Kwintessens
Geschreven door Nele Strynckx
  • 1071 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

5 augustus 2022 Behoefte aan bescheidenheid
Het was met enige vertraging – vakantie, weet je wel – dat ik wat meekreeg uit de 11-julitoespraak van Jan Jambon (zie link onderaan dit artikel). Volgens de Vlaamse minister-president is het hoog tijd dat we onze bescheidenheid opzij durven te zetten. Ik weet niet of het door de hitte kwam of om de monotonie van het stappen langs steile bergpaadjes te doorbreken, maar zijn uitspraak zette me aan het denken. Wat is er mis met bescheidenheid?
Mensen associëren het begrip vaak met een gebrek aan eigenwaarde of zelfvertrouwen, met jezelf minderwaardig vinden. Ik zou het tegendeel durven beweren. Je kan pas écht bescheiden zijn wanneer je voldoende zelfvertrouwen hebt, jezelf goed kan inschatten en weet wat je waard bent. Alleen dan voel je niet meer de behoefte om op te scheppen, jezelf in de kijker te plaatsen en bewondering op te eisen. Wie genoeg verdiensten heeft, zal wel door anderen gecomplimenteerd worden. Erkenning en appreciatie komen meestal vanzelf, als je ook werkelijk iets verwezenlijkt hebt wat de moeite is.

Bescheidenheid betekent ook niet dat je van jezelf niet kan zeggen dat je ergens goed in bent of iets beter kan dan iemand anders. Alles hangt af van het perspectief waaruit je het bekijkt. Als Jef Neve een gastles zou geven aan eerstejaarsstudenten van het conservatorium, dan is het niet arrogant als hij zou veronderstellen dat hij van alle aanwezigen de beste pianist is. Beweren dat hij de grootste muzikant ooit is, zou dan weer van weinig bescheidenheid getuigen, tenzij het ironisch bedoeld is, dan kan het weer wel.
Nederige mensen hebben het vermogen zichzelf te relativeren. Over wie zal men nog spreken over pakweg tweehonderd jaar? Wie komt in de geschiedenisboeken terecht? Enerzijds de échte groten der aarde: wetenschappers, uitvinders, kunstenaars of filosofen die een substantiële en positieve bijdrage aan de wereld leverden, en anderzijds de tirannen, misdadigers en veroveraars die net het omgekeerde deden. Bovendien leeft niemand lang genoeg om zelf mee te maken dat ze een blijvende plaats in de geschiedenis hebben ingenomen. Dat besef zou elke eerzucht al wat moeten temperen.
_Bescheiden helden
Of die groten der aarde dan allemaal zo bescheiden waren, is moeilijk te achterhalen, maar sommigen onder hen geven toch wel die indruk. Hoe Darwin bijvoorbeeld ruim 20 jaar aan zijn On the Origin of Species werkte, startend met de nederige notitie ‘I think’ boven een schets waaruit één van de belangrijkste wetenschappelijke theorieën ooit zou groeien. Hoe hij steeds weer andere studies uitvoerde om extra bewijs voor zijn ideeën te verzamelen of hoe hij voorstelde dat hij ook een pamflet kon schrijven in plaats van een wetenschappelijk artikel als de beoordelaars van de Linnean Society zijn werk niet goed genoeg zouden vinden. Het zijn niet bepaald illustraties van een grote zelfgenoegzaamheid bij de man.
Socrates, één van de grootste wijsgeren ooit, staat misschien wel het meest bekend om deze uitspraak: 'Het enige dat ik weet, is dat ik niks weet’. Op zich een erg pretentieloze gedachte, maar ook één die impliceert dat hij tegelijk de meest wijze persoon was, omdat hij zich – in tegenstelling tot alle anderen – wél bewust was van zijn onwetendheid. Sommigen zouden Socrates daarom net hoogst arrogant en zelfgenoegzaam noemen. Hij kijkt immers neer op zij die denken wel veel te weten. Toch zou ik hem liever als bescheiden dan als arrogant bestempelen. Wellicht was hij zich ervan bewust, er misschien zelfs van overtuigd, dat hij meer wist of slimmer was dan een ander, maar met zijn socratische methode ging het hem niet zozeer om aan te tonen dat hij het beter wist, maar om de ander aan zijn eigen overtuiging te doen twijfelen. Voor mensen die vol zijn van zichzelf, is de attitude van iemand als Socrates uitermate irritant, maar mij lijkt het een goede ingesteldheid. Zelfs met veel kennis of ervaring blijf je zo open staan voor nieuwe inzichten en informatie.

Het is pas zelfgenoegzaam om helemaal tevreden te zijn met jezelf: met wie je bent, wat je kan en wat je weet.

Ik krijg van leerlingen soms de vraag waarom ze iets moeten leren. Of het nu gaat om driehoeksmeetkunde, middeleeuwse literatuur of Duitse grammatica, als zestienjarige weten ze vaak al stellig wat ze zeker wel en zeker nooit in hun leven nog nodig zullen hebben. Vroeger probeerde ik soms het concrete nut ervan aan te tonen. Nu zeg ik gewoon: 'Je moet dat leren omdat je het nog niet kent’. Je kan toch nooit zeggen dat je genoeg weet? Dat het nu wel volstaat? Ik denk graag dat het dat is wat Socrates bedoelde met zijn boutade.
_Arrogante hufters
Wat de negatieve historische personages, de machtswellustelingen en veroveraars, onderscheidt van de positieve, is volgens mij precies hun gebrek aan bescheidenheid. Het idee dat zij zich meer mogen permitteren dan de anderen, dat ze ervan overtuigd zijn dat zij het recht hebben zich meer te mogen toe-eigenen dan een ander: meer macht, meer bezittingen, meer grondgebied.

Die arrogantie zie je bij elke vorm van hufterig gedrag, of het nu gaat om een ander land willen veroveren, moorden, verkrachten, stelen, frauderen of zelfs gewoon sluikstorten of op een voetpad parkeren. Het gaat in principe steeds om het idee dat iemand vindt dat de regels en afspraken voor anderen gelden, maar niet voor zichzelf. Dat zij een voorrecht mogen claimen, dat ze de uitzondering mogen zijn. Een gebrek aan bescheidenheid gaat dus niet om objectief beter zijn, maar om zich beter voelen dan een ander.
_Overschatting en onderschatting
Mensen hebben van nature al niet veel aanleg tot bescheidenheid. Verschillende studies bevestigen het bestaan van het superioriteitsvooroordeel. Zo vindt een grote meerderheid van de chauffeurs dat ze beter kunnen rijden dan de gemiddelde bestuurder en denken studenten dat ze populairder zijn en meer vrienden hebben dan hun leeftijdsgenoten.
Bovendien speelt ook nog het Dunning-Kruger effect een rol. Mensen overschatten hun eigen kennis en talent, in het bijzonder wanneer ze er eigenlijk een groot tekort aan hebben. Wie wél een expert is in een bepaald domein, schat zijn eigen kunde veel realistischer in en is zelfs iets te bescheiden.

Een overschatting van de eigen capaciteiten kan heel wat problemen opleveren. Men neemt irrationele beslissingen, stelt roekeloos gedrag of brengt zichzelf of anderen in gevaar.
Cross-cultureel onderzoek toont aan dat men in landen als Japan en Zuid-Korea meer de neiging heeft zijn prestaties wat lager in te schatten dan ze in werkelijkheid zijn. Dit zorgt ervoor dat mensen meer inspanningen leveren om zichzelf te verbeteren en met anderen samen te werken in plaats van hen de loef proberen af te steken. Die bescheidenheid legt hun alvast geen windeieren: ze behoren tot de wereldtop wat betreft economie, technologie, onderwijs en gezondheidszorg.
We hebben dus eerder meer bescheidenheid nodig dan minder. Zelfgenoegzaamheid leidt vroeg of laat tot de eigen ondergang of tot nadelen voor anderen. De schaduwzijde van zo’n realistische zelfinschatting is dat het mensen niet gelukkiger maakt, maar als wat meer bescheidenheid zorgt voor een aangenamere en betere wereld voor iedereen, dan zal het met dat iets mindere geluksgevoel nog wel meevallen.
Kwintessens
Nele Strynckx is leerkracht gedragswetenschappen, cultuurwetenschappen, filosofie en onderzoekscompetenties in het GO! atheneum Ieper.
_Nele Strynckx -
Meer van Nele Strynckx

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws