Kwintessens
Geschreven door Christophe Busch
  • 424 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

12 september 2022 Het graf van Hannah Arendt
Enkele collega's en ikzelf hebben het verwijt al meermaals ontvangen. Na een geschreven of gesproken handeling waar een toehoorder het niet mee eens is, krijgen we steeds hetzelfde verwijt: 'Hannah Arendt draait zich om in haar graf'. Geen tegenargument, geen kritische analyse of zelfs maar een poging om tot dialoog te komen. Wel een rotsvaste overtuiging dat Hannah onze stelling resoluut verkeerd zou vinden en langs de andere kant, altijd hun kant, zou staan. Het is als het ware een omgekeerd 'argumentum ad Hitlerum' of de omgekeerde Hitlerkaart die men trekt. Als Hannah Arendt het gezegd heeft – 'argumentum ad Arendtum' – is het zeker goed en juist. In een modern jasje geplaatst komt het neer op: 'What would Hannah say?'.
Nu is mijn respect voor iemand als Hannah Arendt bijzonder groot en vanuit mijn onderzoeksdomein heeft dat voornamelijk te maken met het feit dat zij dwars tegen de toenmalige consensus inging toen ze stelde dat Holocaustdaders niet intrinsiek kwaadaardig of pathologisch gestoord waren. Hun moorddadige handelingen die buitengewoon gruwelijk waren zouden volgens Arendt hun oorsprong vinden in de gedachteloosheid en niet in abnormaliteit. Het net niet nadenken over waartoe jouw gedrag bijdraagt. Ze zorgde daarbij voor een revolutie in de Holocauststudies die tot op vandaag nog steeds de wetenschap beroert. Waarom ze volgens mij zo'n groot verschil maakte en haar denken vandaag nog steeds zo relevant is, heeft meerdere redenen. Vooreerst durfde Arendt te denken, sterker nog ze 'moest verstaan' ondanks de blokkades die het denken soms verhinderen. Dat denken deed je volgens haar best zonder leuningen, pilaren of steuntjes ('Denken ohne Geländer'), je moet zelf denken zonder ideologieën, religies of andere tradities. Veelal denken door net moeilijke of lastige vragen te stellen, in dialoog te treden met elkaar en door aan de befaamde tafel van Hannah Arendt aan te schuiven. Maar even belangrijk hierbij is van mening te veranderen als het denken daartoe geleid heeft. Dat is trouwens iets dat Arendt ook vaak gedaan heeft. Van een beschrijving van het radicale kwaad kwam ze tot de stelling dat het kwaad niet radicaal kan zijn, maar wel extreem. Van vroege zionistische standpunten evolueerde ze naar een bijzonder kritische opstelling tegenover de wijze waarop het zionisme zich voltrok. Hannah Arendt wordt vaak in een progressieve context geciteerd, maar is doorsnee eerder conservatief en gericht op traditie. Denken deed Hannah Arendt haar gedachten en inzichten voortschrijdend veranderen, maar om dat te weten moet je natuurlijk haar omvangrijke en niet altijd eenvoudige oeuvre doorploegen.
Daar zit hem dan net ook het probleem van het gebruik van citaten en al zeker van autoriteitsfiguren. Arendt wist als geen ander dat citaten vaak het enige is dat overgeleverd wordt. Soms ter inspiratie in een andere tekst, maar ook gewoon als een citaat op een katoenen zak van een of ander congres. In een prachtige tekst over haar onfortuinlijke vriend Walter Benjamin, die citaten verzamelde, gebruikte ze hiervoor de metafoor van parelduikers. In de diepte van de rijke zee worden parels en stukken koraal opgedoken die als gedachtefragmenten of 'Denkbruchstücke' (denkbrokstukken) kunnen worden gebruikt. Een goed geplaatst citaat kan bijzonder verhelderend werken, maar elk citaat draagt een grote kwetsbaarheid in zich. Sommige van deze parels worden zodanig losgetrokken van hun context en betekenis dat ze enkel nog gebruikt, of beter misbruikt worden als autoriteitsargumenten. Hannah zei! Een van de meest schandalige voorbeelden hiervan is het recente boek De psychologie van het totalitarisme dat ik las van de Gentse psychoanalyticus Mattias Desmet. Het boek is de pseudowetenschappelijke variant van die antivaxers die het waagden om met jodenster en in kampplunje de vergelijking te trekken tussen de Holocaust en de coronamaatregelen. 'Zo moet Anne Frank zich gevoeld hebben', vergetende dat Anne Frank ter dood werd geselecteerd niet omwille van een keuze maar omdat ze was wie ze was, namelijk een kind van Joodse origine. Op gelijkaardige wijze maakt Mattias Desmet de ene na de andere totaal ongepaste en ongefundeerde vergelijking tussen hedendaagse (of al toenmalige) overheidsmaatregelen en de Holocaust.
Het bijzonder verstorende, verwarrende en ook gevaarlijke is dat zijn boek vol staat van parels van citaten van allerhande wetenschappelijke autoriteiten zoals Gustave Le Bon, Solomon Asch, Hannah Arendt, Kant, Hegel, Gleick … en nog veel meer. Parels die zodanig losgetrokken worden van hun betekenis dat ze enkel nog als doel hebben deze pseudowetenschap enige schijn van wetenschappelijke autoriteit te geven. Het boek omvat een bijzonder verstorende methodiek waarbij er eerst wordt gewaarschuwd voor bepaalde problemen en uitdagingen om vervolgens zelf die weg op te gaan. Waarschuwen voor onfeitelijkheden door het creëren van onfeitelijkheden, waarschuwen voor angst door het creëren van angst, waarschuwen voor complotten door het creëren van complotten. Zo stelt Desmet meermaals dat 85% van de medische studies foutief, tendentieus tot zelfs frauduleus zijn. Later gevolgd door de stelling dan zijn beweringen wel uit The Lancet en Science komen. Bijzonder merkwaardig is dat hij tot driemaal gewag maakt van een zogenaamd plan waarbij Hitler elke Duitser met hart- en longproblemen wou elimineren, iets wat zogezegd niet lukte door het verloop van de oorlog. Of de merkwaardige stelling dat slechts een vijftal mensen de gehele vernietigingsmachinerie van de Holocaust hadden gepland en voorbereid en er in slaagden de massa 'in totale blindheid' er te laten aan meewerken. Elke Holocaustonderzoeker fronst bijzonder sterk zijn wenkbrauwen bij zulke ongenuanceerde onzin. Maar het past mooi in het door Desmet gecreëerde beeld van hoe een technocratische ideologie tot een gedachteloze massavorming kan leiden. Naadloos wordt de vergelijking getrokken tussen totalitaire leiders die geen enkele wet (politiek, economisch en sociaal) volgen en het risico dat we lopen met de pandemiewet, nl. dat die alle wetten en rechten afschaft in onze samenleving. Desmet maakt ook gewag van het gevaar van complotdenken van QAnon, lockstepscenario (Rockefeller Foundation), Event 201 (Bill & Melinda Gates Foundation) en The Great Reset (Klaus Schwab) om daarna naadloos over te gaan hoe zulke instituten deze technocratische ideologie als twijfelachtige strategie en hun financiering gebruiken om hun ideaalbeeld aan de gehele samenleving op te leggen. Hij schrijft letterlijk: 'In hun pogingen om hun ideaalbeeld op te leggen aan de maatschappij overschrijden instituten en mensen wel degelijk ethische grenzen en als dat ver genoeg gaat, kunnen hun strategieën inderdaad de vorm aannemen van een volwaardig complot: een geheim, intentioneel, planmatig en kwaadaardig project' (p. 183). Het sociaal darwinisme en eugenetica, die mede tot een extreem moorddadige rassenpolitiek in nazi-Duitsland hebben geleid, zouden volgens Desmet vervangen zijn door hedendaagse sociale biologie. Versta wie het verstaan kan. En neen de recent overleden en founding father ervan Edward O. Wilson draait zich niet om in zijn graf, maar ik verzoek wel eerst eens zijn baanbrekend werk te lezen vooraleer men dit zomaar gelijk stelt aan eugenetica. Daarbij zal Desmet ook ontdekken dat de passages over superorganisme, in zijn betoog over massavorming, een van de specialisaties was van Wilson als mierendeskundige. Hij schreef er een volledig boek over samen met Bert Hölldobler.
Het bijzonder spijtige is dat de parels van de wetenschap hier zozeer uit hun context en betekenis worden getrokken dat het pijn doet. De zeer gekende quote van Hannah Arendt over het gevaar wanneer de massa niet meer het verschil ziet tussen feit en fictie is hier dan ook terecht, maar net omdat het boek bijdraagt aan een vervaging van deze grens. Net zoals het gebruik van het concept totalitarisme, zoals Hannah Arendt het bedoelde. Totalitarisme is een terreur die nooit stopt, nooit een vaste vorm heeft en nooit een vaste slachtoffergroep aanneemt. Het is een terreur die totaal is en te allen tijde eender welk onderdaan kan viseren in zijn moorddadige praktijk. Voor Arendt waren er maar twee totalitaire regimes, het nazisme en het stalinisme. Later maakte ze ook gewag van China. En ja, Arendt vroeg om uit te kijken naar elementen zoals leugenachtigheid en verlatenheid, die mede de bronnen van totalitaire bewegingen kunnen zijn. Maar Arendt vroeg ook om de term niet lichtzinnig te gebruiken. Net zoals je ook niet elke massamoord kan benoemen als een genocide. Totalitarisme is een uiterste categorie, en komt na tirannie, dictatuur en apartheid. Dat er uitdagingen zijn in ons democratisch bestel is evident zo, en al zeker als we worden geconfronteerd met een pandemie of oorlog. Het lichtzinnige gebruik van het concept totalitarisme en het concept massavorming, met volgens Desmet als onderliggende dynamiek een soort van hypnose, doet bijzonder veel oneer aan de talloze en reeds uitvoerig beschreven inzichten binnen de sociale psychologie en Holocaust- en genocidestudies. Maar dit alles noopt me er niet toe om te stellen dat Hannah Arendt zich omdraait in haar graf. Ik was er onlangs, op het kleine kerkhof in Bard College New York waar ze begraven ligt. Hannah haar werk is af en ze zou waarschijnlijk zeggen dat je nu zelf moet denken, liefst zonder leuningen (ideologische referentiekaders), zonder autoriteitsaanspraken door louter haar naam te gebruiken. Ze zou het evident vinden dat haar werk wordt geciteerd, maar dan wel binnen de context en betekenis die ze zo uitvoerig heeft beschreven. Ze zou oproepen dat je best zelf goed kritisch nadenkt, steeds in relatie met de andere en in respect voor het voortschrijdende inzicht van wat de wetenschap ons aanreikt. Maar omdraaien in haar graf doet ze niet. Ze ligt er in bijzonder goed gezelschap zoals haar man Heinrich Blücher en de auteur Philip Roth. Hun werk is af. Het is aan ons om er verstandig en respectvol mee om te gaan.
(Dit artikel verscheen eerder op de website van het tijdschrift Sampol (Samenleving & Politiek). Overgenomen met toestemming van de auteur.)
Lees hier de recensie van Walter Lotens van De psychologie van totalitarisme, het boek van Mattias Desmet.
Kwintessens
Christophe Busch is directeur van het Hannah Arendt Instituut.
_Christophe Busch Foto © Jimmy Kets
Meer van Christophe Busch

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws