Kwintessens
Geschreven door Kristiaan Versluys
  • 335 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

5 mei 2022 Culturele infantilisering. Over kunst en humor
Het zal leuk zijn of het zal niet zijn. Dat lijkt wel de nieuwe directieve die musea en andere culturele instellingen hanteren bij het uitwerken van hun programma's. Men schijnt ervan uit te gaan dat enkel een opdringerige vorm van entertainment bezoekers kan lokken naar manifestaties met artistieke inhoud. Er wordt tijd, geld noch energie gespaard om het publiek te allen koste te vermaken. In het bijzonder worden stand-upcomedians ingehuurd om culturele beleving op te leuken. Het resultaat van al die plaisanterieën en het artificiële vertier is meestal echter een pijnlijke verkleutering, die eerder afstoot dan aantrekt.
Neem nu Het Kunstuur in Mechelen. Geen kwaad woord over dit originele initiatief van Hans Bourlon. De toeschouwers worden in groepjes van vijf of zes door een reeks schitterende Vlaamse schilderijen geleid, meestal uit de impressionistische periode. U moet dit gaan zien. De collectie is adembenemend en de formule slaat aan. Alleen, het eigentijdse devies indachtig, heeft men gemeend de toeschouwer te moeten verwennen en verbazen. Verschijnen daar plots Bart Somers, Herman De Croo, Geert Noels, Elodie Ouédraogo, Zuhal Demir of een andere bekende of minder bekende Vlaming om hun licht te laten schijnen op de schilderijen. Men schrikt zich een hoedje. Die gekende figuren staan ineens levensecht in de kamer. Het duurt even voor men doorheeft dat de illusie wordt gewekt door een schrander gebruik van hologrammen. Knap allemaal en lovenswaardig. Het probleem is dat de inhoud geenszins gelijke tred houdt met de techniek. De BV's worden met veel vernuft ten tonele gevoerd, maar, zo blijkt al snel, ze hebben niets opzienbarends te vertellen. Hun commentaar is meestal puur anekdotisch, eigengericht, naast de kwestie en totaal oninteressant. Door hun kortzichtige beuzelarij wordt men afgeleid van het meesterwerk in plaats van ernaartoe gezogen. Uitzondering is de laatste (en gelukkig grootste) zaal waar deskundige uitleg wordt verstrekt. Niets zwaarwichtigs, vlot gebracht door de vertrouwde stem van Jo De Meyer. Maar tenminste een ad rem, kunsthistorische verheldering, die de ervaring verdiept in plaats van ze te bagatelliseren.
Bij Zot van Dimpna heeft men het anders aan boord gelegd. Men moet gedacht hebben dat bij zo'n onderwerp wat zotternij hoort – met desastreuze gevolgen. De tentoonstelling is te vinden in de Sint-Dimpnakerk in het centrum van Geel en de Phoebus Foundation van Fernard Huts is de inrichter. Let op, ik ben een grote fan van de Phoebus Foundation. De curator Katharina Van Cauteren heeft in het verleden verscheidene zeer gesmaakte tentoonstellingen samengesteld die het speelse en geleerde op een gewaagde en geslaagde wijze combineren. VOSSEN (2018) vond ik in dat opzicht een hoogtepunt. Het was een lichtvoetig belevingstraject rond Reynaert de Vos, dat de toeschouwer meenam op een fietstocht door het land van Waas. Door middel van kunstwerken, animaties en filmclips werd het middeleeuwse epos er tot leven gewekt. In de brochure van de Phoebus Foundation staat hierover te lezen: 'nog nooit was cultuurgeschiedenis zo toegankelijk'. Dat is natuurlijk hyperbool en promopraat, maar met een grond van waarheid. VOSSEN was uniek en origineel, een verademing.
Maar in Geel is men een stap of twee te ver gegaan. Met het geld van de Foundation werd een vroeg zestiende-eeuwse altaarstuk gewijd aan de legende van de heilige Dimpna gerestaureerd. Men kan het resultaat nu gaan bekijken in de hoofdkerk van Geel – een logische keuze, gezien de familiale zorg voor geesteszieken waaraan Geel zijn bekendheid te danken heeft, begonnen is door de verering rond de figuur van de Ierse heilige, patrones van psychisch beproefde mensen. Het altaarstuk is niet in alle opzichten een topwerk, maar de gerestaureerde panelen zijn de trip naar de Kempen waard. In een inleidende film van een tiental minuten situeert een aantal experten (waaronder Katharina Van Cauteren zelf) het kunststuk in de tijd en vertellen ze het verhaal van de minutieuze restauratie. Dat is keurig gedaan en een goed begin. De panelen staan in het koor van de kerk opgesteld en tijdens de rondgang wordt via de audiogids verdere uitleg verschaft over de verschillende taferelen. Had men het daarbij maar gelaten. Maar ook hier heeft het apodictische gebod – U zal de cultuurconsument te allen tijde amuseren – geleid tot wansmaak, slechte sier en overdrijving. Hoe anders verklaren dat men het nodig heeft gevonden opnames te vertonen van tenenkrullende ensceneringen met gefingeerde gesprekken tussen de schilder, Goossen Van der Weyden (1455-1543), en zijn opdrachtgever, Antoon Tsgrooten, de toenmalige abt van de abdij van Tongerlo? De platte kolder is het werk van Koeken Troef!, het productiehuis van Bart De Pauw. De overgeacteerde puberale humor haalt echter op verre na niet het niveau van hun gevierde televisieprogramma's. De billenkletsers en doorzichtige grollen horen eerder thuis in oubollig patronaatstoneel.
En het kan nog erger. In dezelfde landstreek als Geel, een vijftiental kilometer verderop, bevindt zich Sluis, een klein gehucht dat behoort tot de gemeente Mol. Naast de kerk, in de voormalige pastorie, is een bescheiden maar sympathiek museumpje ingericht gewijd aan de schilder Jakob Smits (1855-1928). Aan de ingang trekt deze affiche de aandacht:
Jakob Smits
De 'meest fantastische audioguide ter wereld' vertelt bitter weinig over de verdiensten van Smits als schilder. Daarentegen wordt uitgebreid ingegaan op de biografie van de man, vooral zijn getroebleerde liefdesleven. Een groot deel daarvan is tragiek. Smits verlaat zijn eerste vrouw en twee dochters. Met zijn tweede vrouw, van begoede afkomst maar onterfd door een gegriefde vader, verblijft hij in Mol. Het snel aangroeiende gezin leeft er in de grootste armoede, zozeer zelfs dat binnen dezelfde week zijn vrouw en een van hun vijf kinderen omkomen van ontbering. Pas bij zijn derde vrouw vindt Smits enige stabiliteit. Over die vrouw weet Guy Mortier in die 'meest fantastische audioguide ter wereld' te vertellen: 'Ze blijft bij hem tot aan zijn dood. (dramatische korte pauze) Daarna niet meer. We moeten het ook niet te gek maken.' Ja, humor, opleuken, plezant-doen: het kan wrang zijn en toch een beetje beschamend, vooral als het gebracht wordt met een air van hautaine superioriteit. Gekunsteld, maar niet kunstig.
En toch kan het anders. Bij de vernieuwing van zijn aanbod heeft het Gravensteen in Gent Wouter Deprez aangezocht om de tekst op de audiogids samen te stellen en in te spreken. Alweer een professionele grappenmaker, zal u zeggen. Inderdaad, maar deze keer toch een goede keuze. Deprez is een West-Vlaamse Gentenaar, woonachtig op een paar honderd meter van het kasteel. En vooral, hij heeft een scherpzinnig intellect, dat hem toelaat de historische context te actualiseren op een pittige, smaakvolle manier. Zijn zachtaardige, menslievende humor weet zowel kinderen als volwassenen te boeien. Het trucje van het anachronisme dat hij consequent toepast is vrij simpel, maar het werkt. Door ludiek de middeleeuwse situatie te contrasteren met die van vandaag schept hij een perspectief, dat zonder omhaal vragen oproept over de constanten en de evolutie in de geschiedenis. Zijn inbreng bewijst dat cultuur niet doodserieus hoeft te zijn. Ons erfgoed kan best wat badinage verdragen. Het hoort zelfs bij de tijdsgeest. Maar ironie is een fragiel goed. Relativerende commentaar vergt tact en dosering. Zoniet blijft alleen spektakel over zonder inhoud of burleske kluchtigheid – infantiliserende pogingen om te allen prijze hip te zijn.
Kwintessens
Kristiaan Versluys is emeritus prof. Amerikaanse literatuur en cultuur aan de UGent. Hij heeft een doctoraat van de Harvard Universiteit en was geregeld gastprofessor aan Columbia University in New York. Hij is de auteur van o.a. 'Out of the Blue. September 11 and the Novel'.
_Kristiaan Versluys -
Meer van Kristiaan Versluys

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws