• |
Eric Bauwens
Guido-Jules Kindt
Non-fictie
  • 423 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

12 december 2019 Vader Anseele
Halfweg de 19de eeuw leeft een vijfde van de Gentse bevolking samengeperst op minder dan een honderdste van de stadsoppervlakte.
In het Batavialuik staan 117 huisjes op een oppervlakte van amper 100 op 30 meter. De 600 bewoners moeten het stellen met zes latrines en twee waterpompen. Het jaarloon van een Gentse arbeider bedraagt 656 frank, en dat is zowat 100 frank te weinig om rond te komen, terwijl elke arbeider 12 tot 14 uur per dag moet werken. Vanaf hun zes jaar worden de kinderen al naar de fabriek gestuurd.

Welk voedsel kunnen die mensen zich veroorloven? Aardappelen met wat saus, groenten gestampt met de aardappelen, roggebrood ’s morgens en ’s avonds, alleen op zondag wat vlees, en soms vis uit de Leie en de Schelde. Tot overmaat van ramp breekt in 1866 voor de zevende keer in veertig jaar tijd een cholera-epidemie uit.
Dit zijn maar enkele elementen die de aanleiding vormen tot sociale onrust en de opkomst van het socialisme. De grote latere voorman van de socialisten, Edward Anseele, was op dit moment amper 8 jaar oud. Sociale rechtvaardigheid was nog niet aan de orde.

Een paar decennia later wordt Anseele, na allerlei persoonlijke perikelen, militant van de Gentse afdeling van de Internationale. Met zijn organisatorische talenten en zijn vlotte pen ligt hij aan de basis van de oprichting van de Belgische Werklieden Partij (BWP).

In de jaren 1870 verschijnt de sociale bestseller ‘De Verborgenheden des Volks’ van de Fransman Eugène Sue in het Nederlands. Ook Edward Anseele voelt zich geroepen om een roman te schrijven: ‘Voor het Volk geofferd’. Hierin vertelt hij het opgesmukte verhaal van Emiel Moyson, een jong gestorven militant, en diens liefde voor Elise, de dochter van een gewetenloze bourgeois. Het werk wordt gepubliceerd in feuilletonvorm en wordt later in diverse talen vertaald, hoewel het in feite niet veel meer is dan een sociaal pamflet, doorspekt met gonzende redevoeringen.
In 1884 begint de socialistische beweging haar eigen dagblad Vooruit en Anseele wordt de eerste hoofdredacteur. Het is een succes, want twee jaar later kan de krant zich reeds een eigen drukpers veroorloven.
In 1886 breken sociale onlusten uit, maar die worden bloedig onderdrukt. Op dat moment laat Anseele zich horen: in een vlammende redevoering roept hij de soldaten op om niet op het volk te schieten. Hij wordt gevangengezet. Zo wordt hij volksheld en martelaar van het socialisme.
Tijdens diezelfde jaren wordt fel geijverd voor het algemeen stemrecht, dat in 1893 echter wordt afgewezen door het parlement. Daarop volgt een woelige periode van algemene stakingen. Op verschillende plaatsen wordt er geschoten door een onvoorbereide Garde Civique. In Borgerhout vallen 5 doden. Daarop komt de katholieke volksvertegenwoordiger Albert Nyssens met een compromisvoorstel: iedereen krijgt stemrecht vanaf 25 jaar, maar kiezers met een diploma, of zij die een zeker vermogen bezitten, krijgen een tweede of derde stem.

Anseele en de meeste socialisten zijn niét ingenomen met dit voorstel, maar aanvaarden het voorlopig om een einde te maken aan de stakingen, die nog steeds voortduren.
In Vooruit schrijft Anseele: ‘Laat de nieuwe regeling in voege treden en daarna kunnen we starten met een nieuwe actie voor enkelvoudig stemrecht.’ Op die manier kan de Belgische Werklieden Partij deelnemen aan de verkiezingen. Anseele wordt verkozen, niet alleen met zijn 6480 stemmen in Gent, maar ook met de 65000 stemmen die hij haalt in Luik, waar hij ook op de socialistische lijst stond. In Wallonië is hij even populair. In Vlaanderen moet hij opboksen tegen de hegemonie van de katholieken, en tegen priester Adolf Daens met zijn Christene Volkspartij. In 1913 eisen de socialisten algemeen enkelvoudig stemrecht.
In het parlement dreigt een zelfverzekerde Anseele: ‘De regering wil algemene staking? Ge zult ze hebben, vermits gij ze uitlokt. En ze zal groots zijn van kalmte en van beslistheid. Tien maanden hebben wij ze voorbereid, maar ze zal niet losbreken als gij, ministers, het niet wilt. Maar wij, werklieden, zullen onze eigen wens handhaven.’

Door de onwil van de katholieke regeringsleider Charles de Broqueville, die het einde van zijn machtspositie voorziet, komt het op 14 april 1913 tot een algemene staking. Alle fabrieken, mijnen en havens liggen plat. De staking is een groot succes en verloopt geweldloos dankzij leiders als Anseele die de teugels in handen houden.

Na 10 dagen wil de regering met een parlementaire commissie het enkelvoudig algemeen stemrecht in overweging nemen. Anseele, Destrée en Vandervelde, de socialistische top 3 van dat moment, roepen op het werk te hervatten. Wegens de Eerste Wereldoorlog zal het echter nog tot 13 november 1918 duren vooraleer het algemeen enkelvoudig stemrecht er komt. Na gesprekken met een aantal notabelen en met de bisschop van Gent, legt koning Albert de grondwet naast zich neer. Hij wil eerst verkiezingen met algemeen eenvoudig stemrecht en pas daarna zal de grondwet worden aangepast door het nieuwe parlement. Om zijn eigen overtreding van de grondwet te omzeilen, voert Albert het stemrecht in via een gewone wet.
Op 16 november 1919 wordt voor het eerst gestemd volgens de wet waarvoor niet alleen socialisten, maar ook progressieve liberalen al meer dan 30 jaar vochten. Het wordt een ramp voor de katholieken, die sinds 1884 alleen aan de macht waren. Er komt een regering van liberalen en socialisten, en op 7 februari 1921 wordt de grondwet definitief aangepast.
In het boek ‘Vader Anseele’ worden ook de perikelen van Anseele rond coöperatieven en de stichting van een werkliedenbank in alle details uit de doeken gedaan. Men verwijt hem een ‘noodlottig afglijden naar commerciële bedrijfspolitiek’. Ook Anseeles conflicten met andere socialisten zoals Hendrik de Man, Paul De Witte en August Lootens komen aan bod. Deze onderdelen van het boek zijn vooral interessant voor historici die dieper willen ingaan op deze problemen of op het karakter van Edward Anseele.

Anseeles optreden tijdens de Duitse bezetting van 1914-18 getuigt van heel wat moed wanneer hij het als schepen opneemt voor de Gentse bevolking. In december 1917 roept de Raad van Vlaanderen – gestuurd door de Duitsers – de onafhankelijkheid van Vlaanderen uit. Anseele is het daar grondig oneens mee en neemt ontslag. Vanaf dat moment wordt de Duitser Franz Künzer de burgemeester.
Dit boek van ruim 300 bladzijden in vrij kleine druk uitgegeven, is een welkome aanvulling bij de geschiedenis van politieke en sociale verwikkelingen tijdens de 19de - begin 20ste eeuw. Het is een periode die in onze tijd van rauw populisme al te gemakkelijk over het hoofd wordt gezien, vooral door een jongere generatie die leeft in een tijd van geruststellende welstand.
Voor hun ‘verworven rechten’ is een bikkelharde strijd gevoerd.
Eric Bauwens
Guido-Jules Kindt
Non-fictie
recensent
_Guido-Jules Kindt recensent
Meer van Guido-Jules Kindt

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies