Het Vrije Woord
Geschreven door Eddy Bonte
  • 472 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

14 april 2022 De grote verwarring: van strijden naar lijden (deel 1)
Dit driedelige essay legt uit hoe de sociale strijd voor bevrijding door ontvoogding uit de jaren 1960-1970 [de uitgebuite arbeider] beetje per beetje opschoof naar een mix van sociale en identitaire strijd [de vrouw], om uiteindelijk te verwateren tot de verdediging van identiteit zonder meer [de transgender]. Deze verschuiving heeft zich voorgedaan in drie bewegingen. Het voorlopige eindresultaat draagt als kenmerken: wederzijdse uitsluiting, censuur, beschuldigingen, manipulatie van de taal, omgekeerde discriminatie in naam van de gelijkheid, gettovorming, monochromie, cancel culture … Strijden werd ingeruild voor lijden en uitbuiting voor discriminatie.
_Inleiding
Hoe komt het toch dat progressieve en liberaal denkende burgers de reactionaire praktijk van een godsdienst als de islam aanvaarden, ja, dat een in oorsprong emancipatorische beweging als het feminisme de islamitische behandeling van vrouwen goedpraat? Waarom aanvaarden geëngageerde burgers die een leven lang voor gelijkberechtiging hebben gestreden, dat zij vanwege hun 'witte' huidskleur worden weggezet als racisten met 'privileges'?
Wel, in wezen om dezelfde reden dat in bepaalde linkse stromingen in de jaren 1960-1970 geen woord van kritiek mocht worden geuit op de arbeiders. Die zienswijze werd daarna toegepast op de gastarbeider, de vrouw, de zwarte en de homoseksueel – om uiteindelijk te worden overgeplant op eenieder die zich gediscrimineerd acht, zoals de moslima, de transgender en nu de de-transgender.
De voorbeelden zijn legio.
Het gedrag van een 'allochtoon' bekritiseren staat gelijk met racisme – ook al behoren Gentse Turken en Antwerpse Marokkanen tot de derde generatie en mogen we ze dus tot de Vlamingen rekenen. 
Marxisten zetten de reactionaire islamitische praktijk uit de wind door te 'bewijzen' dat Marx zich niet tegen het geloof keerde, integendeel! (PvdA).
Burgers van Arabische afkomst die het atheïsme een intolerante godsdienst (sic) noemen, worden op applaus onthaald (Rachida Lamrabet, Nadia Dala).
Blanken mogen geen literair werk van zwarten vertalen (Gorman vs Rijneveld).
Alle 'witte' mensen zijn geboren met 'privileges' die ze nu horen af te staan. 'Witte' burgers moeten hun mond houden over niet-witte kunst en cultuur, anders is dat 'toe-eigening' van die andere cultuur.
Dus ja, waarom wordt hier amper tegen geprotesteerd? Sterker: waarom verdedigen liberale, progressieve tot linkse burgers dit allemaal – terwijl ze diezelfde kenmerken zo heftig bestreden bij katholieken, strenge protestanten en rechtse krachten?  

Deel 1: De eerste beweging
_Verwarring, vergissing
De kern van onze vraagstelling is perfect samengevat in de slogan 'Vluchteling, welkom!'. Wie een affiche met 'Vluchteling, welkom!' voor zijn raam hangt, gaat er duidelijk van uit dat een vluchteling niet enkel een behoeftig, maar ook een goed mens is. Anders zouden we hem niet welkom heten. Meer zelfs: uit die hulpbehoevendheid volgt een hartelijk 'Welgekomen!'. 
Deze redenering is niet nieuw, want ze werd zo'n halve eeuw geleden al toegepast op de arbeider en de gastarbeider.
'Vluchteling, welkom!' is echter de uitkomst van een verwarring en een vergissing.
  • De verwarring bestaat hierin dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen de sociale en de morele kenmerken van een persoon, dat 'sociaal' en 'moreel' integendeel samenvallen en als één en ondeelbaar worden voorgesteld.
    Neem nu een haveloze migrant die op de vlucht slaat voor oorlogsgeweld.
    'Haveloos' duidt overduidelijk op zijn sociaal statuut. Maar welk is zijn moreel statuut? Is het een fanatieke moslim, een vervolgde christen, een ambtenaar die aan de verkeerde politieke kant stond, een sjacheraar, een ordinaire dievegge – of daarentegen een liefhebbende vader, een strijdster voor vrouwenrechten, een blogger die de theocratie onder vuur neemt of simpelweg een vredelievend individu?

    Anders gezegd, gaat het om een verwarring tussen:
    wat iemand voorstelt in sociaal opzicht, bijvoorbeeld vluchteling of gastarbeider;
    en wie iemand is in moreel opzicht, bijvoorbeeld tolerant, gelovig, vrijzinnig, empathisch, oneerlijk, fanatiek.

  • Die verwarring wordt aangevuld met een vergissing. In ons voorbeeld, wordt iemands negatieve sociale statuut, dat van vluchteling bijvoorbeeld, automatisch gekoppeld aan een positief moreel statuut. Omdat iemand hulp nodig heeft, worden geen verdere vragen gesteld over diens morele profiel. Kortom: 'Vluchteling, welkom!'.  Waarom? Daarom!
_Sociaal en moreel statuut
Hoe is die aberratie tot stand gekomen?
Onze samenleving beschikt al met al over een sterk sociaal vangnet. Ondanks het oprukkende egoïsme, heerst een algemeen gevoel dat niemand uit de boot mag vallen door ongeluk, overmacht of extreme situaties, bijvoorbeeld oorlog of een natuurramp. Geconfronteerd met situaties die we mensonwaardig achten, wordt dat vangnet snel geactiveerd om basishulp te verstrekken, zoals onderdak, voedsel en medische zorg. Voor dit sociale systeem werd lang en hard gevochten. Het kan eenieder die zich bewust is van die volgehouden solidaire inspanning, alleen maar verheugen dat de meest onfortuinlijken en kwetsbaren er een beroep op kunnen doen. Deze empathie, die solidariteit, is dan ook volkomen terecht.
De verwarring slaat echter toe daar waar de sociale reflex – solidariteit en bijstand – omslaat in een morele benadering met criteria zoals medelijden, schuldgevoelens, principiële tolerantie en paternalisme. Om de hypocrisie niet te vergeten.
In eerste instantie zijn we allen geneigd om van een hulpbehoevende veel te accepteren: het is zo al allemaal erg genoeg. We hebben er derhalve in het begin alle begrip voor dat de kinderen niet altijd naar school gaan, de vrouw naar de pijpen van de man danst, de imam de plak zwaait, een gemeenschap zich afzondert enzovoorts.
De grens wordt echter overschreden wanneer een sociaal onfortuinlijke situatie ertoe leidt dat alle aspecten van een persoon integraal en zonder onderscheid worden getolereerd, beschermd, goedgepraat en zelfs gepropageerd. De sociale situatie wordt aldus een alibi voor gedragingen, houdingen, praktijken en ideeën die we anders niet zouden aanvaarden.
_Het dogma
Laat ons dus afstappen van het dogma dat iemand met een negatief sociaal statuut automatisch een moreel acceptabel persoon zou zijn.
De kans is zelfs groot dat bepaalde ervaringen – geweld, armoede, afpersing, foltering, verraad, verlies van dierbaren – aanzetten tot ideeën en daden die absoluut niet voorbeeldig zijn! De tocht naar wat een 'beter bestaan' wordt genoemd, gaat niet noodzakelijk gepaard met goede bedoelingen, al zeker niet als dat 'beter bestaan' ook nog eens als een eenvoudig afdwingbaar recht wordt voorgesteld.
Natuurlijk laten wij geen drenkelingen voor onze ogen verdrinken. Maar even natuurlijk komen deze mensen niet noodzakelijk naar Europa met nobele bedoelingen. 'Sauve qui peut' weerspiegelt geen moreel richtsnoer.
Onschuldig verklaren en verschonen in naam van ongeluk, uitbuiting, armoede, analfabetisme, 'tradities' of wat dan ook, is een humanistisch, progressief gedachtegoed onwaardig: sociale achterstelling wordt tegengegaan door te strijden, niet door te blijven lijden. Het motto 'Iedereen heeft recht op een beter leven' is een aanfluiting van onze eigen sociale geschiedenis en van de realiteit. Zo komt geen bevrijding door ontvoogding tot stand, veeleer het omgekeerde: onderdrukking en discriminatie, al dan niet vermeend, dienen als alibi voor stilstand.
Voor een humanistisch, progressief iemand hoort het niet dat islamitische migranten in hun gastland vrouwen lastig vallen. Een uitgeweken Tsjetsjeen een homokoppel aftuigt. Een allochtoon van de derde generatie (een Belg dus) fraudeert door hier een sociale woning te betrekken en er tegelijk een huis in Turkije op na te houden. Zoals het evenmin pas geeft om hoofddoeken te associëren met feminisme, Marx te verdraaien om te bewijzen dat er niets mis is met de islam, toe te laten dat leerlingen hun juf niet helpen omdat het nu eenmaal een vrouw is, het normaal te vinden dat leraren zich neerleggen bij kinderen die hun geloof boven de wetenschap en de geschiedschrijving stellen.
We zouden het moeten weten, want heel dit verhaal, heel deze aberratie, begon in de jaren '60-'70 van de vorige eeuw. Linkse jongeren, in het bijzonder marxisten, kwamen toen geheel terecht op voor de lotsverbetering van de gewone arbeiders. Hun uitbuiting was reëel: onderbetaalde en gevaarlijke arbeid, een ongezond leefmilieu, bedenkelijke huisvesting, gebrekkige ontplooiingskansen voor henzelf en hun kinderen: het staat netjes samengevat in het toneelstuk Groenten uit Balen (1972) van Walter van den Broeck.
Die strijd voor sociale rechtvaardigheid was meer dan terecht, evenals de solidariteit der studenten. Tot de sociale strijd werd overvleugeld door morele criteria. De arbeider stelde voor sommigen niet zomaar een uitgebuite voor, integendeel: zijn sociale situatie van uitgebuite strekte tot voorbeeld, want hij zou de weg wijzen naar de revolutie, d.w.z. naar bevrijding door emancipatie. De linkse militanten aapten de levensstijl van de arbeider na. Ze keurden zijn culturele keuzes goed, aanvaardden de weinig emancipatorische rolverdeling tussen man en vrouw en applaudisseerden voor zijn anti-intellectuele uitspraken.
Zijn sociaal statuut van arbeider verklaarde, dekte en verontschuldigde alles, ook zijn morele code. De arbeider werd een abstractie: De Arbeider, een morele gids. Van de uitgebuite, de strijder voor sociale rechtvaardigheid, schoot enkel het slachtoffer over: onschuldig, ontdaan van verantwoordelijkheid, gespeend van menselijke ondeugd, derhalve ongenaakbaar. Commentaar, twijfel of kritiek, werden gezien als een aanval, een belediging, ja, als klassenverraad.
Om dit statuut te kunnen behouden, geldt één regel: blijven lijden in plaats van te strijden.  
Kort daarna werd die zienswijze ook toegepast op 'de' gastarbeider, 'de' vrouw, 'de' zwarte, 'de' homo en uiteindelijk op een eindeloze rij discriminaties, al dan niet reëel.
Zo werd de uitgebuite een slachtoffer, een slachtoffer van discriminatie. 

Lees hier het tweede deel van dit essay.


(Deze tekst werd eerder gepubliceerd in De Groene Belg.)
Het Vrije Woord
Eddy Bonte is publicist en radiomaker, gewezen freelancer voor De Morgen en Knack.
_Eddy Bonte -
Meer van Eddy Bonte

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws