Kwintessens
Geschreven door Yves T'Sjoen en Benno Barnard
  • 1678 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

1 maart 2022 Kleur komt nooit alleen
Yves T'Sjoen in gesprek met Benno Barnard
Tijdens het sabbatverlof bied ik (Yves T'Sjoen) voor studenten Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch een collegereeks aan in het opleidingsonderdeel koloniale en postkoloniale Nederlandstalige letterkunde. Samen met de titularis Alfred Schaffer, nu gastdocent aan de Universiteit Gent, en Roy Dielemans komen onderwerpen aan bod zoals De stille plantage van Albert Helman, Oeroeg en Max Havelaar, Tikkop van Adriaan van Dis, de Antilliaans-Nederlandse literatuur (met Frank Martinus Arion en Tip Marugg), en het zwarte perspectief in de literatuur van het Nederlands. De lessen handelen over de Zuid-Afrikaanse Nederlandse literatuur (in de (post)koloniale samenleving van de achttiende en negentiende eeuw), Breyten Breytenbach en het Afrikaner kolonialisme dat bekendstaat als apartheid, Astrid Roemer en het zwart feminisme. Verder wordt aandacht gegeven aan processen van dekolonisatie met verwijzingen naar de vroegere Nederlandse kolonies en postkoloniale samenlevingen in West- en Oost-Indië, in zuidelijk Afrika. Ook Belgisch-Congo komt ter sprake. 
De problematiek is actueel, getuige de excuses van premier Rutte namens het Nederlandse kabinet voor het excessieve geweld bij de zogenaamde politionele acties in de periode 1945-1949 in Indonesië én het publieke pardon dat koning Filip uitsprak voor de gruweldaden van koning Leopold II en de Belgische staat in Onafhankelijke Congostaat (1885-1908) en Belgisch-Congo (1908-1960).
Recente publicaties, zoals Zwart. Afro-Europese literatuur uit de Lage Landen (red. Vamba Sherif en Ebissé Rouw, 2018) en AfroLit. Moderne literatuur uit de Afrikaanse diaspora (red. Dalilla Hermans en Ebissé Rouw, 2020), anthologieën met werk van schrijvers uit de Afro-Belgische en de Afro-Europese literatuur, en de opstellenbundels Zwarte bladzijden. Afro-Belgische reflecties op Vlaamse (post)koloniale literatuur (red. Sibo Rugwiza Kanobana, 2021) en De nieuwe koloniale leeslijst (red. Rasid Elibol, 2021) worden genoemd, naast het boekessay Dominantie. Waarom we denken wat we denken (Academia Press, 2020) van Warda El-Kaddouri en Nadia Nsayi's Dochter van de dekolonisatie (EPO, 2020).
Zuid-Afrikaanse studenten krijgen een werkopdracht. Zij worden uitgenodigd kritisch na te denken over koloniale, postkoloniale en dekoloniserende opvattingen aan de hand van literaire teksten over machtsstructuren en sociale ongelijkheid, over economische exploitatie van gekoloniseerde gebieden door Europese imperiale machten, roofbouw op en geweld tegen de lokale bevolking, over binnenlands kolonialisme. Op een plek waar 'het juk van het kolonialisme', in de woorden van Jeroen Dera over de poëzie van Radna Fabias, drie eeuwen heeft bestaan en na de Tweede Wereldoorlog resulteerde in een politiek systeem dat ruim vier decennia vegeteerde op rassendiscriminatie en segregatie. De studenten reageren op het dubbelessay dat Sibo Kanobana en ik schreven en op onderstaand kritisch vraaggesprek met Benno Barnard. Ik kijk uit naar de gedachtewisselingen en reflecties.
In deze tweespraak met Benno Barnard worden onderwerpen aangekaart die in de publieke sfeer aandacht opeisen. Gaande van de legitimiteit, zelfs de oorbaarheid, om vanuit wit standpunt (een letterlijke vertaling van 'white perspective') aan debatten over dekolonisering deel te nemen en een mening te vertolken, tot de vraag of een gedicht van een schrijver van kleur door een witte vertaler, met de nodige gevoeligheden, überhaupt kan worden vertaald. Ik refereer aan de uitentreuren geciteerde vertaaldiscussie omtrent The Hill We Climb van de Amerikaanse performer-poet Amanda Gorman, de geretourneerde vertaalopdracht door Marieke Lucas Rijneveld en finaal het veelbesproken vertaalwerk van de Nederlandse slam poet Zaïre Krieger. En of 'sensitivity readers' noodzakelijk zijn om tegemoet te komen aan kwesties die met ras en klasse te maken hebben, met culturele diversiteit, familiale en etnische geschiedenis van gewelddadige onderdrukking en hedendaags racisme.
De hashtag #BlackLivesMatter, in 2020 aangemaakt naar aanleiding van de gewelddadige dood van de Afro-Amerikaan George Floyd in Minneapolis, en voorheen de jarenlange internationale protestbewegingen die oproepen tot dekolonisering van westers erfgoed, cultuur en taal leiden tot soms verhitte debatten. Niet alleen de Europese canon moet worden gedekoloniseerd, ook onze eurocentrische en postkoloniale manier van spreken, denken en handelen staat ter discussie. We moeten deconstrueren en problematiseren: de framing of dus het discours dat we dagelijks delen, de bordjes bij kunstwerken uit voormalige koloniën en voorstellingswijzen van de koloniale geschiedenis in schoolboeken, het pijnlijke en juridisch complexe verhaal van de roofkunst, representaties van rituelen en culturen in voormalig gekoloniseerde gebieden, standbeelden en andere verwijzingen naar het koloniaal verleden. Wie zijn 'we'? Vraag is wat dekolonisering precies inhoudt. Wie deze vraag stelt, verraadt wellicht al een standpunt. Omdat in taal een hele ideologie schuilgaat en we ons de afgelopen jaren eindelijk bewust zijn geworden van (de gevolgen van) speech act, van politieke en culturele discussies, de andere en onze perspectieven (wie zijn de 'anderen', ja, wie zijn 'wij'?), de positie van verdrukten.
In hoeverre is taal, een instrument van macht, nog inzetbaar om over deze kwesties van mening te verschillen?
Benno Barnard: Om te beginnen scharnieren al die debatten over 'dekolonisering', gender, identiteit en dergelijke op een academisch Bargoens dat de simplificatie van analyses en gedachten onvermijdelijk maakt.
Zo las ik onlangs in De Morgen over 'het patriarchaat' dat de verkrachting van vrouwen sinds de dageraad van de westerse beschaving als cultuurgoed zou hebben doorgegeven. Wat dat patriarchaat dan precies zou behelzen, wordt bekend verondersteld – de denkslonzigheid van de auteurs (het was een of ander collectief) veronderstelt dezelfde denkslonzigheid bij de lezers (een ander collectief).
Ik wed dat die auteurs het woord 'aartsvaders' niet eens kennen, maar los daarvan: zat de werkelijkheid maar zo eenvoudig in elkaar! Had je behalve verkrachters en verkrachten maar witten en zwarten, goeien en slechten … eigenaardig, à propos, dat dezelfde mensen die 67 verschillende genderopties propageren in de context van seksueel geweld of ras plotseling een binaire redenering volgen.
We hebben het dus over taal. Laat ik nu nog maar eens zeggen dat ik blank genoemd wil worden. Het Nederlands biedt die nuance. Ik zie niet in waarom ik tot het enige ras zou behoren dat niet zelf mag kiezen hoe het aangeduid wil worden. Mijn grootste bezwaar tegen 'wit' is dat niemand gebaat is bij een ingebouwde tegenstelling: zwart en wit. Dat bevordert het manicheïstische redeneren maar. 'Wit' om een huidskleur aan te duiden is niets anders dan een anglicisme. Het gebruik ervan bewijst hoezeer wij ons – ons denken, onze identiteit – laten koloniseren door wat er toevallig beweerd wordt in het Engelstalige stuk van de wereld.
Taal een 'instrument van macht'? Zeker, zie de vorige alinea. Mij is het een raadsel waarom woke en aanverwante activisten zo gretig en vooral kritiekloos de taal vereren van het grootste koloniale imperium uit de menselijke geschiedenis en van het zo gehate Amerikaanse imperialisme. Zeg ik, voor wie Engels iets heel anders is: Donne, Auden, Waugh.
Tegelijkertijd: ik zie niet in hoe we zonder taal zouden moeten communiceren. En een veel groter gevaar dan vermeende macht is de grenzeloze holheid van de terminologie waarmee een ander soort mensen dan ik als met een vliegenmepper om zich heen slaat.
Yves T'Sjoen: In de maatschappelijke discussie over de geprivilegieerde, overwegend masculiene en doorgaans witte kijk op de wereld, zoals die ook op school en in het hoger onderwijs in Europa nog steeds ruimschoots aan bod komt, bestaat al langer aandacht voor het 'zwarte perspectief', meer interesse voor 'zwarte schrijvers en zwarte denkers', voor niet-westerse perspectieven. We moeten onze leerlingen en studenten ook informeren over prekoloniale geschiedenissen om aan te geven met welk geweld en dehumanisering kolonisering gepaard ging, welke culturen en maatschappijvormen zijn vernietigd. De Nederlandse Neske Beks, auteur van het boek Echo (Querido 2021), noemt in De Standaard (30 oktober 2021) 'zwart' als de aanduiding van gender.
De gesprekken worden doorgaans in termen van kleur en ras gevoerd, 'white supremacy' en 'black aesthetics'. Zoals in het bijzonder aanbevelenswaardig boek In the Break. The Aesthetics of the Radical Black Tradition (2003) van Fred Moten (met dank aan Sibo Kanobana voor de leestip). Over dekolonisering en literatuur is de afgelopen jaren veel inkt gevloeid: over hoe wit, mannelijk en eurocentrisch de literaire canon van de Nederlandstalige literatuur is, over de beperkte blik (veelal 'male gaze' en 'white gaze') die in al dan niet gecanoniseerde literatuur aan bod komt en hoe weinig gerepresenteerd hedendaagse lezers en schrijvers van kleur zich voelen. Schrijvers van kleur zijn, zoals vrouwelijke auteurs eerder, lange tijd weggeschreven uit onze literatuurgeschiedenis. Het 'zwarte perspectief' biedt een andere kijk op die geschiedenis, zoals blijkt uit het boek Zwarte bladzijden. Afro-Belgische reflecties op Vlaamse (post)koloniale literatuur (Sibo Rugwiza Kanobana, red., De Geus, 2021). Wat is het zwarte of witte perspectief? Een amalgaam van heel verschillende visies en meningen.
Benno Barnard: Mon Dieu. Hoe zou de Nederlandse literatuur iets anders dan blank en eurocentrisch kunnen zijn? Schrijven Afrikanen dan soms niet zwart en afrocentrisch? Schrijf in godsnaam over je eigen wereld en niet om een of ander abstract ideologisch programma uit te voeren. De literatuur is toch van nature kritisch genoeg? Schreef Multatuli soms niet anderhalve eeuw geleden al over koloniaal onrecht, dat hij met eigen ogen had aanschouwd?
Dat is ook zo'n vervelend gevolg van al dat ongenuanceerde gediscussieer: de insinuatie dat de blanke mens de kolonisator is en de niet-blanke mens het slachtoffer, zonder de minste verfijning van dit axioma. Alsof de slavernij tot de renaissance geen Arabische aangelegenheid was; alsof Afrikaanse volkeren hun buren soms niet verkochten aan Arabische en later blanke slavenhandelaars!
Jazeker, het Europese model van wangedrag bleek uiteindelijk het meest succesvolle, dus kwantitatief is de Europese cultuur slechter dan de overige culturen. Maar je kunt ook zeggen dat de westerse beschaving een zelfreinigend mechanisme ingebouwd heeft gekregen dankzij het christendom, en dat je zeker in Europa een groot zoeklicht nodig hebt om nog mensen te vinden die slavernij en racisme niet als verwerpelijk beschouwen – al neemt het racisme onder simpele zielen misschien weer toe, onder invloed van extreemrechts allereerst, maar wellicht ook als resultaat van de nuanceloosheid en het constante tuchtigen van de Europese mens.
Heeft onze literatuur stemmen van niet-blanken niet gehoord? Beslist – maar laten we redelijk blijven, er was tot voor kort ook geen massale hoeveelheid niet-blanke literatuur. Dat zal wel het verkeerde antwoord zijn, maar laat ik eraan toevoegen dat ik – die zelf al jaren het werk van de Hollandse Berber Asis Aynan onder de aandacht breng – maar al te graag kennis neem van interessante nieuwe schrijvers, waarbij hun huidskleur me geen reet kan schelen (al is dat ook weer de foute opmerking, want ik mag die huidskleur tegenwoordig juist niet negeren) (sorry, gebruikte ik me daar het n-woord) (jezus, al die rondkoppen om ons heen … ) (dat zijn aanhangers van Oliver Cromwell) (dat was de vreselijkste aller puriteinen) ( … ).
In ernst: dat puriteinse gezemel herinnert me aan de hysterische discussies (veeleer spreekkoren) van maoïsten, trotskisten en ontelbare andere ultralinkse facties een jaar of vijftig geleden. Ik droomde dat dat voorbij was. De gelijkhebberij keert blijkbaar altijd weer terug, in andere gedaanten, maar de structuren van het dogmatische discours blijven onveranderd.
Wat de 'mannelijke blik' aangaat: die kun je een man moeilijk verwijten, nietwaar. Vrouwen hebben een vrouwelijke blik. Dat mannen lange tijd de literatuur hebben gedomineerd is onloochenbaar waar, maar dat is inmiddels al vele decennia niet meer het geval.
De rest hangt hopelijk af van literaire kwaliteit.
Yves T'Sjoen: Een bekend begrip van Bassam Tibi, Duits-Arabische socioloog, is 'Leitkultur'. De term is vooral in bepaalde Duitse politieke kringen salonfähig. Wanneer we vanuit historisch perspectief over de cultuur- en literatuurproductie van Europa spreken, kan dan sprake zijn van een witte 'Leitkultur', vooral gezien de geschiedenis van het oude continent? In hoeverre is het een bruikbaar begrip wanneer we naar de cultureel diverse actualiteit kijken, waar een gemeenschap van kleur de dagelijkse realiteit is?
Benno Barnard: Een cultuur wordt onvermijdelijk 'geleid' door dat moeilijk precies te ontleden conglomeraat van erfelijke fenomenen, taal, collectieve ervaring, ritueel, gewoonte, noem maar op. Anders werd zo'n cultuur structuurloos. Dat is al bezig: vergis u niet, o lezer, we worden massaal gekoloniseerd door de neoliberale wereldorde en de Engelse taal. We geven de Nobelprijs aan een Afrikaanse schrijver, bravo, maar die schrijver schrijft wel in zijn – en ons aller – koloniale taal. Ik zei al dat het allemaal niet zo simpel was.
Ik zie niet in wat er verkeerd zou zijn aan een blanke 'Leitkultur'. Ik denk niet dat iemand van elders een andere 'Leitkultur' verwacht. Zo'n cultuur helpt een vreemdeling heel wat meer dan een amorfe zooi waarvan de vertegenwoordigers zeggen: 'U doet maar, wij hebben zelf niets waardevols te bieden, mensenrechten bijvoorbeeld'. Hé, waarom staat hij anders voor de poort met het verzoek binnengelaten te worden, als hem achter die poort niets dan toxisch-mannelijke, wit-suprematistische, koloniaal-racistische verschrikkingen staan te wachten? Maar de waarheid is dat de Europese cultuur alles bij elkaar best prettig is – en nu ik er zo over nadenk: waarschijnlijk de minst racistische in de wereldgeschiedenis. (Met 'hij' bedoel ik ook de overige 66 genders natuurlijk.)
Yves T'Sjoen: Een commentaar dat wel eens wordt gehoord, is dat schrijvers van kleur om voor de hand liggende redenen hun plaats opeisen in het gesprek over literatuur. Zij hoeven die plek niet op te eisen, ze zijn deel van het literatuurlandschap. De canon van de Nederlandstalige literatuur is Europees gericht, maar ook op andere continenten en in Europa, zoals de Afrikaanse diaspora, zijn er bijzonder interessante schrijvers van kleur die in het Nederlands hun poëzie en romans schrijven. Het gaat over een andersoortige literatuur in het Nederlands, in contact met andere talen en culturen, waarin we een concept van literatuur aantreffen dat mogelijk niet met westerse maatstaven is te beoordelen. Antjie Krog, writer-in-residence aan de UGent, sprak in die termen over The Cry of Winnie Mandela (2003) van Njabulo Ndebele, wetende dat ook vele zwarte schrijvers zich in hun literatuurproductie gewoonweg, om welke reden ook, conformeren aan westerse noties van literaire cultuur en narratieve structuren.
Benno Barnard: Die diaspora heeft al mijn sympathie. Dat zwarte schrijvers zich conformeren aan 'westerse noties': misschien zijn het bruikbare noties? Ik denk niet dat iemand bezwaren heeft tegen andere narratieve tradities, waar onze maatstaven mogelijk op afglijden – dan is het misschien zinnig dat die schrijvers ons daar het een en ander over vertellen. Ik sprak begin 2021 in Stellenbosch met Fred Khumalo, die zijn eerste romans in het Zoeloe publiceerde en daarna op het Engels overschakelde. Hij koos dus voor de koloniale taal (of dacht u echt dat alleen Afrikaans een koloniale taal was?). In het Zoeloe had hij maar een paar honderd lezers, dat was de reden. Ik vroeg hem of hij in het Zoeloe anders schreef. Dat ontkende hij: 'Zodra je een roman schrijft, vertel je volgens de min of meer geijkte patronen van de roman. Anders moet je met de oudjes rond een vuur mythen gaan zitten vertellen. Niks op tegen, maar dat werkt niet op papier, en zeker niet als je meer dan vijfhonderd lezers wil hebben.'
Misschien moeten we iets heel vervelends aanvaarden over de beschavingsgeschiedenis: je hebt winnaars en verliezers, modellen die succes hebben en andere die het loodje leggen. Uiteindelijk heeft tot op heden iedere cultuur het loodje gelegd, maar sommige culturen hebben hun ondergang omgezet in een andere werkelijkheid – de Romeinen bijvoorbeeld. Maar voorlopig is de westerse cultuur veruit de meest succesvolle, daar helpt geen dekolonisatie aan, want uiteindelijk verloopt ook die dekolonisatie geheel volgens westerse principes, met christelijk schuldgevoel als eerste beginsel …
Yves T'Sjoen: Is dit de reden waarom we literatuurproductie niet op haar merites evalueren, vanuit een beperkt westers referentiekader, volgens eurocentrische vooronderstellingen van wat literatuur vandaag is? Is het misplaatst om werk van schrijvers van kleur af te wijzen omdat het niet aan gangbare 'kwaliteitseisen' voldoet? In hoeverre kan nog een sereen gesprek worden gevoerd wanneer kleur en ras in het spel zijn? Is het formuleren van deze vraag zelf moreel verwerpelijk, omdat de premisse van de vraag is dat de vraagsteller een notie opdringt van 'literaire kwaliteit'? Moeten wij, schrijvers dezes, met onze privileges, nu even zwijgen na vele eeuwen van kolonisatie, toen nooit naar de mening van tot slaaf gemaakten en van gekoloniseerden is gevraagd? Het is waar en wanneer dan ook van het grootste belang onze positie voortdurend te bevragen, ons als schrijver en academisch onderzoeker bewust te zijn van de positie die we innemen, van waaruit wij over maatschappelijke kwesties, dus ook over literatuur, spreken.
Benno Barnard: Dit lijkt me een onnodige vorm van schuldbelijdenis. Het herinnert mij iets te veel aan de publieke zelfverwerping in het China van de Grote Culturele Revolutie. De westerse literatuur is toch een schitterend iets? En niemand verbiedt Afrikaanse schrijvers toch om een afrocentrische literatuur te schrijven, desgewenst met haar eigen criteria? Als je dat ook weer van onze kijk afhankelijk maakt, ben je toch opnieuw aan het koloniseren? Zelfs dat 'even zwijgen' is zo koloniaal als vuurwater! En 'niet aan gangbare "kwaliteitseisen" voldoen'? Heus? Dat lijkt me even betuttelend als lagere eisen stellen aan een immigrantenkind: dan doe je maar één ding, dat kind kansen onthouden.
Nee, het lijkt me veel verstandiger om zo spoedig mogelijk over dit hele onderwerp onze mond te houden en gewoon boeken te schrijven en boeken te lezen. Je eigen 'positie' onder het vergrootglas houden: dat is toch bij uitstek wat een schrijver altijd doet?
P.S. 'Tot slaaf gemaakte'? Veel vrijwilligers waren er anders niet. En je gebruikt nog steeds het woord slaaf. Je zou dus tot tot slaaf gemaakte gemaakte moeten zeggen. Maar dan ad infinitum, dus tot tot tot slaaf gemaakte gemaakte gemaakte … enzovoort.
P.P.S. Ten slotte, wat is er verdomme toch aan de hand met onze universiteiten? Plaatsen van beschaafd meningsverschil, waarheen zijt gij gevloden? Botsingen van gefundeerde opinies, waar is uw lawaai? Schok der ideeën, waar is uw licht?
De titel van dit vraaggesprek is ontleend aan de gelijknamige dichtbundel van Antjie Krog.
Kwintessens
-
_Yves T'Sjoen en Benno Barnard -
Meer van Yves T'Sjoen en Benno Barnard

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws