Kwintessens
Geschreven door Fons Mariën
  • 491 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

25 augustus 2022 Over gender- en taalkwesties
Op zaterdag 13 augustus trok de Antwerp Pride Parade door de stad, een evenement dat veel volk op de been bracht. De parade vroeg aandacht voor de rechten van de lgbtqi+-gemeenschap. 's Avonds had nieuwslezer-van-dienst Fatma Taspinar het op het VRT-journaal over de 'queer gemeenschap'. Pardon, 'queer'? Zou de modale tv-kijker die term kennen, zo zonder duiding? Tenzij de beelden voldoende duiding gaven ...
Het woord 'queer' is niet nieuw in het genderjargon. Het genderdenken maakt trouwens deel uit van het woke-gedachtegoed. Daarom is het boek Wokabulary, het 'kritisch wokewoordenboek' (Aspekt, 2022) van de Nederlandse filosoof Floris van den Berg zo nuttig. Want woke en genderdenken gaan gepaard met heel wat nieuwe woorden, of nieuwe betekenissen van bestaande woorden. Queer is maar één woord uit het hele vocabularium van woke. Veel eerder zijn me in dit verband al een paar zaken opgevallen qua taal en woordgebruik.
De reeks Sarah in genderland (te zien op VRT NU) begint aldus: 'Toen ik veertien was, bestonden er maar twee hokjes: je was een meisje of je was een jongen'. Dat zegt Sarah Vandeursen, die de reeks presenteert. Daarna begint ze een zoektocht in 'genderland', waarin vooral de fluïde kanten worden belicht.
In zijn boek Gender in de blender (Borgerhoff & Lamberigts, 2020) schrijft prof. Piet Hoebeke: 'Precies daarom is het nuttig om af te stappen van het binaire model. Niet iedereen hoeft te passen in slechts een van twee vakjes, man of vrouw' (p.16).
Hokjes of vakjes: steeds weer wordt de binaire indeling in mannelijk en vrouwelijk gekarakteriseerd met deze begrippen. Maar in begrippen als hokjes, hokjesmentaliteit of hokjesdenken, hoor je meteen een pejoratieve connotatie. Met andere woorden: vanuit de zogenaamde lgbtqi+-gemeenschap wordt getracht de binaire indeling, waaraan de overweldigende meerderheid van de mensen probleemloos beantwoordt, in een slecht daglicht te stellen. Het is zoiets als 'guilty by association'. Volgens de hedendaagse woke-mentaliteit moeten mannen en vrouwen zich meer en meer ongemakkelijk voelen met hun (seksuele) identiteit en moet de nadruk steeds meer gelegd worden op fluïde, non-binaire identiteiten. Ook al gaat het dan om een sterke minderheid in de samenleving. Het woke-karakter hiervan schuilt in het feit dat de aandacht vooral gaat naar minderheden, in de genderkwesties dusdanig zelfs dat de 'wereld op zijn kop' gezet wordt. Respect voor minderheden is noodzakelijk, maar helemaal vanuit die minderheid het denken bepalen en de overweldigende meerderheid in een kwaad daglicht proberen te zetten, is iets anders. Het genderdenken vertrekt immers vanuit de uiterst subjectieve ervaringswereld van een absolute minderheid en van daaruit associeert het de binaire indeling in twee geslachten (een biologisch feit!) met hokjes of vakjes. Typisch voor woke is dat aandacht voor minderheden hand in hand gaat met aandacht voor slachtofferschap. Graag stelt de 'queer gemeenschap' zich voor als slachtoffer. Dat gaat dan voorbij aan het feit dat homo's en lesbiennes in dit land al sinds 2003 kunnen huwen. Ze kunnen ook kinderen adopteren. Sinds 2018 wordt aan personen die hun geslacht (dat bij de geboorte vastgesteld werd) op hun identiteitskaart wensen te wijzigen, geen medisch attest meer gevraagd waaruit zou blijken dat ze een geslachtstransformatie hebben doorstaan. Met andere woorden: de subjectieve beleving (als man of vrouw of als non-binair) volstaat.
Niet toevallig verscheen eerder dit jaar op de website van VRT NWS een bericht over overheidsambtenaren die een brochure krijgen over genderninclusief taalgebruik. De overheid streeft naar gelijkheid tussen de seksen, wat uiteraard ook mijn instemming krijgt. Maar in de praktijk gaat dit streven gepaard met woorden die 'genderneutraal' zijn. In de brochure Tips voor genderinclusief schrijven lezen we onder meer: 'Genderinclusief of genderneutraal schrijven is een manier van schrijven die tot doel heeft om respectvol met gender om te gaan en in het bijzonder voor de plaats van het vrouwelijke (en dus van de vrouw) in communicatie'. En verder luidt het: 'Gebruik in je communicatie bij voorkeur inclusieve woorden, die niet uitsluitend mannelijk of vrouwelijk zijn'. Vooral de voorbeelden in deze tekst zijn sprekend: schrijf dus administratief medewerker in plaats van secretaresse, en gebruik sekseloze woorden als leerkracht, verpleegkundige, teamleader, adviseur en dergelijke. Gebruik ouders in plaats van moeders en vaders. Vermijd het achtervoegsel -man en gebruik liever -persoon, zoals ombudspersoon. Uitdrukkingen met 'man' worden vervangen: unaniem in plaats van als één man, medewerkers in plaats van mankracht. Vervang 'geachte heer/mevrouw' door bijvoorbeeld 'beste klanten'.
Als deze trend zich doorzet, zo concludeer ik, zullen schepen voortaan dus niet meer 'met man en muis' vergaan, maar 'met mens/persoon en muis'.
Ik geef hier slechts enkele voorbeelden. Maar het hele document ambieert opnieuw om via de taal ons denken te beïnvloeden. Te duidelijke verwijzingen naar man (of vrouw) zijn voortaan uit den boze. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat dit streven hand in hand gaat met de hokjes of vakjes die we hierboven tegenkwamen. Meer en meer groeit een sekseloze communicatie, dat om de subjectieve gevoeligheden van een kleine minderheid (interseksen, transgenders etc.) ter wille te zijn. Of hoe de taal ingezet wordt voor een door woke gedomineerd identiteitsdebat, dat 98 procent van de mensen negeert.
Kwintessens
Fons Mariën is auteur van 'Ik ben geen witte man. Over racisme en woke-activisme' (ASP, 2022).
_Fons Mariën Auteur
Meer van Fons Mariën

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws