• |
Yoni Van Den Eede en Karl Verstrynge (red.)
Karel Van Dinter
Non-fictie

Waardering boekreview

18 september 2019 De maakbare moraal. Visies op ethiek en humanisme
Welke moraliteit heeft een seculiere, superdiverse en hoogtechnologische samenleving nodig om te overleven? Ooit kwam alle heil van boven: tijdloos, onbetwistbaar en (meestal) van God gegeven. Vandaag beschouwen moraalfilosofen moreel gedrag eerder als een adaptatief gebeuren: de concurrerende complexiteit van morele werelden met uiteenlopende waarden, regels en normen verandert immers voortdurend.
Al dan niet doelgericht, spontaan of lukraak… Toch beschouwen humane wezens - te voorbarig en aanmatigend, zo blijkt - hun moraliteit graag als verstandig en consistent, intentioneel en, waarom niet?: maakbaar.
In De Maakbare moraal uit de reeks Humanismen laten tien academische filosofen (verbonden met de VUB) daarover hun licht schijnen. Maakbaar? Intentioneel? Dat werd neuzen in het gedachtegoed van de moderniteit!
In Albert Camus en de atheïstische spiritualiteit. Een kritiek op de maakbaarheid van de wereld herneemt Daniel Acke de zoektocht van Camus naar een autonoom en existentieel engagement. Het heelal is zin- en doelloos. Het is ‘doof’ en reikt geen zingeving aan. Moraliteit is dus ook niet gegeven. Maakbaarheid bij Camus? Toch wel! Maar dan door een existentieel en willend engagement.
Hans Alma (Morele verbeelding en pluralisme) vindt ‘maakbaarheid’ gevaarlijk. Mensen kunnen reflecteren en hun sociale verbeeldingen ten goede veranderen, maar dat is niet vanzelfsprekend. Vooral niet in een globaliserende en multidiverse context waar het publieke domein bepaald wordt door economische waarden en marktwerkingen. Toch kan de morele verbeelding een pijler worden van ‘een democratie die pluralisme realiseert.  (…) die voorbij passieve tolerantie actief werkt met verschillende visies op het goede om tot een rijk samenlevingsideaal te komen.’ Kan de (westerse?) verbeelding daartoe een soliede bodem bieden?
Humanistische standpunten over diversiteit, autonomie en verdraagzaamheid beroepen zich graag op Spinoza. Sonja Lavaert verduidelijkt dat voor deze superdiverse samenleving, haar seculiere ambities en de samenhang tussen tolerantie en democratie. Spinoza kan ons dan brengen ‘tot een radicaal nieuwe politieke theorie waarin vrijheid en zelfbepaling het doel vormen’. Dat veronderstelt nogal wat bereidheid om te denken mét Spinoza, maar helpt ons misschien slechts schijnbaar voorbij de antinomie van vrijheid, autonomie en verantwoordelijkheid.
Wat rest er van privacy en zelfbeschikking als het (consumptie)gedrag van de burger wordt gemeten (Big Data), ontleed en gestuurd? Julia Maria Mönig herinnert ons in Gedragsbeïnvloeding door marketing in de massamaatschappij aan de schade die zo wordt berokkend aan de politieke (én morele) begrippen ‘autonomie’ en ‘zelfbeschikking’. Toch wordt die ontmenselijking amper aangepakt. Want: de ingebouwde motor van het neoliberale groeimodel… De ‘politieke’ marketing past gelijkaardige, verwerpelijke strategieën toe zodat economische motieven niet enkel een politieke dimensie krijgen, maar ook het politieke domein gaan domineren. Een dubbele bedreiging voor de democratie.
Geen nieuwe kritiek hier, maar een pertinente update…
De enorme groei van het medische kunnen zorgt voor nogal wat morele dilemma’s. Mag alles wat kan? Niet enkel in het algemene gezondheidsbeleid, de relatie tussen patiënt, arts en verpleegkundigen, de inzet van (schaarse) middelen, maar zeker in het biomedische onderzoek moeten morele afwegingen worden gemaakt.
Johan Stuy en Adelheid Rigo geven (genuanceerd) voorrang aan de autonomie van de patiënt, maar wijzen ook op het belang van het wederzijdse vertrouwen tussen arts en patiënt. Dat veronderstelt echter het bestaan van een ‘common morality’. Daaraan kan getwijfeld worden.
In Moraliteit van nature bespreekt Marc Van den Bossche het verband tussen maatschappij en moreel gedrag. Presociaal gedrag wordt door socialisering gemoduleerd tot aanvaardbaar moreel gedrag. Zo krijgt de maatschappij de moraal die zij nodig acht.

Die eigen moraal wordt echter ook vlotjes evident en superieur bevonden. Een instant argument voor sommigen om totale integratie op te leggen aan nieuwkomers. Maar ‘een maatschappelijk klimaat van angst en het weigeren van face-to-face-ontmoetingen met de kwetsbare ander’ is een kwalijke zaak. Daarom verwijst Van den Bossche naar Zygmunt Bauman en Emmanuel Levinas en de gegeven moraliteit van de ontmoeting met ‘de vreemdeling’. Het (h)erkennen van ‘het gelaat van de ander’ is presociaal, uitnodigend en dwingend. Toch wijst Van den Bossche erop dat moraliteit daarmee nog niet gefundeerd is. Maakbaarheid? Ja en nee…
Technologie lijkt steeds meer de bovenhand te krijgen op onze autonomie en vrijheid. Zelfbepalende algoritmen (autonomie!) streven doelen na die ontsnappen aan menselijke controle.

In De maakbaarheid van spontaniteit. Een herlezing van Ellul verkent Yoni Van Den Eede enkele ‘profetische filosofieën’ over die impact van technologie. Bij Jacques Ellul vindt hij behalve een begrijpend verklaren van het indringende én autonome karakter van de huidige technologische ontwikkelingen ook mogelijkheden om de verloren vrijheid terug te winnen.
Karl Verstrynge schetst in ’Nieuwe, nieuwe media’ en de technologisering van het woord de ontwikkeling daarvan. De ‘technologie van het schrift’ had telkens een invasief effect op het individuele en collectieve bewustzijn.

Het profetische aforisme ‘The medium is the me(a)ssage’ (Marshall McLuhan) hield een ingehouden en onvoldoende begrepen waarschuwing in. Vandaag is het algoritmisch (!) van toepassing op de informatietechnologie. Ook op het filosofisch denken…? Samen met Vattimo (de argwaan voor IT) en Deleuze (virtualiteit als schijnwereld) vraagt Verstrynge of ‘de technologieën van de virtualiteit’ ons nog in staat stellen om hen op dezelfde manier in vraag te stellen als de ‘traditionele offline media’. Ons? Hopelijk zijn dat niet enkel de (academische) filosofen onder ons…
Else Walravens (De relatieve maakbaarheid van de Beauvoirs’ Moraal van de dubbelzinnigheid) herinnert aan de dubbelheid van de mens: materieel en geestelijk, intentioneel en gedetermineerd, geworpen en vrij. Een antinomie van ‘uiterlijkheid’ versus ‘eeuwigheid en zuivere innerlijkheid’...
Hoe maakbaar is een moraal van de ambiguïteit dan?

Voor de Beauvoir is die pas authentiek wanneer men die onherleidbare dubbelheid inziet en (h)erkent.
Volgens het humanistisch existentialisme van Sartre en de tot vrijheid bestemde mens is een morele wereld maakbaar indien een verantwoordelijk subject zich handelend richt op weloverwogen doelen. Elke poging om die vrijheid te ontlopen (kwade trouw) kan onmogelijk authentiek zijn. Karel Van Dinter
Yoni Van Den Eede en Karl Verstrynge (red.)
Karel Van Dinter
Non-fictie
Moraalfilosoof
_Karel Van Dinter Moraalfilosoof
Meer van Karel Van Dinter

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies