• |
Francis Ponge
V De Raeymaeker
fictie

Waardering boekreview

8 november 2018 Het zakboekje van het pijnboombos
Als we Francis Ponge al kennen, is dat waarschijnlijk vanuit de lessen Franse literatuur op school of vanuit bloemlezingen Franse poëzie.
De tekstjes/ gedichten die daarin voorkomen zijn bijna onveranderlijk “het brood”, “het openen van een deur”, het kratje”, “de sigaret”, “de zeep”. Die kleine meesterwerkjes komen uit zijn eerste verzamelbundels (‘Le Parti pris des choses’ en ‘Proêmes’) en bij het lezen daarvan krijg je een beeld van Ponge als een voorzichtig, schuchter man, die verrast dromerig, als voor de eerste keer, naar de dingen kijkt en overvallen wordt door hun innerlijke aanwezigheid en karakter.
Hij laat je rondwandelen in een wereld die je nu pas opmerkt: fris, als na de schepping, of oeroud. Hij tast die “dingen” af met woorden, ervaart ze, dringt dieper tot ze door, bekijkt ze van alle kanten, beleeft ze, geniet ervan, schept er plezier en “welbehagen” in.
Wat hij bij je oproept, losmaakt, zijn nuances van gevoelens, het vertrouwelijk worden en blijven ondergaan tot je volledig het genot van dat voorwerp, van het bestaande, ondergaat. Hij haalt dat tevoorschijn uit een normaal onopgemerkte, stomme, dode wereld en wekt het tot leven. De dingen worden op antropomorfe wijze “iemand”, een wezen. Daarna blijft hij die ontdekking verder uitdiepen, omschrijven en beleven.
‘Maar Ponge was helemaal geen stille, teruggetrokken kunstenaar. Hij was lid van de communistische partij, zat bij de “Résistance” tijdens de oorlog, was een nuchtere, uitgesproken theoreticus die van poëzie niet moest weten, maar vond dat je de dingen op “de koudst (“froide”) mogelijke manier” moest benoemen, uitdrukken en omschrijven - de juiste woorden vinden die samen met hun ‘buren’ en de tekst een eigen betekenis krijgen, zoals bij het functioneren van een horloge.'
Daardoor krijgen de meest banale objecten zoals bijvoorbeeld een sigaret of een kaars, belang. Hij bleef die theorie natuurlijk niet enkel toepassen op eenvoudige voorwerpen maar ook op grotere eenheden en verschijnselen. In dit boekje neemt hij “het pijnboombos” onder de loep. Opnieuw vertrekt hij van aandachtig kijken, voelen en ondergaan – alsof hij voor het eerst een pijnboombos binnenstapt en begint te kijken én ondergaan. Hij verwoordt, een veertigtal bladzijden lang, steeds maar verder, stelt scherper, herhaalt, wil elke observatie verbeteren, er “rond-denken”.
Het eigenaardige is dat deze zogezegd objectieve en koele benadering van Ponge ergens toch vol schroom lijkt. En poëzie wordt door dit voor het eerst “zien”, de aandacht en het bijsturen van eerdere observaties of het zoeken naar de juiste woorden. Ponge zélf zal daar zeker niet zo over gedacht hebben…
Francis Ponge
V De Raeymaeker
fictie
-
_V De Raeymaeker -
Meer van V De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies