het op voor de Europese Traditie als vervolg op Plato en het christendom. Dit boek is een kritiek op de grondslagen van de Verlichting en de Romantiek. Hij beweert dat vele van onze hedendaagse problemen ontspruiten aan – wat hij noemt – vrijheids- en gelijkheidsfundamentalisme.
De auteur schrijft zijn betoog in drie grote delen. In deel I, ´Verlichting en Romantiek´, onderzoekt hij de moderniteit. Vooral de basisideeën van vrijheid en gelijkheid doen hem gruwen. Hierin ziet hij de wortels van alle kwaad waarmee wij nu te kampen hebben. Deel II is een zoektocht naar de wortels van de Europese Traditie bij Plato. Hij ziet Plato en dan vooral diens ideeënleer als de originele grondlegger van de Europese Traditie. Aan Aristoteles daarentegen schenkt hij beduidend minder aandacht. Zo komt hij tot deel III, dat de titel krijgt ‘Genie van het Christendom’. Na een inleiding zijn het de figuren van Augustinus en Thomas van Aquino die hij hier uitvoerig behandelt. De auteur doet het voorkomen alsof het christendom het beste is wat de mensheid ooit is overkomen, hij ziet er geen enkel nadeel in.
Kinneging meent dan wel wetenschappelijk te werken maar hij vertrekt niet vanuit een open geest. Integendeel, hij heeft van meet af aan zijn ideologische stelling ingenomen en doet er alles aan om die te verdedigen. Zo is zijn keuze van teksten zeer arbitrair. Hij is vóór alles een contrarevolutionair denker met een conservatief-liberale overtuiging die tegen elke vorm van modernisme is. Hij denkt zich te kunnen verdedigen door te schrijven dat dit geen ‘simpel’ boek is en enkel bedoeld is voor de nadenkende mens die geïnteresseerd is in ideeën. Herhaaldelijk verwijst hij naar zijn eigen eerdere geschriften om dan zijn gelijk te duiden: een bedenkelijke kringredenering voor een onderzoeker.

Ook over het onderwijs in het algemeen en de universitaire opleiding in het bijzonder is hij negatief. Hij beweert dat scholen geen algemene vorming meer aanbieden en enkel de leerlingen voorbereiden op een later beroepsleven. Spijtig vindt hij dat de christelijke theologie en de antieke filosofie verdwenen zijn uit het universitair aanbod. Hij verwerpt de ideeën die vanuit de universiteit in de samenleving terechtkomen.
Reeds voor hij aan zijn onderzoek begint, stelt Kinneging dat de (= zijn) algemene conclusie is dat de moderniteit (Verlichting en Romantiek) als een ontsporing moet worden gezien, als een tweede zondeval. Kinneging volgt zijn eigen traditie waarin de wereld aan god behoort en de mens fout is als hij opkomt voor vrijheid. Over alles heeft de auteur zijn eigen uitgesproken mening die hij zelfs niet denkt te moeten verdedigen. Zo vindt hij het geschreven woord oppermachtig en verheven boven radio, die oppervlakkig en enkel emotioneel is, en als minste communicatievorm komt de TV die de hersens degenereert. Hij is zeer absolutistisch in zijn oordelen: revolutie loopt altijd uit op staatsterreur, toekomstig socialisme is totalitair, multiculturalisme is naïef, na Beethoven komt niets goeds meer, Van Gogh en Gauguin hebben geen techniek, feminisme is werkelijkheidsvreemd, …

De man is pessimistisch over de huidige tijd. Vrijheid en gelijkheid zijn volgens hem nefaste waarden. Hij ijvert voor een terugkeer naar de gehele Europese Traditie, doortrokken van de platonische geest en gestoeld op het christendom. Vooral Plato wordt geïdealiseerd, waarbij diens politieke filosofie boven deze van Verlichting of Romantiek wordt gesteld. Als tweede pijler zoekt hij het bij het christendom dat volgens hem van grote waarde en van fundamenteel belang is. Uit Plato’s Idee van het Goede maakt hij de gevolgtrekking: god is goed of het goede is god en dat wordt dan de kern van de Europese Traditie. Hoewel hij toegeeft dat er verschillende interpretaties en vertalingen van het klassiek Grieks mogelijk zijn, zoekt hij telkens dié versie die zijn visie het best benadert.
Kinneging denkt onmiskenbaar zwart-wit in dit boek: alles dat voortkomt uit de Verlichting en de Romantiek is slecht en nihilistisch en enkel zijn Europese Traditie kan de redding betekenen. Dit boek is bijgevolg enkel een pleidooi voor de idealen van die Europese Traditie, tégen de ideeën van de Verlichting. Hij schrijft zeer eenzijdig, ongenuanceerd en levert geen enkel wetenschappelijk bewijs. Hij geeft herhaaldelijk vreemde uitleg, met telkens een onduidelijke gedachtegang. Zich voordoen als onpartijdig wetenschapper is in deze oneerlijk.

Dit boek is niet meer dan een pamflet tegen de Verlichting en een verheerlijking van een gewenst rechts-conservatief wereldbeeld.
Andreas Kinneging
Paul Van Aelst
Non-fictie
-
_Paul Van Aelst -
Meer van Paul Van Aelst

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies